CKV module 2:

Kunst, toegepast.



1. Noem van een auto en van een jack:

A twee zaken die naar de functie verwijzen.

B twee zaken die de suggestie veroorzaken.

Antwoorden:

A. Auto: voor het rijden: de wielen en de motor.

Jack: warm houden: het martiaal en de voering.

B. Auto: de vorm en de kleur

Jack: de kleur en versieringen (merkjes)



2. Wat wordt in het infoblok ‘ontwerpen’ met essentie en wat met suggestie bedoeld?

Antwoord: essentie: de hoofdzaak en suggestie de bijzaak.





3. Waarom heb je de kleding gekocht die je aanhebt? Noteer de essentie en de suggestie van je kleren.

Antwoord: Omdat ik ze mooi vond en ze warm zijn. De broek is van dikke ribstof, dat is warm en het vest bestaat ook uit dikke stof, ik heb hem ook gekocht voor in de winter. De suggestie van de broek is de felle kleur en de wijde pijpen, dat vind ik gewoon mooi. En van het vest is de suggestie misschien dat er een merkje opzit maar dat is niet de reden waarom ik hem heb gekocht.



4. Wat gaf over het algemeen de doorslag bij het aanschaf van je kleding: de essentie of de suggestie?

Antwoord: bij de broek de suggestie, hij was apart maar bij het vest zeker de essentie, hij was warm, praktisch en zat fijn.



5. Noem twee kenmerken van het exterieur die bepalend zijn voor de functie van het gebouw op

Deze afbeelding:



1. Het ziet er stevig uit.

2. De grote hoeveelheid ramen zorgen voor veel licht.



6. Noem vervolgens twee kenmerken van het interieur op afbeelding 4.

1. De plaatjes op de achtergrond, dat staat leuk.

2. De houten vloer, daar trekt veel vocht in, maar staat wel gezellig.



7. Probeer, eventueel in een groepje, de kleding van het bedienend personeel te bedenken. Beschrijf die kleding:



A. Voor het café op de afbeelding hierboven.

B. Voor het café op afbeelding 4.

Antwoorden:

A. Licht met donkerblauw en wit, dat doet je aan een soort zee denken, misschien grijs ertussen. Een donkerblauwe broek met een donkerblauw met wit schort. Misschien wat golfjes voor de decoratie.

B. Bruin met lichtgeel, dat vind ik een beetje bij de sfeer van het café passen. Een soort “bruin”café.



9. Bekijk afb. 5. Een herberg was op de eerste plaats een ontmoetingsplek. Hoe is dat op dit schilderij te zien?

Antwoord: Er staan lange, praktische tafels en banken, plaats voor veel mensen dus.



10. a. Welke suggestie geeft de schilder voor deze stelling?

b. Welke aspecten van de voorstelling wijzen daarop?

Antwoorden:

a. rust, gezelligheid, samenhorigheid.

b. Het eten, het drinken, de lachende mensen, de hond ook een beetje.



11. Lees het literatuurfragment: ‘Wally’s’. Wat wordt bedoeld met:

a. Een Vlaamse Rubensvrouw?

b. Archaïsch zwartbruine geverniste tafeltjes?

c. Een His Master’s voice-hond?

Antwoorden:

a. Een Vlaamse vrouw, zoals Rubens ze schilderde.

b. Tafels die op een speciale manier gevernist zijn.

c. Een hond die naar zijn baasje luistert als die iets roept.



13. a –

b kies twee cafés uit die heel verschillend zijn en leg de verschillen uit.

c-

antwoord op vraag b:

b.Zie de afbeelding vorige bladzijde en afbeelding 4 in het boek, het ene café is heel modern terwijl de ander een “oude” sfeer wil creëren.



14. Bekijk afb. 6.

A. Noem de gebruiksvoorwerpen die je op deze afbeelding ziet.

B. Vind je het glas dat Bacchus vasthoudt met de essentie van een glas te maken hebben met de essentie of met de suggestie ervan? Verklaar je antwoord.

Antwoord:

a. Glas, kleed, fruitschaal en de karaf.

b. De essentie, het glas is niet echt handig omdat de wijn er zo uit kan vallen.



20. Deze stoel is eigenlijk alleen maar essentie. Toch is hij ook een en al suggestie. Leg dit uit.

Antwoord:

Het is gewoon een stoel, de stalen lijnen zorgen voor stevigheid en het zitvlak zal lekker zitten. De leuning is bijvoorbeeld voor de stevigheid, maar is ook mooi. De combinatie met de kleuren is alleen suggestie, maar voor de rest is alles wat voor essentie dient ook suggestie.



22. Lees het infoblok over Gerrit Rietveld. Welk aspect van een stoel zal voor Rietveld het belangrijkst zijn geweest: de essentie of de suggestie? Leg dat uit.

Antwoord:

Absoluut de essentie. Hij maakt een stoel om op te zitten, niet om op te rusten (net als een bed).



25. Muzak wordt ook wel muziekbehang genoemd. Leg dit uit.

Antwoord:

Muzak is een soort achtergrond muziek, behang is ook achtergrond…toch?



26. Voor sommigen klinkt stilte als muziek in de oren. Wanneer wil jij wel en wanneer geen muzak horen? Licht je antwoord toe.

Antwoord:

Achtergrond muziek vind ik bij een gelegenheid passen waar mensen bij elkaar zitten, zodat als er een stilte valt het niet helemaal stil is. Geen Muzak wil ik tijdens leren/huiswerk maken of tijdens het tv kijken. Behoorlijk irritant.



27. Bij filmmuziek zijn de beelden en de muziek complementair. Leg dit uit.

Antwoord:

Zonder muziek is de film een stuk saaier, maar zonder beelden is de muziek ook niks.



28. Waarom kan filmmuziek toegepaste kunst worden genoemd?

Antwoord:

De muziek wordt als het ware gebruikt voor de beelden. Het wordt toegepast op de beelden.



29. Stel je voor, je kent alle ins en outs van de cd-rom van afb. 14. Koop je nu uiteindelijk de broek of de identiteit?

Antwoord:

De identiteit natuurlijk, broeken van Levi’s zullen best goed zijn, maar een levi’s broek koop je omdat er een labeltje op zit met Levi’s erop. Niet omdat je de broek zelf zo geweldig zit. Alhoewel Levi’s wel modellen heeft die geen enkel ander heeft.



31. Waarom wilde men in het begin van de twintigste eeuw een bioscoop eruit laten zien als een droompaleis?

Antwoord:

Om het eigenlijk mooier te laten lijken als dat het was. Om het niet alleen te laten zijn: ik ga naar de film…maar: Ik ga naar die mooie, grote bioscoop!!!!!



32. Bekijk afb. 16a en 16b. Noem vier aspecten van de vormgeving die de suggestie van een droompaleis versterken.

Antwoord:

· De vele kleuren in bijvoorbeeld het tapijt.

· De hoge torens bij het gebouw.

· Het glas in lood.

· De sfeer lichten, en het superchique intrieur.





















33. Stel je de bioscoop voor waar je het laatst bent geweest.

a. Noteer 2 stijlkenmerken

b. Beschrijf de sfeer van de bioscoop.

c. Aan welke functie-eisen voldoet die bioscoop volgens jou wel en niet?

d. Wat is het grote verschil met het Tuschinski Theater?

Antwoord:

a. Strak, groot en hoog.

b. Een soort moderne, van de ene kant kille maar ook gezellige sfeer.

c. Hij is groot, er passen veel mensen in. Niet: drinken is er onbetaalbaar.

d. Minder kleur, niet zoveel sfeer en langer niet zo luxe.



34.

a. In welk jaar en door wie is de fotografie uitgevonden?

b. Door wie is de film uitgevonden?

c. Aan welke functie-eisen voldoet de bioscoop volgens jou wel en niet.

d. In welk jaar vond in Nederland de eerste publieke tv-uitzending plaats?

Antwoord:

a. In 1816 door Niépce.

b. De gebroeders Skladanowsky.

c. Tussen 1884 en 1925 ongeveer.

d. Op 18-03-1948 (experiment) en in 1951 op 2 oktober officieel.



35. Bekijk afb. 17 en 18. Door welke vroegere stijl heeft de architect zich laten inspireren?

Antwoord:

Het meeste gotisch maar het gebouw heeft ook iets romaans.



36. Bekijk het trappenhuis op afb. 18.

a Welke aspecten en onderdelen dragen bij tot de levendigheid?

b. Welke aspecten dragen ertoe bij dat het uitgaan, het zien en gezien worden optimaal kan verlopen?

c. Welke aspecten dragen ertoe bij dat de suggestie van rijkdom en feest wordt benadrukt?

D Welk aspect heeft te maken met de essentie van het gebouw: een ontmoetingsplaats?

Antwoorden:

a.De lichten, de vele mensen. De sfeer van gezelligheid (iedereen praat met elkaar.)

b. Door de trap.

c. De mooie kleren en het gebouw natuurlijk. Ook de versieringen op het plafon.

d.De ruimte en het licht.



37. Lees het fragment uit Eline Vere en bekijk afb. 19. Het gaat over mensen met dezelfde soort status. Hoe komt dat in de tekst tot uitdrukking:

a. in de tekst?

b. Op het schilderij?

Antwoorden:

a.satijn, parelmoeren.

b.haar jurk, de dingen in haar haar, de oorbellen, de handschoenen enz…



38. Waarvoor gebruikt de man op afb. 19. nu precies zijn toneelkijker?

Antwoord:

Om de mensen op het toneel beter te kunnen zien.



40. Bekijk afb. 20 en schrijf een bijschrift van ongeveer 50 woorden waarin je het ‘betuurd en bewonderd’ worden van deze twee meiden beschrijft.

Antwoord:

Zo opvallend en ordinair mogelijk. Dan wordt je zeker betuurd en bewonderd, alhoewel dat bewonderen alleen voor mannen geld. Ze vragen allebei eigenlijk wel om aandacht alhoewel dat natuurlijk niet strafbaar is. Ze worden betuurd en bewonderd door hun aparte kleding en make-up. Ook valt het blonde haar bij deze donkere vrouwen op.



41. Bekijk de vrouw op afb. 19 en de meisjes op afb. 20. Let op de suggestie van hun kleding. Welke van de onderstaande woorden hebben te maken met suggestie?

Uitdagend, verlegen, ingetogen, zelfbewust, luxe, provocerend, teer, verleidelijk.

Antwoord:

Uitdagend, luxe, verleidelijk en teer.



42. Bekijk afb. 24. Suggestie voert hier onmiskenbaar de boventoon. Waarom wordt dit door (bijna) iedereen zonder meer geaccepteerd, denk je?

Antwoord:

Omdat de bruid (en de bruidegom een beetje)die hele dag in het middelpunt van de belangstelling mogen/moeten staan.



45. Geef een korte motivatie waarom je het wel of niet noodzakelijk vind dat er verschillende kleding voor verschillende gelegenheden is.

Antwoord:

Voor sommige dingen is het natuurlijk noodzakelijk, voor het sporten kan je niet in een avondjurk rond gaan lopen. En als je trouwt geef je niet in je spijkerbroek het jawoord.



48. Bekijk het affiche op afb. 26. Wat zal het thema zijn van Filmpje! Zijn? Vertel waaraan je dit kan zien.

Antwoord:

Actie en humor. Actie door de waterspeedboten en de geweren en de humor door de mensen die er zo achterlijk uit zien, eigenlijk ook door dat boven de naam Paul de Leeuw staat.



49. Bekijk het Affiche op afb. 27. Alles is op verschillende manbieren op te vatten. Want, wat zie je nu eigenlijk? Noem twee mogelijke betekenissen van de voorstelling op dit affiche.

Antwoord:

· Het kan iets met de natuur te maken hebben, de planten of de regen.

· Het kan ook iets onzinnigs zijn, het heet natuurlijk niet voor niets Festival of Fools.



50. Wat voor soort theater gebeuren is het festival of fools, denk je?

Antwoord:

Ik denk dat in een theater kleine toneelgroepjes optreden en zo modern toneel uitbeelden en dat er ook voor cabaret wordt gezorgd.



52. Wat zal een belangrijk aspect zijn van deze toneelvoorstelling? (Leonce en Lena afb. 28.)

Antwoord:

Ik denk de liefde, ik zie niet goed of het 2 meisjes zijn of een jongen en een meisje, maar het zou kunnen gaan over liefde, jongeren liefde, homosexualiteit.



53. Het affiche op afb. 26maakt met veel tam-tam reclame. Het affiche op afb. 28 gebruikt andere middelen. Waarom zijn deze affiches juist zo gemaakt denk je?

Antwoord:

Op afbeelding 26 is zo druk mogelijk zodat je geïnteresseerd raakt en op afbeelding 28 is (voor nogal bekrompen mensen)iets schokkends te zien. Zo probeer je bij mensen interesse te wekken.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.