Exegese

Beoordeling 4
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 3e klas vwo | 2288 woorden
  • 20 november 2003
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 4
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
De rijke jongeling
En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot hem: Goede Meester, wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Eén, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.
Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?
Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
Als nu de jongeling dit woorde hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koningkrijk de hemelen zal ingaan.
En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke ingaat in het Koningkrijk Gods.
Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?
En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd; wat zal ons dan geworden?
En Jezus zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat gij die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.

En zo wie zal verlaten hebben huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beërven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.

Wie goed doet, zal goed krijgen

Eerste indruk
Als je de tekst voor het eerst leest ben je er dus nog niet zo bekend mee en komen er een hoop vragen in je op. Toen ik mijn stukje voor het eerst las kwamen o.a. deze vragen in mijn op:
Waarom noemt de schrijver Jezus “Hem” in plaats van gewoon Jezus? Het is toch juist niet goed om je gezin enz. in de steek te laten, ook niet als het is om God te dienen? Waarom hebben ze het toch steeds over de mensenzoon? Jezus wou toch helemaal geen koning worden?
Ook opmerkingen zoals deze kwamen gelijk in me op:
De jongeling moet zijn geld aan de armen geven, maar dan worden zij rijk dus dat schiet dan toch niet op. Het is toch lullig dat iemand die veel geld heeft verdiend niet in de hemel kan komen.
Aan de ene kant vind ik het maar een raar verhaal maar aan de andere kant toch ook weer logisch. Dat is misschien ook wel de reden dat ik dit verhaal gekozen heb.

Deze zinswendingen en woorden heb ik op moeten zoeken voordat ik het verhaal goed begreep. ‘Wat noemt gij mij goed?’ betekent: vraag je mij wat goed is? en ‘en kom herwaarts’ betekent: en kom terug. ‘Voorwaar’ betekent luister goed en ‘beërven’ betekent krijgen. ‘Het is lichter’ betekent het is makkelijker en ‘wat zal ons geworden’ betekent wat zullen wij krijgen en ‘oordelende de twaalf geslachten Israels’ betekend de twaalf stammen van Israel besturen.

Matteüs
Matteüs is het eerste boek van het nieuwe testament. Matteüs was van beroep tolbeamte. Hij stond niet in hoog aanzien als jood maar toch vindt hij zijn jood-zijn belangrijk. Hij citeerd vaak de tenach “ waar het immers allemaal al in stond”.
Hij schreef waarschijnlijk in de tijd dat de verhouding tussen joden en christenen verhardde, wellicht na de verwoesting van de tempel (70 n C) toen de niet-joodse christenen afstand namen van het jodendom. Matteüs richt zich op de joden en de joodse en niet-joodse christenen. Voor de joden schetst hij Jezus als de Messias die de bijbelse profeten aankondig- den, voor joodse en niet-joodse christenen geeft hij aan dat Gods wet en belofte uigebreid is tot alle volkeren. Het feit dat Jezus de Messias is, is voor Matteüs erg belangrijk.

Er zijn een aantal kenmerken die het evangelie van Matteüs anders maakt dan de andere evangeliën. Matteüs is bijvoorbeeld de enige die vertelt over het bezoek van de drie wijzen, een voorval dat voor alle mensen van belang is. Hij wijst ook stelselmatig op de voorzeggingen van gebeurtenissen in Jezus’ leven en prediking. Matteüs’ verslag van de dood van Jezus en opstanding volgt de lijn van Marcus, maar voegt een reeks wonderbaarlijke verschijningen toe om de unieke aard van de opstanding te onderstrepen.

Matteüs bevat de grootste verzameling van Jezus’ uitspraken. Jezus is de groote leraar die het nieuwe Israël instrueert. De Bergrede geeft de kern van zijn leer, toegespitst op het ‘Koningkrijk Gods’ of ‘Koningkrijk der hemelen’. Matteüs benadrukt ook dat Jezus van zijn discipelen radicale gehoorzaam- heid aan zijn leer eist, dit zie ook in mijn stukje namelijk als Petrus aan Jezus vraagt wat de discipelen terug krijgen omdat ze alles opgegeven hebben.

Referenties
Het evangelie wordt natuurlijk op een bepaalde manier ingedeeld, maar het wordt niet altijd naar inhoud ingedeeld zodat de dingen die met elkaar te maken hebben dicht bij elkaar staan. Ik zou het evangelie van Matteüs op deze manier indelen:
I. Hoofdstukken 1-4: Jezus’ geboorte, doop en verzoekingen
II. Hoofdstukken 5-7: Eerste verhandeling: de Bergrede
III. Hoofdstukken 8-9: Tien wonderen
IV. Hoofdstuk 10: Tweede verhandeling: uitzending van de 12 discipelen
V. Hoofdstukken 11-12: Vragen en controversen
VI. Hoofdstuk 13: Derde verhandeling: gelijkenissen over het Koningkrijk Gods
VII. Hoofdstukken 14-17: Wonderen en verkondiging
VIII. Hoofdstuk 18: Vierde verhandeling: kerkdiscipline
IX. Hoofdstukken 19-20: Onderweg naar Jeruzalem
X. Hoofdstukken 21-22: Jezus in de tempel
XI. Hoofdstukken 23-25: Vijfde verhandeling: eschatologische waarschuwingen
XII. Hoofdstukken 26-28: Jezus verraden, vastgenomen, berecht en gekruisigd, opstanding en zendigsopdracht

Voor mijn verhaal gaat het vooral om het vergeven van zondes en hoe je goed doet. Dan komt het stukje dat ik gekozen heb, dat gaat over het opgeven van je bezittingen om Jezus te volgen. En daarna gaat het vooral over dat Jezus naar Jeruzalem gaat en wie er dan mee gaan.
Het verhaal gelijk voor mijn stukje (Jezus zegent de kinderen) gaat over Jezus die de kinderen vrij laat en hun zelf laat kiezen of ze tot hem willen komen. Het verband tussen dit verhaal en het verhaal ‘de rijke jongeling’ is volgens mij dat de jonge mensen Jezus kunnen en niet moeten volgen.
Het verhaal dat gelijk aansluit aan ‘de rijke jongeling’ is ‘de gelijkenis van de arbeiders in den wijngaard’. Dat is het begin van een nieuw hoofdstuk en volgens mij heeft het niet erg veel met mijn stukje te maken, want het heeft vooral te maken met het gelijk behandelen van de mensen en is nou niet echt het thema van ‘de rijke jongeling’. Daarin moet de rijke jongeman natuurlijk wel hetzelfde doen als de discipelen om ook het zelfde terug te krijgen, maar toch heeft het volgens mij niet erg veel met elkaar te maken.

In het evangelie van Marcus (Marcus 10:17-31) staat een paralleltekst van de rijke jongeling uit het evangelie van Matteüs. Een verschil is: Marcus schrijft meer overdreven; Matteüs schrijft ‘En zie , iemand kwam tot Hem en zeide: Meester wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ terwijl Marcus dit schrijft:’ En toen Hij op weg ging, liep iemand op Hem toe, viel op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te bëerven?
Ook in het evangelie van Lucas (Lucas 18:18-30) staat een paralleltekst. In Lucas zegt Jezus tegen de rijke jongeling hoe moeilijk het is om voor een rijke het Koningkrijk Gods in te gaan, terwijl Jezus het in Matteüs tegen zijn discipelen zegt.
Ik kan deze verschillen niet verklaren met mijn kennis en informatie over de bijbelauteur.

Het verhaal
Je kan een tekst op veel manieren brengen, je kan gewoon het verhaal zonder kopjes opschrijven, maar je kan ook een alinea-indeling met titel gebruiken of een camara-shot indeling. Om ‘mijn’ verhaal op een goede manier over te laten komen gebruik ik de camara-shot indeling.

Jezus en de jongeling
En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot hem: Goede Meester, wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Eén, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.
Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?
Jezus
Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
Jongeling (inzoomen)
Als nu de jongeling dit woorde hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
Jezus en Zijn disipelen
En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koningkrijk de hemelen zal ingaan.
En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke ingaat in het Koningkrijk Gods.
Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?
Jezus
En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
Petrus (inzoomen)
Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd; wat zal ons dan geworden?
Jezus
En Jezus zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat gij die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.
En zo wie zal verlaten hebben huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beërven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.

Ik denk niet dat de mensen uit onze tijd deze tekst letterlijk moeten nemen, maar het genre toch onderwijzend is, omdat er een onderwijzende kern in zit.
In het verhaal zitten een paar woorden waar een diepere betekenis in zit:
Geboden: de tien geboden zijn een reeks apodictisch geformuleerde regels, vastgelegd in het Oude Testament. Het Oude Testament spreekt van de ‘tien woorden’, die door God zelf geschreven zijn op twee stenen tafelen.
Hemel: de woonplaats van het Hoogste Wezen, vaak ook gedacht als verblijf van de doden, die daar een ‘hemelse’ zaligheid genieten. Het Nieuwe Testament spreekt over de hemel als de machtssfeer van God, een wereld waar de engelen wonen en de duivel wordt overwonnen en waar de gestorven gelovigen voor eeuwig met Christus verenigd zijn; soms wordt met het woord hemel God zelf aangeduid.
Discipel: leerling, volgeling of aanhanger van Jezus. Jezus had een min of meer samenhangende groep leerlingen om zich heen.
Wedergeboorte: een uitdrukking voor de algehele vernieuwing van de mens door de Heilige Geest. In het Nieuwe Testament komt het woord slechts op twee plaatsen voor: in Mattheus en in Titus.
Het is zeker handig om de diepere betekenis van deze woorden te weten, want als je dat niet weet is het een heel erg moeilijk stukje om te begrijpen.

Conclusie
Tijdens het maken van deze exegese heb ik een heleboel geleerd over de bijbel en de verhalen. Ik had altijd al wel de gedachte dat er achter een bijbelverhaal een diepere betekenis zit, maar ik had nooit gedacht dat je zoveel uit zo’n klein stukje tekst kan halen.
De meeste vragen die ik in het begin heb gesteld kan ik nog steeds niet beantwoorden, maar ik weet wel dat God de titel mensenzoon aan Daniël gaf toen deze visioenen kreeg over het einde van de wereld. Als Jezus zichzelf ook zo noemt geeft hij aan dat het wereldeinde eraan komt.
Volgens mij is de boodschap van dit verhaal heel logisch. Als je goed doet, krijg je goed terug. Als je God dient (als je goed voor hem bent), zal hij goed voor jou zijn.
Ik vond het best leerzaam voor mij om met dit verhaal bezig te zijn, want ik ken de bijbel niet zo goed. Niet dat ik nu ineens een bijbelexpert ben, maar ik heb zeker wat geleerd. De boodschap van dit verhaal is voor mij nogal logisch, ik heb het zo altijd al gezien.
Ik denk dat de meeste gelovige mensen dit verhaal niet helemaal letterlijk nemen want ik denk niet dat ze al hun bezittingen afgeven of hun gezinnen in de steek gaan laten door dit verhaal. Het zou eigenlijk best kunnen dat dit verhaal de mensen aanspoort om in een klooster te gaan of iets dergelijks. Van mij hoeven ze niet zo ver te gaan met het geloven. Ik vind dat iedereen op z’n eigen manier moet geloven.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.