Plastics

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Keuzeopdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 1713 woorden
  • 18 november 2003
  • 90 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 90 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
De Inleiding

Wij maken ons werkstuk over plastic, want wij vinden dat erg interessant. Plastic voor ons en iedereen om ons heen onmisbaar. Denk maar aan alle bakjes en zakken van plastic. De plastic waar wij het over hebben is weer iets anders dan bij de plastische chirurg. Wij hopen dat je nu meer over plastic komt te weten en dat U er wat van leert. Veel succes met het lezen.

Hoofdstuk 1

De geschiedenis van plastic

In de jaren '20 werd voor het eerst polystyreen gemaakt. Er zijn twee soorten polystyreen: een volle vorm en een lichtgewicht schuim vol kleine gaatjes dat polystyreenschuim wordt genoemd. Denk maar aan een eierdoosje, die is ook van polystyreen gemaakt. Plastics uit de jaren '20 en '30 zoals ureumformaldehyde, waren sterk, niet giftig en konden door synthetische pigmentatie alle kleuren krijgen. synthetisch is kunststof en pigment is kleurstof. Ze werden gebruikt voor dozen, klokkasten, pianotoetsen en lampen. In 1860 werd een plastic ontworpen. Die plastic werd celluloid genoemd. Het werd gebruikt als vervanging voor ivoor bij het vervaardigen van biljartballen en kleine voorwerpen zoals een poederdoos. Het nieuwe materiaal had in het begin weinig succes, maar in 1889 begon George Eastman het te gebruiken als basis voor fotofilm. Het had als nadeel dat het gemakkelijk vlam vatte en soms ontplofte ( net als de tegenwoordige Nokia telefoons ). In 1862 maakte Alexander Parkes een hard materiaal die in verschillende vormen gegoten kon worden. Dat materiaal heet "parkesine". Parkesine werd gemaakt door het samenvoegen van cellulosemoleculen die in de meeste planten te vinden zijn. Parkesine was het eerste half synthetische plastic. In 1909 vond de Belgische natuurkundige Leo Beakeland een plastic uit. Die plastic heeft hij uit natuurkundig bewerkte stoffen gehaald, die hij in kootleer vond. Hij noemde dit plastic: bakeliet. Het verschilde van de eerdere plastics omdat het maar eenmaal door verhitting zacht kon worden om dan in de juiste vorm te verharden. bakeliet was een eerste echt synthetische plastic. De scheikundigen uit de jaren '20 en '30 ontwikkelden verschillende manieren om plastic te maken uit substanties die in olie gevonden werden. Aardolie zit in de bodem, bijv. in de bodem bij Saoedi-Arabië, Irak en Iran. Die landen liggen in het Midden -Oosten. Er zit ook aardolie in de bodem van de Noordzee en op nog veel meer plaatsen. De olie wordt met boortorens uit de grond gehaald. Aardolie is een mengsel van honderd verschillende stoffen. Het grootste deel van de aardolie wordt voor brandstoffen gebruikt. Een voorbeeld van zo'n brandstof is benzine. Maar een heel klein deel van de brandstof wordt gebruikt voor het maken van plastic


Hoofdstuk 2


Aardolie Je weet al dat aardolie uit de bodem komt en er met boortorens uit wordt gehaald wordt. Maar er is nog veel meer over aardolie te vertellen. In aardolie zit geen kant-en-klaar plastic. Voordat je er plastic uit kunt maken, moet er een heleboel gebeuren. 1. De stoffen in de aardolie zitten allemaal door elkaar. Ze moeten van elkaar worden gescheiden, anders kun je niets met die stoffen doen. Dit scheiden gebeurt in een olieraffinaderij. Een van de stoffen die men eruit haalt, is nafta. Nafta wordt gebruikt om plastic te maken. 2. De nafta gaat naar een kraker. Dat is een grote fabriek. De nafta wordt er verwarmd tot wel 900 graden Celsius. dat is negen keer zo heet als kokend water. Door die enorme hitte wordt de nafta in stukjes gebroken. We zeggen dan: de nafta wordt " gekraakt ". Nu snap je ook de naam van de fabriek: kraker. Die stukjes zijn nieuwe stoffen. Daar zijn stoffen bij waarvan men plastic kan maken. Ze hebben vreemde namen. Een zo'n naam is etheen. De gekraakte stoffen zitten nog door elkaar. Zoals ik al had verteld moet je de stoffen scheiden, anders kan men ze niet gebruiken. Dat gebeurt ook in de kraker. Een kraker staat soms vlak bij de olieraffinaderij, maar soms ook niet. Een voorbeeld: in Limburg staan de krakers van DSM, maar de olieraffinaderijen staan bij Rotterdam. Weet je hoe de nafta van Rotterdam naar Limburg gaat? Niet per vrachtauto, trein of schip. Nee, de stof gaat door buizen onder de grond. Er ligt een speciale ondergrondse pijpleiding van Pernis bij Rotterdam naar Limburg. 3. Alle stoffen die uit de nafta gekraakt zijn, gaan naar chemische fabrieken. In al die fabrieken wordt er iets van gemaakt. Soms is dat plastic. Soms is het iets anders, bijvoorbeeld een stof die gebruikt wordt in champoo of schoensmeer. Er zijn heel veel soorten plastic. In plaats van " soorten plastic " zeggen we ook wel: plastics. Al die soorten worden op verschillende manieren gemaakt. Maar bij bijna alle plastics zijn twee dingen nodig: warmte en druk. Een voorbeeld; als je etheen warm maakt en samenperst, gebeurt er iets mee. Dan gaan een heleboel deeltjes etheen aan elkaar zitten. Ze " knopen " zich aan elkaar vast. De stof die dan ontstaan, heet polyetheen. Polyetheen is de plasticsoort die het meest wordt gebruikt. De kraker en de chemische fabrieken staan meestal bij elkaar in de buurt. Dat is het gemakkelijkst. Dan hoef je niet zo veel met al die stoffen te sjouwen. Kraker en chemische fabrieken samen zijn wel zo groot als een kleine stad. Het is een vreemde stad van lange buizen, hoge pijpen en grote machines.

Hoofdstuk 3

De voordelen van plastic ‘

Een jaar of veertig geleden was er nog bijna geen plastic. Dat is haast niet te geloven. Nu zijn er honderden verschillende soorten. Sommige soorten plastic zijn hard en sterk, andere zacht en week. Nog steeds worden er nieuwe bedacht. Van al die honderden soorten worden producten gemaakt. Van een soort plastic kan men verschillende dingen fabriceren. Een voorbeeld: van polyetheen worden emmers gemaakt, maar het is ook de " grondstof " voor vuilniszakken. Er zijn duizenden verschillende plastic producten. Ze worden overal voor gebruikt. Plastic heeft verschillende voordelen. Het is, vergeleken met andere materialen, goedkoop. Spullen die je maar een keer gebruikt, zijn daarom vaak van plastic. Spuitjes in het ziekenhuis, boterhammenzakjes, enz. Ook draagtasjes zijn vaak van plastic. Ze zijn nooit duur. Soms zijn ze zelfs gratis. Je krijgt ze bijvoorbeeld mee in de platen winkel. Je kunt er platen in dragen. Plastic is licht, het weegt niet veel. Vroeger waren emmers van metaal. Ze waren zwaar. Dat is veranderd. Onze plastic emmers zijn niet zo zwaar meer. Ook bij melk-en bierkratten is dat zo. De melkboer moet dagelijks nogal wat volle kratten versjouwen. Als de kratten van plastic zijn, wordt het werk alweer wat lichter. Plastic rot niet en is goed schoon te maken. Daarom worden er fruitkisten en groentekisten van gemaakt. Vroeger waren die kisten vaak van hout. Dat rot wel. Hout is ook moeilijk schoon te maken. En je kunt er splinters van in je vingers krijgen. Van plastic kun je geen splinters in je vingers krijgen. Plastic kun je zo maken, dat het geen last heeft van de zon. Daarom zijn er plastic tuinslangen. Ze kwamen in de plaats van rubber tuinslangen, die werden wel aangetast door het zonlicht. Je kunt plastic gemakkelijk kleuren. Daarom wordt er veel speelgoed van gemaakt. Baby's kunnen de verf niet van het speelgoed sabbelen als dat van plastic is. De verf bladdert er ook niet af. Dat komt ( zoals je weet ) doordat de kleurstof door het plastic zit.

Hoofdstuk 4

Plastic afval heeft ook nadelen. Een ervan is het afval. Afval noemen we alle dingen die we weggooien. Ook dingen van plastic horen daar bij. Maar plastic verteerd niet. Als je een papieren zakje weggooit, valt het na een poos uit elkaar. Na een paar maanden is er van het zakje niets meer over. Het is dan verteerd. de natuur kan de stukjes waarin papier uit elkaar valt, weer gebuiken. Met plastic is dat anders. Een plastic zakje valt niet in een paar maanden uit elkaar. Het doet daar wel een paar jaar over. En de meeste plastics vallen nooit uit elkaar. Plastics worden niet opgenomen door de natuur. De stoffen zijn vreemd voor onze natuur. die kan er niets mee doen. Plastic is dus vuil dat niet of bijna niet verdwijnt. je blijft het zien. Op straat, in het water, in de natuur. En een mooi gezicht is dat niet. Afval moet je niet zomaar weggooien, het hoort in de vuilnisbak. Alle afval hoort daarin en zeker plastic afval. Maar wat gebeurt er met die vuilniszakken en vuilnisbakken? Ons afval wordt verzameld. Een groot gedeelte gaat naar storttereinen. op deze terreinen wordt elke dag afval uit dorpen en steden gestort. Soms wordt dat afval met een laag grond bedekt. Een heleboel dingen op het stortterrein verrotten. Met plastic gebeurt dat meestal niet. Plastic blijft plastic. Het blijft plaats innemen. onze storttereinen worden groter en groter. Dat komt niet alleen door het plastic. Plastic is maar een deel van het afval. Maar ook plastic doet de afvalbergen groeien. Dat is vervelend. hoe minder afvalbergen er zijn, hoe beter. Dan kunnen we die plekken gebruiken voor andere dingen. Hoe krijg je nou minder afval? Door minder spullen weg te gooien en ook door afval opnieuw te gebruiken. Uit ons afval kan weer plasic worden gehaald. ook papier en blik worden eruit gehaald. Dat gebeurd nog niet zo vaak, maar het kan wel. het gaat zo: In ons afval zit al het vuil door elkaar. Papier, plastic, slablaadjes, blik, stof en nog veel meer. een machine kan dat vuil scheiden. Die machine heet scheidingsinstallatie. De dingen die opnieuw bruikbaar zijn haalt hij uit het afval. Papier komt bij papier. blik komt bij blik. En plastic komt bij plastic. De machine kan niet alle soorten plastic uit het afval halen. Bovendien heeft het plastic tijdens het gebruik veel geleden. Het is niet meer zo goed. Er kunnen nog wel dingen van worden gemaakt, maar dan kun je er geen plastic emmers meer van maken. Het weer gebruiken van grondstoffen uit afval noemen we recycling. Plastic is een engels woord voor kunststof. Kunststof is eigenlijk een beter woord. De meeste mensen gebruiken het woord plastic. Dat komt omdat de mensen meteen in het begin al over plastic spraken. Ze gebruikten dus het Engelse woord. En die gewoonte is niet meer te veranderen. Dat is niet erg, want bij plastic weet je tenminste waar je het over hebt.


De Boekenlijst Ooggetuigen - Uitvindingen In samenwerking met het SCIENCE MUSEUM Door Lionel Bender

Plastic informatie de Ruiter 440

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

haai!!
ik wou ff zeggen dat ik heel veel eraan gehad heb aan jou verslag over plastic. ik moet namelijk een verslag voor economie maken over plasticrecycling. dus dank je we!!!

18 jaar geleden

J.

J.

Je hebt een erg goed werkstuk dan ook mijn complimenten

17 jaar geleden

L.

L.

hallo Marin,
ik heb jou werkstuk gelezen en ik vond hem heel erg goed!!! Ik moetb zelf ook een werkstuk over plastic doen maarv weet niet waar vje die info kan vinden. Kan je mischien wat sites opstuiren ?
groetjes lisa

17 jaar geleden