De Belgische beurs

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • Klas onbekend | 4024 woorden
  • 24 mei 2001
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 35 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

De Belgische Beurs

Beursberichten, elke dag staan de kranten er vol van. Op het nieuws horen we van alles over de perikelen van de Dow Jones, maar wie van jullie heeft er al eens bij stil gestaan wat deze cijfertjes allemaal betekenen. Hierbij zal ik proberen een initiatie te geven in het Belgisch beurswezen.
Volgens de van Dale is de beurs een gebouw waar kooplieden bijeen komen om te handelen. Grosso modo kunnen we de beurs inderdaad zien als een soort markt waar verkopers van effecten hun waar tentoonstellen en geïnteresseerde kopers verdere informatie inwinnen of anders gezegd de motor van de hedendaagse economie zoals de agora dat al was in het oude Griekenland. Bedrijvend vinden in de beurs ook de financiële hulp om hun groei te bestendigen. De oorsprong vinden we in de 19de eeuw tijdens de industriële revolutie. De toename van de mechanisatie en de industrialisatie bracht voort dat er een nood was aan fabrieken. Jammer genoeg was dit vaak onbetaalbaar voor één persoon en daarom werd er naar financiële partners gezocht. In ruil voor het geïnvesteerde geld kregen ze een klein stukje van de onderneming ofwel een aandeel. Toen bestond er nog een persoonlijk contact tussen beheerders en aandeelhouders wat nu niet meer het geval is.
Tegenwoordig is er in België een zeer geconcentreerd aandeelhouderschap. De factor van de holdings speelt hierbij een grote rol. Een holding is een maatschappij die zelf geen bedrijf voert maar die aandelen in één of meer andere bedrijven bezit. Het bezit van aandelen is momenteel voor Jan en alleman toegankelijk. Maar wat zijn de rechten van de aandeelhouders? Als je één of meerdere aandelen bezit mag je naar de jaarlijkse algemene vergaderingen voor aandeelhouders van de ondernemingen in kwestie gaan. Tijdens de vergadering wordt van alles besproken omtrent investeringen, dividend, … Als je meer dan 50% van de aandelen bezit kan je met het bedrijf bijna alles doen wat je maar wil, bijvoorbeeld het management veranderen en dergelijke. Indien je 25% bezit moeten belangrijke beslissingen door jouw goedgekeurd worden. Als kleine aandeelhouder echter heb je geen enkele inspraak op deze beslissingen, maar je hebt toch recht op de jaarlijkse winsten, dit heet dividend. Om de kopers aan te lokken wordt dit dividend ook vaak gegeven als het bedrijf niet winstgevend is. Als het bedrijf failliet gaat hebben de aandeelhouders ook recht op geld nadat de schuldeisers terugbetaald zijn. Niettemin is het kopen van aandelen toch risicovol.
Er zijn twee soorten aandelen, de VV aandelen en de bevoorrechte aandelen. VV aandelen zijn aandelen met een fiscaal voordeel, er moet minder belasting op betaald worden. Bevoorrechte aandelen of preferente aandelen hebben ook recht op een deel van de winst van de andere aandeelhouders. Zij krijgen ook voor de gewone aandeelhouders een dividend. Als de preferente aandeelhouders niets krijgen, krijgen de andere aandeelhouders dus ook niets. Nu heb ik al geprobeerd eeninleiding te geven in de algemene begrippen. Maar zo komen we bij de beurs van Brussel.
De beurs van Brussel werd opgericht op 8 juli 1801 toen ons land nog onder Frans bewind was. Eerst was ze gesitueerd in het voormalige Augustijnenklooster aan de Wolvengracht, maar sinds 27 december 1873 situeert de beurs zich in het oude Minderbroedersklooster. In de jaren dertig was er de eerste beurscrash, toen probeerde men ook het beroep van effectenmakelaar te reglementeren. Het bestuur van de beurs van Brussel bestaat uit een coöperatieve vennootschap waarin enkel beursvennootschappen als aandeelhouders kunnen zetelen met elk maximum 5% van de aandelen.
De belangrijkste opdracht is de organisatie van de effectenmarkt.
Er zijn in de beurs verschillende soorten markten aanwezig die afhangen van het type bedrijf, de omvang van het bedrijf, enzovoort.
De markt voor elk type bedrijf: eerst hebben we de Eerste markt, dit is de markt voor genoteerde bedrijven die effecten op de markt brengen waarin het publiek kan beleggen. Effecten zijn niet alleen aandelen maar ook bijvoorbeeld obligatieleningen. Iemand die een obligatie bezit is in tegenstelling tot een aandeelhouder geen mede-eigenaar van de onderneming in kwestie. Een obligatie is eigenlijk een schuldbekentenis. Wie eigenaar is van een obligatie krijgt jaarlijks tijdens een bepaalde periode een vooraf bepaalde rente. Een aandeel stijgt naarmate het bedrijf winst maakt, dus zoals het kan stijgen kan het even gemakkelijk dalen. Een obligatie heeft een constante koers, maar er zijn evenwel risico's aan verbonden, als het bedrijf failliet gaat zullen eerst de obligatiehouders worden uitbetaald, ook om die reden is er veel minder risico bij investering in obligaties. Maar hoe hoger het risico, hoe hoger het rendement als het lukt, daarom zijn mensen meer geïnteresseerd in aandelen. Nu terug naar de verschillende soorten markten. De Eerste markt is zelf ook verdeeld in twee andere markten, de Termijnmarkt en de Contantmarkt. De Termijnmarkt is voor grote ondernemingen, bedrijven zoals bijvoorbeeld KBC, Tractebel en Fortis zitten op deze markt. (Deze wordt zelf nog in het semi-doorlopende en het doorlopende segment ingedeeld). Als je op deze markt koopt of verkoopt krijg je of betaal je pas het geld 4 dagen na de lopende quinzaine. Een quinzaine is een onderverdeling van een beursjaar van ongeveer twee weken lang. De Contantmarkt is eerder voor kleine en middelgrote ondernemingen, bedrijven zoals Dolmen Computer, Ter Beke en City Hotels zitten op deze markt. (Deze is ingedeeld in enkele en dubbele fixing). Dit zijn de onderdelen van de Eerste markt.
Naast de Eerste markt is de Nieuwe markt die officieel Euro.NM Belgium heet. Deze markt is een initiatief van verschillende Europese beurzen namelijk die van Parijs, Frankfurt, Amsterdam en Brussel. De Nieuwe markt dient voor de financiering van jonge, hoogtechnologische en groeiondernemingen zoals Unitronics, Fardem Belgium en Bluegate.
Tot nu toe waren dit allemaal markten voor genoteerde bedrijven. Voor de niet-genoteerde bedrijven zijn er twee markten, namelijk de Interprofessionele markt en de Openbare Veilingen. De Interprofessionele markt is een forum dat om de vijf jaar terugkomt. Ze bestaat als een markt voor ondernemingen die hun kapitaal willen openstellen voor bijvoorbeeld institutionele beleggers. Op de Openbare Veilingen worden niet-genoteerde effecten verhandeld, dinsdag en donderdag de obligaties en vrijdag de aandelen. De aandelen daar geveild worden hebben vaak niet veel waarde, althans geen commerciële waarde, er bestaan namelijk ook aandelenverzamelaars.
Naast de markten van genoteerde en niet-genoteerde bedrijven is er ook een markt voor specifieke producten die bestaat uit de Rentemarkt en de Tweede markt. De Rentemarkt verhandelt door de staat gewaarborgde leningen en aanverwante effecten van internationale organisaties. Er is slechts één koers per dag mogelijk. De Tweede markt wordt beschouwd als een soort wachtkamer voor middelgrote ondernemingen voor ze de Contantmarkt betreden, op de Tweede markt is er weinig handel.
Naast de beurs van Brussel bestaat er ook Easdaq (European Association of Securitie Dealers Automated Quotation). Easdaq is een Europese aandelenmarkt voor groeibedrijven. Deze bedrijven situeren zich in de sectoren van biotechnologie, farmacie, telecommunicatie, enzovoort. Het is een beurs waar je heel veel winst kan maken, maar veel winst betekent vaak ook veel risico's.
Voor particulieren was het onmogelijk om zelf op de beurs te handelen, ze hadden hiervoor tussenpersonen nodig die hun orders naleefden, maar door de opkomt van internet bestaat de mogelijkheid om via zijn eigen PC beursverrichtingen te doen, althans in Frankrijk. De tussenpersonen zijn zelfstandige beursmakelaars, banken of beursvennootschappen. Zodat deze personen je goed zouden begrijpen met je wensen bestaan er verschillende soorten orders.
Eerst zijn er de orders zonder limiet, hiervan bestaan er drie verschillende soorten, namelijk de "order tegen openingskoers", de "order tegen marktprijs" en de "order aan de koers", deze zijn enkel geldig op de Contant- en Termijnmarkt. De "order tegen openingskoers" is geldig op de Contant- en de Termijnmarkt. Deze orders kunnen enkel tijdens de vooropeningsperiode ingevoerd worden. De uitoefenprijs is pas gekend wanneer de openingskoers op de Termijnmarkt bekendgemaakt wordt. Als de prijs tegenvalt heeft de ordergever geen enkel verhaal, zijn order moet indien mogelijk uitgevoerd worden. Hij krijgt ook geen garantie dat zijn order gedeeltelijk, helemaal of helemaal niet uitgevoerd zal worden, dit hangt af van de andere orders in de markt. De "order aan de marktprijs" is enkel geldig op het doorlopend segment van de Termijnmarkt en kan enkel gegeven worden tijdens de doorlopende noteringsperiode dit is dus tijdens de openingsuren van de beurs, van 10.00u tot 16.30u. De order wordt altijd onmiddellijk uitgevoerd en indien de prijs bij aankoop of verkoop net niet gunstig blijkt te zijn is de ordergever verplicht zijn operatie te laten uitvoeren. De "orders aan de koers" zijn enkel mogelijk tijdens de vooropening van de Contant- en Termijnmarkt. Deze order moet volledig uitgevoerd worden en krijgt absolute voorrang bij de uitvoering van orders aan fixingprijs. De fixingprijs is de prijs die momenteel van toepassing is. Dit waren dus de drie soorten orders zonder limiet. De orders met limiet zijn ook geldig op de Contant- en de Termijnmarkt. Ze kunnen tijdens de vooropeningsperiode en tijdens de verhandelingsperiode ingebracht worden. Bij deze orders kan de verkoper zijn minimumverkoopprijs doorgeven en een koper zijn maximumprijs voor de aankoop van effecten. De limietorder biedt geen zekerheid op de onmiddellijke uitvoering van de order. Dan zijn er als voorlaatste de "speciale orders", deze bieden de mogelijkheid om een bepaald aantal effecten onmiddellijk te verhandelen, ze moeten wel allemaal tegelijk verhandeld worden. De "verborgen orders" zijn de laatste soort orders. Dit zijn orders die in verschillende keren op de markt komen, in paketjes. Als een koper bijvoorbeeld 30000 aandelen wilt kopen geeft hij bijvoorbeeld als eerste order een order zonder limiet aan openingskoer voor 6000 aandelen, een half uur later stuurt hij een ander pakket door van 6000 aandelen, enzovoort. Dit wordt gedaan om de prijs van het aandeel niet teveel doen stijgen, want hoe meer vraag voor het aandeel hoe duurder het aandeel wordt.
Een order blijft tijdens 3 maanden geldig tenzij de opdrachtgever een andere geldigheidsperiode opgeeft, deze periode kan van één dag tot één jaar duren. Buiten gewone data zijn er nog andere regels om een order af te sluiten, bijvoorbeeld Fill or Kill, de opdrachtgever geeft dan de opdracht om het niet-uitgevoerde deel van zijn order te annuleren.
De beursverrichtingen gebeuren sinds 1996 via het New Trading System of kortweg NTS genoemd. Het verhandelen van effecten gebeurt in vier verschillende fases, namelijk de vooropening, de interventie, de openingskoers en de verhandelingsperiode. Tijdens de vooropening kunnen nieuwe orders, wijzigingen of annulaties van bestaande orders uitgevoerd worden. Elke financiële bemiddelaar die lid is van de beurs van Brussel mag deze handelingen uitvoeren, maar hij doet dit enkel als hij daarvoor een order heeft ontvangen. De tweede stap is de interventieperiode. Hier mogen enkel reeds bestaande orders gewijzigd worden, ze duurt 30 minuten op het enkele fixingsegment van de Contantmarkt, 15 minuten op het dubbele fixingsegment van dezelfde markt. Op de Termijnmarkt duurt deze interventieperiode slechts 2 minuten. De voorlaatste stap is de notering of de fixing, deze notering wordt automatisch berekend op basis van de totale vraag en aanbod van het betrokken effect. De openingskoers wordt een paar seconden na de opening bekend, dit is niet het geval als er geen koers is. Er kan bijvoorbeeld geen koers genoteerd worden als de markt compleet uit evenwicht is, dit is het geval wanneer er zich een prijsschommeling voordoet van meer dan 5% tegenover de vorige koers. Dan is er de vierde en laatste stap, deze begint net na de bekendmaking van de openingskoers. Tijdens deze periode mag elke bemiddelaar die lid van de beurs is nieuwe orders inbrengen. In het doorlopend segment van de Termijnmarkt duurt deze zes en een half uur. De koersen die nadien volgen kunnen dus stijgen en dalen, dit hangt natuurlijk af van de vraag en aanbod. Dit is enkel het geval op de doorlopende Termijnmarkt, op de andere markten kan er na bekendmaking van de fixingprijs enkel aan die koers verhandeld worden. De verhandelingsperiode is op elke markt ook verschillend. Zoals ik hiervoor al schreef duurt deze periode op de doorlopende Termijnmarkt zes en een half uur. Op de semi-doorlopende Termijnmarkt duurt ze vijftien minuten na elke fixingprijs. Dit zijn dus minimaal twee keer vijftien minuten per dag of meer. Op de Contantmarkt zijn de enkele en dubbele fixingsegmenten nog in hoofd- en secundaire lijnen gesplitst. Op de hoofdlijn van het enkele fixingsegment duurt de enige verhandelingsperiode één uur, op de secundaire lijn van het enkele fixingsegment en op de hoofdlijn van het dubbele fixingsegment duurt deze periode vijfenveertig minuten en op de secundaire lijn van het dubbele fixingsegment duurt de periode dertig minuten. Op de Tweede markt en op Euro.NM Belgium is het een gelijkaardig systeem.
De koers of de notering is onderworpen aan een noteringsschaal. De koers van een bepaald effect zal een veelvoud zijn van een bepaald getal. Als een effect een waarde tussen 0 en 500 BEF heeft is dat getal 1, van 500 tot 1500 is het 2, van 1500 tot 5000 vijf, van 5000 tot 10000 tien, van 10000 tot 50000 vijfentwintig en vanaf 50000 is het getal vijftig. Dit kan belangrijk zijn bij het plaatsen van limietorders want de limiet volgt dezelfde schaal. Om het begrijpelijker te maken volgt hier een concreet voorbeeld. Effect ABC zit in de prijsklasse van 5000 tot 10000 BEF per stuk. In deze klasse is de noteringsschaal 10. In dit effect kunnen dus enkel koersen die veelvouden van 10 BEF zijn gevormd worden. Dit effect kan dus bijvoorbeeld een koers van 8910 BEF of 6230 BEF aannemen. Het is dus totaal zinloos om een limiet te plaatsen in dit effect aan 7863 BEF want dit getal is geen veelvoud van tien en bijgevolg kan deze koers nooit genoteerd worden.
Hoe wordt een koers op de beurs van Brussel eigenlijk gevormd? De koers ontstaat aan de hand van de totale vraag en van het totale aanbod. De orders maken de prijs. De koers wordt de prijs waaraan het grootste aantal effecten verhandeld worden en waaraan het kleinste aantal niet-verhandelbare effecten overblijft. Indien er verschillende prijzen zijn waaraan het aantal verhandelbare en niet-verhandelbare effecten hetzelfde is overblijven, dan wordt de koers de prijs die het dichtst bij de refertekoers ligt. De refertekoers is de koers waaraan het laatst effecten verhandeld werden. Het kan ook gebeuren dat er niet gehandeld wordt in een bepaald effect. Dit is mogelijk wanneer er een te grote koersafwijking is. Een koersafwijking is te groot wanneer het meer dan een x-aantal percent verschilt van de vorige refertekoers, bij de meeste effecten is dit 5%.
Nadat de koers opgesteld wordt zijn er verschillende voorrangsregels voor de koper en de verkopers. De orders die het eerst uitgevoerd worden zijn de limietorders met een betere limiet dan de gevormde koers, dit wil zeggen dat de kopers die meer willen betalen en de verkopers die minder willen krijgen dan de gevormde koers van het effect als eerst mogen handelen. Daarna hebben de orders zonder limiet voorrang, deze worden in chronologische volgorde uitgevoerd, de oudste orders worden als eerst afgewerkt enzovoort tot de jongste order dat ingevoerd werd. Na deze komen de orders waarvan de limiet gelijk is aan de gevormde koers.
Dit was een korte samenvatting van hoe de beurs juist werkt. Nu zal ik het specifiek over de beurs van Brussel en haar aandelen hebben.
BXS of Brussels Exchanges, de beurs van Brussel bestaat dus al sinds het begin ven de negentiende eeuw. Het beursgebouw situeert zich op twee minuten te voet van de Grote Markt van Brussel op de Anspachlaan. De evolutie van de beurs wordt weergegeven in één cijfer, namelijk de beursindex. Zoals de Dow Jones in New York, de Nikkei in Tokio, de CAC-40 in Parijs, de DAX in Frankfurt, FT-SE in Londen en nog vele anderen, heeft Brussel ook zijn eigen beursindex, de BEL-20. Dit is een groepering van 20 belangrijke Belgische aandelen. De aandelen in de Bel 20 kunnen jaarlijks veranderen, deze verandering is enkel mogelijk na de derde vrijdag van december en voor de maandag die daarop volgt. De reden waarom deze periode zo kort is heeft te maken met de steeds veranderende koersen van de aandelen, in het weekend is de beurs gesloten en kan er dan geen enkele koers veranderen. Het is ook mogelijk om een Bel-20 aandeel te kopen, het is een nieuw concept dat in het begin van dit jaar op de markt is gebracht, de mini Bel-20. De mini Bel-20 is een totaalaandeel die de twintig aandelen van de Bel-20 groepeert, er zijn dus minder risico's voor verlies omdat het geïnvesteerde geld verspreid ligt. De mini Bel-20 kan met een fonds vergeleken worden. Als belegger kies je de sector waarin je wilt investeren, bijvoorbeeld farmaceutica. De fondsbeheerder zal je geld dan in farmaceutische aandelen investeren die hij zelf goed acht. Dit is bij de mini Bel-20 juist hetzelfde met het enige verschil dat je verplicht bent om in alle Bel-20 aandelen te investeren. In theorie zou er geen enkel probleem moeten zijn bij de investering omdat de bedrijven in de Bel-20 tamelijk bekend zijn en ook goed draaien. Het zijn KBC, Delhaize, Solvay, Fortis en zestien andere bekende ondernemingen die in de Bel-20 zitten. Maar ja, de theorie klopt niet altijd, de Bel-20 zit momenteel mooi te dalen, begin januari schommelde ze rond de 3300 punten nu (10 maart, 17.00) staat ze op 2594.07 punten. Buiten dat het een sterke daling van 19% in twee maanden is heeft de Bel-20 haar laagste koers gehaald sinds januari 1998, 26 maanden geleden. Deze daling is uiteraard te wijten aan de aandelen die deel maken uit de Bel-20, maar het zwakste Bel-20 aandeel van januari tot nu is toch Fortis. Boosdoener Fortis had vaak te maken met de bijna dagelijkse dalingen van de Bel-20. Eigenlijk is het niet Fortis alleen, want Dexia draait momenteel ook niet erg goed. Deze twee Bel-20 aandelen uit de financiële sector zitten ook helemaal onderaan op het Europees niveau. Gelukkig zijn er ook een paar aandelen die goed werken in de BEL-20, zoals bijvoorbeeld Solvay, dit aandeel heeft voor de laatste drie maanden voor de Bel-20 puik werk geleverd. Jammer genoeg is één of twee aandelen op 20 niet echt voldoende, maar België heeft hoop. Een ander aandeel dat vlot loopt is dat van GIMV, deze holding heeft plannen om de Telenet over te kopen, enkel het voorstel om Telenet over te kopen deed het aandeel ruim 20% stijgen. Volgens de specialisten van het beurswezen zal de Bel-20 eind 2000 rond de 3500-3600 punten liggen. Maar dat valt nog te gebeuren want momenteel zit BSX niet echt op de rozen. Het is allemaal een vervolg op verleden jaar wanneer de beurs van Brussel ook aardig gezakt was. Brussel was vorig jaar volgens Morgan Stanley Capital International één van de slechtst presterende beurzen ter wereld. Momenteel volgt Brussel dezelfde sporen. De redenering van Morgan Stanley, op 12 januari 2000 in De Standaard verschenen, was beledigend, doch jammer genoeg bijna waar, voor ons land: "BRUSSEL- Dat Brussel in 1999 zowat de slechtst presterende beurs ter wereld was, wisten we al. Maar het doet des te meer pijn als je weet dat er de voorbije dertig jaar wereldwijd maar drie betere beursjaren waren." Deze redenering van Morgan Stanley Capital International klopt jammer genoeg bijna helemaal. Morgan Stanley is een bedrijf dat de financiële markten over de hele wereld opvolgt door een grote portefeuille aan uiteenlopende aandelen te hebben op meerdere beurzen. Zo kunnen ze volgens hun aandelen zien welke beurzen goed draaien en dewelke niet. Ze boekten in elk geval ongeveer 15% verlies op de Brusselse beurs in 1999. De bedoeling van dit soort bedrijven is uiteraard geld te winnen, als ze het niet doen delen ze eenvoudigweg mee dat de beurs in kwestie slecht is.
Zoals de Bel-20 doet de overige Termijnmarkt het ook niet zo goed. Er wordt een beetje van alles gezien, spectaculaire stijgingen maar ook even spectaculaire dalingen. Ja, de Bel-20 is zonder twijfel een goede barometer voor de beurs van Brussel. Als je er uiteraard de goede aandelen uit pikt is er geen enkel probleem, maar het overgrote deel kan momenteel niet met winst prijken. Buitenlanders die in Belgische aandelen investeren verkopen hun aandelen en gaan elders herinvesteren, dit is niet echt een goed teken voor onze beurs. Maar geen paniek, de beurs is een investeringsmiddel die meestal niet onmiddellijk zijn vruchten afwerpt, de beurs heeft vaak tijd nodig, er zijn wel altijd andere mensen of ondernemingen die klaar staan om te investeren.
De Contantmarkt gaat niet goed, maar ook niet slecht. Er zijn regelmatige stijgingen zoals er ook dalingen zijn. Een goede investeerder zou er normalerwijze niet te moeilijk geld uit kunnen halen.
Dit is ook het geval voor Easdaq, met het enige verschil dat op deze beurs de stijgingen een stuk indrukwekkender zijn, zoals bijvoorbeeld het aandeel van biotech-bedrijf Pharming. Deze laatste maakte een stijging van bijna 100% in 5 dagen en in 2 maanden tijd van 8 euro naar 30 euro gestegen. Maar verliezen zijn er natuurlijk ook. De Easdaq blijft toch een sterke beurs. De Easdaq-index heeft een stijgende lijn, in januari had ze 1444.17 punten tegenover 2.077.86 punten nu. Dit is een forse stijging van ongeveer 26% in twee maanden.
De beurs van Parijs zit in de lift met haar CAC-40. Haar index is van 5917.37 punten naar 6510.28 punten gestegen, met andere woorden een stijging van 10%. Deze beurs komt van laag en stijgt al bijna een jaar, mei verleden jaar stond ze rond de 4000 punten.
Frankfort mag zich met zijn DAX-30 ook tevreden stellen, van 6750.76 punten naar 7975.95, dit is toch een goede stijging van ongeveer 18%.
Amsterdam is zeer regelmatig. De AEX is dit jaar begonnen met 675.44 punten en staat nu op 676.61 punten.
Londen is zoals Amsterdam vrij constant met haar FTSE-100, van 6665.9 punten naar 6568.7 punten. Het enige verschil met de AEX is dat de FTSE terugkomt uit een diepe put van 6099.6 punten eind februari.
Tokio is gematigd. Daar leiden de technologische bedrijven de markt. Deze aandelen zijn voor Tokio bijna zekere waarden. De index van Tokio, de Nikkei, houdt een regelmatige stijgende koers. Wat eigenlijk goed is want de Japanse was verleden jaar niet zeer goed. De Nikkei stond begin 2000 op 19002.86 punten nu staat ze ongeveer op 19750.40 punten. Het is toch een stijging van 5%.
Wat de beurs van New York betreft zijn de afgelopen twee maanden ook niet denderend geweest. De Dow Jones, de New Yorkse index, moet het momenteel stellen op 9928.82 punten terwijl ze in het begin van het jaar rond de 11380 punten lag. Dit is een daling van ongeveer 10%.
Nasdaq, de Amerikaanse tegenhanger van Easdaq maakt ook mooie stijgingen mee. Van januari tot nu mag Nasdaq zich tevreden stellen met 25% winst, toch niet mis. Net het omgekeerde van de Dow Jones.
Het is duidelijk dat Brussel slecht ligt. De beurs van Brussel doet steeds het omgekeerde van de andere beurzen, dit is altijd zo geweest. Geen wonder dat niemand met Brussel wil samenwerken en dat investeerders een preferentie voor andere beurzen hebben. De Belgische beurs is vergelijkbaar met het Belgisch voetbal. Het peil van de Belgische competitie is laag gezakt. De Belgen kunnen op Europees niveau bijna niet meer mee, hetzelfde gebeurt met de Belgische aandelen, Dexia en Fortis, onze Europese aandelen mogen zich tevreden stellen met een, bij manier van spreken, laatste en voorlaatste plaats. Veel Belgische spelers zoals Nilis, Wilmots, Albert en dergelijke worden met plezier naar het buitenland getransfereerd. De Belgische aandelen willen ook uit Brussel weg. Sommigen zijn daarom door buitenlandse groepen opgekocht, denk aan Petrofina, Royale Belge, en anderen. De gelijkenis tussen de twee gaat nog verder. Belgische topclubs smeden plannen voor Benelux-competitie en competitie op Europees niveau, de Brusselse beurs wilt en samenwerkingsverband met zeven andere Europese beurzen bereiken. In elk geval, bij het één noch bij het ander staan de buitenlanders te springen om met België samen te werken. De reden voor dit alles is gekend en altijd dezelfde, de Belgische markt is te klein, er zijn te weinig kampioenen. Maar er moet niet gewanhoopt worden, de nieuwste trainerstechnieken zorgen ervoor dat er weer deftig voetspel op het veld komt. Nu maar afwachten tot wanneer verschillende Bel-20 bedrijven na een deftige brainwashing weer beginnen te scoren. Er wordt ook door verscheidene Europese banken gezegd dat de Belgische aandelenmarkt ondergewaardeerd is. Anderen geloven dan toch in België. 2000 wordt zogezegd een goed beursjaar, de beurs van Brussel gaat met volle moed naar betere prestaties.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.