Vier manieren om op iemand te wachten

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Gedichtbespreking door een scholier
  • havo | 2597 woorden
  • 18 augustus 2005
  • 16 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 16 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
1. Zakelijke gegevens
A. Bundel:
Vier manieren om op iemand te wachten, Querido, Amsterdam, 2001-1
B. Dichtster:
Joke van Leeuwen

2. Eerste reactie

A. Keuze:
Ik heb deze dichtenbundel gekozen, omdat ik liever nieuwere gedichten lees. Bij de oudere dichtenbundel is het taalgebruik moeilijker en ouderwets. De dichtster ken ik van kinderboeken, dus leek me het makkelijkere gedichten. Zij is gewend om voor kinderen te schrijven. Het onderwerp sprak me ook wel aan. Ik leek me leuk om te lezen hoe je op verschillende manieren op iemand kan wachten.

B. Inhoud:

Ik vind de gedichten in het gedeelte kind in Brussel gevoelig, omdat het een eenzaam meisje is die geen contact kan krijgen met de buurt. Ook krijgt zij de taal niet geleerd. Ik vind de gedichten ook realistisch, omdat ik me er wel in kan herkennen wanneer je op iemand staat te wachten. Dan loop je bijvoorbeeld op een neer. De gedeeltes staan los van elkaar. Maar de gedichten in de gedeeltes zijn goed opgebouwd. Je ziet bijvoorbeeld in het gedeelte Vier voor een verheemde de vrouw veranderen. Het onderwerp is interessant, omdat je nu kan zien dat het wachten op heel veel manieren kan als je dat goed hebt geobserveerd.

3. Verdieping
A. Samenvatting:
De dichtenbundel bestaat uit vier gedeeltes. Dat zijn bewaarde adem, vier voor een verheemde, kind in Brussel en een liedtekst en een versje toe. De dichtenbundel bevat 30 gedichten. De vorm van de gedichten passen in moderne gedichten, omdat de gedichten geen eindrijm hebben. De lengte van de strofe in de gehele bundel zijn verschillend. De ene keer bestaat een strofe uit 2 versregels en de andere keer bestaat het uit 3 versregels. Ook staat er niet aan elke uiteinden van een regel een leesteken. De gedichten zijn dus ongebonden geschreven. De lengte van de gedichten zijn verschillend, want er staan lange gedichten in en juist heel kort en bondige gedichten. De gedichten in gedeelte 1 hebben een titel de andere gedeeltes hebben dat niet. De meeste gedichten gaan over wachten. Het gedeelte bewaarde adem gaat over waar je kunt wachten en op welke manier. Het tweede gedeelte, vier voor een verheemde, wacht op contact en wil zich thuis voelen in het nieuwe land. Het derde gedeelte, een kind in Brussel, gaat over een eenzaam kind, die de taal en geen contact kan krijgen. De gedeeltes twee en drie lijken op elkaar, maar je ziet in het tweede gedeelte de gedachten van een vrouw en in het derde van een kind. Het vierde gedeelte vind ik niet bij de dichtenbundel horen en gaat ook niet over het onderwerp. Het is gewoon een afsluiting van het boek.
Nu geef ik een korte parafrase van elk gedicht in de dichtenbundel:
Gedeelte 1: Bewaarde adem
1. Aankomsthal: Tegels hangen tegenover groene deuren, die niemand open kan doen. Daarvoor moet je eerst de koffers loslaten. (aankomsthal)
2. Vier manieren om op iemand te wachten: Zittend, met eten op iemand te wachten. Lopend, naar het raam en weer terug. Waar je mensen buiten ziet. Staand, bij een uitgang, maar niet zeker weet of dit de goede uitgang is. Niet. (wachten)
3. Perron: Duiven die eten zoeken. Een persoon die op iemand aan het wachten is die uit de trein moet komen. (wat zich afspeelt op het perron)

4. Bestaan: Een vrouw in de oorlog, die brieven schreef en wachten met een emmer geschilde aardappelen op iemand die het nodig had voor het vee. Maar die niet kwam. Iedereen is omgekomen in de oorlog. (wachten op een persoon)
5. De dingen: voorwerpen hebben verschillende eigenschappen. Het wordt maar in een doos gestopt, maar bij het opendoen blijkt de rommel dierbaar te zijn. (dierbare voorwerpen)
6. Plaza: In een winkelcentrum loopt een gezin. Het kind heeft een ballon in haar hand, maar laat die los. Haar vader pakt hem weer uit de lucht. (helpen)
7. In de metro van Madrid: De metro gaat onder de grond door. Het gaat onder bouwwerken en kinderen. In de metro zit een vrouw met rimpels en toen de metro stopte viel ze. (ritje met de metro)
8. Kabelbaan: Aan de kabelbaan hangen hokken. Een hok zit vol met mensen, die langzaam naar boven schuift. En wanneer je boven bent, kun je naar beneden kijken. (kabelbaan)
9. De bus: De bus gaat naar een onbekende plaats, waar niemand heen hoefde. In het begin vonden mensen het nog interessant, maar nu zijn ze overal voor te laat. Iedereen zit op hen te wachten. (wachten)
10. Ergens: Je bent een doosje met spelden kwijt en hebt alles geordend. Je weet zeker dat het daar lag, maar is dat ook. (verliezen)
11. Liedje bij een oude foto: Eentje wilde op de foto met een paaltje, haar mooie kleding en op de achtergrond een boom. Maar toen kwam er een stoet met vlaggen voorbij en was Eentje niet meer op de foto te zien. (op de foto)
12. Oud en nieuw: Nieuw moest alles nog ontdekken, terwijl oud alles al wist. Maar door nieuw wist oud dat hij oud was. (ouder worden)
13. Colportage: Aan een deur prees een man verschillende producten aan. Een regenjas, krab, rekenmachine, telefoon, zuigtablet en het zelf maken van sneeuw. (aan de deur verkopen)
14. Binnen: Een persoon die zit te wachten, zit over dingen na te denken. Tot dat de verwachte persoon er is. (wachten op een persoon)
15. Vondeling: Een vondeling heeft altijd een moeder gehad, die hem heeft aangeraakt en heeft gedragen naar de plek waar het kind nu ligt. (vondeling)

Gedeelte 2: Vier voor een verheemde
16: Een vrouw uit een vreemd land heeft gekookt. Zij probeert contact te zoeken door iets te koken uit haar eigen land en door te praten. (contact zoeken)
17: De vrouw is aan het winkelen en heeft geen geld, maar wil wel graag alles passen. (winkelen)
18: Haar ouders die zijn gevlucht uit het vreemde land zonder spullen. Alleen hun geloof hadden ze nog.(emigreren)
19: De vrouw komt uit een oorlogsland, maar voelt zich hier alleen. Maar wat moeten anderen hier tegen doen. Iets of niets. (eenzaamheid)

Gedeelte 3: Kind in Brussel
20: Een kind is verhuist naar Brussel. De tuin blijft hetzelfde, die bleef zoals de vorige bewoners het hadden. Maar het huis veranderde door de inventaris.(verhuizen)
21: Het kind voelt zich eenzaam. Niemand wil met hem spelen. Het is stil op straat. (eenzaamheid)
22: Het kind had vier woorden in zijn hoofd. Gij, ieverans, seffens en goesting. De eerste drie woorden had hij anders verwacht, maar de laatste voegde het kind toe aan zijn Frans. (vreemde taal)
23: Het kind gaat naar de winkel, maar is onverstaanbaar. Hij gaat naar huis om de taal beter te leren. (onverstaanbaar)
24: Het kind loopt van huis naar school onder de kastanjebomen. (natuur)
25: Het is gymnastiekles. Het kind staat in de rij op lengte en moet springen. (gymen)
26: Het kind liep door de stad en een oud vrouwtje vraagt hem om hulp. (helpen)
27: Het kind wacht op de hoek op een vriendin met wie hij had afgesproken, maar die kwam niet opdagen. (eenzaamheid)
28: In de speeltuin is het kind op een klimtoestel aan het klimmen. Wanneer het kind in de hoogste bol klimt, kijkt hij op de volwassen mensen neer. (groot zijn)
29: Mensen in de straat maken geen contact. Maar wanneer er iemand nieuw is, twijfels het kind of hij contact moet zoeken. (contact zoeken)

Gedeelte 4: Een liedtekst en wijsje toe
30: De persoon twijfelt (twijfeling)
31: Het lichaam is iets moois. (lichaam)

B. Onderzoek
1. Zijn het traditionele of moderne gedichten?
In de gedichtenbundel staan traditionele gedichten, omdat in de gehele bundel de strofelengte per gedicht ongeveer hetzelfde zijn. De regel lengte is ook hetzelfde. In de gehele bundel is er een eindrijm aanwezig. De bundel beschikt zowel over volrijm als over klinkerrijm en medeklinkerrijm. Het leestekengebruik is normaal gebruikt.

2. Is er sprake van een bepaalde soort gedichten naar de inhoud?
Als je kijkt naar de inhoud om het soort gedicht te bepalen is het een lied. De gedichten laten een stemmingen en gevoelens zien. Bijvoorbeeld bij het derde gedeelte, een kind in Brussel, uiten de gedichten het gevoel van eenzaamheid.

3. Is er sprake van een bepaalde soort gedichten naar de vorm?
De gedichten in de tweede en derde gedeelte van de bundel zijn Engelse sonnetten (shakespeare – sonnet) De sonnetten bestaan uit 1 strofe van 14 regels. De eerste en vierde gedeelte zijn ballades. De gedichten hebben strofe van dezelfde lengte en sommige gedichten eindigen met een kortere strofe.

4. Zie je overeenkomsten in de opbouw van de gedichten?
Ik zie in gedeeltes twee en drie dezelfde opbouw. Deze gedichten bestaan namelijk uit 14 versregels. In gedeelte een is de opbouw verschillend. De ene keer bestaat een gedicht uit twee strofes van 4 versregels (kwatrijn) en in een ander gedicht bestaat het uit 5 versregels.

5. Komen in gedichten bepaalde kernwoorden terug?
De bundel bevat een belangrijk kernwoord. Het kernwoord is wachten.

6. Wat is het thema van elk gedicht?
Ik heb het thema achter de parafrase van elk gedicht gezet in dik gedrukte letters.

7. Wat is het overkoepelende thema dat als een rode draad door de gedichten loopt?
Het thema van de dichtenbundel is wachten. In de gedichten kun je zien op hoeveel de dingen je wacht.

8. Wat is het verband tussen de titel en de inhoud van de dichtenbundel?
De titel is vier manieren om op iemand te wachten. Dit is ook een titel van een gedicht in de bundel. De meeste gedichten gaan ook wel over het wachten. Er staat bijvoorbeeld in de bundel wachten op de trein, wachten op contact met anderen en wachten op een persoon die een emmer aardappelen moet afhalen.

C. Plaats in de literatuurgeschiedenis
De bundel is voor het eerst gepubliceerd in 2001. Joke Johanna Rutgera van Leeuwen is geboren in Den Haag in 1952. Ze woonde onder meer in Amsterdam, Brussel en Maastricht. Studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en het Hoger Sint-Lukasinstituut in Brussel, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.
In 1978 publiceerde ze haar eerste kinderboek en won ze op het Camerettenfestival alle prijzen waardoor ze meteen in het officiële cabaretcircuit verzeild raakte. Ze bleef er zes jaar, daarna zette ze deze activiteiten, met grotere professionaliteit maar minder frequent, voort op literaire festivals, feestelijke middagen, voorleesavonden en conferenties en middels theatertournees van beperkte duur.
Het schrijven en tekenen kwam tot bloei in een reeks kinderboeken die lezers kregen van klein tot groot, veel werden vertaald, en bekroond met onder meer gouden griffel en gouden penseel, een aantal zilveren griffels en penselen, tweemaal de Woutertje Pieterseprijs, de Gouden Uil en de jonge Gouden Uil, de Theo Thijssenprijs voor haar hele oeuvre en een nominatie voor de H.C. Andersenprijs. In 1994 kwam haar eerste dichtbundel uit, waarvoor ze tijdens Poetry International 1995 de C. Buddingh'prijs voor nieuwe Nederlandse Poëzie ontving. Het titelgedicht van haar tweede bundel werd uitgeroepen tot een van de drie beste gedichten van 2001.
Daarnaast schreef en bracht ze een paar televisieseries met korte verhalen, stelde ze tentoon, vaak in groepsexposities, onder meer in Amsterdam, Bologna en Bratislava. Ze nam projecten in opdracht aan en maakte soms maakte een groot schilderij voor vrienden of speelde een bijrol in een speelfilm.
In 2002 schreef ze de roman ‘Vrije Vormen'. Datzelfde jaar realiseerde het Ro-theater een familievoorstelling naar ‘ Iep!'. In 2003 verscheen een beeld- en tekstexperiment, het boek ‘ Kweenie ' en in 2004 het kinderboek ‘ Slopie ' (“”Helemaal Joke van Leeuwen en ook spannend” DL) en een boek over de Nederlandse taal, in opdracht van Ons Erfdeel,‘ Waarom een buitenboordmotor eenzaam is'. Een bioscoopfilm van ‘Iep!' is in voorbereiding. Vanaf oktober 2004 loopt haar voorstelling ‘ Ozo Heppie ' (samen met Caroline Deutman), en vanaf voorjaar 2005 ‘Het Groote Leven', (samen met Kristien Hemmerechts en Bert Embrechts ).
De bundel kan je in het tijdvak na 1980 plaatsen. In dit tijdvak werd het taalgebruik makkelijker en daarnaast is er een romantische neiging. In de gedichtenbundel is het taalgebruik ook eenvoudig en helder. De dingen worden op een eenvoudige manier beschreven. Joke van Leeuwen heeft in totaal drie dichtbundels geschreven, namelijk laatste lezers, kind in Brussel en vier manier om op iemand te wachten. Deze bundels zijn typerend voor de schrijver, omdat de gedichten vrij makkelijk verteld zijn. Dit omdat zij kinderboeken schrijft en die kun je ook niet moeilijk schrijven, want dan begrijpt geen één kind het.

4. Beoordeling
Dit is mijn eerste gelezen dichtenbundel geweest. Als we op school niet de opdracht hadden gekregen om een gedichtenbundel te gaan lezen, had ik het waarschijnlijk nooit gedaan. Misschien als ik wat ouder was.
Ik had speciaal gekozen voor een nieuwere dichtenbundel in verband met het taalgebruik. Maar ik vind de dichtenbundel vrij pittig en moest ook vaak een gedicht lezen voor ik het begreep. De gedichten in het eerste gedeelte vond ik moeilijker, omdat elk gedicht ging over een ander onderwerp. Terwijl de gedichten in de tweede en derde gedeelte juist over een persoon gaan. In tweede gedeelte is dat over een buitenlandse vrouw en in het derde gedeelte gaat het over een kind. Ik vond de gedichten in gedeelte twee en drie aangrijpend, want die twee personen kregen moeilijk contact met anderen. In een gedicht bijvoorbeeld stond het kind te wachten op een meisje op een hoek, maar die kwam niet opdagen. Het lijkt me verschrikkelijk, wanneer je geen goed contact kan krijgen met anderen. En dan heb je een keer afgesproken en dan komt het kind niet opdagen. Ik kon niet alle gedichten even goed begrijpen. Deze gedichten zijn dan voor mij te vergezocht. Dat vind ik jammer, want dan kan ik er geen goed beeld van het gedicht vormen.
Het leuke aan gedichten vind ik dat ik mijn eigen beeld kan vormen. Bij de een is het wat moeilijker als bij de ander, maar ik laat wel graag mijn fantasie werken.
Ik vind het gedicht Vier manieren om op iemand te wachten heel herkenbaar, want als je lopend wacht. Dan loop je altijd op en neer om te kijken of de persoon er aan komt. En het grappige van dit gedicht vind ik dat er drie manieren worden gezegd om op iemand te wachten en de laatste manier is “niet” en dat staat dan zonder uitleg. Dan vind ik zo’n kort woordje heel grappig, als de andere drie vormen al hebt gelezen.
Ik vind de gedichten heel realistisch over komen. Bijvoorbeeld de vrouw die uit het buitenland komt. Zij moet inburgeren en probeert contact maken. En in werkelijkheid zullen allochtonen zich ook eenzaam voelen en ook slecht contact kunnen maken door gebrek aan taal.
De bedoeling van de gedichten is volgens mij dat je je aan het denken gaat zetten over kleine dingen. In de bundel staat ook een gedicht dat heet dingen. Dat gedicht gaat over spullen dat mensen willen weggooien en al heel lang in een doos zomaar ergens laten staan. En wanneer ze erachter komen wat er in die doos zit, blijkt het heel veel waarde te hebben. Ik denk dat wanneer mensen dit gedicht gelezen hebben dat ze erover na gaan denken wat zij bijvoorbeeld op zolder hebben staan en dat niet alles rommel is.
Ik vind de opbouw van de gedichten niet goed, omdat in het begin van het gedicht is alles onduidelijk en in de laatste strofe begrijp je pas de eerste strofe. Dat vind ik erg vervelend, omdat ik graag een gedicht meteen begrijp, want dat vind ik fijner lezen. Ik heb dat ook met boeken, want wanneer ik het begin niet snap, stop met een boek en pak ik een nieuwe.
Deze bundel is een aanrader voor mensen die graag over dingen na wil denken, waar je anders niet over zou denken. Maar men moet niet denken dat de bundel makkelijker is, omdat Joke van Leeuwen kinderboeken schrijft. Dat vind ik dus absoluut niet het geval.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.