Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Propaganda in het Derde Rijk, dl 1

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 1496 woorden
  • 2 juni 2001
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 28 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Propaganda in het Derde Rijk

Inhoud:
1. propaganda; een begrip in het Derde Rijk
2. propaganda door de gedrukte pers
3. propaganda door de radio
4. propaganda door de film


1. Propaganda; een begrip in het Derde Rijk
“Niets is beter geschikt om de kleine kankeraar tot zwijgen te brengen dan de eeuwige taal van de grote kunst.” Dit zei Hitler in 1935.

Welbeschouwd wilde Hitler de Duitsers helemaal niet indoctrineren, maar hen met behulp van suggestieve middelen, sterk gekleurde voorstellingen en gelegenheidsargumenten in een zodanige bewustzijnstoestand brengen, dat ze voor hun eigen gevoel vrijwillig datgene gingen doen wat hij van hen verlangde. Ze moesten de wereld niet zien zoals zij was, ook niet zoals zij volgens zijn eigen superieure inzicht was, maar zoals het van geval tot geval in zijn kraam te pas kwam.

Met andere woorden: propaganda is hier niet zo zeer de voortplanting van het geloof (dan geloof in Hitlers eigen persoon), als wel datgene wat de communisten agitatie noemen en wat tegenwoordig met een modewoord manipulatie heet. Of nog beter: een onafgebroken hersenspoeling en een ‘technologie van de ziel’. Door deze methode te combineren met dwang en terreur zou de nieuwe nazi elite de massa naar haar hand weten te zetten en in de hand weten te houden.


“Het volk moet eensgezind gaan denken en handelen, het moet zich met volle sympathie ter beschikking van de regering stellen.” Zo verklaarde Goebbels tegenover de pers wat hij onder actieve propaganda verstond: “Propaganda is de mensen zo lang bewerken tot ze ons zijn toegedaan. Weliswaar verstond de leek onder propaganda iets ‘verachtelijks’, maar de ware propagandist moest een ‘kunstenaar’ zijn, die de ‘geheime trillingen van de ziel van het volk’ kon interpreteren.”

De geesten werden zorgvuldig bewerkt om de indruk te wekken, dat het hart, hoofd en hart bestuurde. Dag en nacht marcheerden miljoenen voeten door de straten der steden en langs de grote wegen. Het geschal van de militaire hoornen klonk onophoudelijk en de filistijnen van de pluchen salons waren zeer opgetogen. Gevechten woedden en overwinning volgde op overwinning. Het was allemaal net als op het witte doek.

De nazi's hadden de meeste kranten van hun politieke tegenstanders gesloten. Zij hadden nu de beschikking over de radio-omroep. Maar ondanks deze voordelen en ook al probeerden zij ten volle propagandistische munt te slaan uit de dreiging van een communistische revolutie, een duidelijke meerderheid behaalden ze toch niet. De nazi's kregen 44 % van alle stemmen.

Een paar dagen na de verkiezingen, de 13e maart, werd Goebbels benoemd tot minister van voorlichting en propaganda. Dit was geen routinebenoeming, want voor die tijd had dit ambt nog niet bestaan. Een menigte brieven en gelukwensen begon op het bureau van de nieuwe minister binnen te stromen. Een week later kreeg Hitler de ‘ ermachtigungsgesetz’ erdoor bij de rijksdag, daardoor kreeg zijn regering dictatoriale macht. Onder deze omstandigheden was het voornaamste streven van de nazi-propaganda erop gericht om te bereiken, dat de partij met de staat vereenzelvigd werd.

In de eerste maanden na de formatie van Hitlers regering had Goebbels het druk. De nazi-leiders zagen hun partij nu niet meer als een van de mededingers in de politieke arena; het ging er nu om elke concurrentie te elimineren en alle aspecten van politieke activiteit zo volledig mogelijk ‘gelijk te schakelen’ (Gleichschaltung). En dat niet alleen: elk facet van het leven der natie moest zijn inspiratie krijgen uit 1 enkele bron en moest geleid worden door 1 centraal gezag. In hun eigen ogen hadden de nazi’s de enige en onfeilbare oplossing voor alle problemen.

2. Propaganda door de gedrukte pers
De massamedia hadden een taak. De streng gecensureerde nieuwsvoorziening diende niet om het publiek te informeren, maar om een beeld op te roepen dat paste bij Hitler's politiek van het ogenblik.


Een pers van de vrijheid van mening geeft alleen maar verwrongen voorstellingen van zaken. Doch van vrije meningsuiting moest Hitler niets hebben, daarom kon hij haar niet tolereren. Het paste niet alleen in Hitler's politiek van divide et impera, maar ook bij zijn innerlijke instelling jegens de pers, dat hij deze niet onder een man plaatste, maar drie figuren om de hoogste invloed te laten worstelen. Dit was slechts bij uitzondering ten voordele van de pers. Meestal had zij er schade van en dat geen van drieën een of andere tegemoetkoming aan de kranten Hitler’s woede durfde wekken, waardoor hij uit de concurrentiering zou zijn gebokst.

Een van de drie mensen die hij liet worstelen was Goebbels, minister van voorlichting en propaganda. Van het dagbladwezen beleefde hij niet veel plezier. Wel gelukte het hem de Duitse pers gelijk te schakelen, maar het resultaat was een baarlijke verveling en een voortdurend afnemende belangstelling. Hoewel hij zelf journalist was, raakte hij als minister in weze de voeling met de journalistieke wereld kwijt. Daardoor stond hij ook met de buitenlandse correspondenten op zeer slechte voet. Nadat hij hen aanvankelijk had genegeerd, trachtte hij ze daarna wat minder onbeminnelijk te bejegenen. Toen ook deze poging schipbreuk leed, liet hij buitenlandse correspondenten die hem niet zinden, uitwijzen.

Het eerste slachtoffer was Dorothy Thompson, echtgenote van Nobelprijswinnaar Sinclair Lewis. Wat Goebbels van haar dacht vertrouwde hij aan zijn dagboek toe: ”Dorothy Thompson houdt een absoluut krankzinnige toespraak contra Hitler. Het is beschamend en ergerlijk dat zulke stomme vrouwmensen, wier hersens alleen maar uit zaagsel kunnen bestaan, het recht hebben, tegen een historische grootheid als de Fuhrer zelfs maar aan het woord komen.”

Meer succes had hij met de omroep. “De pers is een exponent van de liberale geest”, zo verklaarde hij, “maar de radio is een product van de nieuwe, de nationaal-socialistische tijd, daarom is hij naar zijn wezen autoritair.” In elk geval had dit medium het voordeel, dat het achteraf veel moeilijker op leugens kon worden betrapt dan de gedrukte propaganda.

3. Propaganda door de radio
Goebbels achtte de radio het belangrijkste instrument van zijn ministerie. Hier dreef hij zijn zin bij Hitler volledig door, en weerde alle aanvallen van buitenaf, af.
Hij wist dat hij met de radio het gewichtigste propaganda instrument kon bespelen. “De radio is niet meer het instrument van de mannen van het kabinet; hij is het middel om onze nationaal-socialistische wil op het volk over te brengen…de radio is wellicht het middel dat het volk het diepst beïnvloedt En als wij er in slagen dat volk een vleug moderniteit in te blazen, het een modern tempo en een moderne impuls te geven, dan kunnen wij de taken, die in het nationaal-socialistische Duitsland te vervullen zijn, ter hand nemen.”

Ook in openbare instellingen, fabrieken, scholen, en op plaatsen in de open lucht zorgden luidsprekers voor de verbreiding van de nazi-propaganda en wel in de eerste plaats van de grote manifestaties waarop Hitler het woord voerde. Tot in de intimiteit van de huiskamer drongen nu de stemmen door van de kopstukken van het regime.

De meest indrukwekkende prestatie van de mannen van de nationaal-socialistische omroep was echter, dat zij hiervoor een massagehoor creëerden In mei 1933 begonnen Duitse radio fabrikanten een goedkoop standaardtoestel te produceren: de Volksempfanger. Een paar maanden later kwamen de eerste 100000 van deze toestellen op de markt en in 1934 werd het bereik van de radiozenders met 30% opgevoerd. Toen de oorlog uitbrak waren er ongeveer 3.5 miljoen toestellen verkocht. In 1939 bezat 70% van de Duitse gezinnen een radiotoestel, het hoogste percentage ter wereld. Maar de nazi-leiders waren met deze toestand niet helemaal tevreden. Zij vonden de huisvrouw in haar gezin als gehoor niet voldoende betrouwbaar. Het luisteren werd verplicht gesteld, tegelijk met het bijwonen van bijeenkomsten en het kopen van nazi-kranten. In de fabrieken kwamen luidsprekers en de productie stond stil als er een belangrijke partij - of regeringsuitzending was.

4. Propaganda door de film
Binnen vijf jaar kreeg de filmafdeling van het ministerie van propaganda het monopolie van de film productie. Goebbels sloeg de waarde van de film als propagandawapen inderdaad zeer hoog aan; ook hield hij van de filmwereld en hij besteedde er persoonlijk veel aandacht aan. Behalve propagandistische documentaires – films van partijbijeenkomsten en van de Berlijnse Olympische Spelen en de zeer tendentieuze nieuwsjournaals – werd er een aantal speelfilms met sterke politieke strekking gemaakt.

De keuze van het materiaal en de bij te voegen muziek, die meestal uit het arsenaal van Wagner stamde of sterk aan diens muziek herinnerde, gebeurde met het grootst mogelijke raffinement. Het commentaar werd zorgvuldig opgebouwd, zodat een geheel ontstond dat tot in de kleinste details berekend was op wat de makers ermee wilden bereiken.

Op 22 juli 1933 werd de Reichsfilmkammer opgericht, die tien afdelingen omvatte; alle filmmakers, van producent via regisseur en spelers tot en met architecten en technici, moesten er lid van zijn. In het ministerie van propaganda was ook een eigen afdeling 'film', die elk filmscenario voor de eerste opname toetste. Onder de bioscoopwet van 16 februari 1934 werd een orgaan gecreëerd dat beslissen moest of een film indruiste tegen de belangen van de staat, of religieuze, morele, artistieke of nationaal-socialistische gevoelens beledigde, maar ook tot welke categorie een film moest worden gerekend. Dit controleorgaan moest de films, teksten en muziek keuren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.