Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Bauhaus

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 5e klas vwo | 1728 woorden
  • 9 augustus 2005
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.9
  • 35 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Inhoud:
• Voorgeschiedenis
• De COBRA - groep
• Bauhaus
Voorgeschiedenis:
Classicisme
Eind 17e eeuw werd de smaak van het publiek bepaald door de kunst academies en de salons waar kunst tentoongesteld werd. De heersende stijl was voornamelijk classicistisch en men was zeer behoudend. De kunstenaar verbeeldde zijn omgeving of de ideale omgeving zo natuurgetrouw mogelijk en had daarvoor een verscheidenheid aan technieken en vaardigheden in huis. Rembrandt en andere Hollandse meesters hadden een grote vaardigheid in het toepassen van de techniek die bekend staat als ‘claire obscure’. De koning of ander gezag moest vooral verheerlijkt worden en in het middelpunt staan van de samenleving. Daarom werd het gezag meestal rijk en machtig afgebeeld. De kunstenaar ontving van de heersende klasse zijn opdrachten, en was er voor zijn inkomen van afhankelijk. Daarom zijn er ook zo veel portretten geschilderd. Hieronder als voorbeeld een erg bekend schilderij.
Nachtwacht 17e eeuw - Rembrandt

De daarop volgende periode was de Romantiek.
Delacroix 1775 - 1850
De Romantiek werd gekenmerkt door een grote belangstelling voor gevoelens, fantasie en een intens bewustzijn van de natuur. De romantici keken terug naar het verleden en genoten van het bovennatuurlijke. Het waren meestal jonge mannen, vaak studenten die zich tegen de maatschappij verzetten. Het was de plicht van de romanticus het leven te ervaren of zich er uit weg te dromen. In die zin gingen de Romantici een experiment aan.
In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de Romantiek geleidelijk vervangen door andere kunstzinnige bewegingen, zoals het realisme.
Rond 1850 waren er schilders in Frankrijk die zich aangetrokken voelden tot het leven op het land. Zij vestigden zich in Barbizon, een dorp 70 km van Parijs. Daar werd buiten getekend en geschilderd voornamelijk met olieverf. Uit deze 'school van Barbizon' kwam het Realisme voort. Dat was een opleiding in Frankrijk die aan het eind van de 19e eeuw ontstond. Men wilde de eigentijdse werkelijkheid, en met name de gewone arbeiders/mensen weergeven. Dit was al een van de eerste idealen van de Stijl.
Men pakte onderwerpen die sloegen op het dagelijks leven. De groep idealiseerde niet. De realisten hanteerden een niet glad gemaakte,wat grove techniek, en men werkte vaak op groot formaat.

Millet (1850-1900)
Het realisme vond een voortzetting in het impressionisme.
Een technische uitvinding, namelijk het fototoestel, gaf aanleiding tot verandering. Kunstenaars wilde een eigen interpretatie van de zichtbare werkelijkheid geven. Met die interpretatie gingen zij experimenten aan in kleuren en scherpte van de voorstelling.
Monet (1850-1900)
Expressionisme
Een belangrijk kenmerk van het expressionisme was dat de kunstenaar nu niet meer maakt wat hij ziet, maar welk gevoel hij krijgt, welke indruk hij krijgt, bij het zien van zijn onderwerp. Dit in tegenstelling tot het impressionisme waarbij vooral het uiten van de werkelijkheid, zoals men die ervaart, voorop staat. Het expressionisme was eigenlijke en soort reactie op het classicisme. De vormen worden schetsmatig en er wordt minder belang gehecht aan motieven, details, perspectief en compositie.Sommige Expressionisten experimenteren met abstracte vormen en voorstellingen. Zij stelden zich ook onafhankelijk op ten opzichte van opdrachtgevers.
Dans un café, Edgar Degas
De COBRA - groep
Na het expressionisme vormt het surrealisme tijdens het interbellum een belangrijke avant- gardestroming(= een experimentele stroming met vernieuwing als doel) in de kunst. Interbellum is het tijdsinterval tussen de eerste en de tweede wereldoorlog. Het interbellum kenmerkte zich door emancipatie (meer democratie, vakbonden) van achtergestelde groepen burgers en werknemers. Ook de kunst en cultuur kreeg te maken met de belangstelling van bredere lagen van de bevolking. Een voorbeeld is dat het Bauhaus zich vooral bezig hield met de bevolkingsgroep arbeiders.
Er bleef in het interbellum een soort ‘oorlogsdreiging’ die kunstenaars ook hebben vertaald in hun voorstelling.
Kunstenaars binnen het Amerikaanse abstract expressionisme en de Nederlandse Cobra groep (hier later meer over) wilden zich na de oorlog uitsluitend onderwerpen aan de spontane expressiviteit. Zij werkten in de eerste plaats voor zichzelf, en niet zoals kunstenaars uit vroeger tijden in de eerste plaats voor opdrachtgevers.
Daardoor zijn de opvattingen over de rol van de kunstenaar sterk veranderd door het publiek. Men zag kunst vroeger als ‘gewone plaatjes’ zonder diepgang of betekenis. Dit is de loop van de tijd veranderd naar meer maatschappelijke betrokkenheid. Men zag kunst soms dus als uitingsvorm van een politieke beweging.
Voorbeeld: Nazi-Duitsland maakte gebruik van kunstenaars om de posters en pamfletten te ontwerpen als propaganda.
Na de tweede wereldoorlog ontstonden er nieuwe kunstenaarsgroepen die de idealen van ‘bauhaus’ nastreefden.
Bijvoorbeeld de COBRA groepering. Opgericht door onder andere de Nederlandse kunstenaar Corneille. Hij wordt op 3 juli in België geboren. In 1940 verhuist Corneille naar Amsterdam waar hij studeert aan de Kunstnijverheidsschool en een cursus tekenen en etsen volgt aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten.
In 1948 richt Corneille samen met Constant, Appel, Rooskens en Wolvecamp de ‘Nederlandse Experimentele Groep' op. Deze groep vertegenwoordigt later dat jaar de ‘Amsterdamse’ tak van de CoBrA groep die in Parijs wordt opgericht. CoBrA is een schilderscollectief van beginnende kunstschilders uit Copenhage, Brussel en Amsterdam. Hoewel opgericht door schilders, bleek al snel de behoefte aan veelzijdigheid aanwezig en maakten zij soms kunstwerken met allerlei toevallige materialen. Als symbool gebruikte de groep de opgerolde cobraslang. De CoBrA groep bestaat slechts 3 jaar maar is bij zo’n groot publiek bekend dat zelfs vandaag de dag de CoBrA groep nog steeds wereldfaam geniet.
In 1950 vestigt Corneille zich in Parijs, waar hij deelneemt aan verschillende tentoonstellingen. Vanuit Parijs reist hij de hele wereld over, in 1947 gaat hij naar Hongarije, een jaar later reist hij voor het eerst naar Noord-Afrika, hij bezoekt Denemarken en Zweden en trekt in de daarop volgende jaren verder naar Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Midden-Afrika. De verre reizen vormen een grote inspiratiebron voor zijn kunstwerken. In zijn vroege werk uit de jaren 50 zijn vooral indrukken uit Afrika terug te vinden in zijn werk. Begin jaren 60 zijn met name Midden Amerika en het Caribische gebied van invloed op het werk van Corneille. In zijn doeken, vaak landschappen en steden gezien vanuit 'vogelperspectief', komt meer beweging door de versterking van kleurcontrasten en compacte vormen. Vanaf de late jaren zestig krijgt Corneille's werk een figuratiever karakter en treden de grote kleurvlakken op de voorgrond. In een lyrische stijl, die hij niet meer verlaat, verhaalt Corneille van wat hij heeft gezien en meegemaakt. Ook schildert hij visioenen van tropische landschappen en tuinen, bevolkt door planten, dieren en vrouwen. Zijn werken zijn altijd uitbundig van kleur en lijken vaak een passage uit een verhaal of gedicht. Andere kunstenaars vinden dat Corneille zijn werk vooral heeft afgestemd op ‘wat verkoopt’, en hij de idealen van CoBrA van vroeger niet trouw is gebleven.
Inmiddels is Corneille uitgegroeid tot een van de populairste Nederlandse schilders van zijn tijd en geniet zijn werk grote internationale bekendheid. Het werk van Corneille is over de hele wereld te zien.
Na de WOII ontstond dus de COBRA - Groep. Uit onder andere die idealen van die groepering, zoals het bieden van tegenwicht aan de vooral op economische groei gerichte maatschappij, is er een nieuwe organisatie ontstaan:
Het Bauhaus
In het begin van de 20e raakte een aantal professoren van de kunstopleiding ‘bauhaus’ geïnteresseerd in Rietveld en De Stijl. Zij richtten dus het Bauhaus op vlak na het uitroepen van de Weimar – Republiek in 1919, in de chaos van een revolutie naar een socialistische toekomst. Dit inspireerde de kunstenaars. De manier waarop kunstenaars en ambachtslieden vroeger samenwerkten aan de kathedralen stond centraal in het onderwijs van het Bauhaus. De naam verwees dan ook naar de bouwloodsen van de kathedraalbouwers in de vroegere middeleeuwen.
Het hoofddoel en ideaal van de school was dat er eenheid van kunst en ambacht zou moeten zijn. Een samengaan van esthetische kunst en praktisch nut. Kunstenaar en architect zouden ambachtelijke vaardigheid moeten hebben, en bovendien de theorie van vorm en vormgeving kunnen beheersen. De traditionele scheiding tussen kunstenaars en ambachtslieden wilde het ‘Bauhaus’ ongedaan maken.
De Functionaliteit is een belangrijk uitgangspunt van het Bauhaus. De praktische waarde van het voorwerp is even belangrijk als de vormgeving. Zie bijvoorbeeld:
Voorbeeld:
De Duitse verlichtingsindustrie deed in de jaren '20 research naar verlichting van fabrieken en kantoren. De introductie van bedrijfsmatige technieken en vormen voor de huishoudelijke markt was daarom niet moeilijk, hoewel er ontwerpers zoals Marianne Brandt (kunstenares in opleiding bij bauhaus) voor nodig waren om aan te tonen dat het uiterlijk van de fabriek ook van belang kon zijn voor de huishoudelijke markt. Marianne Brandt die tegen die tijd het gezicht van de metaalwerkplaats bepaalde heeft het verband beschreven tussen ontwerpers en industrie. Het belangrijkste doel was: industrieel ontwerpen. Twee verlichtingsbedrijven leken bijzonder geïnteresseerd in deze doelstellingen. De verlichtingsbedrijven hielpen hen met de verlichtings technieken en zij deden de vormgeving, zo werd ambacht en vormgeving goed gecombineerd.
De ‘Bauhaus’ ontwerpen zijn bedoeld voor de massa, maar sluiten niet noodzakelijkerwijs aan op wat die massa mooi vindt. De massa mag in hun waardering van vormen ook opgevoed worden! Daarom is het ontdekken van steeds meer vernieuwende ideeën van belang, die krijg je onder andere door veel te experimenteren. Het belang van experimenteren is nieuwe en ‘orginele’ voorwerpen ontdekken, en nieuwe uitingsvormen die mensen kunnen boeien.
Het gevolg van dit nieuwe soort denken is dat de mensen nu de realiteit meer voor eigen ogen durven te zien en meer durven te experimenteren wat een zeer belangrijk onderdeel in de kunst is geworden. Het gaat nu om het vertalen van je eigen gevoel en ideeën, pas als je daar in slaagt staat de wereld voor je open!
Evaluatie:
Ik had voor het onderwerp ‘Bauhaus’ gekozen, omdat er niet echt veel van af wist en het leek me interessant om te ontdekken wat het precies inhield. Ik ben nu wel meer te weten gekomen over de ontwikkeling in de kunst en de kunstopleiding Bauhaus. Door de schilderijen naast elkaar te plaatsen zag ik dat er een grote ontwikkeling in de kunst heeft plaatsgevonden, dat vond ik leuk om te zien. Wat ik wel moeilijk vond was de invalshoek, kunst, wetenschap en techniek, in de presentatie te verwerken, ik denk dat me dat uiteindelijk wel is gelukt. Je ontdekt dat je zelf veel meer je eigen verhaal kan opschrijven, omdat de meeste termen je toch wel bekend voorkomen.
Bronnen:
http://www.cultuurnetwerk.org/bronnenbundels/2001/h2001_43.htm
http://www.the-artfile.com/nl/stijlen/impressionisme/impressionisme.htm
http://www.the-artfile.com/nl/tijdbalk/tijdbalk.htm
http://users.pandora.be/novokaine/kunst/
http://www.klu.nl/c5.html
http://www.jaski.nl/teksten/jaski.cobra.html

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.