Gedichten

Beoordeling 3.4
Foto van een scholier
  • Gedichtbespreking door een scholier
  • 5e klas havo | 1340 woorden
  • 7 februari 2005
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.4
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
(geen titel)

Zijn goudblonde lokken en knevel,
Zijn geestvolle neus en mond,
Zijn vergeetmijnietblik, zijn tenorstem
En zijn New-Foundlandsche hond.

Ik moet er gedurig aan denken,
Zelfs adem ik soms nog flauw
Den geur in van zijn sigaren.
Hij kocht ze gewoonlijk bij Blaauw.

Ruik ik opnieuw die sigaren,
Dan wordt ik eensklaps zoo raar.
Is ‘t, omdat hij ze rookte,
Of was de tabak mij te zwaar?

Uit: Piet Paaltjens, Snikken en Grimlachjes (Grote lijsters, 1998)


Stap 1
Het gedicht maakt duidelijk dat ze verliefd is op de man of in ieder geval iets voor hem voelt. Ze denkt er gedurig aan. Ze vraagt zich af of ze zich zo raar voelt door de geur van de sigaar of omdat ze door die geur steeds aan hem moet denken. Ze gebruikt de woorden ‘goudblonde lokken’ om het extra duidelijk te maken. In de 1e strofe legt ze ook uit wat ze zo mooi vind aan hem.

Stap 2
Ik vind het gedicht wel mooi. Ik snapte het meteen en dat had ik niet verwacht, want het is een gedicht uit de tijd van 1850-1852.
Het onderwerp vind ik wel leuk: verliefdheid. Ik vond het ook wel mooi beschreven.

Insomnia

Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.

Hoe onmachtig klinkt het schriel “te wapen”,
Waar de levenswil ten strijdt mee noodt,
Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept in haar schoot,

Is elk wezen zwanger van de dood,

E het voorbestemde doel van ’t paren
Is niet minder dan de wieg het graf.

Uit: J.C. Bloem, Verzamelde gedichten (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1981)

Stap 1
Ik denk dat het gedicht gaat over leven en dood. Iedereen gaat een keer dood. Dat blijkt vooral uit de zin “elk wezen zwanger van de dood”. Ik vind het eigenlijk maar een somber gedicht.
De schrijfster is denk ik bang voor de dood, want als zij aan de dood denkt kan ze niet slapen. Als ik niet kan slapen ga ik niet aan de dood denken.

Stap 2
Dit gedicht vond ik eigenlijk niet mooi. Ik snapte er vooral in het begin niks van! Je moet echt goed lezen wat erin staat. De woorden die ik niet begreep werden duidelijker toen ik ze had opgezocht. Wat later werd het iets duidelijker waar het gedicht over ging. Maar als ik niet gedicht niet had geanalyseerd, maar gewoon had gelezen, dan had ik het niet begrepen. Het thema van dit gedicht is voor een gedicht niet zo origineel.

De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of leegen
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bosch ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J.C. Bloem

Stap 1
Het gaat er over dat iemand vind dat de natuur in Nederland niets voorstelt.
Maar hij vindt dat eigenlijk helemaal zo erg niet, want hij houdt van de stad.
Hij vindt de natuur des te mooier als deze in gekaderd is. Want als je niet veel
verwacht valt het altijd mee.
Hij kan zich dus heel goed en zeer gelukkig voelen in een armoedige straat
midden in Amsterdam (zoals bv de Dapperstraat).

Stap 2
Ik vond het niet zo’n mooie gedicht er zitten heel moeilijke woorden erin.

Jonge Sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

Stap 1
De ik-figuur betekend dat hij veel aan kan in het leven en hij noemt enkele treurige gebeurtenissen, waarin leven dood gaat. Hij zal niet huilen, er is wel een uitzondering: ‘het vergeefse van jonge sla die in september geplant, nooit meer zal uitgroeien tot een volwassen krop’, dit ontroerd hem. Het gedicht is ironisch bedoeld. Het geeft meerdere treurige gebeurtenissen weer, maar het laatste wat genoemd wordt, over de jonge sla, die hun stevigheid nog moeten krijgen, is waarschijnlijk het meest treurige wat wordt verteld. Maar het zal niet allemaal zo bedoeld zijn, meer een grap.

Stap 2
Het is een kort gedicht, maar wel grappig. Het heeft zoals ik al in de inhoud heb verteld iets ironisch, wat het gedicht iets lacherigs geeft. Verder vind ik niet dat er echt veel gevoel in zit, maar dat zal iedereen anders zien.

Moeder

Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen:
zij moet de kamer doen; stof beeft;
dan dweilen, voor het eten zorgen,
zien wat van gisteren overbleef.

Ik ben in haar liefde geborgen,
die elk verraad der wereld overleeft;
wie ik ook werd, wij eten overmorgen
de koek die zij gebakken heeft.

Wanneer de zondagmorgen is ontloken
staat heel haar wezen in de blijde bloei,
waarin mijn wezen moet zijn aangebroken,

omdat ik dan niet meer gevoel
hoe door de dood is aangestoken,
wat bij een andere vrouw begon.

Stap 1
Hij denkt terug aan zijn moeder, die een echte huisvrouw was. Ze maakte schoon en hield van haar kind(eren). Hij wil graag terug naar die tijd, toen hij klein was en alles makkelijk leek. Iemand anders die hij kent ligt op sterven en daar heeft hij het moeilijk mee.

Stap 2
Ik vind het wel een mooi gedicht alles is zo mooi beschreven en je begrijpt wel makkelijk. De titel laat je snel weten dat het over een moeder gaat.

Mijn zoon

Mijn zoon stormt door het huis,
een roffel op de trap. Hij is
zichzelf een motor. Het lied
dat in hem leeft ontsnapt hem
soms. Ik hoor hem zingen
op de gang en zwijg.

‘s Nachts is hij bang, hij twijfelt
aan zichzelf, aan ons, de wereld.
Ik neem hem in mijn arm
en zonder spreken vaag ik
de oorlog weg en kinderkanker
mijn eigen dood, het monster van de tijd.

Ik lieg hem voor en red hem
tot wij beiden slapen in gesloten veiligheid

Stap 1
Ik neem aan dat het over een moeder gaat die de zorgen van haar zoontje, die nog niet zo oud is, weg neemt omdat ze hem wil beschermen tegen de boze buitenwereld. Misschien is het zoontje ziek, aangezien er is staat dat ze ook kinderkanker wegvaagt, en eerder in het gedicht zwijgt ze als ze hem hoort zingen.

Stap 2
Ik vind dit ook wel een heel mooi gedicht. Alles zit heel goed in elkaar en is makkelijk te begrijpen.

Vader en zoon

Vader. Waarom als iemand dat woord zegt
kijk ik nog steeds vooruit, niet achter mij?
ben ik niet, zoek ik? Het is toch voorbij?
jij bent toch in de regen weggelegd?

Wat verwacht ik dan: je hand op mijn hoofd?
Waar zou ik moeten komen? ben je daar
nog wel, warm woord? Of hebben ze je naar
het huis gebracht waarin je hebt geloofd?

Als ik het hoor is het of ik zelf riep.
Ik moet al antwoord geven en ik ken
nauwelijks de vraag die ik nog altijd ben

Ja, zeg ik, en kijk om. De nacht is diep.
Ik weet opeens waarvoor je hebt geleefd:
ik draag de naam van wie de dood doorgeeft.

Stap 1
het gedicht gaat over een man die een tijdje geleden zijn vader heeft verloren en zich afvraagt waarom hij het gevoel heeft dat zijn vader en nog is. Ook vraagt hij zich af waar zijn vader nu is, wie hij zelf is en waarom zijn vader heeft geleefd. Aan het eind van het gedicht beseft hij dat de zin van zijn vaders leven was dat hij weer ander leven voortbracht.

Stap 2
Ik vind dit niet zo’n heel mooi gedicht. Begreep ook heel moeilijk.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.