Religieuze schilderkunst

Beoordeling 8.3
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • 5e klas vwo | 1210 woorden
  • 23 juli 2008
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.3
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
De ontwikkeling van de religieuze schilderkunst vanaf de 16e eeuw

Reformatie en Contrareformatie

In de reformatie ontstond het protestantisme. Luther en Calvijn hadden kritiek op verschillende aspecten van de Katholieke Kerk, maar omdat dit essay over schilderkunst gaat, zal ik alleen de verandering die de religieuze kunst in de reformatie heeft ondergaan behandelen.
In de 16e eeuw was de religieuze kunst al lang niet meer alleen in de kerken te vinden en werden er veel schilderijen voor rijke mensen gemaakt. Zij lieten zichzelf vaak afbeelden op deze doeken en de figuren werden overdreven, onrealistisch afgebeeld. Ook werd er veel naakt afgebeeld, nog onder invloed van de renaissance. Door deze punten ging het heilige van de schilderijen af en daarom werd in de 16e eeuw steeds meer bezwaar gemaakt door mensen die de godsdienstbeleving wilden verdiepen. Protestanten wilden rustige kerken met simpele, functionele afbeeldingen, heiligenverering was uit de boze.
De contrareformatie was weer een reactie van de Katholieke Kerk op de protestantse reformatie. Het Concilie van Trente bestond uit een groep belangrijke religieuze personen uit die tijd en zij kwamen van 1545 tot 1563 vaak bijeen om te overleggen hoe ze de Katholieke Kerk konden verbeteren. Ook voor kunst stelden ze regels op. De basis was dat schilderijen een educatieve functie hadden en dat je alleen de belangrijkste dingen op een schilderij mocht zetten, verder moest naaktheid vermeden worden en was het niet toegestaan God af te beelden als persoon. De Kerk was een stukje hemel op aarde en mocht daarom rijkelijk versierd worden, dit vormde een groot contrast met de sobere protestantse kerken.

De regels van de contrareformatie hadden grote invloed op de religieuze schilderkunst. De barok (ca. 1600-1750) kenmerkt zich door ‘heftige beweging, intense emoties en dramatisch licht, die samen streven naar een nauwkeurig realisme’. Door bepaalde elementen uit een afbeelding extra veel licht te geven, vielen deze bijvoorbeeld erg op. In de eerste helft van de 18e eeuw werd ook geschilderd in de rococo, alles werd nog meer overdreven en zo stralend mogelijk, alles om het heilige uit te beelden. Er waren veel schilders die zelf groot fan waren van de contrareformatie en zich dus ook nauwkeurig aan de regels van de Concilie van Trente hielden. De Kerk liet sowieso alle kunst controleren voordat het in een religieus gebouw mocht komen te hangen. Typische contrareformatische kunst ontstond vooral als propaganda voor de Kerk en hierbij werd de nadruk gelegd op de dingen die de protestantse kerk niet had.
In Lutherse kerken was sommige religieuze kunst ook aanvaard en schilderijen van het Laatste Avondmaal, de gekruisigde Christus, en de apostelen waren het populairst. Rembrandt (1606 – 1669) was één van de belangrijkste protestantse schilders en hij schilderde niet in de barokke stijl, maar in zijn eigen, realistische stijl met veel licht-donker-effecten. Sommige mensen beweren dat hij veel kritiek op de maatschappij en het geloof symbolisch in zijn schilderijen en etsen opnam. Of het nou kritiek was of niet, Rembrandt gebruikte in ieder geval veel symbolisme in zijn schilderingen en etsen.
Rechts: ‘De afneming van het Kruis’, Rembrandt, 1632
Als reactie op de overvloedige vormentaal uit de rococo kwam het neoclassicisme (ca. 1750-1840) op. Zuiverheid van vorm en harmonische verhoudingen werden nagestreefd naar voorbeeld van de klassieke oudheid. Veel mythische verhalen die de Kerk eerst als heidens had bestempeld werden weer gebruikt om christelijke deugden uit te drukken en klassieke helden werden vergeleken met Christus. Naaktheid kwam ook iets meer voor, maar werd nog zoveel mogelijk buiten de Kerk gehouden.

Romantiek

In de regels van Trente was bepaald dat een alleenheerser van een staat dit recht van God had gekregen, maar volgens het verlichte denken van de 18e eeuw moesten Kerk en staat, oftewel godsdienst en politiek, worden gescheiden. De Kerk begon langzaam haar grip te verliezen op de maatschappij en ook op de kunst. Kunstenaars gingen zich steeds onafhankelijker opstellen en bleven zelf vaak niet meer buiten beeld. Er kwam ook veel religieuze kunst buiten de kerken te hangen.
De romantiek (19e eeuw) streeft ook naar individualisme, want in de romantiek ging het erom je persoonlijke gevoel over een onderwerp te laten zien. Kunstenaars kozen dus steeds vaker voor een nieuwe, persoonlijke stijl met eigen symboliek. In de romantiek werd ook gepleit voor een herleving van het religieuze gevoel. De nadruk lag erg op het gevoel in de poëzie en de kunst. Dit was een reactie op het rationalisme, waar de nadruk juist sterk op het verstand lag. Veel kunstenaars schilderden landschappen, omdat ze meenden iets van God te kunnen zien in de natuur, Zijn schepping. Ook kwam er veel belangstelling voor de Middeleeuwen en ontstonden er veel ateliers waar men de sfeer en de werkwijze van de late Middeleeuwen probeerde te benaderen.

De Pre-Raphaelite Brotherhood (Prerafaïlieten) (1848) onder leiding van de Engelse schilder Dante Gabriel Rossetti was een van de vele broederschappen die ontstonden die terugwilden naar de 15e eeuw. Rechts zie je de Annunciatie (‘Ecce Ancilla Domini’) van Rossetti, 1850. Maria is hier heel anders afgebeeld als op de gebruikelijke Heilige Maria voorstellingen, ze is hier een schuchter meisje, dat bang is voor de engel.

Kerk en kunst in de 20e eeuw

In de 20e eeuw kwamen er steeds meer botsingen over de iconografie tussen Kerk en kunstenaars. De Kerk keerde zich een tijd af van alle nieuwe stromingen die ontstonden, zoals het expressionisme (vanaf 1905). Expressionisten zijn kunstenaars die niet de werkelijkheid proberen af te beelden zoals die objectief waarneembaar is, maar zoals zij die voelen. Men gebruikte felle kleuren, vervormingen en krachtige lijnen, bedoeld om emoties op te roepen. Een andere stijl die de Kerk lange tijd genegeerd heeft is de abstracte kunst (vanaf 1940), een stijl die steeds minder realistisch werd en geen figuren gebruikte, maar waarbij de aandacht weer sterk uitging naar de emotie. Expressionistische en abstracte schilderingen hebben geen didactische waarde en daarom keurde de Kerk het af. Toch zijn deze werken heel goed bruikbaar om het religieuze gevoel uit te beelden en daarom zocht paus Paulus VI rond 1960 opnieuw toenadering tot de kunstenaars. Het Vaticaan legde een grote verzameling van moderne religieuze kunst aan. In deze periode gingen de protestantse kerken ook meer kunst in hun kerken opnemen, vanwege de didactische waarde.
Wat al sinds de middeleeuwen al populair was, was het afbeelden van actuele maatschappelijke thema’s in religieuze kunst. Kijk naar ‘Gekruisigde mens’, Ottone Rosai, 1943’ . Op deze afbeelding wordt het lijden van Christus vergeleken met dat van de uitgebuite fabrieksarbeider.

Secularisatie

Doordat de Kerk regels had bedacht voor religieuze kunst, werd er lange tijd vooral kunst gemaakt met de nadruk op de didactische functie. Kunstenaars maakten kunst in opdracht van de Kerk en deden dit volgens de regels. Na de scheiding van Kerk en staat begon de secularisatie, veel kunstenaars gingen zelfstandig werken en ze maakten geen didactische kunst, maar kunst die hun persoonlijke gevoel uitbeeldde.
In deze tijd is de secularisatie nog volop bezig en hoewel de religieuze kunst steeds aangepast wordt aan onze tijd neemt hij geen centrale plaats meer in in onze maatschappij. De moderne religieuze kunst is meestal niet didactisch meer, maar heeft een gevoelswaarde en laat veel ruimte over voor eigen interpretatie. Vaak zet de kunstenaar zich tegelijkertijd af tegen iets. Musea tonen kerkelijke kunst en kerken tonen moderne kunst. Het is niet meer duidelijk wat precies tot de religieuze kunst kan worden gerekend en wat niet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.