Nederland in de dertiger jaren:

Sinds 1925 was de Amerikaanse economie enorm opgeleefd. De koersen van aandelen stegen voortdurend. Maar in 1929 kwam de ontwikkeling in de economie tot stilstand. De productie liep terug. De koersen van de aandelen begonnen te dalen. Op donderdag 24 oktober 1929 was er een enorm aanbod van aandelen op de New Yorkse beurs. Iedereen wilde zijn aandelen kwijt om zo zijn verlies zoveel mogelijk te beperken. Een enorme koersval was het gevolg.

Deze dag wordt ook wel ‘ Black Thursday’ (‘Zwarte donderdag’) genoemd. Dit was het begin van een langdurige economische crisis over de hele wereld.



In 1930 begon Nederland de gevolgen van de internationale crisis te voelen. Allerlei landen gingen hun eigen producten beschermen door hun invoerrechten te verhogen. De voor Nederland zo belangrijke uitvoer liep langzaam terug. Talloze bedrijven moesten inkrimpen of sluiten. Er ontstond een enorme werkloosheid.

De Nederlandse bedrijven konden niet meer concurreren en moesten daarom ook steeds meer mensen gaan ontslaan. Philips bijvoorbeeld had in 1929 nog 23.000 werknemers en in 1933 nog maar 9000.

De cijfers voor heel Nederland zagen er zo uit:

Zomer 1929 18.000 werklozen

dec. 1930 136.000 werklozen

dec. 1931 246.000 werklozen

dec. 1932 350.000 werklozen

jan. 1936 475.000 werklozen.

Dit zijn de officiële cijfers.



Het Nederlandse leger.




In 1930 zei de leider van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (S.D.A.P.) Albarda in de tweede kamer dat zijn partij gewapende landsverdediging als gewapende zelfmoord beschouwde. In 1931 kreeg een door de Nederlandse Dagbladpers georganiseerde actie voor de afschaffing van geweld als politiek machtsmiddel bijna tweeëneenhalf miljoen handtekeningen. Er waren in die tijd in Nederland heel veel mensen die een speldje droegen in de vorm van een gebroken geweertje



De Duitse inval t/m 15 mei



10 mei 1940: om 3.10u zijn Duitse troepen bij Nieuweschans en Waubach de Nederlandse oostgrens overgetrokken. 4.05u hebben Duitse vliegtuigen vliegvelden in het westen gebombardeerd.



Luchtlandingstroepen zijn neergelaten op de vliegvelden: Valkenburg, Ypenburg en Ockenburg. Bij Den Haag, in het gebied van de Waalhaven in Rotterdam en bij de Moerdijkbruggen. Met deze tactiek hebben de Duitsers de Vestiging Holland in het hart aangevallen. In Den Haag is hun aanval bedoeld om de regering en de koninklijke familie gevangen te nemen, maar die aanval is uiteindelijk mislukt. In Rotterdam hebben de Duitsers met fel verzet van de mariniers de Maasbruggen in handen gekregen. Ze hebben ook de bruggen bij Dordrecht.



11 mei 1940: Nadat de Duitsers bij Mill door de linies van de Peel- Raamstelling waren gebroken, veroveren de Duitse troepen een stuk terrein in Noord-Brabant. Het leger dat daar was viel door de chaos uiteen.

In de Rotterdamse haven werd het schip Statendam in de brand geschoten, het schip woog 30 000 ton.



12 mei 1940: Het prinselijk paar is op 12 mei ’s avonds met de Britse jager Codrington naar Engeland gevlogen. Hun dochters Beatrix en Irene gingen ook mee.



13 mei 1940: Vanuit Hoek van Holland is koningin Wilhelmina gevlogen naar Harwich. In Den Haag besloten de ministers dat ze ook naar Engeland gingen.

De regering wordt dan bestuurd door de opperbevelhebber Winkelman en de secretarissen-generaal van hun provincie.

De Duitsers breken door de Grebbeberglinie waarin de resten van het Nederlandse leger zich terugtrekken achter de Hollands Waterlinie.



Grebbelinie: De Grebbelinie is het belangrijkste verdedigingswerken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, in de Gelderlandse Vallei. Het oudste deel stamt ui 1627. De volledige aanleg vond plaats in 1745-1755, in later tijden gevolgd door verbeteringen.



14 mei 1940: Om half 2 ’s middags bombardeerde de Duitsers het centrum van Rotterdam. Binnen 10 minuten ligt het hart van Rotterdam in een vlammenzee. Zelfs uit de Zaanstreken komen brandweerploegen naar de Maasstad om te helpen met blussen. Er werden 24000 huizen, 2500 winkels en 1200 fabrieken en fabriekjes verwoest door het vuur. Er kwamen ongeveer 900 burgers om. De Duitsers dreigde ook Utrecht te bombarderen, maar dat hebben ze uiteindelijk niet gedaan. Verder werd er bijna nergens meer gevochten alleen nog in Zeeland. Het hart van Middelburg werd zwaar beschadigd door een bombardement met brisantgranaten.



Bombardement van Rotterdam


Om ongeveer vier uur in de morgen van 10 mei 1940 werd het vliegveld Waalhaven bij Rotterdam door twee Duitse bommenwerpers aangevallen. De Duitsers gingen met bommen gooien en met machine geweren schoten ze de gebouwen kapot. Op het vliegveld stonden 11 Fokker G-l gevechtsvliegtuigen met warmgedraaide motoren klaar. Door bomscherven werden drie vliegtuigen zwaar beschadigd, zoadat ze niet meer konden vliegen. Acht gingen wel de lucht in en wisten beide Duitse bommenwerpers neer te halen. In het totaal schoten de 8 G-ls 13 Duitse vliegtuigen neer. Een van de G-ls werd ook geraakt en stortte neer. De andere kwamen op verschillende plaatsen ergens anders in Nederland aan de grond. Ook de luchtdoelmitrailleurs op en bij het vliegveld deden natuurlijk iets. De Nederlanders schoten verschillende Duitse vliegtuigen in brand. Kort na het bombardement stonden bijna alle gebouwen op het vliegveld in lichte laaie. Om 05.15 uur was er een nieuw bombardement op het vliegveld. Op dat ogenblik sprongen ook de eerste Duitse parachutisten. Een aantal kwam in de Waalhaven terecht. Een anderen groep landde midden in de brandende gebouwen. Andere kwamen bij het vliegveld Waalhaven terecht. Het gevecht tussen de Nederlandse troepen en de Duitse parachutisten was nog maar net begonnen, toen de eerste Duitse vrachtvliegtuigen op het vliegveld begonnen te landen. Een aantal Nederlandse militaire die van de Waalhaven weggestuurd waren trokken in de richting van Rotterdam terug. De vliegveldcommandant gaf zich aan het Duitse leger over. Van de 1000 verdedigers van het vliegveld waren er 51 gesneuveld of ernstig gewond, 400 waren krijgsgevangenen gemaakt en de rest was uitgeweken. Het hart van Rotterdam was toen ook al een zooitje. Met watervliegtuigen waren Duitse mensen naar Rotterdam gebracht. Watervliegtuigen landden op de Nieuwe Maas bij het Noorder Eiland. Met rubberbootjes roeide de Duitse soldaten naar de wal. Ze kregen de Wilemsbrug tussen het Noorder Eiland en de rechter Maasoever onbeschadigd in handen. Ook bij het Maasstation waren Duitsers op die manier aan wal gezet. Ze rukte op naar de Boompjes, waar de grote bruggen over de Nieuwe Maas lagen. Intussen waren de Duitse troepen verstrekt met parachutisten die boven de wijk Feyenoord waren neergelaten. In de middag van 10 mei 1940 hadden de Duitsers Rotterdam-Zuid stevig in handen. De Nederlandse troepen die in Rotterdam met 7000 man waren, waren niet gewaarschuwd voor de Duitse aanval.

Ze werden door de aanval verrast. Om ongeveer 07.00 uur ontstond aan de Boompjes, tegenover de Maasbruggen, een hevig vuurgevecht tussen Nederlandse en Duitse troepen.

Van de opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, Generaal Winkelman, was intussen de opdracht gekomen om ten koste van alles

de Duitsers bij de Willemsbrug tegen te houden. Van Duitse zijde was een eis tot overgave gekomen. Kolonel Scharroo wees deze eis af. Men wist die avond in Rotterdam niets af van een Duitse order die als volgt luidde: 'Verzet in Rotterdam moet met alle middelen worden gebroken, desnoods moet met vernietiging van de stad worden gedreigd en moet dat dreigement worden

uitgevoerd.'Op 14 mei 1940 schreef Generaal Schmidt, de Duitse commandant van de gelande troepen bij Rotterdam, Moerdijk en Dordrecht, die zijn hoofdkwartier in Rijsoord had, een ultimatum. Hij richtte dat zowel aan de militaire

Commandant van Rotterdam als aan het gemeentebestuur. Met een witte vlag brachten drie Duitse militairen het ultimatum over de Willemsbrug.

Als Rotterdam zich niet overgaf, zouden de Duitsers op twee punten de Nieuwe Maas oversteken.

Om één uur 's middags zou een artilleriebeschieting op Rotterdam beginnen, twintig minuten later gevolgd door een bombardement vanuit de lucht. De Duitsers werden naar het hoofdkwartier van Kolonel Scharroo gebracht. Om 10.30 werd het Duitse ultimatum aan Kolonel Scharroo en burgemeester Oud overhandigt. De Duitsers gaven hun twee uur bedenktijd. Maar Kolonel Scharroo zag geen enkele aanleiding om de stad aan de Duitsers te geven. Na een telefoongesprek met Generaal Winkelman besloot de kolonel, niet te capituleren.

Op 14 mei 1940 was het in Rotterdam echt een zooitje er was luchtalarm gegeven. Er ontstond paniek. Veel mensen vluchtten een schuilkelder in of gingen plat op de straat liggen. Weer andere mensen gingen tegen de gevels van grote gebouwen aan staan. De straten van Rotterdam raakten snel leeg. Rotterdam leek uitgestorven. Er klonken wel in de binnenstad doffe dreunen van de inslaande bommen. Veel bommen vielen in de dichtbewoonde wijken, heel veel huizen stortten in. Het bombardement duurde nog geen kwartier. De aangerichte schade was heel erg groot. Ook gebouwen aan de Coolsingel werden gebombardeerd. Op de binnenplaats van het stadhuis ontplofte een bom. Alle telefoon verbindingen waren uitgevallen. De druk op de waterleiding was verdwenen. Er stond op die dag heel erg veel wind, en er was heel erg veel vuur de vlammen breidden dus heel erg snel uit. Voor de brandweer (die zonder telefoonlijn zat) was er geen beginnen aan. Kort na het bombardement stond de Coolsingel aan drie kanten in brand. Van angst vluchtte de mensen alle kanten op, soms dwars door een gordijn met vlammen. Veel mensen waren zwaar gewond of misschien zelfs wel dood. De hulpverlening kwam snel op gang. Vooral het zoeken naar gemiste Familie leden was nodig. In de avond draaide de wind. Daardoor bleef een deel van Kralingen gespaard. Maar toen kwam het vuur bij de bebouwing van de oude binnenhavens. Uit alle omliggende gemeenten tot Amsterdam toe, waren brandweerkorpsen gekomen. Het bluswater moest uit de havens, kanalen en singels komen. De Westersingel en de Diergaardesingel waren bij het blussen helemaal leeggepompt. Na twee dagen had de brandweer, geholpen door meer dan duizend vrijwilligers, de brand een beetje onder controle. In sommige pakhuizen smeulde het vuur in de voorraden nog tien weken. Het duurde tot omstreeks 15 augustus 1940 voordat alle blussingswerkzaamheden achter de rug waren. Rotterdam had door de bombardementen ongeveer 800 inwoners verloren. Als gevolg van de brand waren ruim 24.000 huizen verloren gegaan en ongeveer 80.000 Rotterdammers waren dakloos geworden. Er waren meer dan 2500 winkels verbrand en ongeveer 1200 fabrieken en werkplaatsen en 500 cafés, 70 scholen, 21 kerken, 20 grote bankgebouwen, 12 bioscopen en 2 schouwburgen.



Hongerwinter


Een normaal mens heeft per dag voedsel nodig met een voedingswaarde van 2200 2400 calorieën. Begin oktober 1944 was de voedingswaarde 1400 calorieën. In december zakte het tot onder de 1000 calorieën. Vooral in de grote steden van het westen van Nederland werd de toestand met de dag slechter. Duizenden mensen ondernamen hongertochten naar het platteland. Ze trokken tot diep onder de kop van Noord-Holland, naar de Wieringermeer, de Veluwe, de Achterhoek en Friesland. De Rotterdammers trokken naar de Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland. Zelfs mensen die heel erg ziek waren gingen mee met die hongertochten. Alle mensen hadden het heel erg koud ze hadden kapotte schoenen geen sokken aan en heel veel mensen hadden ook geen jas aan. In de grote steden konden de mensen waterige soep halen. Suikerbieten en bloembollen aten de mensen om hun buiken mee te vullen. Door de afgenomen weerstand van de mensen breken besmettelijke ziektes zoals roodvonk, difterie en tyfus uit. Veel kinderen hebben zweren. In januari 1945 is de calorie waarde gezakt naar 500. De voedingsmiddelen die te koop zijn kosten heel erg veel geld. In Rotterdam kost een brood op de Zwarte markt f 50,- een kilo vlees f 70,- een kilo suiker f 120,- een kilo vet f 240,- een kilo aardappelen f 700,- en een eitje kostte f 7,50. Het is de hele maand januari 1945 heel erg koud. Het vriest en het sneeuwt. Er is bijna geen zon. In Amsterdam overleden in januari 1945 ongeveer 500 mensen per week van de honger. De begrafenisondernemers hebben niet genoeg hout voor alle doodskisten die nodig zijn. De lijken werden opgebaard in de Zuiderkerk. Eind januari 1945 komt in Delfzijl het eerste Zweedse schip van het Rode Kruis met voedsel aan. De regering van Londen had in oktober 1944 een beroep gedaan aan Zwitserland om voedsel naar Nederland te sturen. Het duurde tot eind februari voor de voedseldistributie onder de hongerlijdende Nederlanders is begonnen.



Slag om Arnhem:


Op 17 september begon Operatie Market Garden en dus ook de Slag om Arnhem. In deze grootste luchtlandingsoperatie in de geschiedenis worden meer dan 35000 parachutisten gedropt, waaronder ongeveer 10000 bij Arnhem. Omdat de totale divisie (incl. Polen) in drie keer moest worden gedropt kon een deel maar op 17 september landen. Dit waren de 1st Parachute Brigade en de eerste Airlanding Brigade. Deze bestonden weer uit verschillende delen: eerste Airlanding Brigade bestond uit: zevende King's Own Scottish Borderers 2 South Staffords 1 Border eerste Parachute Brigade bestond uit: eerste Batallion 2nd Batallion 3rd Batallion Besloten werd dat de Parachute Brigade naar Arnhem zou trekken. Maar eerst werd besloten dat het Reconaissance (verkennings) Squadron met hun jeeps met Vickersgeweren naar de brug zouden rijden om er zo het snelst te zijn ter hoogte van een tunneltje onder het spoor werden ze plotseling beschoten. De brug werd niet bereikt. Het eerste Batallion ging via de Amsterdamseweg. Het derde Batallion ging via de Utrechtseweg en het tweede Batallion ging via de Benedendorpsweg naar Arnhem. De Duitsers begrepen al gauw dat het om de brug in Arnhem ging en moesten gokken waarlangs de troepen moesten optrekken. Ze kozen voor de hoofdwegen: de Amsterdamseweg en de Utrechtseweg. De onderste route werd dus niet gekozen. Zodat het tweede Batallion als enige de brug kon bereiken. Omdat het eerste Batallion wel tegenstand had, moest het de nacht doorbrengen bij de Johannahoeve, ten noorden van Oosterbeek. Ook het derde Batallion kwam niet ver. Ondertussen zonden de Duitse generaals troepen naar de landingsterreinen om het daar de bewaker van de landingsterreinen lastig te maken. Op 18 september kwam de vierde Parabrigade aan. Omdat de KOSB al verliezen had geleden en de Duitsers dus een deel van de Ginkelse heide in handen hadden, leed de 4th Parabrigade hier al verliezen. De zevende KOSB marcheerde af naar de Johannahoeve waar de Poolse zweefvliegtuigen neer zouden komen. Ondertussen waren het eerste en derde Batallion in Arnhem aangekomen. Maar daar was de Duitse verdediging zo sterk, dat ze niet verder kwamen dan het St. Elisabeth Gasthuis. Ongeveer 1 km van de brug. Omdat generaal Urquhart mee was gegaan met de optrekkende troepen, zijn verbindingsapparaat werkte niet, was deze onder vuur genomen. Samen met generaal Lathbury moest hij onderduiken' in een huis aan de Zwarteweg. Omdat hij geen contact met het hoofdkwartier had moest er een vervangende leider worden gevonden. Volgens plan werd dit Brigadier Hicks. Het tweede Batallion bij de brug had hulp nodig. Vandaar dat Hicks besloot dat de vierde Brigade het elfde Batallion moest afstaan, maar daarvoor het zevende KOSB in de plaats kreeg. De South Staffords moesten samen met het elfde Batallion naar de brug optrekken via de onderste route. De vierde Brigade zou in de ochtend van de 18de september een aanval doen op strategische heuvels ten noorden van Arnhem. Zij noemden dit "de Koepel". Pas in de avond van 18 september kon de vierde Brigade het landingsterrein bij de Ginkelse Heide verlaten. Het tiende Batallion volgde de Amsterdamseweg, maar ter hoogte van de Dreijenseweg werd het door hevige tegenstand opgehouden bij het pompstation van de waterleiding. Ook hier moest er weer worden ingegraven. Het 156 Batallion moest daarom een aanval doen op de Dreijenseweg zodat het tiende Batallion kon oprukken. Maar ook zij slaagden er niet in een doorbraak te forceren en trokken terug naar de Johannahoeve. Tijdens deze terugtocht moesten het 156 en ook de tiende Batallion de spoorlijn over de op een heuvel lag. Ook jeeps moesten hierover. Zo vormden ze een makkelijke prooi voor de Duitsers, maar er werd een afwateringstunneltje gevonden onder het spoor door. Daar werd het Reconnaissance Squadron al opgehouden. Maar het 10th en 156 Batallion slaagden erin veilig door de tunnel te trekken, inclusief de jeeps. De South Stafford, het eerste, derde en elfde Batallion probeerden via de zuidelijke route alsnog de brug te bereiken. Omdat ze onder een spoorlijn door moesten trekken en de weg tussen hoge heuvels (Den Brink) doorliep gelukte het ook hier niet. Ook werd er vanaf de overkant van de Rijn gevuurd. Tegenwoordig staan op Den Brink nu de KEMA-gebouwen. Toch lukte het de South Staffords om bijna door de breken, maar omdat de Duitsers alweer vanaf de weg Bovenover (langs het St. Elisabeth Gasthuis) een tankaanval inzetten werden de South Staffords teruggeslagen. Ondertussen was Urquhart teruggekeerd op het hoofdkwartier. Omdat het toch niet meer zou lukken de brug te bereiken werden de troepen teruggeroepen naar Oosterbeek. Daar werd rond 20 september een verdedigingsgordel gevormd, rond het Drielse Veer bij de Rijn: de laatste Engelse hoop. In de bossen werd nog dapper doorgevochten maar ook daar moesten de Britten de strijd opgeven. De westkant van Oosterbeek werd gecontroleerd door eerste Border tot aan de Rijn. 7th KOSB bezette de Noordkant. De strijd werd dapper gestreden, maar de Duitsers drongen steeds dieper door in de verdedigingsgordel. De Polen waren nog geland aan de overkant bij Driel en probeerden te helpen, maar bij een oversteek kwamen slechts 200 man over om te helpen. Het tweede leger had de Rijn bereikte en gaf de Dorsets de opdracht de rivier over te steken, maar ook dit mislukte. Daarom werd besloten om de Divisie maar terug in de nacht van 25 op 26 september. 2400 man kwamen zo veilig terug. De rest was gedood, gewond of krijgsgevangen



Bevrijding op 5 mei


De bevrijding van West-Europa begon op 6 Juni 1944 met D-day, de invasie in Normandië. De bevrijding van ons land was heel erg veel werk het duurde van september 1944 tot mei 1945. Er werd door troepen van verschillende geallieerde landen aan deelgenomen. Terwijl het zuiden al in het najaar van 1944 bevrijd werd, moest het oosten van ons land wachten tot april 1945 en het westen zelfs tot de Duitse capitulatie op 5 mei 1945. De eerste bevrijders van ons land, soldaten van de Amerikaanse 30ste Infanterie Divisie “Old Hickory”, kwamen op 12 September 1944 Zuid-Limburg binnen. Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Noord– en Zuid-Beveland werden in de maanden september tot november door Canadezen, Engelsen en Polen bevrijd. In november en begin december werd Noord West Limburg door het 2e Engelse leger bevrijd. Het grootste deel van Zuid Nederland was nu vrij. In Februari 1945 werden het Duitse Rijnland en Noord Oost Limburg bevrijdt door de Canadezen in het noorden en de Amerikanen in het zuiden. Op 28 maart 1945 trok het 1ste Canadese leger bij Dinxperlo vanuit Duitsland ons land binnen. Gelderland, Overijssel en de drie noordelijke provincies werden bevrijd. In Drenthe werden hierbij Belgische en Franse luchtlandingstroepen ingezet. Op 2 mei was de laatste Duitse tegenstand gebroken. Het westen bleef nog bezet, omdat de Duitsers zware tegenstand op de Grebbelinie boden. Om de burgerbevolking te sparen besloten de Canadezen niet verder te trekken. Met de Duitsers werd overeengekomen dat bommenwerpers vanuit Engeland voedsel mochten droppen voor de noodlijdende bevolking in het westen. Deze droppings begonnen op 29 april en zijn bekend geworden onder de naam Operatie Manna. Ze werden op 2 mei gevolgd door transporten over de weg, Canadese en Engelse trucs brachten voedsel door de Grebbelinie naar het Westen.

Op 4 mei 1945 aanvaardde Veldmaarschalk Montgomery in zijn hoofdkwartier op de Lüneburgerheide de overgave van de Duitse troepen in Noord-West Europa. De capitulatie ging op 5 mei 's morgens om 8 uur in. In Nederland ontstond een vervelende situatie toen de Duitse bevelhebber generaal Blaskowitz vond, dat de capitulatie niet van toepassing was op de Duitse troepen in het Westen van ons land. Hij werd door de Canadese luitenant-generaal Foulkes opgeroepen en op 5 mei werden in hotel "De Wereld" in Wageningen capitulatie-besprekingen gevoerd. Hierbij was ook Z.K.H. Prins Bernhard, als bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, aanwezig. De volgende dag, zondag 6 mei 1945, tekende Blaskowitz alsnog de capitulatie van alle Duitse troepen in Nederland. Twee dagen later, op dinsdag 8 mei 1945, werd in Berlijn de onvoorwaardelijke overgave van Het Derde Rijk door het Duitse opperbevel en de geallieerden ondertekend. Na 5 jaar van onderdrukking, jodenvervolging, gruweldaden, gebrek aan bijna alles, hongerwinter, luchtgevechten, bombardementen, V-1's, V-2's en verzet was Nederland eindelijk weer vrij.

Dat hebben we te danken aan de enorme inzet van onze geallieerden, de Amerikanen, Canadezen, de Engelsen, de Polen, de Fransen en de Belgen



Eigen onderwerp: Anne Frank.




Op 12 juni 1929 is Anne Frank geboren in de Duitse stad Frankfurt am Main.

Anne haar vader heet Otto Frank ( geboren op 12 mei 1989) en haar moeder Edith Frank-Hõllander ( geboren op 16 januari 1900). Haar zus heet Margot en is op 16 februari 1926 geboren. Als Anne is geboren zijn haar ouders 4 jaar getrouwd. Op 12 mei 1925 vond het huwelijk plaats in de synagoge, want de familie was joods. In de herfst van 1933 vindt Otto Frank een goede woning in Amsterdam.In februari 1934 verhuist Anne met haar ouders en haar zus naar Nederland. Ze voelden zich in Duitsland niet meer veilig dat komt omdat Hitler aan de macht is gekomen. Als Anne 13 jaar wordt krijgt ze van haar ouders een dagboek voor haar verjaardag. In Nederland kreeg Margot een oproepingskaart op 5 juli om aan te melden voor transsport. Als het ook in Nederland niet meer veilig is duiken Anne Frank en haar familie op 6 juli 1942 onder op Prinsengracht 263. Op 13 juli 1942 komt de familie van Pels (Van Daan) ook in het achterhuis. Op 16 november 1942 komt Fritz Pfeffer (Albert Dussel) ook in het achterhuis. Er zijn in de onderduiktijd heel erg veel ruzies in het achterhuis. Anne heeft heel erg veel ruzie met haar moeder, dat komt omdat haar moeder haar niet begrijpt schrijft ze in haar dagboek. De enige met wie ze een beetje op kan schieten is haar vader en later met Peter van Pels. Op het laatst van de onderduiktijd is Anne heel erg veel bij Peter op zijn zolderkamer, in het begin was hij een beetje verlegen maar later konden ze goed met elkaar praten. Op 4 augustus 1944 worden de familie Frank en de andere onderduikers opgepakt. Op 8 augustus 1944 worden de onderduikers naar het kamp in Westenborg gebracht. Op 3 september 1944 worden de onderduikers op transsport gesteld naar het kamp in Auschwitz hier overlijd Hermann van Pels, ze weten niet precies wanneer. In oktober 1944 worden Anne en Margot naar het kamp in Bergen-Belsen gebracht. Op 20 december 1944 overlijdt Fritz Pfeffer in Auschwitz. Op 6 januari 1945 is Edith Frank gestorven in Auschwitz. Op 27 januari 1945 wordt Otto Frank door het Russische leger bevrijd in Auschwitz. In maart 1945 sterven Margot en Anne allebei aan tyfus in Bergen-Belsen. Peter Van Pels is overleden op 5 mei 1945 in het kamp Mauthausen. In het voorjaar van 1945 sterft mevrouw van Pels in het kamp Theresienstadt. Op 5 mei 1945 wordt Nederland bevrijd. Op 3 juni 1945 komt Otto Frank aan in Nederland, hij gaat dan gelijk naar het huis van Miep en Jan Gies. Otto Frank vertelt dat zijn vrouw Edith overleden is, maar hij weet niet of Margot en Anne nog leven. Otto wist wel dat Margot en Anne naar Bergen-Belsen waren gebracht en hij wist ook dat dat geen vernietigingskamp was, dus hij had goede hoop. Hij gaat wonen bij Miep en Jan en hoopt elke dag op een bericht dat Margot en Anne nog leven. Dan bijna 2 maanden later ontvangt hij een bericht dat zijn beide dochters overleden waren. Het dagboek van Anne had Miep bewaard en aan niemand laten lezen, om het vervolgens als Anne terug zou komen weer aan haar te geven. Omdat het nu zeker is dat Anne dood is geeft ze het dagboek aan Otto Frank. Hij heeft nooit geweten dat Anne zo nauwkeurig is geweest en alles heeft opgeschreven nadat hij alles heeft gelezen laat hij het ook aan andere mensen lezen, op aandringen van hen gaat hij een uitgever zoeken. Het is moeilijk om er een te vinden dan komt er een stukje in het dagblad “Het Parool ” te staan en daardoor hebben ze wel een goede uitgever gevonden. In de zomer van 1947 komt het dagboek van Anne Frank uit in een oplage van 1500 exemplaren. Hiermee is de wens van Anne in vervulling gegaan, ze wilde schrijfster worden. Het dagboek is in 55 talen verschenen en er zijn 20 miljoen exemplaren verschenen. Otto Frank is op 19 augustus 1980 overleden op 91-jarige leeftijd, in Birsfelden, een voorstadje van Basel.



Meisje met het rode haar:



Wie was Hannie Schaft?


Dat ook vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog deelnamen aan het gewapende verzet hadden de Duitsers niet verwacht. Vrouwen hielden zich in hun denkbeelden alleen met de verzorging van hun echtgenoten en kinderen bezig. Pas in de laatste jaren van de oorlog drong tot hen door dat in een aantal kinderwagens behalve baby's ook wapens werden vervoerd en dat jonge schoolmeisjes met vele illegale krantjes konden rondfietsen. Het was vooral het koerierswerk dat vrouwen in verzetsgroepen verrichtten. Andere activiteiten dan sabotage, overvallen en liquidaties van Duitsers of verraders namen mannen meestal voor hun rekening, op uitzonderingen na, waaronder 'het meisje met het rode haar', Hannie Schaft. Op tweeëntwintigjarige leeftijd kwam Jo Schaft, zoals ze eigenlijk door familie en vrienden werd genoemd, in het Haarlemse verzet terecht. Het was een logisch gevolg van de woede die ze in de loop der jaren tegen de Duitsers had ontwikkeld. Van huis uit had ze al een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Haar ouders waren sociaal-democraten die zich zeer bewust waren van de wereld om hen heen. In het gezin Schaft werd veel gediscussieerd over allerlei politieke onderwerpen. Er bestond een zeer hechte gezinsband, die na de dood van Hannie's jongere zusje nog beter werd. Omdat haar ouders erg bang waren dat hun enig overgebleven dochter iets zou overkomen, werd Hannie heel beschermd opgevoed. Ze was hierdoor vrij geïsoleerd en had weinig vrienden. Hannie hield zich voornamelijk met haar school bezig, waar ze zeer hoge cijfers haalde. In 1938 ging Hannie rechten studeren in Amsterdam. Ze werd lid van de Amsterdamse Vrouwelijke Studentenvereniging. En al snel was van een geïsoleerd bestaan geen sprake meer. Binnen de vereniging richtte ze met een aantal studentes een nieuw dispuut op. Over de discussies hierin vertelde een studente: 'Jo nam daarbij een vooraanstaande plaats in. Wat haar politieke overtuiging betreft, ze was behoorlijk rood en daar durfde ze wel voor uit te komen. Toen in 1940 de oorlog uitbrak, ging Hannie evenals alle anderen door met studeren, in juli '40 haalde ze haar kandidaatsexamen. Om niet meer heen en weer te hoeven reizen tussen haar ouderlijk huis in Haarlem en Amsterdam, ging ze in de universiteitstad op kamers wonen. Intussen groeide Hannie's woede tegen de Duitse bezetters. Haar joodse studiegenoten Sonja en Philine werden in toenemende mate getroffen door de anti-joodse maatregelen. Toen zij een gele ster moesten gaan dragen en zeer beperkt werden in hun bewegingsvrijheid, stal Hannie twee persoonsbewijzen van niet-joodse vrouwen in een zwembad. Bij deze twee bleef het niet. Verder stuurde ze pakjes naar Westerbork en andere kampen. Haar eigen leven veranderde ingrijpend toen de Duitsers van alle studerenden een verklaring (1943) eisten. Dit betekende voor Hannie het einde van haar studie. Ze vond het ondenkbaar, dat je als goede Nederlander zo'n papier zou ondertekenen. Het was een kwestie van solidariteit, niet alleen tussen alle studenten, maar ook met de groepen die in ons land veel erger onderdrukt en weggevoerd werden. In het voorjaar van 1943 vertrok Hannie met Sonja en Philine, die ze bij haar ouders wilde laten onderduiken, naar Haarlem. Toen ze daar aankwamen sloot ze zich aan bij de linkse sabotagegroep de Raad van Verzet, om meer, actiever verzet te bieden. De Raad van Verzet had er al diverse sabotageacties en aanslagen op zitten. De zusjes Truus en Freddie Oversteegen maakten deel uit van deze groep, evenals de felle Jan Bonekamp die vrouw en kind verliet om zich aan de strijd tegen de Duitsers te wijden. Vooral voor de laatste had Hannie grote bewondering. Haar ouders bracht ze niet op de hoogte van haar verzetsactiviteiten. Voor hun veiligheid en van hun onderduikers mochten zij zo weinig mogelijk weten. Sonja hield het echter niet lang vol in haar 'vrijwillige' gevangenschap. Ze probeerde naar Zwitserland te vluchten maar werd, zo bleek later, in Frankrijk verraden. In Auschwitz kwam ze om het leven. Na instructies over wapens en een schietles was Hannie klaar voor haar eerste actie. Ze kreeg de opdracht een man van de Sicherheits Dienst neer te schieten. Toen ze de trekker overhaalde klonk er in plaats van een schot een klik, er zaten geen kogels in het pistool. Hannie had een 'proef van bekwaamheid en betrouwbaarheid' afgelegd waar ze erg kwaad over werd. De volgende acties speelden zich in de volle werkelijkheid af. Bij een ervan kwam Jan Bonekamp om het leven. De man die hij en Hannie moesten liquideren had na de aanslag van Hannie nog kans gezien om Jan in zijn buik te schieten. Hannie was inmiddels al weggefietst en wachtte op een onderduikadres tevergeefs op Jan. Hij stierf nadat de Duitsers nog enkele adressen van hem wisten los te krijgen, waaronder dat van Hannie. Hannie's ouders werden naar aanleiding van deze gebeurtenissen gegijzeld. De Duitsers hoopten dat Hannie zich dan bij hen zou melden. Hannie werd door haar kameraden ervan weerhouden om zich aan te geven en na enige tijd lieten de Duitsers haar ouders gaan. Behalve deze gijzeling, veroorzaakte de dood van Jan een diepe inzinking bij haar. Alleen door er dubbel zo hard tegenaan te gaan kon zij haar verdriet min of meer vergeten. De gevaarlijkste klussen wilde ze doen. Het gevaar voor eigen leven leek haar steeds minder te interesseren. Het laatste oorlogsjaar ging Hannie vooral met de zusjes Oversteegen op stap. In haar boek over de oorlog, Toen niet, nu niet, nooit (1982) verhaalt Truus Menger over een aantal van die gezamenlijke acties. Een daarvan was de liquidatie van 'foute' Ko Langendijk. Achter op de fiets bij Truus had Hannie deze man neergeschoten. Een eindje verderop doken ze een café in. Truus liet de aanwezige klanten haar pistool zien en maakte duidelijk dat zij, wanneer de Duitsers daar naar zouden vragen, al zeker een uur aanwezig waren. Nadat ze zich heel ordinair hadden opgemaakt, gingen ze aan een tafeltje zitten. Langskomende Duitsers wilden van de 'aanhalige' dames niets weten en lieten hen na een vluchtige controle verder met rust. Op 21 maart 1945 werd Hannie bij een weg controle gearresteerd op het bezit van illegale krantjes. Op het bureau bracht een Duitse officier haar in verband met 'het meisje met het rode haar' dat bij zoveel aanslagen en sabotageacties betrokken was geweest. Haar arrestatie kreeg hierdoor een veel groter belang. Ondanks de afspraak die de Duitsers aan het einde van de oorlog met de Binnenlandse Strijdkrachten hadden gemaakt om geen mensen meer te executeren, werd Hannie vier weken na haar arrestatie doodgeschoten. Haar vrienden uit het verzet probeerden nog achter haar verblijfplaats te komen om haar te kunnen bevrijden. Toen Truus daar uiteindelijk achter kwam, bleek Hannie's naam te zijn doorgestreept in het gevangenisboek.



King Kong:


Het raadselachtige aan de strijd rond Arnhem was het vermeende verraad door King Kong. King Kong was de schuilnaam van Christiaan Lindemans. Hij was een Nederlandse verzetsstrijder die op het hoofdkwartier van Prins Bernhard in België werkte. Zo zou hij vlak voor de slag bij Arnhem inzage hebben gehad in de geheime plannen van Montgomery. Wat Prins Bernhard en zijn staf ondanks waarschuwingen niet wilden aanvaarden was dat King Kong eigenlijk voor de Duitse inlichtingendienst Abwehr werkte. Door het gebrek aan security op het hoofdkantoor van Prins Bernhard zou King Kong de mogelijkheid hebben gehad de aanvalsplannen te verraden aan de Duitsers. In 1946 stierf King Kong onder verdachte omstandigheden in een gevangenisziekenhuis in Den Haag. Samen met een verpleegkundige die zijn geliefde was geworden nam hij luminal in. Om helderheid te krijgen in het verraad van Arnhem en hoe King Kong was overleden werd zijn stoffelijk overschoot zelfs nog weer in 1986 in het Rotterdamse Crooswijk opgegraven. Conclusie: King Kong is dood maar zijn doodsoorzaak blijft een raadsel. King Kong leeft voort! Dat wordt bewezen door het verschijnen van de Prins Bernhard-biografie Beroep Meesterspion van Philip Dröge. Dröge zou in de archieven van de Britse geheime dienst MI5 nieuwe documenten hebben gevonden die de ontoereikende security op Prins Bernhards hoofdkwartier bevestigen. Historicus op het gebied van inlichtingendiensten Bob de Graaff had al in 1992 de naar het aanzien definitieve studie gemaakt over King Kong, de verrader van Arnhem. Zijn conclusie was dat tot ver in de jaren 70 Prins Bernhard met ondersteuning van o.a. dr. Lou de Jong en ex-BVD hoofd Louis Einthoven boeken als A bridge too far en Bodyguard of lies te manipuleren om het King Kong-verhaal af te zwakken.



Antonius van der Waals:


Antonius van der Waals is geboren op 11 oktober in 1912 en is overleden op 26 januari in 1950. Antonius van der Waals was geboren en opgegroeid in Rotterdam. Hij ging daar naar de lagere school en de MULO en werkte toen hij ouder was een tijdje op een kantoor. Hij had veel belangstelling voor de elektrotechniek, daarom volgde hij daarna gedurende één jaar een MTS-opleiding, Toen hij 19 jaar was heeft hij zijn diploma gehaald. Het lukte Van der Waals niet om daarmee een vaste baan te krijgen. Het bleef bij losse baantjes, Hij heeft geprobeerd een eigen reparatiebedrijfje te starten maar dat is niet gelukt. In 1934 werd hij lid van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), zonder binnen deze partij actief te zijn. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leken er voor Antonius Van der Waals betere tijden aan te breken. Hij was toen als verkoper in dienst bij een elektrotechnisch bureau in Rotterdam, waar hij zich al snel omhoog wist te werken. Daarnaast hield hij zich ook bezig met het doen van uitvindingen op elektrotechnisch gebied. Het daarvoor benodigde geld wist hij vaak op handige en overtuigende wijze bij elkaar te krijgen. Zo kwam Van der Waals in de zomer van 1940 in contact met A.P. van der Meer, een Rotterdamse fabrieksdirecteur, aan wie hij vertelde over zijn laatste uitvinding: een krukasloze vliegtuigmotor. Hij vertelde daarbij dat de Duitsers belangstelling hadden voor zijn vinding, maar dat hij hiervan liever de Britten wilde laten profiteren. Van der Meer, die actief was binnen de illegaliteit, vond het goed en werkte zelfs mee aan de uitvinding. Via hem kwam Antonius Van der Waals in contact met een aantal andere leden van het verzet. Toen hij enkele maanden later met informatie over hen naar de Sicherheitsdienst (SD) in Rotterdam liep, waren ze daar ook erg enthousiast over zijn plan.

Half april 1941 een eerste ontmoeting met Kriminaldirektor J. Schreieder, chef van het Referat IV E van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des Sicherheitsdienst in Den Haag. Door deze betrekkelijk kleine afdeling, die zich hoofdzakelijk bezighield met contraspionage, zou Van der Waals - sinds maart 1941 op medische gronden zonder werk - vier jaar lang worden ingezet als goed betaalde 'V-Mann': een Vertrauensmann, die in opdracht van de Duitsers infiltreerde bij de illegaliteit. Zijn eerste opdracht, het vinden van de dader van een aanslag op een Duitse spoorwegbeambte in Haarlem, voerde hij snel en vakkundig uit. Hij kreeg een premie van f 5000 en kwam vast in dienst bij de SD, voor een salaris van f 250 per maand, maar in het voorjaar van 1942 was dit al opgelopen tot f 1100. Schreieder gaf Antonius Van der Waals nauwgezet instructies op welke groep of personen hij zich moest richten. Doordat hij over het vermogen beschikte het vertrouwen van zelfs de meest argwanende illegale werkers te winnen, wist Van der Waals velen te doen geloven contacten met de Britten te onderhouden. Zelfs beweerde hij als geheim agent door Londen naar Nederland te zijn gestuurd. Ook zou hij verzetsmensen daarheen kunnen smokkelen. Aangezien op dat moment vrijwel iedere verbinding met Groot-Brittannië ontbrak, slaagde hij er op deze wijze in vele illegale organisaties binnen te dringen. Door die contacten zo lang mogelijk in stand te houden kon hij de SD voldoende bewijsmateriaal geven, waarna een hinderlaag werd gelegd om de leden van de desbetreffende verzetsgroep onopvallend te kunnen arresteren.

Groepen die Van der Waals aldus hielp oprollen, zijn onder andere die rond J.M. Somer (vanuit Londen georganiseerde Inlichtingen Dienst), J. Kwak (Vrij Nederland), W.J.M.J. d'Aquin, Kees Dutilh en W. Pahud de Mortanges. Van der Waals wist ook door te dringen tot de sociaal-democratische voorman J.J. Vorrrink, die evenmin wantrouwen koesterde. Na twee maanden 'Spiel' werd deze gearresteerd, samen met een groot aantal leden van het Nationaal Comité. Uit zelfbescherming werkte Van der Waals onder verschillende schuilnamen, zoals 'De Wilde', 'De Graaf' en 'baron Van Lynden' - al of niet met door de Duitsers geleverde persoonsbewijzen - en wisselde hij veelvuldig van adres. Hij bleek bijzonder waardevol voor zijn Duitse opdrachtgevers en ontving zelfs een Duitse onderscheiding: het Adelaarskruis derde klasse.

Vanaf maart 1942 lukte het de SD tientallen vanuit Groot-Brittannië gedropte agenten en marconisten met hun zenders te onderscheppen. De marconisten werden gedwongen voor de Duitsers boodschappen naar Engeland over te seinen, ten einde daar de indruk te wekken dat er in Nederland actief verzet werd gepleegd. Dit was het zogeheten Englandspiel. Van der Waals was ook hierbij betrokken, maar speelde geen erge rol. De SD heeft wel overwogen hem naar Groot-Brittannië te sturen, maar omdat de mensen van de SD het te gevaarlijk vonden is er uiteindelijk niets van terechtgekomen.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen was er binnen de illegaliteit toch wantrouwen gekomen tegen Van der Waals. De Rotterdamse SD liet daarom op 19 juli 1943 in de krant een bericht opnemen dat de V-Mann bij een moordaanslag door het verzet om het leven was gekomen. Er werd zelfs een beloning uitgeloofd voor de opsporing van de daders. Kort daarop ondernam Van der Waals een van zijn laatste missies, dit keer in het buitenland. In september 1943 ging hij met een vrachtschip naar het neutrale Zweden.

Het was de bedoeling dat hij zou nagaan of er illegale contacten tussen Zweden en Nederland bestonden. In Stockholm had hij ontmoetingen met personen van de Nederlandse inlichtingendienst, maar dat leverde weinig op. Na begin oktober uit Zweden te zijn teruggekeerd maakte Schreieder niet langer van zijn diensten gebruik, hoewel zijn salaris gewoon werd doorbetaald. Het steeds eigenmachtiger en brutaler optreden van de V-Mann had de irritatie aan Duitse zijde gaandeweg doen toenemen.

Eind december 1943 vestigde Antonius Van der Waals zich in Loosdrecht onder de naam 'dr.ir. H.J. van Veen'; hij was immers al 'overleden'. Om zich vervolgens van een nieuwe identiteit te voorzien, plaatste Van der Waals begin 1944 een advertentie waarin hij een huisknecht zocht. Uit de sollicitanten koos hij er een met een goed persoonsbewijs en een ontslagbrief uit het concentratiekamp Vught. In oktober schoot Van der Waals de betrokkene dood en nam met zijn papieren hun identiteit over.

In maart 1945 vertrok Van der Waals naar het Drentse Zuidlaren, en kort na de bevrijding meldde hij zich bij de Canadese Field Security, die hem overdroeg aan de Britse Special Counterintelligence. Daar was bekend dat hij voor de SD had gewerkt. Met hulp van L. Einthoven, hoofd van het Bureau Nationale Veiligheid, voerde hij onder Duitse naam missies uit in Duitsland. In Nederland waren intussen twee Rotterdamse slachtoffers van Antonius Van der Waals actief bezig hem op te sporen, en zij kwamen erachter waar hij zich bevond. Einthoven werd onder druk gezet en ging er nu bij de Britten op aandringen Van der Waals uit te leveren. Begin 1947 was Antonius Van der Waals weer in Nederland; alleen als gevangene.

In april 1948 stond Antonius Van der Waals onder grote belangstelling voor het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag. Dit college bepaalde dat het Englandspiel voor de strafwaardigheid miste en dus geen rol diende te spelen tijdens het proces. Schreieder was kroongetuige, maar ook belangrijke Nederlanders als Vorrink, inmiddels voorzitter van de Partij van de Arbeid, en de burgemeester van Rotterdam, P.J. Oud, traden als getuigen op. Van der Waals belangrijkste verweer was dat hij al zijn werkzaamheden zou hebben verricht in opdracht van Emile Verhagen ook wel 'John' of 'Johnny', een agent van de Britse Secret Service. Het Bijzonder Gerechtshof achtte evenwel bewezen dat hij rechtstreeks verantwoordelijk was voor de arrestatie van 83 mensen, van wie er 38 waren omgekomen, en dat er geen spoor van bewijs was voor het bestaan van Verhagen.

Van der Waals werd ter dood veroordeeld, een vonnis dat werd bekrachtigd door de Bijzondere Raad van Cassatie. In de nacht vóór zijn executie op 26 januari 1950 bekende hij schuldig te zijn aan het hem ten laste gelegde en Emile Verhagen te hebben verzonnen. Anton van der Waals was een van de 34 Nederlanders die voor hun optreden tijdens de Duitse bezetting ter dood werden gebracht.



Enigma:


In 1926 hadden de Duitse technici een elektrische machine ontworpen om berichten te coderen. Het apparaat was eenvoudig te bedienen maar zat zeer ingewikkeld in elkaar. Het was in feite een schrijfmachine die was uitgerust met drie, inwendig roterende schijven die werden geactiveerd door stroomstoten, afkomstig van de toetsen van die schrijfmachine.

Elke schijf had 26 verschillende contactpunten, één voor elke letter, maar willekeurig gerang schikt. Afhankelijk van de stand van de schijven liet het indrukken van een lettertoets de schijf aangrijpen bij de een of andere letter en die eerste schijf liet op zijn beurt weer de andere twee schijven draaien waardoor er uiteindelijk weer een andere letter op een bord voor de codeur op kwam.



De Duitsers noemden het apparaat Enigma. Uiteindelijk werd in heel bezet Europa, van het zuidelijkste puntje tot de rivier de Wolga, het onderlinge contact onderhouden door middel van, op de Enigma gecodeerde radiosignalen. De code werd iedere 24 uur veranderd. De Britten waren er zeker van om de achter de geheimen van Enigma te komen. Deze uitdaging viel te beurt aan de Staatsschool voor Code en Geheimschrift in Bletchey Park te Buckinghamshire. Eerst werkten daar 70 personen aan. Later werd dat aantal uitgebreid tot meer dan 12.000.



Deze mensen waren de besten van het land. Het waren wiskundigen, taalkundigen, schaakexperts en kruiswoordpuzzelaars.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

Geachte mensen,
U vergeet te zeggen, dat men pas 3 dagen na de dood van Anton van der Waals op de proppen komt met die 'schuldbekentenis'.
Die ook nog is getikt op een schrijfmachine. En die niet is ondertekend door Anton van der Waals.
Dus dat stuk zouden u of ik hebben kunnen tikken.
Graag zie ik dit gecorrigeerd en ontvang ik uw reactie.
Charles
(1926) historicus.

11 jaar geleden