Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Kyoto verdrag

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Keuzeopdracht door een scholier
  • 4e klas havo | 1351 woorden
  • 31 mei 2005
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 36 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Het gaat slecht met ons klimaat. De verwarming van de aarde, vooral veroorzaakt door de toenemende uitstoot van CO2, heeft steeds zichtbaarder wordende klimaatswijzigingen tot gevolg.
In 1992 wordt de eerste klimaatconferentie van de Verenigde Naties gehouden in Rio de Janeiro. In de jaren ’80 was bij wetenschappers het besef doorgedrongen, dat de toenemende uitstoot van broeikasgassen leidt tot een stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde. De klimaatverandering die daarvan het gevolg is, vormt een ernstige bedreiging voor mens en milieu. De 150 deelnemende partijen zijn het erover eens dat die ontwikkeling een tegen moet worden gehouden.
Tussen de partijen worden de eerste, niet bindende, afspraken gemaakt die moeten leiden tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Die afspraken zijn vastgelegd in het Klimaatverdrag. De doelstelling van het verdrag is “het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat kan worden voorkomen”. De deelnemende geïndustrialiseerde landen spreken af dat zij zich zullen inspannen om in het jaar 2000 de gezamenlijke uitstoot (emissie) van broeikasgassen terug te brengen tot het niveau van 1990.

Het Klimaatverdrag is een eerste stap op de goede weg, maar het is duidelijk dat de partijen bindende afspraken moeten maken en dat er een systeem moet komen om controle mogelijk te maken.
Bovendien is het de vraag of stabilisatie van de uitstoot wel voldoende is om de doelstelling te bereiken. In 1995 komen de partijen die het Klimaatverdrag ondertekenden opnieuw bij elkaar in Berlijn. Daar wordt besloten op welke punten er verder onderhandeld moet worden om de maatregelen in het verdrag aan te scherpen. Ook wordt duidelijk dat er afspraken moeten komen voor na het jaar 2000. De partijen leggen vast dat de eerste uitstootbeperkingen van broeikasgassen in de geïndustrialiseerde landen moet plaatsvinden en niet in ontwikkelingslanden. Het Berlijn-mandaat vormt de basis voor het Kyoto Protocol in 1997.
In het Japanse Kyoto komen alle partijen in 1997 opnieuw bij elkaar. Daar wordt op 11 december het Kyoto Protocol aangenomen in aanvulling op het Klimaatverdrag. De industrielanden spreken af om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 gemiddeld met 5 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Per land gelden uiteenlopende verminderingspercentages. Zo moeten de Verenigde Staten de uitstoot met 7 procent verminderen, voor Japan geldt 6 procent en voor de Europese Unie als geheel 8 procent. Er zijn ook landen met een de uitstoot mogen laten groeien. Die hebben bijvoorbeeld een relatief lage economische groei en moeten in staat worden gesteld om verder te groeien. Daardoor is het mogelijk dat Portugal de uitstoot met maximaal 27 procent mag vermeerderen, terwijl Nederland een vermindering van 6 procent moet halen.
Om te voldoen aan de eis tot verminderen van de uitstoot kunnen de landen gebruik maken van een aantal ‘flexibele instrumenten’:
Landen mogen de opname van broeikasgassen door de aanleg van nieuwe bossen meetellen bij het realiseren van hun reductie.
Partijen die meer uitstoot verminderen dan ze verplicht zijn, kunnen hun ‘overschot’ verkopen aan een andere partij.
Rijke landen krijgen de mogelijkheid te investeren in ‘schone’ energie in armere landen. Nieuwe kolen- of kerncentrales worden gebouwd in landen als India en China. De rijke landen komen zo in het buitenland op een goedkope manier van een deel van hun emissieverplichtingen af.
In het jaar 2000 vind er dit keer in Den Haag opnieuw een klimaatconferentie plaats. De hoge verwachtingen van de partijen lopen uit op een teleurstelling. Het lukt de deelnemende partijen niet om de doelstellingen van Kyoto om te zetten in concrete beslissingen met een verplichtend karakter.

Wat in Den Haag niet is gelukt, gebeurt in Bonn in 2001. Op het laatste moment wordt er toch een akkoord bereikt met het overleg tussen de 180 deelnemende landen.
Een land moet voor elke ton CO2 die het te weinig reduceert 0,3 ton extra reduceren. Staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken die ook op de conferentie aanwezig was, vindt dat voldoende straf. Hij spreekt van een grote dag voor het milieu omdat de 180 landen op de conferentie unaniem akkoord zijn gegaan met een aantal belangrijke maatregelen om de uitstoot van koolstofdioxidegassen te verminderen. Zo zullen er wereldwijd nieuwe bossen worden geplant, er zal een controlesysteem worden ontwikkeld om de schadelijke gassen te meten en ieder land moet zich inspannen om energiebesparende maatregelen te nemen.
Hopelijk is het nog niet te laat voor ons klimaat om verdere veranderingen te voorkomen. Het Kyoto Protocol is een stap in de goede richting om ons klimaat te redden.
Ik wou het verder gaan hebben over de beweringen die gedaan zijn. Namelijk die uitspraak van mensen die zeiden: ‘Het is warmen op aarde dan de afgelopen duizend jaar’.
Ik wou hierop verder op in gaan.
Een aantal weken geleden zat ik ’s morgens Goede Morgen Nederland te kijken en toen kwam er iets over het Kyoto protocol voorbij.
De grafiek die laat zien dat het nu warmer op aarde is dan de afgelopen duizend jaar, is een statistisch verzinsel werd er beweerd. Dat stellen de Canadese wetenschappers Stephen McIntyre en Ross McKitrick althans. Een verrassende conclusie want de betreffende grafiek is een van de belangrijkste uitkomsten onder het Kyoto-protocol. De Canadezen publiceerden hun resultaten in het gezaghebbende tijdschrift Geophysical Research Letters.
McIntyre en McKitrick hebben geprobeerd een beroemde studie van de Amerikanen Michael Mann, Raymond Bradley en Malcolm Hughes uit 1998 te reproduceren. Mann publiceerde toen wat later de zogenaamde hockeystick-grafiek, een temperatuurreconstructie van het noordelijk halfrond over de afgelopen duizend jaar.
Vanaf het jaar 1000 neemt de temperatuur geleidelijk af om vervolgens vanaf 1900 sterk te stijgen. Volgens hen zat het wereldwijde klimaat in een dalend gemiddelde, maar onder invloed van de mens is dit gemiddelde erg verstoord en omgezet in een sterke stijging. De hockeystick-grafiek kreeg in 2001 een vooraanstaande plek in de Summary for Policymakers van het laatste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Op deze samenvatting van het IPCC baseren overheden hun klimaatbeleid en dus hun beslissing om al dan niet aan Kyoto mee te doen.
De grafiek van Mann, Bradley en Hughes is voornamelijk gebaseerd op klimaataanwijzingen zoals jaarringen van bomen. McIntyre en McKitrick ontdekten dat Mann, Bradley en Hughes een cruciale fout gemaakt hebben bij het bewerken van hun data. Die fout heeft tot gevolg dat bomen die een sterke stijging van de temperatuur laten zien in de 20e eeuw aanzienlijk zwaarder meetellen in de statistische analyse dan bomen waarvoor dit niet geldt. De statistische methode van Mann stuurt dus aan op de hockeystick-grafiek!
Als McIntyre en McKitrick de data van Mann op een correcte manier bewerken krijgen ze een 15e eeuw die warmer is dan het eind van de 20e eeuw. Veel conclusies trekken de Canadezen hier echter niet uit, omdat ze grote twijfels hebben over de betrouwbaarheid van de data van Mann.
Het onderzoek van McIntyre en McKitrick, die zelf geen klimaatonderzoekers zijn, laat zien hoeveel opschudding het klimaatonderzoek op dit moment veroorzaakt. Klimaatonderzoeker Rob van Dorland van het KNMI, die tevens lead author is bij het IPCC, erkent dat het imago van het IPCC hiermee een enorme deuk oploopt. Hopen dat veel klimaat onderzoekers met het bewijs van McIntyre en McKitrick worden wakker geschud.
Ik vind het zelf een goede zaak dat er actie wordt ondernomen tegen het broeikaseffect, maar ik vind bepaalde ‘flexibele instrumenten’ belachelijk. Ik vind dat als er afspraken gemaakt worden over het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, elk land die zelf na moet komen. Ik bedoel daarmee dat ik het onzin vind dat landen ‘overschot’ kunnen kopen van andere landen. Het probleem wordt zo echt niet opgelost. Ook de mogelijkheid om te investeren in ‘schone’ energie in armere landen is naar mijn mening niet een goede oplossing. Ook hierbij draait het weer meer om geld dan om de natuur, want het probleem wordt nog steeds niet opgelost in het land dat investeert. Ik vind het wel goed dat de aanleg van nieuwe bossen meetelt bij het realiseren van de doelstellingen. Die oplossing helpt op die plek in dat land. Ik vind gewoon dat iedereen zijn steentje moet bijdragen om dit probleem tegen te gaan. Ik denk dat wanneer er nu niks gedaan wordt, dat er binnen nu en 100 jaar geen leven op aarde mogelijk is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

de verenigde staten heeft het kyoto verdrag niet ondertekend

15 jaar geleden