Landschappen

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Keuzeopdracht door een scholier
  • 3e klas havo | 1629 woorden
  • 13 juni 2001
  • 123 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 123 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Zandlandschappen

1 Hoe is het bodemgebruik?
Veel meer reliëf dan klei- en veenlandschappen. Dat heuvelachtige van zandgrond heeft gevolgen voor de begroeiing. In het grove zand en grind van de stuwwal zakt het regenwater diep weg. Daardoor is zo’n heuvel te droog voor akkerbouw. Er is dan ook bos en hei. Op het dekzand is er akkerbouw.

2 Welke fysische factoren hebben invloed gehad op het huidige landschapsbeeld?
Zand en grind zijn daar gebracht door de grote rivieren. Dat gebeurde in het begin van het ijstijdvak. Later heeft de tong van het landijs dat rivierzand opgestuwd tot heuvels. Aan het eind van de ijstijden heeft de wind daar dekzand overheen geblazen.


elke menselijke factoren hebben invloed gehad (landbouw, turfwinning, waterstaat)?
De mensen hebben er bomen geplant. Dus de menselijke factor is bebossing.

at zijn de karakteristieke landschapselementen?
De bodem bestaat grotendeels uit zand. De zandlandschappen zijn niet vlak en best veel bebost.

oe waardeer je de gebruikswaarde van het landschap?
Het is vaak droog omdat het water wegzakt en het is minder geschikt voor akkerbouw.

oe waardeer je de belevingswaarde?
Het is niet een echt mooi gebied, maar het is een goed stuk natuur, met veel bomen. Een beetje heuvelachtig is wel mooi.

slandschappen

oe is het bodemgebruik?
De ondergrond van Zuid- Limburg bestaat voor het grootste deel uit mergelkalk. Die is tijdens de laatste ijstijd onderbestoven met löss. Löss is vruchtbaar en het houdt het regenwater goed vast. De plateaus zijn heel vaak bebost, omdat löss gevoelig is voor bodemerosie.

Welke fysische factoren hebben invloed gehad op het huidige landschapsbeeld?
De wind heeft gezorgd voor löss. Löss houdt het regenwater goed vast.


3 Welke menselijke factoren hebben invloed gehad (landbouw, turfwinning, waterstaat)?
De mensen hebben er bomen geplant.

4 Wat zijn de karakteristieke landschapselementen?
Het is voor een Nederlands begrip heel heuvelachtig. Het is het meest buitenlandse stukje Nederland. Aantrekkelijk vakantiegebied met veel campings. Het is een afwisselend landschap van plateaus gescheiden door rivierdalen.

5 Hoe waardeer je de gebruikswaarde van het landschap?
Het is een vruchtbaar gebied, dus goed voor akkerbouw en het houd water vast.

6 Hoe waardeer je de belevingswaarde?
Het is een heel mooi gebied, vruchtbaar, natuurlijk, heuvels. Ik zou er best willen wonen.

Hoogveenlandschappen

1 Hoe is het bodemgebruik?
Tegenwoordig wordt er vooral aan akkerbouw gedaan. Er ontstond een goede landbouw grond doordat de turfgravers veen van slechte kwaliteit achter lieten. Deze is gemengd met de laag dekzand die onder het veen lag. Vroeger lag er wel veen (van een paar meter dik) maar vanaf de 17e eeuw is dat afgegraven. De benaming van het landschap is hetzelfde gebleven.

2 Welke fysische factoren hebben invloed gehad op het huidige landschapsbeeld?
Eigenlijk zijn er geen fysische factoren, want toen wij het veen weggestoken hadden, bleef er veen van slecht kwaliteit over. Wij hebben de grond verbeterd door het veen te mengen met het dekzand.

3 Welke menselijke factoren hebben invloed gehad (landbouw, turfwinning, waterstaat)?
De meeste invloed op het landschap hebben de turfgravers gehad. Deze hebben bijna al het
Turf weggestoken, Daardoor is het huidige landschap ontstaan.

4 Wat zijn de karakteristieke landschapselementen?
Het meest karakteristieke landschapselement zijn de lange rechte kanalen, waar eentonige rijtjeshuizen aan gebouwd zijn.

Hoe waardeer je de gebruikswaarde van het landschap?
Ik vind dat ze het nu goed gebruiken, het zou mooier zijn geweest als de turf niet weggehaald zou zijn.

6 Hoe waardeer je de belevingswaarde?
De belevingswaarde is niet echt groot, doordat de grond alleen maar als landbouwgrond wordt gebruikt.

Laagveenlandschappen

1 Hoe is het bodemgebruik?
De bodem wordt nu vooral benut als landbouwgrond. Dat is eigenlijk altijd al zo geweest, maar vroeger was er nog een gebruik. Dat was het turfsteken.

2 Welke fysische factoren hebben invloed gehad op het huidige landschapsbeeld?
Er is wel een fysische factor en dat is wanneer men turf stak. Men stak turf, dan kwam er een slootje en daarnaast een strookje land, dat ging zo door. Wanneer e een storm was sloegen de stukjes land wel eens door. Er ontstond dan een grote plas/ meer. Bijvoorbeeld de Loosdrechtse plassen.

3 Welke menselijke factoren hebben invloed gehad (landbouw, turfwinning, waterstaat)?
De menselijke factor is hetzelfde als bij hoogveen. Da was het turfsteken. Bij laagveen heeft de landbouw ook een rol gespeeld. Om er gras te laten groeien moet het ingepolderd worden. Er werden dijken aangelegd en heel veel sloten gegraven. Doormiddel van molens werd het water weggemalen. Zo werd de grond steviger zodat er koeien kunnen lopen.

4 Wat zijn de karakteristieke landschapselementen?
Het meest karakteristieke is de lintbebouwing en de vele slootjes. De lintbebouwing ontstond doordat de grond langs de dijken als enige stevig genoeg was om er huizen op te bouwen. Verder van de dijk af was de grond te slap. De slootjes ontstonden door het inpolderen en het turfsteken.

5 Hoe waardeer je de gebruikswaarde van het landschap?
Het wordt goed gebruikt, want de vele plassen/ meren dienen als recreatieruimte of natuurgebied. De ingepolderde gebieden worden nog steeds als landbouw gebruikt.

6 Hoe waardeer je de belevingswaarde?
De meeste gebieden zijn mooi om te zien. De belevingswaarde is heel groot. Dit komt door de vele plassen/ meren. Ook de slootjes helpen mee aan de belevingswaarde. Vooral s’ avonds als de zon over de landschappen schijnt, is heel erg mooi.

Zeekleilandschappen

1 Hoe is het bodemgebruik?
Het wordt al heel lang gebruikt als woongebied, maar ook als akkerbouw en landbouwgebied.

2 Welke fysische factoren hebben invloed gehad op het huidige landschapsbeeld?
De zee heeft er jonge zeeklei afgezet en daar is hij nog steeds mee bezig. Dit komt omdat het twee keer per dag vloed is. Het water laat dan een klein laagje zeeklei achter. Als dit vele jaren doorgaat ontstaat er een stukje land dat bij gewone vloed niet meer onderloopt. Deze stukken land noemt men kwelders.

3 Welke menselijke factoren hebben invloed gehad (landbouw, turfwinning, waterstaat)?
Doordat de mensen de kwelders hebben ingedijkt hebben ze terpen gebouwd, waar ze veilig op konden wonen.

4 Wat zijn de karakteristieke landschapselementen?
Het meest karakteristieke is dat je de terpen nergens anders in Nederland dan in Noord-Friesland vindt. De kwelders zijn belangrijk voor vogels. Ze worden daarom beschouwd als waardevol natuurgebied.

5 Hoe waardeer je de gebruikswaarde van het landschap?
Ik vind dat ze de kwelders goed gebruiken (voor natuur en vogels dus). Verder gebruiken ze de grond voor akker- en landbouw, maar dat doen ze op veel plaatsen in Nederland. Dit is niet bijzonder.

6 Hoe waardeer je de belevingswaarde?
Het enige element met echt belevingswaarde zijn volgens mij de kwelders maar ook de terpen.

Rivierkleilandschappen

1 Hoe is het bodemgebruik?
Rivierkleilandschap wordt gebruikt als woon gebied en landbouwgebied.

2 Welke fysische factoren hebben invloed gehad op het huidige landschapsbeeld?
Alleen vlak langs de oever heeft de rivier klei en zand afgezet. Klei houdt water goed vast. In de buiten bocht slijpt de stroming zand en klei weg. Daardoor wordt de rivier inde buitenbocht steeds groter en dieper. Dit heet meanderen.

3 Welke menselijke factoren hebben invloed gehad (landbouw, turfwinning, waterstaat)?
‘s Winters is het normaal dat de uiterwaarden vol met water staat. Het land wordt beschermd tegen overstromingen door stevige winterdijken aan teleggen. De mens probeert het meanderen te verminderen. Dat doen ze door in die bocht loodrecht op de oever stenen dammetjes te maken: kribben.

4 Wat zijn de karakteristieke landschapselementen?
De uiterwaarden zijn de meest karakteristieke landschapselementen, want in de zomer loopt er vee of het wordt gebruikt als landbouwgrond. In de winter staat het meestal onderwater.
Ook is de kantlijn steeds ander, want soms is er veel water en soms niet.

5 Hoe waardeer je de gebruikswaarde van het landschap?
De klei is niet geschikt voor de akkerbouw, maar wel voor de landbouw.

6 Hoe waardeer je de belevingswaarde?
Ik zie het elke dag, als we naar school gaan, dus de belevingswaarde is er voor ons al vanaf.

Hoofdvraag
Hoe zijn de zes belangrijkste Nederlandse landschappen ingericht en hoe is dat te verklaren?

Zandlandschappen:
De bodem bestaat grotendeels uit zand. De zandlandschappen zijn niet vlak en best veel bebost. Zand en grind zijn daar gebracht door de grote rivieren. Dat gebeurde in het begin van het ijstijdvak. Later heeft de tong van het landijs dat rivierzand opgestuwd tot heuvels. Aan het eind van de ijstijden heeft de wind daar dekzand overheen geblazen.

Lösslandschappen:
Het is voor een Nederlands begrip heel heuvelachtig. Het is het meest buitenlandse stukje Nederland. Aantrekkelijk vakantiegebied met veel campings. Het is een afwisselend landschap van plateaus gescheiden door rivierdalen. De wind heeft kleine korreltjes zand over de ondergrond heen geblazen, dit noemen we löss.

Hoogveenlandschappen:
Je ziet lange rechte kanalen, waar eentonige rijtjeshuizen aan gebouwd zijn. Dat komt doordat de bouwstoffen voor de huizen makkelijk aan te voeren waren over het water.

Laagveenlandschappen:
De inrichting van het laagveenlandschap is de lintbebouwing en de vele slootjes. De lintbebouwing ontstond doordat de grond langs de dijken als enige stevig genoeg was om er huizen op te bouwen. Verder van de dijk af was de grond te slap. De slootjes ontstonden door het inpolderen en het turfsteken.

Zeekleilandschappen:
De terpen die je nergens anders in Nederland dan in Noord-Friesland vindt. De kwelders zijn belangrijk voor vogels. Ze worden daarom beschouwd als waardevol natuurgebied. De zee heeft er jonge zeeklei afgezet en daar is hij nog steeds mee bezig. Dit komt omdat het twee keer per dag vloed is. Het water laat dan een klein laagje zeeklei achter. Als dit vele jaren doorgaat ontstaat er een stukje land dat bij gewone vloed niet meer onderloopt. Deze stukken land noemt men kwelders.
Doordat de mensen de kwelders hebben ingedijkt hebben ze terpen gebouwd, waar ze veilig op konden wonen.

Rivierkleilandschappen:
De uiterwaarden, in de zomer loopt er vee of het wordt gebruikt als landbouwgrond. In de winter staat het meestal onderwater. Ook is de kantlijn steeds ander, want soms is er veel water en soms niet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.