Verbranding

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 744 woorden
  • 8 november 2011
  • 57 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 57 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Verbranding.

Inleiding.

In deze tekst kom je alles te weten over verbranding. Verbranding komt voor in scheikunde, maar ook in biologie. In de scheikundige vorm is het om van stoffen nieuwe stoffen te maken. Dit is bijvoorbeeld ijzeroxide en koolstofoxide. Met biologie gaat het om de organismes. Hier ga ik vertellen hoe je energie uit voedsel kan halen.
Vuur is een weergave van verbranding, ook wel een chemische reactie die je kan zien. Een chemische reactie is dus eigenlijk dat één of meer stoffen reageren met elkaar, en er zo een nieuwe stof gevormd wordt. Voor een verbranding zijn 3 dingen nodig: brandstof en zuurstof en de ontbrandingstemperatuur. Brandstof bestaat uit grote moleculen, deze bevatten veel energie. De energie van brandstoffen komt vrij als warmte, als de moleculen worden afgebroken met zuurstof. Je neemt dus een brandstof, daar voeg je zuurstof bij toe. Als je hier dan energie bij stopt heb je een verbrandingsreactie. Zuurstof is heel belangrijk, zonder zuurstof is het geen verbrandingsreactie. De meeste stoffen moeten aangestoken worden om een verbranding te krijgen. De stof die ontstaat bij een verbrandingsreactie noemen we oxide.
Een voorbeeld van verbranding:

Je hebt kaarsvet, als je dit opwarmt word het vloeibaar, maar als het afkoelt wordt het weer hard. Dit blijft dus steeds de zelfde stof. Eiwit daar in tegen stolt als je het opwarmt, en veranderd ook niet meer terug. Dit is een reactie product. Het is een andere stof, met andere eigenschappen.
Voorbeelden van verbranding:
zuurstof + brandstof  koolstofdioxide
druivensuiker + zuurstof  koolstofdioxide + water  energie
Benzine + zuurstof  energie.
Methaan + zuurstof  Koolstofdioxide + waterstof
Staalwol zuurstof= ijzeroxide
Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen. Deze moleculen zij weer opgebouwd uit atomen. Bij een chemische reactie, vallen de moleculen uit elkaar in brokstukken. En gaan combinaties aan met andere brokstukken. De atomen blijven het zelfde, ze verdwijnen niet en vallen ook niet uit elkaar. Wat atomen wel doen is hergroeperen. Dit houd in dat ze op een ander manier aan elkaar vast gaan zitten. Zo maken ze nieuwe moleculen.
Fossiele brandstoffen worden ook gebruikt bij verbrandingen. Fossiele brandstoffen zijn steenkool, aardolie en aardgas. Deze fossiele brandstoffen zijn miljoenen jaren geleden ontstaan, door afgestorven levende organismen. Deze liggen ver in de bodem, al jaren verstopt. Aardolie en aardgas zijn op de zelfde wijze ontstaan, maar dan uit plankton.

Wanneer er te weinig zuurstof is, om stoffen te verbranden spreken we van een onvolledige verbranding. Hierdoor ontstaan er diverse tussen producten en zuurstofarme restproducten. 2 voorbeelden zijn koolmonoxide en koolstof (roet). Bij een volledige verbranding is er genoeg zuurstof aanwezig, en gaat de verbrandingsreactie helemaal goed. Een voorbeeld:
Wanneer je een gasbrander aan zet, kun je zelf de zuurstof toevoer bepalen. Wanneer de verbranding niet volledige is, heb je een gele vlam. Een gele vlam bevat gloeiende roetdeeltjes, door glas boven deze vlam te houden zie je dat het zwart wordt. Dit komt door de roet die in de vlam zit. Als je een kleurloze vlam wilt, moet je de zuurstoftoevoer open draaien. Hierdoor wordt de vlam kleurloos, omdat het een volledige verbranding is.
Je kunt een verbranding ook stoppen, hier zijn drie manieren voor:
- De toevoer van zuurstof afsluiten.
- De tempratuur van de stof verlagen tot onder de ontbrandingstempratuur.
- Alle brandstof weghalen.

Verbranding in organismes.
Verbranding vind ook plaats in je lichaam, dit gaat altijd door.
Als je inademt neem je zuurstof op, als je uitademt geef je koolstofdioxide af. Ook raak je water en energie kwijt. Voor verbranding in je lichaam is natuurlijk ook een brandstof nodig. De verbranding vind plaats in al je cellen. Hier worden stoffen als glucose, koolhydraten en vetten verbrand en omgezet in energie. Zonder energie kun je niet leven, energie heb je nodig om je te bewegen. Dit is ook de reden dat je goed moet eten, wanneer je dit niet doet krijg je te weinig glucose, koolhydraten en vetten binnen. Dan kan je lichaam het niet meer omzetten naar energie.

Slot.
Een verbrandingsreactie is van één of meer stoffen een nieuwe stof maken. Z’n stof noem je oxide. Een verbranding kan nooit plaatsvinden zonder: zuurstof en brandstof. Zonder brandstof is het namelijk geen verbrandings reactie. Een bekende verbrandingsreactie is:
zuurstof + brandstof  koolstofdioxide
In je lichaam vind ook verbranding plaats. Maar het is niet zo dat je lichaam in vuur en vlam staat. De verbranding gebeurd in je cellen. De belangrijkst brandstof is glucose, dit wordt omgezet naar energie.


Bronnen.

http://www.bioplek.org/animaties%20onderbouw/fotosyntheseonderb/verbranding.html
http://player.omroep.nl/?aflID=12431796
http://www.hoewerktmijnlichaam.nl/antwoord/wat-is-verbranding

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.