Wat is de woningwet van 1901?
De Woningwet van 1901 was een Nederlandse wet die ervoor zorgde dat gemeenten slechte huizen onbewoonbaar mochten verklaren en eisen konden stellen aan nieuwe woningen. Elke gemeente mocht nu eisen stellen aan nieuwe woningen. Huizen moesten stevig gebouwd zijn, voldoende leefruimte hebben en een eigen wc en kraan hebben. In de woningwet stond ook dat een gemeente slechte woningen onbewoonbaar mocht verklaren, daarom zijn er veel krotten vernielt.
Doel van de woningwet;
- Slechte woningen onbewoonbaar maken.
- De bouw van goede woningen bevorderen.
Om deze doelen te bereiken gebruikte ze een combinatie van regels om slechte woningen onbewoonbaar te maken en het gemeenschapsgeld gebruiken voor de bouw van goede woningen.
Regels woningwet;
- De gemeente werd verplicht om een bouwverordering op te stellen met voorschriften waaraan nieuwe gebouwen, voornamelijk woningen zouden moeten voldoen.
- Het werd verboden zonder bouwvergunning iets nieuws te bouwen of een bestaand huis te verbouwen of uit te breiden.
- De eigenaar van de woning werd verplicht sommige verbeteringen te volbrengen.
- Het gemeentebestuur kreeg de mogelijkheid een woning onbewoonbaar te maken.
Door wie en wanneer is de woningwet van 1901 gemaakt?
De Woningwet is ingevoerd in 1901 door het kabinet-Pierson. De wet is aangenomen op 22 juni 1901 en trad in werking op 1 augustus 1902.
Het kabinet-Pierson was een Nederlands kabinet zij regeerde van 1897 tot 1901. Het kabinet bestond uit liberalen. Het kabinet had de bijnaam het kabinet van sociale rechtvaardigheid.
Belangrijke wetten die kabinet-Pierson tot stand heeft gebracht;
- De woningwet
- De gezondheidswet
- De leerplichtwet
- De Kinderwetten
- De militiewet
Kabinet Pierson
Waarom werd de woningwet van 1901 ingevoerd?
Door de industriële revolutie trokken er veel burgers van het plattenland naar de stad, op het plattenland was er aardig veel werkeloosheid en in de stad groeide de industrie. De binnensteden raakten overbevolkt, door een tekort aan woonruimte. De woningen waren vaak niet meer als krotten. In de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw waren de woonomstandigheden van de Nederlandse arbeidsbevolking vaak heel slecht. De woningen die in die tijd werden gebouwd waren vaak rug aan rug woningen met slechte kwaliteit, met eenvoudige voorzieningen en smalle trappen. (bij een rug aan rug woning, zit de achterkant van het huis vast aan de andere achterkant van het andere huis). In Amsterdam zijn veel van dergelijke wijken in korte tijd uit de grond gestampt: de Staatsliedenbuurt, Kinkerbuurt, De Pijp, de Oosterparkbuurt en de Dapperbuurt bijvoorbeeld. Aan het einde van de 19e eeuw, besluit het parlement dat de hygiënische situatie in de steden slecht dreigt te worden, dat de volksgezondheid gevaar dreigt te worden. Alles ging er dus slecht aan toe, in 1901 is door kabinet-Pierson de woningwet ingebracht.
Gevolgen woningwet 1901.
De gevolgen van de woningwet in 1901 waren vooral na het einde van de wereld oorlog te zien in de bouw van arbeiders woningen. De eenkamerwoning is verdwenen, de woonkamer is bewoonbaar, in de keuken moest gekookt worden, deze was niet om in te wonen, daarom maakte ze de keuken niet groter dan mocht. Er kwamen slaapkamers om in te slapen. Het privaat mocht beslist niet in directe verbinding staan met de woonkamer of keuken. Zich wassen deed men op de slaapkamer of de overloop. Voor een bad of douche werd in de wijk een badhuis gebouwd.
Een geweldige verbetering ontstond in de jaren 20 en 30. De nieuwe wijken in grote steden werden als tuinsteden gebouwd. De woningen kregen een mooi voortuintje en een achtertuin, Hilversum is daar een voorbeeld van.
De huurders die hun slechte, maar goedkope kotten moeten verlaten, zijn niet altijd gelukkig met de wet. Zij moesten natuurlijk hun huis verlaten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.