Nederland en zijn landschappen

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 1e klas vwo | 1596 woorden
  • 17 mei 2001
  • 161 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 161 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Hoofdvraag:

Hoe zijn de 6 belangrijkste Nederlandse landschappen ingericht en hoe verklaar je dat?

*Zandlandschap:

De stuwwallen bestaan helemaal uit zand en grind. In het begin van de ijstijd zijn die materialen daar gebracht door grote rivieren. Later heeft een tong van het landijs dat rivierzand opgestuwd tot een heuvel. En aan het einde van de ijstijden heeft de wind daar dekzand overheen geblazen.
Bij de stuwwallen heb je grof zand en grind, daar zakt het water snel weg dus is het te droog voor akkerbouw. Je ziet er bos en hei. Als het dekzand fijner is, is het geschikt voor akkerbouw want het water wordt dan goed vastgehouden. Bij het laagste gedeelte van de stuwwallen is de zandgrond te nat voor akkerbouw, daar zie je grasland. Zandlandschappen hebben meer reliëf dan klei- en veenlandschappen.


*Laagveenlandschap:

In het Holoceen begon de temperatuur te stijgen waardoor al het ijs smolt. Hierdoor steeg de zeespiegel waardoor het gebied achter de strandwallen, het waddengebied, door zee en rivieren steeds werd opgevuld met wissellende combinaties van zand en klei, de zeeklei. Een hele tijd later nam de zeespiegelstijging weer af. De zeeklei was nu zo hoog geworden dat het droog kwam te liggen. Daardoor konden er oeverplanten op gaan groeien. Uit de plantenresten ontstond het veen.
Voordat men het veenlandschap kon gebruiken moest men het eerst inpolderen. Er werden dijken aangelegd en heel veel sloten gegraven. Met windmolens maalde men het water uit de sloten weg. De grond werd daar heel erg stevig van en er begon gras op te groeien. Er konden nu koeien op grazen. De grond was niet sterk genoeg om er wegen op de bouwen maar dat kon wel vlak naast de dijken. Er ontstond daarom een langgerekte bebouwing (langs de dijken). Omdat men vroeger turf gewonnen heeft zijn er smalle stroken water in afwisseling met smalle stroken land. Men baggerde lange geulen uit en de veenbagger gooiden ze op de oever, waarna ze daarna aan de andere kant van de bagger op de oever nog weer een geul baggerde enz.

*Hoogveenlandschap:

In de noordelijke helft van Nederland heeft het landijs keileem bedekt met dekzand achtergelaten. Door die keileemlaag kon het water slecht wegzakken. Daardoor vormden op het iets hoger liggende land drassige gebieden met moerasplanten. In die moerassen vormde zich veen, dat noemen we hoogveen.
In de 17e eeuw liet men een kanaal graven dat twee functies had. Ten eerste kon het water uit het veenlandschap dan weglopen waardoor het veen droog kwam te liggen. Daaruit werden turven gestoken met de hand die konden dan weer via dat kanaal met een schip weggevoerd worden, dat was dan ook de tweede functie. Langs dat kanaal vind je lange eentonige rijen huisjes. Die waren voor de turfgravers. Op den duur werd bijna al het veen afgegraven waardoor de onderliggende zandgrond weer aan de oppervlakte kwam. De veenresten van slechte kwaliteit bleven liggen, die mengde zich met de zandgrond. Zo ontstond goed landbouwgrond, ook wel dalgrond genoemd. Daar werden grote boerenbedrijven gesticht met akkerbouw.

*Zeekleilandschap:

De zee heft er jonge zeeklei afgezet en is daar nog steeds mee bezig. Het staat twee keer per dag droog en elke keer als het vloed is laat de zee een dun kleilaagje achter. Het wad wordt langzaam maar zeker zo hoog dat het niet meer onderloopt bij vloed. Alleen bij hoge vloed, zo’n stuk land noemt men een kwelder. Op een kwelder kan er vee grazen. In zulke gebieden woonde 3000 jaar geleden al mensen. Zij bouwden hun huizen op een terp om te voorkomen dat hun huis zou onderstromen bij de hoge vloed. Ongeveer 1000 jaar geleden zijn de mensen in een kwelder zich extra gaan beschermen met zeedijken. Omdat dit gebied een waardevol natuurgebied is met vogels mag deze niet meer bedijkt worden.

*Rivierkleilandschap:
Door de stijgende zeespiegel in het Holoceen verminderde de stroomsnelheid van de rivieren de Rijn en de Maas. Daardoor konden deze rivieren geen grind meer meenemen. Alleen nog maar lichte materialen, zoals zand en klei. Het gevolg hiervan was dat in Nederland alleen nog maar licht materiaal werd afgezet. Zo werd in het midden van Nederland over de ondergrond van dekzand een brede strook rivierklei afgezet.
De rivieren in Nederland hebben zomers minder water dan in de winter. Zomers stromen ze in hun zomerbed, en ‘s winters is dat zomerbed te klein. Daarom is er een soort reservebed, dat kan ook volstromen als er te veel water is voor het zomerbed. Deze reservebedden heten uiterwaarden. Het zomerbed plus de uiterwaarden vormen samen het winterbed. Dat wordt beschermd door hoge, stevige winterdijken. De uiterwaarden lopen ‘s winters vol daarom heb je maar beperkte gebruiksmogelijkheden. In de zomer kan je er bijv vee laten grazen en in de winter zijn ze volgelopen.

*Lösslandschap:

Tijdens de laatste ijstijd kwam er geen ijs meer in Nederland. Het werd wel zo koud dat er niks kon groeien. De wind kreeg er vrij spel, waardoor de onbegroeide bodem flink ging stuiven. Grote delen van Nederland werden bedekt met fijn stuifzand. Dat noemen we dekzand. In het uiterste zuiden van Nederland dwarrelde het allerfijnste stof neer, dat noemen we löss. Onder dat löss bevindt zich een ondergrond van mergelkalk. Löss lijkt een beetje op klei maar dan in een vorm van fijn zand. Het houdt water goed vast dus is het zeer vruchtbaar. De grond is dus geschikt voor akkers. Je vindt er alleen meer bos dan akkers en dat komt omdat de grond zeer gevoelig is voor bodemerosie. En om te voorkomen dat de grond wegspoelt vind je op de hellingen zoveel mogelijk blijvende beplanting.


Deelvragen:

1) Welke twee gigantische water werken waren in de 20e eeuw uitgevoerd? Wat was de aanleiding hiervoor en welke reden had het nog meer?

Door het afsluiten van de Zuiderzee (het IJsselmeer) en een aantal zeearmen in het zuidwesten, werd de kustlijn zo’n 1000 km korter. Daardoor werd het makkelijker de resterende 700 km te versterken. Dat is nodig omdat Nederland elk jaar 2mm ten opzichte van de zeespiegel daalt.

* Zuiderzeewerken:

De aanleiding voor het Zuiderzeewerken was de watersnoodramp in 1916, men wou meer veiligheid. Er zijn nog andere redenen zoals: men wou nieuw land droogleggen omdat er behoefte was aan meer landbouwgrond. Het Zuiderzeewerken was ook belangrijk voor de verbetering van de zoetwaterhuishouding. En dankzij het Zuiderzeewerken zijn er nu de mogelijkheden voor oeverrecreatie en watersport sterk vergroot.

* Deltawerken:

De aanleiding bij het Deltawerken was de watersnoodramp in 1953, ook hier wou men meer veiligheid. De landaanwinning speelde bij het Deltawerken totaal geen rol. Een tweede reden was dus niet landaanwinning maar de ontsluiting van de Zeeuwse Zuid-Hollandse eilanden. En meer recreatie.

2) Wat is een polder? Waarvoor legde men deze aan en hoe worden ze gebruikt?

Een polder is een stuk land omgeven door dijken, waarbinnen men de waterstand kan regelen. Dat regelen is nodig omdat ze anders vol met water lopen omdat het regenwater niet weg kan. Dat moet er dus uitgepompt worden. Dat doen ze met een polderpomp en die noemen we een gemaal. Eerst maalde men met windmolens, maar tegenwoordig doen ze dat met elektrische gemalen.
Van nature is in Nederland alleen maar het deel boven de zeespiegel bewoonbaar. Duizenden jaren geleden waren er al mensen die probeerden om ook in Laag-Nederland te gaan wonen. Er waren namelijk gebieden die maanden achter elkaar droog lagen. Om te voorkomen dat hun huis onder zou lopen bouwden ze die op een terp. Later begon men met de aanleg van dijkjes. Binnen die dijkjes ontstonden de eerste polders. Dankzij die polders kan men nu ook in Laag-Nederland wonen. Een polder kan je dus gebruiken om in te wonen en voor akkerbouw en sommige boeren hebben er grasland.

3) Hoe zorgt Nederland dat het (grond)waterpeil op de juiste hoogte blijft?

Bij de landbouw is het belangrijk dat je het peil kan regelen. Sommige planten hebben korte wortels dus soms als het grondwaterpeil te laag staat kan je het verhogen zodat deze planten er ook bij kunnen. Je kan het dus kunstmatig verlagen of verhogen. Als je grondwater kunstmatig verlaagt, heet dat draineren. Je legt dan in de grond buizen met gaatjes. Door deze draineerbuizen kun je het water weg laten lopen of wegpompen. Als je het peil kunstmatig verhoogt heet dat irrigeren. Dat wil zeggen: bevloeien of water opbrengen.
In polders kan je het waterpeil ook regelen. Als het te hoog wordt ga je pompen en als het te laag wordt laat je gewoon weer wat water in.

4) Wat zijn Hunebedden? Waar komen ze vandaan en hoe worden ze gebouwd en waarvoor?

Hunebedden zijn de restanten van stenen grafkelders waarin het boerenvolk dat het noorden van ons land circa 5000 jaar geleden bewoonde, zijn doden begroef. Ze zeggen dat het massagraven waren, waarin veel generaties een laatste rustplaats kregen. Daarnaast nemen veel archeologen aan dat hunebedden een ceremoniële, rituele, godsdienstige functie hebben gehad. Hunebedden zijn gemaakt van zware keien. Zwerfkeien worden ze genoemd en de zwaarste wegen meer dan 40 ton. Ze zitten in de bodem in heel Noord-Nederland, maar de meeste in Drenthe. In de ijstijd waren er enorme gletsjers vanuit de hooglanden van Scandinavië. Deze namen deze leem en keien mee naar ons land. Toen het ijs smolt bleef dat achter in Nederland.
Met deze keien gingen de vroegste boeren in Drenthe aan de slag om indrukwekkende grafkelders te bouwen. Ze selecteerden keien met een platte zijde om een enigszins rechthoekige ruimte te kunnen creëren, maar waarschijnlijk ook om ze gemakkelijker met behulp van ronde boomstammen, touwen en ossen, maar bovenal mankracht naar de bestemming te kunnen slepen.
( Vraag nr.4 is van het internet )

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Hoi, mag ik vragen wat voor cijfer je voor dit werkstuk hebt gekregen? Ik denk dat dit me heel erg zal helpen, dus alvast bedankt. Doei!

21 jaar geleden

A.

A.

Hallo, Ahmed hier.

Ik heb gebruikt gemaakt van je verslag en wil je hierbij vriendelijk bedanken. Zou je me nog meer informatie kunnen sturen.

Alvast bedankt.

Ahmed

20 jaar geleden

A.

A.

Stuur me even meer info over de landschappen aub.

Met vriendelijke groeten

Ahmed

20 jaar geleden