Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Van de Vos Reynearde

Beoordeling 5.8
Foto van Iris
  • Opdracht door Iris
  • Klas onbekend | 1995 woorden
  • 29 maart 2016
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Van den vos Reynearde                                                                          Iris de Vries



                                                                                                                                                                       5Va



Opdrachten uit het boek



1B) 4. In de verzen komen de namen van koning Nobel en Isengrijn voor, zonder dat de dieren duidelijk worden voorgesteld of er uitgelegd wordt wie ze zijn.



5. Het kan worden opgemaakt uit vers 360. Daar staat dat Cantecleer de letters ‘begon te lezen’ en dácht dat er geschreven stond dat de koning aan zijn hele rijk de koningsvrede had opgelegd. Hieruit blijkt dat Cantecleer niet zeker is van zijn zaak, doordat hij eigenlijk nauwelijks kan lezen. Hij is te trots om dit ook daadwerkelijk toe te geven en doet dus alsof hij wel kan lezen.



3A) 14. Eerst sprak Bruun de koning tijdens het gehele gesprek aan op hoofse wijze met ‘u’. Bruun vergeet deze regel echter compleet als het over honing –waar hij geen genoeg van kan krijgen– gaat. Op dat moment overheerst zijn vraatzucht zijn hoofse gedrag, waardoor hij Reinaert (al dan niet per ongeluk) aanspreekt met ‘jij’.



15a. ‘Matigheid is onder alle omstandigheden goed’ betekent dat te veel van iets nooit goed is.



b. Bruun is juist heel hebberig en wil alle honing zelf opeten.





16. Dan komt niemand erachter dat Reinaert diegene was die Bruun heeft verwond. In dat geval is er geen sprake van bewijs en Reinaert kan dan niet als schuldige worden aangewezen.



5A) 28. De eerste daging werd gedaan door Bruun en de tweede door Tibeert. Reinaert is bereid er alles aan te doen om niet naar het hof van de koning te hoeven. Hierdoor worden ze beide slachtoffer van Reinaerts sluwe en gewelddadige streken. Bruun en Tibeert komen er uiteindelijk niet goed van af. Bij de derde en laatste daging lukt het Grimbeert wél om Reinaert mee te nemen naar de koning.



9A) 53. Het lijkt van wel, doordat er onder andere vrede werd gesloten over alle zaken. Dit blijkt echter slechts schijn: de situatie is juist een stuk ongunstiger dan aan het begin van de hofdag. Belijn wordt door Reinaert vogelvrij verklaard samen met zijn hele familie. Het verhaal heeft dus in werkelijkheid helemaal geen happy end.



63A) Zelf heb ik over het algemeen een negatief beeld van Reinaert. Hij is (naar de bekende uitspraak) letterlijk een ‘sluwe vos’. Reinaert heeft absoluut geen probleem met liegen en/of bedriegen om zijn eigen doelen te bereiken. Door zijn mooie praatjes speelt hij in op de gevoelens van de andere personages. Hij weet ze op een slimme wijze altijd weer in de val te lokken, zoals Reinaert ook Bruun in de maling nam en Bruun daardoor met zijn hoofd in een boom vast kwam te zitten.



Nog een voorbeeld is het moment dat Reinaert doet alsof hij dood is, om zo een roek te kunnen aanvallen. Bovendien gebruikt Reinaert listen om zichzelf vrij te laten spreken. Hij is onbetrouwbaar, denkt slechts aan zichzelf en heeft zelfs lak aan God.



C. 21) De dag begint heel normaal, waar ik mij net als iedere dinsdag weer op de stoeprand bevind om een paar munten bij elkaar te sprokkelen. Mijn werk als schoenpoetser ben ik inmiddels wel een beetje zat, maar het is de enige manier om mijn gezin te onderhouden. Plotseling klinkt er een akelig geschreeuw, dat door de gehele binnenstad lijkt te galmen. Ik schrik op en probeer te achterhalen wat er aan de hand is. Mijn blik valt op een stroom woeste dorpelingen die zich richting de rivieroever lijkt te bewegen. Uit nieuwsgierigheid loop ik erachter aan en baan ik mij een weg door de vele hoofden om mij heen. Daar waar de grote eik staat heeft zich inmiddels al een grote groep van handelaren, hoefsmeden en andere dorpelingen gevormd. Ze dragen allerlei wapens bij zich, van bijlen tot scherp afgeslepen stokken. Dan pas zie ik het: een zwaar toegetakelde beer probeert met zijn laatste krachten zijn klauwen uit te slaan naar de menigte om hem heen. Ik zie hoe iemand hem met veel bruutheid een klap geeft in zijn nek. Zwaar versuft valt hij opzij tussen het struikgewas en de rivier, waardoor een groep oude vrouwen –onder wie de vrouw van de pastoor– in het water belandt. Iedereen schiet haar onmiddellijk te hulp, waardoor ze de bloedende beer compleet uit het oog verliezen. In een oogwenk is hij in het water verdwenen. Dat was de eerste en laatste keer dat ik ooit zo’n opvallende verschijning in mijn dorp zag.



Opdrachten Lezen voor de lijst



Niveau 4



2) 1. Bruun is een van de karakters in het boek die de adel vertegenwoordigt. Hij is een van de hoogste baronnen van koning Nobel en beschikt daardoor over veel macht. Zijn personage verwijst naar de domme en vraatzuchtige edelen.



Nobel, oftewel de koning van het dierenrijk, vertegenwoordigt ook de adel. In het boek wordt hij afgeschilderd als zwak, hebzuchtig en karakterloos. Hij laat zich erg makkelijk ompraten en beïnvloeden door Reinaert.



2. De ram Belijn is de hofkapelaan van de koning en staat voor de geestelijkheid. Hij wordt door Willem neergezet als naïef en onnozel. Hij wordt uiteindelijk ook aangewezen als de schuldige van de dood van Cuwaert.



3. Ja, de adel wordt vooral weergegeven als hebzuchtig, vraatzuchtig en lichtgelovig. De geestelijke stand wordt afgeschilderd als dom. Naast Belijn is de pastoor ook een geestelijke die door Willem wordt bespot. De pastoor is bijvoorbeeld tegen de officiële kerkelijke regel van het celibaat in getrouwd. Ook wordt er een aantal keer benadrukt dat hij naakt zijn bed uit komt, wat voor een geestelijke opmerkelijk is. Ik krijg het idee dat de geestelijken in het verhaal nog negatiever worden afgeschilderd dan de edelen.



4. Aleid van Holland was gravin van Henegouwen. Ze was een dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Ze had tot 1277 veel invloed in het graafschap van Holland en behoorde dus tot de adel.



5. Als ze zoals hier wordt beweerd bereid is om een boek als dit – waarin veel kritiek op de maatschappij aan te pas komt– te financieren, wil dit zeggen dat zij het waarschijnlijk eens was met Willems ideeën. In de middeleeuwen waren zulke kritische ideeën, vooral van iemand van adel, ongebruikelijk en werden zeker niet gewaardeerd. Ik denk dat ze haar kritiek niet uit wilde spreken, maar door middel van het financieren (een indirecte manier) toch het volk laten weten hoe ze dacht over de wereld.



6. Ja, door Willems verwerking van zijn maatschappijkritiek in het verhaal wilde hij het volk bewust maken van de deugnieten in de standenmaatschappij. Hij vond dat mensen verstandiger en wijzer moesten zijn, vooral als ze hoog in aanzien waren. Daar verwijst hij naar de eerste klassieke deugd. Ook is matigheid een belangrijke boodschap achter het verhaal: ‘Matigheid is onder alle omstandigheden goed’ is een spreekwoord dat er in voorkomt. Ook wordt er verwezen naar rechtvaardigheid, wat overduidelijk géén eigenschap is van Reinaert, omdat hij de boel belazerd. De deugd moed komt er ook in voor, al dan niet op een negatieve manier. Reinaert heeft veel moed nodig om zulke sluwe plannen uit te voeren.



Niveau 5



1)




Toen sprak hij spottend: ’Stil maar, lieve Julocke, hou op met dit gejammer en laat je boosheid varen. Wat dan nog? Ook al heeft je man een van zijn klepels verloren, des te minder zal hij zich hoeven inspannen! Hou op met je geklaag; als de pastoor beter wordt, is het geen schande dat hij maar met één klok luidt.’ –versregel 1288 tot 1298




Passage 1: Deze reactie van Reinaert op de gebeurtenis vind ik zelf erg grappig. Hij maakt van de ernstige situatie één grote grap en ziet het ‘positieve’ ervan in.




Reinaert sprak: ‘Wat zegt u nu? Belijn, God zij u genadig!’ –versregel 3230




Passage 2: Het is in dit geval niet per se de gebeurtenis wat ik humoristisch vind, maar het feit dat de dieren elkaar, zelfs in een zware discussie, op hoofse manier blijven aanspreken met ‘u’.




‘Vrouwe Vuulmaerte takelde hem met een stok zo toe dat hij moest pissen. Abelquac en mevrouw Bave knielden beide voor Bruun en vochten om een van z’n ballen.’ –versregel 788 tot 793




Passage 3: Op dit moment wordt Bruun vreselijk en genadeloos toegetakeld door de andere dieren. De situatie die hier zó gedetailleerd wordt beschreven dat het alleen al ‘vies’ klinkt als je de zinnen leest, heeft hierdoor toch iets grappigs.




‘Zodra Cuwaert dat zag, riep hij: ‘Belijn, edele held, kom hier en help mij mijn tante bij te brengen! Ze is flauwgevallen.’ Dat riep hij keihard. Toen sprak Belijn: ‘O, was dat alles?’ –versregel 3235 tot 3240




Passage 4: Hier vind ik de reactie van Belijn erg grappig, alsof flauwvallen helemaal niets is.




Zwaar versuft door de klap sprong Bruun opzij en belandde tussen het struikgewas en de rivier in een groep oude vrouwen en stootte er vijf in getal in de zeer brede en diepe rivier die daar stroomde. De vrouw van de pastoor was een van hen; en daar was de pastoor niet blij mee! –versregel 818 tot 826




Passage 5: In eerste instantie moest ik erg lachen om deze passage omdat ik de hele situatie voor me zag. Ik had hier echt medelijden met Bruun, omdat iedereen hem hierna voor dood liet liggen. Ook is het natuurlijk ironisch dat de pastoor, als geestelijke, een vrouw heeft.



2) 1. Stijlkenmerk: Hier wordt gebruik gemaakt van eufemisme. ‘Zijn klepels’ en ‘met één klok luiden’ zijn een soort eufemismen voor het geslachtsdeel van de pastoor.



2. Stijlkenmerk: Hiervoor is naar mijn mening niet één bepaald stijlfiguur te vinden. Het kenmerk is wel dat er in elke conversatie gebruikt wordt gemaakt van hoofse taal.



3. Stijlkenmerk: Ook hier herken ik geen duidelijke stijlfiguur in. Wel probeert de auteur de situatie zo gedetailleerd mogelijk weer te geven.



4. Stijlkenmerk: In deze situatie wordt er als het ware afbreuk gedaan aan het feit dat de tante flauwvalt.



5. Stijlkenmerk: In deze versregels is er geen sprake van een stijlkenmerk, wel wordt er door middel van een uitroepteken nog een keer benadrukt dat de pastoor hier absoluut niet blij mee is.



3) Het valt mij op dat de auteur júist in ernstige situaties er humor in probeert te verwerken. De functie hiervan is dat gebeurtenissen als vechtpartijen of vreselijke aftakelingen een luchtige, humoristische twist krijgen. In deze vijf passages is dit stuk voor stuk ook het geval.








REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.