Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Voor - en nadelen van drie vitamines en mineralen

Beoordeling 3.6
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 901 woorden
  • 5 december 2001
  • 52 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.6
  • 52 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Vitaminen:

Vitamine B1:
Algemeen: thiamine, ook aneurine of vitamine B1, een vitamine dat het eerst is aangetoond in het zilvervlies van de rijstkorrel en nadien is aangetroffen in de meeste andere voedingsmiddelen.
Werking: De biologische actieve vorm is thiaminepyrofosfaat (TPP), waarin een pyrofosfaatgroep door een esterbinding gebonden is aan de gesubstitueerde thiazoolgroep. TPP fungeert als coënzym voor een dertigtal enzymen, alle betrokken bij de koolhydraatstofwisseling; als cocarboxylase participeert TPP in o.a. de oxidatieve en de niet-oxidatieve decarboxylering van a-ketozuren. Voorts is TPP als coënzym betrokken bij de transketolasereactie in de pentosefosfaatcyclus.
Een tekort: Een tekort aan dit vitamine in het voedsel, vooral vroeger in de tropen voorkomend bij mensen die zich vnl. met gepelde (geslepen) rijst voedden, veroorzaakt de zenuwaandoening beriberi.

Te veel:

Vitamine C:
Algemeen: Vitamine C (ascorbinezuur), komt voor in fruit en groenten; het heeft verscheidene belangrijke fysiologische functies.
Werking: Zorgt voor een betere functie van: immuunsysteem, groei, tandvlees en tanden. bloedvaten en botten.
Te kort: Een ernstig tekort veroorzaakt scheurbuik. De volwassen mens heeft gemiddeld ca. 50 mg vitamine C per dag nodig.
Te veel:

Vitamine B6:
Algemeen: Vitamine B6 is in goede hoeveelheden aanwezig in vlees, bruinbrood, vele groenten en peulvruchten.
Werking:
Te kort: Een tekort veroorzaakt bloedarmoede en zenuwaandoeningen.
Te veel:

Mineralen:

Calcium:
Algemeen: Het volwassen lichaam bevat ruim 1 kilo calcium, waarvan slechts 1% wordt aangetroffen in het bloedplasma en in de cel. De overige 99% bevindt zich in het skelet.
Werking: Calcium in het bloedplasma is voor de helft gebonden aan plasma-eiwitten; de andere helft, het vrije geïoniseerde calcium is noodzakelijk voor de bloedstolling, spiercontractie en de impulsgeleiding in de zenuw.

Te kort: 2. een verlaagd calciumgehalte in het bloed (hypocalciëmie) veroorzaakt door bijv. een onvoldoende functioneren van de bijschildklieren, door vitamine D-tekort of door een falende nierwerking (de nier is nl. verantwoordelijk voor de terugresorptie van calcium naar het bloed).
Voorbeelden van dit laatste zijn o.a. rachitis (de Engelse ziekte), voornamelijk optredend bij kinderen (veroorzaakt door een tekort aan vitamine D) en osteoporose. Osteoporose treedt met name op bij vrouwen in de menopauze als gevolg van een calcitonine-tekort, dat bij deze groep wordt veroorzaakt door een algehele afname van de hoeveelheid oestrogeen.
Te veel: 1. een verhoogd calciumgehalte in het bloed (hypercalciëmie) veroorzaakt door bijv. een overmatig producerende schildklier, overmatig producerende bijschildklieren of een vitamine D-intoxicatie. Hypercalciëmie treedt minder frequent op; de behandelingsmethode is afhankelijk van de oorzaak.
Gevolgen van een hypocalciëmie zijn o.a. remming van het bloedstollingsmechanisme, een verminderde contractiliteit van de spieren, tetanie (bij motorische zenuwen), paresthesiën (bij sensibele zenuwen) en aantasting van de structuur van het botweefsel (door botontkalking).

Zink
Algemeen: Zink is in hoge doses een toxisch zwaar metaal, maar het is daarnaast een essentieel spoorelement, wat betekent dat een te lage inname kan leiden tot deficiëntieverschijnselen. Het element komt overal in de natuur voor; verhoogde concentraties worden met name aangetroffen in de omgeving van metaalbedrijven. Dergelijke verhoogde concentraties hebben een schadelijk effect op planten, bodemdieren en ecosystemen.
Het belang van zink als spoorelement is te verklaren uit het feit dat het element een essentieel bestanddeel vormt van ca. 200 enzymen en een aantal lichaamseigen stoffen (waaronder insuline), de stabiliteit bevordert van membranen in en rond de cel, betrokken is bij de prikkeloverdracht in de zenuwen en bij alle groeiprocessen in het lichaam. Ook vervult het een onmisbare rol bij de synthese van eiwitten en suikers.
De aanbevolen dagelijkse dosis zink bedraagt voor een volwassene 15 mg, voor zwangere vrouwen 20 mg en bij vrouwen die borstvoeding geven 25 mg; de werkelijke zinkinname ligt in veel landen echter lager. De maximaal aanvaardbare dagelijkse inname wordt meestal gesteld op 120 mg/dag, hoewel ook getallen tot 600 mg/dag worden genoemd. Zinkrijke voedingsmiddelen zijn vlees, vis en schaaldieren.
Werking: Bevordert de stabiliteit van membranen in en rond de cel en is betrokken bij de prikkeloverdracht in de zenuwen en bij alle groeiprocessen in het lichaam. Ook vervult het een onmisbare rol bij de synthese van eiwitten en suikers.
Te kort: Aangezien het lichaam niet kan beschikken over een grote zinkreserve en de uitscheiding van zink, o.a. via zweet en urine, aanzienlijk is, kan een (te) lage zinkinname al gauw leiden tot deficiëntieverschijnselen, waaronder groeiremming (ook prenataal), slechte wondgenezing, huidaandoeningen, onvolledige seksuele rijping, slechte ontwikkeling van het mannelijke geslachtsorgaan, verminderde vruchtbaarheid bij de man, extra risico op complicaties bij de zwangerschap, schade aan het immuunstelsel, vermindering van de geur- en smaakwaarneming, slaapstoornissen en nachtblindheid. Een aantal aandoeningen die met een zinktekort kunnen worden geassocieerd, zijn o.a. chronische vermoeidheid, epilepsie, nystagmus (oogsidderingen), coeliakie, diabetes mellitus, reumatoïde artritis, acne, levercirrose, haaruitval, gereduceerd libido en impotentie.
Te veel:

Natrium
Algemeen: Komt o.a. voor in keukenzout (NaCl).
Werking:
1. Handhaving van de osmotische druk van de weefselvloeistof. Hierdoor worden de opname en de afgifte van water door de lichaamscellen geregeld. De verhouding tussen de hoeveelheid water in het lichaam en de hoeveelheid zout wordt geregeld door de nier.
2. Handhaving van de zuurgraad van de weefselvloeistof. Dit betreft (voor zover natrium wordt beschouwd) uitsluitend het natriumwaterstofcarbonaat, dat met het koolzuur (H2CO3) een buffersysteem vormt. Ook hiervoor geldt dat de nier de gewenste zoutconcentratie handhaaft; hierbij bedraagt de zuurgraad 7,4.
3. Het veroorzaken van een actiepotentiaal in prikkelbare weefsels als zenuwweefsel en spierweefsel. De huidige hoge dagelijkse opname van natriumchloride kan nadelig werken op de gezondheid (o.a. groter risico op hart- en vaatziekten).
Te kort: Uitdrogingsverschijnselen.
Te veel: Risico op hart- en vaatziekten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.