Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Computeropdracht

Beoordeling 4.4
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 3e klas vmbo | 1528 woorden
  • 23 april 2004
  • 27 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.4
  • 27 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Opdracht 1: Wat zijn drie maatschappelijke behoeftes voor jou en waarom?
Er zijn natuurlijk heel veel maatschappelijke behoeften. Ik vind zelf een belangrijke maatschappelijke behoefte de behoefde die je het recht geeft op een huis. Elke mens heeft namelijk onderdak nodig hier in Nederland. Een tweede belangrijke maatschappelijke behoefte is de behoefte die er bij de mensen leeft voor schoon leidingwater, dit kan zijn voor zowel: drinkwater als kraanwater voor te douchen. De derde maatschappelijke behoefte die voor mij belangrijk is, dat is de behoefte aan veiligheid hier in Nederland. Ieder mens moet ongeacht zijn huiskleur, geloof of ras gewoon over straat kunnen lopen zonder na gekeken te worden.

Opdracht 2: Maak een bedrijfskolom van een zelf gekozen product. Laat dit zien door middel van een plaatje en tekst erbij.
Op de volgende pagina zit de bedrijfskolom van een blik sperziebonen. Omdat er bij een blik sperziebonen sprake is van de bedrijfskolom van zowel de bonen als het blik zijn het twee bedrijfskolommen die na 2 à 3 tussen stappen bij elkaar woorden gevoegd voor één eindproduct. Hier onder twee foto’s van een bord met sperziebonen en een afbeelding van een blik:


Opdracht 3: Maak een zelf bedachte som uit op je computer. De volgende woorden moeten erin voorkomen: omzet, inkoopwaarde, brutowinst, bedrijfskosten, nettowinst, verkoopprijs exclusief BTW, belasting toegevoegde waarde en consumentenprijs.

Een sportschoenen winkel verkoopt in week 36 elf paar zwart/grijze Nikes.
De inkoopprijs van deze schoenen is €59,60 per paar. De belasting die de winkel over de schoenen moet betalen is 19%.
De winkel maakt ook kosten qua personeel, licht, water e.d die kosten zijn €3125,= per maand.

Vragen:

1) Wat moet de consument voor één paar zwart/grijze Nikes betalen?
2) Wat is de inkoopwaarde van één paar zwart/grijze Nikes?
3) Wat is de omzet van week 36 van de sportschoenen winkel?
4) Wat is de brutowinst van week 36 van de sportschoenen winkel?
5) Wat is de nettowinst van week 36 van de sportschoenen winkel?

Antwoorden:

1) Consumentenprijs = Inkoopprijs + BTW
= 59,60 + 19%
= 59,60 + 11. 32
= €70,92


2) Inkoopwaarde = Het totale bedrag dat is betaald voor de verkochten producten.
= 11 x 59,60
= €655,60

3) Omzet = De verkoopopbrengst van een bepaalde periode.
= 11 x 70,92
= €780,12

4) Brutowinst = Omzet - Inkoopwaarde
= 780,12 – 655,60
= €124,52

5) Nettowinst = Bruto winst – Bedrijfskosten
= 124,52 – 3125
= - €3000,48

De nettowinst is onder nul omdat de brutowinst maar van één paar schoenen is en van één week. De bedrijfskosten zijn natuurlijk per maand. Dus het is niet helemaal een goede som maar je kan moeilijk van alle artikelen uit de winkel dit gaan uitrekenen. Als je dat wel zou doen dan zou je zien dat als het een goed lopend bedrijf een bedrag boven nul is.

Opdracht 1a: Kun je jezelf vinden in de Pamela-formule?
Ik kan mezelf wel vinden in deze formule. Dat komt doordat er duidelijk is aangegeven wat het doel van deze formule is. Als alle reclame makers is deze formule zouden gebruiken zou het allemaal wel beter gaan. De jeugd heeft namelijk een goed en duidelijk beeld nodig. Door deze formule ontstaat er al heel gauw een duidelijk beeld en doel bij een reclame denk ik.

Opdracht 1b: Zoek een advertentie voor jongeren.In hoeverre voldoet deze advertentie aan de Pamela-formule? Zullen jongeren zich aangesproken voelen door deze advertentie?
Omdat ik om internet geen goede advertentie kon vinden ben ik de tijdschriften in gedoken. Ik kwam uiteindelijk terecht bij de Fancy. Ik heb hem uitgeknipt en hieronder komt hij straks.
Maar eerst eens kijken of hij klopt:
P = Zit er een duidelijke en krachtige persoonlijkheid aan de advertentie?
- Nee dat valt opzich wel mee. Dat komt denk ik doordat hij nogal rommelig eruit ziet.
A = Vallen de informatie bronnen en merken op in het totale aanbod?
- Het totale aanbod is niet groot. Het is een mooi weergegeven advertentie maar er zit niet zo heel veel informatie in.
M = Is de boodschap van de advertentie meteen duidelijk: Is het wat voor me?
- Nee er ziet niet een hele duidelijk betekenis aan de advertentie. Dit komt omdat alle informatie verspreid staat en er niet zo heel veel verschillende groten qua lettertype zijn gebruikt.
E = Is het een advertentie die een bepaalde emotie bij je los maakt?
- Nee het is geen advertentie die iets bij je losmaakt bij het bekijken van de advertentie.
L = Staan er in informatiebronnen in de advertentie met veel afwisseling?
- Nee er is niet veel afwisseling, de enige informatie die erin staat komt van L’oréal er komen bijvoorbeeld geen meningen in voor bijvoorbeeld.
A = Stellen de informatiebronnen je in de gelegenheid actie te ondernemen?
- Nee niet echt dat komt omdat de advertentie te vaag is. Als er meer een soort slogan aanwezig was ben je al veel sneller geneigd om tot aankopen over te gaan. De informatie die op de advertentie staat spoort je niet echt aan tot handelen.

Ik denk zelf niet echt dat jongeren zich aangesproken zullen voelen door deze advertentie. Dit komt gewoon doordat de advertentie te veel en niet veelzeggende teksten bevat waardoor je niet stopt met bladeren en je dus in principe gewoon over de advertentie heen leest ook al is deze nog zo groot.

Opdracht 2: Ontwerp je eigen formule voor jongeren. Controleer je formule door middel van een door jou gekozen advertentie.
Mijn formule die ik voor jongeren heb bedacht is de volgende:
P = Praktisch
- Is de advertentie praktisch en handig om te lezen/bekijken?
O = Overdraagbaar
- Is de boodschap van de maker duidelijk overgedragen door de advertentie?
W= Warmte
- Geeft de advertentie warmte af waardoor je geïnteresseerd raakt en je hem gaat lezen?
E = Effectief
- Is de advertentie effectief voor de promoting van het product?
R = Rechtstreeks
- Komt de boodschap rechtstreeks in de advertentie naar voren toe of moet je zoeken naar de boodschap?

Ik heb dezelfde advertentie erbij gebruikt die ik ook bij opdracht één had gebruikt. Hij klopt wel. Alleen is die advertentie niet helemaal goed opgesteld. Maar door middel van de vragen van de formule toe te passen krijg je snel een beeld of de advertentie goed is op gesteld.

Opdracht 3: Op welke minstens zes manier proberen bedrijven of instellingen jongeren te bereiken met hun product?
Bedrijven en instellingen proberen de jongeren natuurlijk op zo veel mogelijk manier te bereiken met hun product. Enkele voorbeelden zijn:
· Door het plaatsen van advertenties in tijdschriften die jongeren veel lezen.
· Door reclamespotjes op televisie uit te zenden rond de tijd dat jongeren kijken.
· Door posters door de stad en bushokjes en in stations op te hangen van het product.
· Door op bekende radioradio’s te adverteren voor het product.
· Door op internet banners met reclame van het product te plaatsen.
· Door folders op drukke plaatsen in de stad uit te delen.

Opdracht 4: Op 16 jarige leeftijd gebruik je andere producten dan dat je 26 jaar bent. Wat betekend het voor elk product als een persoon 26 jaar is?
Voor het product maakt het natuurlijk niks uit. Maar de manier om een mens van 16 jaar aan te spreken is anders dan voor een 26 jarige. Voor een 16 jarige maak je reclame voor de drank Bacardi Breezer (zie plaatje hier naast!) Voor een 26 jarige maak je reclame voor één of andere soort luxe wijn of campagne (zie aan de linkerkant van deze pagina!) . De doelgroep is anders. Met reclame moet je, je afstellen op de doelgroep.

Opdracht 5: Wat vind je van reclame? Schrijf je mening in een vorm van een opstel en zet je mening kracht bij door middel van een aantal voorbeelden. De stelling is:
“In reclame wordt altijd overdreven”

Een reclamespotje over een nieuwe vloerreiniger van Glorix…
Een reclamespotje over een nieuwe soep van Maggi…
Nieuwe tampons met een extra zacht laagje…
Dit zijn allemaal voorbeelden van reclame. Maar wat komt er nu werkelijk terecht van de nieuwe vloerreiniger van Glorix. Doordat de meeste mensen die niet weten kopen ze dan maar de vloerreiniger om het te proberen. De vloeren die je in de reclame zit glimmen totaal geen vieze spetter is erop te bekennen. Maar denk nou na? In welk huis zie je dit nou? Deze reclame is echt niet realistisch. Mensen worden tot aankopen verleid zonder dat ze nou echt het nut van het product in zien. Doordat de reclame makers alleen maar de positieven dingen van het product laten zien, koop je het product veel sneller. De negatieve kanten worden niet getoond: Hoeveel kost het product? Is het product niet heel slecht voor het milieu? Hoelang doe je met het product? Deze informatie is net zo belangrijk als de positieve kanten.
Je komt overal reclame tegen: in de supermarkt, op straat, in discotheken, in de bus, in de trein gewoon overal. Reclame wordt gemaakt omdat de producenten hun producten willen verkopen. Daardoor gaan ze hun producten zo positief mogelijk promoten.
Dat promoten moet natuurlijk goed gebeuren en dus word het product of het effect er van vaak flink overdreven. Ik vind dat de consument er stil bij moet staan dat reclame niet 100% betrouwbaar is. En dat je gewoon op je eigen ervaring en mening moet af gaan.
Reclame is opzich wel leuk om naar te kijken. Alleen de hoeveelheid die je op één dag voor je kiezen krijgt is veel te veel. Er zou veel minder reclame moeten komen in de wereld… Helaas is dit niet mogelijk want programma’s “leven” van de reclame...

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.