Matou Malin

Beoordeling 10
Foto van Jasper
  • Cijfer 10
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Titel: Matou Malin


Vak: Frans


Inhoudsopgave



  1. Inleiding

  2. Vergelijking met Le lion malade

  3. Le lion malade van Paul Diacre

  4. Ecbasis Captivi

  5. Het verhaal van Le lion malade

  6. Het personage Renart

  7. Conclusie

  8. Maatschappelijk relevante satire sociale

  9. Door mij geschreven satire sociale

  10. Mijn afsluitende mening



Inleiding


Voor de eerste literatuurprestatie die ik heb gedaan, heb ik voor Une satire sociale gekozen met als satire sociale Le roman de Renart. De schrijvers hiervan zijn niet allemaal bekend, maar rond 1174 verscheen het eerste “hoofdstuk” van dit werk, geschreven door Pierre de Saint-Cloud. Diezelfde auteur schreef ook een vervolg in 1179, maar vanaf die datum zijn vele Franse auteurs aan de slag gegaan met het schrijven van hun eigen verhalen voor Renart.


Ik was oorspronkelijk van plan de eerste tien fabels/avonturen van dat epos te lezen, opdat ik een basiskennis zou hebben van het boek. Het bleek echter handiger om, naast die eerste tien fabels, tevens het hele verhaal gedetailleerd te kennen—iets wat niet had gekund zonder nog een stuk meer fabels te lezen.


Ik heb ook aan specifieke andere fabels gerefereerd wanneer dat nodig bleek te zijn. Deze epen waren Ysengrimus, geschreven door Nivardus van Ghent, Le lion malade van Paul Diacre en de versie van Jean de la Fontaine en Ecbasis Captivi manu ignota.


De satire sociale die ik heb geschreven heb ik laten gaan over het volgende moraal: “Als je ongastvrij/onvriendelijk doet tegen een ander, moet je niet raar opkijken als die later ook ongastvrij/onvriendelijk doet tegen jou.” Dit heb ik aan de hand van “une grenouille” en “une fourmi” gedaan.


Vergelijking met Le lion malade


De drie tot vier eeuwen voorafgaand aan het eerste millennium worden vaak het monastische tijdperk genoemd. Monniken kopieerden boeken met de hand in zogenoemde scriptoria, zich van de overlevering van vele meesterwerken uit de oudheid en de verspreiding van nieuwere werken verzekerende.


Interessant genoeg, terwijl de literaire werken uit de oudheid in leven werden gehouden door monniken, onder wie Hésiode en Horace, werden dierenepen een bron van vermaak voor die monniken, die niet alleen deze poëtische werken kopieerden, maar ook eigen dierenepen schreven. Antropomorfisme was een effectieve manier om anoniem je mening te uiten, wat een verademing was voor satirici. Tussen deze dierenepen zou de leiden tot Ysengrimus van Nivardus van Ghent uit de twaalfde eeuw en Le Roman de Renart van Pierre de Saint-Cloud en andere, minder bekende poëten.


Le lion malade van Paul Diacre


Het verhaal van Le lion malade zou als inspiratie dienen voor twee auteurs. De eerste is Paul Diacre, een Benedictijnse monnik, een schrijver en de auteur van Le lion malade. De eerste woorden van dit epos zijn vertaald als volgt:


“De leeuw lag ziek te bed, zo deed ooit het gerucht de ronde, en bijna was zijn laatste levensdag al aangebroken.”


Toch is de titel van Le lion malade ook wel Le lion malade, la renarde et l'ourse, wat door de Romeinse fabeldichter Phèdre de aan dit werk gegeven titel is. Jean de la Fontaine vertaalde dit werk als Le lion, le loup et le renard. Aan hem was de mening dat dieren stereotype karakters voor moesten stellen.


Ecbasis Captivi


Naast Ysengrimus en Le roman de Renart staat de anonieme twaalfde-eeuwse Ecbasis Captivi (ontsnapte gevangene), een dierenepos met een ingesloten verhaal. De “buitenste” fabel gaat over de ontsnapping van een zekere gevangene, een kalf, en de “binnenste” fabel is Le lion malade. De twee vertellingen zijn verbonden omdat het kalf ontsnapt wanneer de gevilde beer / wolf zich toont, iedereens aandacht vangende.


Het verhaal van Le lion malade


Een zieke leeuw, gelovende dat er een genezing voor ouderdom bestond, vroeg aan verscheidene dokters om een remedie. De leeuw en de beer / wolf arriveerden meteen, maar de vos, de beer / wolf ervan verdachtende dat hij hem wilde doden, ging naar het Hof.


Toen de vos op het Hof aankwam, zei hij de koning dat hij vreesde dat iemand over hem loog. Hij zei op een bedevaart te zijn geweest (“mais j’étais en pèlerinage”) en beweerde getrouw te bidden voor de leeuw, zoals hij had gezworen. Tevens zei hij dat hij dokters had gezocht en hun had verteld in welke mate de leeuw leed. Die dokters wisten het meteen: hij miste warmte. Om de leeuw te genezen, moest hij gewikkeld worden in een deken van een beer / wolf aan wiens beschrijving Ysengrin voldeed. De leeuw genas en hovelingen zongen liederen en maakten de vergelijking tussen het lijden van de leeuw en het leed van Christus, en de vos vervangt de beer / wolf als medebestuurder. De gevilde berenjas / wolvenjas werd toen de kamerjas van de leeuw (“sa robe de chambre”).


Mijn favoriete versie van Le lion malade is die van Paul Diacre, waarin de vos met een zak gevuld met de vele schoenen die hij versleten had terwijl hij had gezocht naar een geneesmiddel aan kwam zetten bij de leeuw. In Le Lion, le Loup et le Renard (van La Fontaine) is de moraal dat hovelingen elkaar voortdurend aan het zwartmaken zijn, terwijl zij juist “zouden moeten denken aan geven”.


Het personage Renart


Voor het eerst verschenen als Reinardus in Ysengrimus van Nivardus van Ghent, is Renart een rakker en “un itinérant”. Hij is voorgekomen in twee bekende middeleeuwse dierenepen: Ecbasis Captivi, van een anonieme schrijver, een epos van meer dan duizend regels over een door een wolf gestolen en door andere dieren gered kalf, en Le lion malade van Paul Diacre.


Ongeveer 20 jaar later, in 1170, verscheen Renart in Frankrijk, toen Pierre de Saint-Cloud de eerste “vertakkingen” van Le roman de Renart schreef, waarvan niet alle auteurs bekend zijn.


Conclusie


Le lion malade en Ecbasis Captivi zijn voorlopers van Nivardus' Ysengrimus en het populairdere Le roman de Renart. De belangrijkheid van het verhaal van Le lion malade stamt voor een groot deel uit het literaire geluk van dat werk. Het middeleeuwse bestiarium verschilt van Le roman de Renart in dat het allegorischer is.


In dierenepen is ironie de belangrijkste stijlfiguur. Pratende dieren praten niet echt, ondanks hun zeggingskracht. Hun onbekwaamheid om te praten, behalve “en son langage”, geeft hun de mogelijkheid te zeggen wat ze niet hebben gezegd. In feite heeft de antropomorfische Ecbasis captivi des te meer zeggingskracht, daar dit epos eigenlijk een fabel binnen een fabel is.


Kortweg zijn deze dierenepen des te meer ironisch, omdat die dierenwereld eigenlijk de omgekeerde wereld is. Alle dieren wonen bijvoorbeeld aan het Hof en de vos is een bestuurder die de beer / wolf zwart wil maken. Antropomorfisme kan een verrassende wending nemen.


Een andere ommekeer is het lachwekkende “trompeur trompé”. De beer / wolf probeert zichzelf te aggraderen tot de rang van de vos, die van regent, maar de omstandigheden zitten hem niet mee. Die verschillen zijn een andere bron van ironie. Komische ironie.


Deswege, hoewel Le lion malade voorafgaat aan Ysengrimus en Le roman de Renart, is het gewicht der traditie zo sterk dat de leeuw, de beer / wolf en de vos door dit middeleeuws bestiarium hun stereotypes niet ontnomen worden. De leeuw is koning en de vos sluw en geslepen, maar ze kunnen niet praten en zijn puur allegorisch. Toch is het een meesterwerk van de middeleeuwse literatuur.


Maatschappelijk relevante satire sociale


L'histoire que j'ai ecrite s'agit d'inhospitalité au dîner. Une grenouille rend visite à une fourmi à l'heure du dîner. La fourmi n'est pas d'humeur d'être hospitalier et trouve un truc pour ne pas partager son repas. La grenouille se moque de lui de la même manière quand il est visité par la fourmi.


Het moraal dat ik hiermee over wilde brengen is: “Als je ongastvrij/onvriendelijk doet tegen een ander, moet je niet raar opkijken als die later ook ongastvrij/onvriendelijk doet tegen jou.”


Door mij geschreven satire sociale


Un jour, une fourmi déterra des grandes carottes de son potager, parce qu'il voulait se traiter avec un festin. Il prépara les carottes avec une grande attention et peu de temps après des délicates senteurs se diffusèrent. Quand il était sur le point de manger, il y eut quelqu'un qui frappa à la porte. C'était la grenouille, qui avait l'air fatigué et affamé comme d'habitude: “Salut, mon ami. J'étais dans le coin quand je sentis une odeur de gâteau aux carottes et, parce que je vins de commencer à avoir faim, je pensai: ‘Je vais rendre visite à mon vieil ami, la fourmi.’”


La fourmi pensais qu'il était dans une situation tout à fait ennuyeuse: Bien que montrer la sortie à des invités fût empoli, surtout s'ils avaient faim, il ne voulait pas partager son repas. À lui vint une idée quoi faire.


“Entre, mon ami,” dit-il, apparemment sincèrement. “Eusse-je mangé tout seul, ça eût été triste. C'est pourquoi je suis ravi que toi, tu sonnes à ma porte. Sers-toi et mets-toi à l'aise.” “Ne me le dis pas deux fois,” dit la grenouille, quand il courut vers la table et prit une part du gâteau. La fourmi l'arrêta: “Est-ce qu'il se peut que tu ailles te laver les mains d'abord? Ou est-ce que ça ne se fait tout simplement pas d'où tu viens?” La grenouille regarda ses pattes et constata qu'elles étaient très sales. Il n'aurait pu en être autrement, puisqu'il sautait toute la journée dans la boue. Il courut à la rivière et nettoya ses pattes. Quand il retourna à la table, la fourmi dit: “Je pensai que c'était du gaspillage de laisser le gâteau refroidir, alors je commençai déjà.” À nouveau la grenouille eût prit du gâteau, eût son hôte pas dit: “Mon pote, ne dis-je pas que tu dois te laver les mains avant que tu touches le repas?” Confus il examina ses mains et vit qu'elles furent devenues effectivement sales encore une fois quand il rentra à la maison de la fourmi. Il alla à nouveau à l'eau, cette fois-ci en faisant attention sur le chemin du retour de marcher juste sur la pelouse, afin que ses pattes restassent propres. Mais il arriva à la fourmi au moment où le chien léchait les plats. “Je vais te laisser. En tout cas merci pour ton invitation gentille pour ce repas. Si jamais tu es près de chez moi, sache que tu peux toujours entrer,” dit la grenouille déçue. Il sortit en houblonnant.


Les jours suivants, la fourmi tout le temps devait penser aux paroles de son ami. Pourquoi ne pas rendre visite pour faire un brin de causette avec lui, idéalement à un moment où il était probable que son ami fût retrouvable chez lui-même? À l'heure du dîner, par exemple. En ne sachant pas où était la maison de la grenouille, il alla traîner près de la rivière. C'est comme ça qu'il trouva son camarade, qui prenait un bain de soleil au bord de la rivière. En s'étant levé en larmes, il dit: “Salut, mon ami, je pensais à toi. Me laisses-tu avoir l'honneur de te recevoir? Je réjouissais de t'accueillir avec style.” “Ah, mais bien sûr,” dit la fourmi, avec un estomac gargouillant.


La grenouille plongea dans l'eau pour mettre la table. Quand il eut fini, il remonta vite vers la surface en le cherchant. Ensemble, ils plongèrent au fond de la rivière. En venant d'arriver, la grenouille commença à dévorer la nourriture en prenant tout son temps, mais la fourmi remonta à la surface; il n'était pas assez lourd pour rester au fond. Pendant que son hôte sans entraves se nourrissait des délices, il tenta désespéré de descendre. Il ne voulait pas rater ce repas gratuit, coûte qui coûte. Il sortit et alla au bord de la rivière. Il mit la veste qu'il portait en hiver, car elle était plus lourde; assez lourde pour couler au fond. Il s'assit à la table, mais n'en crut pas ses yeux sur le repas royal.


Au moment qu'il voulut se servir, la grenouille dit d'une façon borrue: “Selon la coutume, on enlève son manteau avant de commencer à manger. J'apprécierais beaucoup que tu t'adaptes à notre façon de faire.” Bon alors il détacha sa veste et il se fut mis à flotter à la surface. Il se rendit vers le fond en voyant que la grenouille avalait à l'aise toutes les entrées tout seul


Mijn afsluitende mening


Net zoals voorgaande middeleeuwse dierenepen, draagt Le roman de Renart bij aan de traditie van ethiek in verhaalvorm, maar op een manier die de lijkt te trachten die traditie uit te vegen door een heel andere betekenis te geven aan de uitspraak van Aristoteles dat een mens een politiek dier is. Arestoteliaanse ethiek vereist herkenning van blijdschap, pijn en verlangen in een ander—het vermogen om dit te doen hangt af van het vermogen om eigen blijdschap, pijn en verlangen te herkennen. Renart, daarentegen, leert ons dat we ons niet iets anders kunnen verbeelden dan wat door ons eindeloos eigenbelang al wordt verbeeld. Hiermee wil ik niet zeggen dat Renart geen immoreel is zoals Ysengrimus—hij is iets veel interessanters: een karakter dat de ethiek ondermijnt, door bijvoorbeeld gevoelens van medelijden op te roepen, maar die te gebruiken voor geheel onethische doeleinden. Dit is misschien een verklaring voor waarom Renart zo veel humor oproept—hij staat ons toe om te lachen over ethische pretentie. Ysengrim wekt deze humor niet op.


De weg van de samenhangende vertelling is erg duidelijk: Renart begint als een karakter dat het niet zo nauw neemt met de wet en eindigt als de konings meest geprezen adviseur. Zijn “vijand”, Ysengrimus de beer / wolf, daarentegen, is in het begin de vertrouwde bode van de koning, en aan het eind is hij het vernederde en fysiek verminkte slachtoffer. De weg die Renart aflegt van dief tot koninkijk adviseur is geenszins soepel verlopend. Aan de andere kant komt mijn fascinatie voor Renart voort uit dat hij zich mengt in steeds gevaarlijker wordende situaties, maar toch iedere keer weet te ontkomen. Hij speelt hoog spel—een steeds hoger wordend spel—met alsmaar meer wordend bewijs tegen hem en alsmaar meer mensen die zich tegen hem keren. Elke keer, echter, ontkomt hij door de verbeelding van de rhetorisch gevormde vertelling—het verhaal dient als een referentiekader waardoor je de schijnbare “juistheid” van de acties van Renart kunt zien en begrijpen. Van makkelijke slachtoffers zoals de beer / wolf, gaat hij over naar uitdagendere tegenstanders zoals de kat en dan naar de rest van het Hof, waarover de leeuw heerst, die, als de koning, de hele natie tot zijn beschikking heeft. Maar Renart zelf heeft iets veel krachtigers: de rhetorische vaardigheid die hem toestaat de schrijver te zijn van zijn eigen verhaal.


De komedie die in het verhaal voorkomt, komt van de eindeloze vindingrijkheid van Renart wanneer hij in gevaar is en zijn vaardigheid om zich uit elke situatie te bevrijden—het komt ook doordat hij nooit toegeeft aan medelijden. Daarnaast is er blijdschap te vinden in het duidelijke plezier dat Renart heeft in zijn werk—hij vindt het leuk zijn vaardigheid te benutten. Hij       begrijpt ethiek en redelijk denken zo goed dat hij beiden gemakkelijk kan manipuleren.


Wat voor verschil maakt het dat deze daden worden toegeschreven aan een dier? De vertelling van Renart wordt bedekt door een driedelige, volgordelijke logica van gelijkenissen, verschillen en gelijkenissen weeral. Je moet eerst de gelijkenissen erkennen: het hele epos hangt ervan af dat dieren net zoals mensen zijn. Als je wordt geconfronteerd met de meedogenloze brutaliteit van de dierenwereld, wil je vasthouden aan de verschillen: “Ze blijven dieren, tenslotte,” wil je zeggen. Je verliest evenwel langzaam de mogelijkheid om de dierenwereld in bedwang te houden door de menselijke activiteiten die Renart uitvoert. Uiteindelijk blijkt uit het verhaal dat je weer in het land der gelijkenissen verkeert—ofschoon deze keer de gelijkenissen de andere kant op gaan, wanneer duidelijk wordt dat mensen als dieren zijn. Deze driedelige volgorde van reacties op het werk zorgt voor zowel het komedische aspect (dieren zijn zoals mensen) en       het schokkende aspect (mensen zijn zoals dieren) van de vertellingen van Renart.


Antropomorfisme wordt neergehaald in het verhaal wanneer het uiteindelijk overgaat in zoömorfisme. Menselijke heersers zijn als leeuwen en zijn per definitie slechts geïnteresseerd in eigenbelang. Renart is dus een ondermijning van de aard bestuurders. Het komische aspect slaat hard toe, zowel voor de politiek als de ethiek.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Jasper