Jesus (1999)

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Filmverslag door een scholier
  • 2e klas vwo | 1070 woorden
  • 4 februari 2009
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 24 keer beoordeeld

Film
Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Jezus van Nazareth
Jezus gaat opzoek naar z’n eigen weg, maar niemand kan/wil hem begrijpen. Het is een eenzame weg. Jezus komt bij Johannes (een neef van Jezus). Johannes had een soort profetenrol en leefde in de woestijn. Hij was een doper. Jezus maakt zichzelf bekend aan Johannus. Daarna praten ze samen over wat ze vroeger hadden meegemaakt:
Jezus en Johannes waren 12 jaar. Zij gingen voor het eerst naar de tempel. Maar als Jozef en Maria terug willen naar Nazareth, kunnen ze Jezus nergens vinden. Ze reizen eerst een dag lang naar huis, maar keren dan terug naar Jeruzalem. Zij zien Jezus in de tempel. Maar, hij vertelt de geleerde mannen iets! Wanneer Jozef op Jezus gereageerd heeft zegt Jezus: “Jullie begrijpen toch wel dat ik in het huis van mijn vader was?” Iedereen was verbaasd van de wijsheid van Jezus. Op weg naar huis zien ze allemaal gekruisigde Joodse verzetsmensen.
Na dit verhaal vraagt Jezus aan Johannes: “Wil je me dopen?” Dit wil Johannes eigenlijk niet, want Jezus als Messias staat hoger dan hij. Maar hij doet het toch. Tijdens de doop van Jezus komt er een stem uit de hemel die zegt: “Dit is mijn zoon, de geliefde.” Ook komt er een duif uit de hemel. Dat is een symbool voor de heilige geest. Meteen na de doop gaat Jezus in de woestijn op zoek naar zijn weg. Daar moet hij veertig dagen vasten en wordt hij uitgedaagd door de duivel. De duivel probeert Jezus als Messias tegen te houden. Maar Jezus houdt vol.

Als Jezus weer thuis is, gaan ze naar een bruiloft. Het is er erg gezellig, maar later die avond blijkt de wijn op te zijn. Maria vraagt aan Jezus of hij een wonder wil verrichten. Jezus vraagt aan zijn leerlingen om de kruiken met water te vullen. Nadat ze dat hebben gedaan is het water in wijn veranderd. Dit was het eerste wonder.
Jezus komt in het plaatsje Kapernäum. Dit was een vissersplaats. Hier roept Jezus enkele discipelen, waaronder een van de meest bekende: Simon (de latere Petrus). Jezus roept de discipelen op een bijzondere manier: Omdat de vissers eerst niet in hem geloofden, doet Jezus een 2e wonder: het wonder van de visvangst.
Op zijn weg als Messias komt hij een verlamde man tegen. Hij verricht zijn derde wonder door hem weer te laten lopen.
Johannes de doper is gevangen genomen door Herodes, Omdat zijn vrouw zei dat Johannes slechte dingen over hem had gezegd.
Jezus komt onderweg Zeloten tegen. De aanvoerder heette Barabas. Jezus wijst het gewapende verzet tegen de Romeinen af. Want het gaat niet om het geweld, het gaat om liefhebben.
De tollenaar met de naam Levi werd als discipel geroepen met de naam Mattheüs. Hij zal later een van de Evangelies over Jezus schrijven.
Salome (de stiefdochter van Herodes) danst voor Herodes, en vraagt dan of ze het hoofd van Johannes de doper mag. (heeft haar moeder voorgesteld). Herodes stemt toe, en Johannes wordt onthoofd.
In een dorp houdt Jezus een toespraak, maar dan komen Joodse leiders een ongelovige vrouw naar Jezus toebrengen die zij beschuldigen van overspel. Hiermee willen ze Jezus in de val lokken, want volgens de Joodse wet moesten deze mensen worden gestenigd, maar alleen de Romeinen mochten de doodstraf opleggen. Jezus zegt: “Laat degene die zonder zonden is de eerste steen dan maar werpen.” De Joodse leiders lopen weer weg, en de vrouw is weer vrij.

Maria Magdalena hoort dat Jezus een overspelige vrouw vergeven heeft en wordt ook volgeling van Jezus. Zij was een hoer, en had een hekel aan haar leven gekregen. Door de ontmoeting met Jezus werd zij gestimuleerd een nieuw leven te beginnen.
Als Jezus in de tempel komt, ziet hij dat er allemaal kooplui zijn, die er een markt van maken. Jezus wordt woedend, want een tempel is er voor het geloof, niet om de handel. Hij keert de tafels van de handelaren om, en stuurt ze weg, wat hem de boosheid oplevert van de Joodse leiders.
In een van zijn toespraken (de Bergrede) legt hij uit wat zijn bedoeling is en wat god wil. Bij het water kiest hij de 12 volgelingen(omdat het Joodse volk uit 12 stammen bestond en zo wil hij een nieuw Israël stichten). Deze 12 kregen een bijzondere taak. Jezus stuurt zijn leerlingen naar de overkant van het meer, waar ze op hem moeten wachten. Er komt een storm op het meer als zij erop varen. Ze denken dat ze een geest zien, maar het is Jezus. Wanneer Jezus over dat water loopt, (water: symbool voor de dood) is hij sterker dan de dood (symbolisch gezien). Petrus stapt uit de boot en loopt naar Jezus toe. Maar hij wordt bang en zakt naar beneden. Jezus red hem.
Wanneer Maria Magdalena zich bij hen wil aansluiten, maar ze wel zegt dat ze een hoer is, vergeeft Jezus haar. Dat is eigenlijk het nieuwe van het geloof.
Jezus krijgt een boodschap dat Lazarus op sterven ligt. Maar Jezus maakt geen haast. Als Jezus aan is gekomen, is Lazarus al overleden. Ze gaan naar het graf, waar Jezus beveelt de steen weg te rollen. Dan roept hij: “Lazarus, kom naar buiten!” en Lazarus komt.
De Joodse leiders willen de verhalen van Jezus niet geloven, omdat ze bang zijn voor de Romeinen, voor hun eigen positie of voor een opstand.
Jezus rijdt op een ezel de stad Jeruzalem binnen en wordt met gejuich door de mensen ontvangen.
De Zeloten vragen via Judas aan Jezus of hij de aanvoerder van de Zeloten wil zijn. Jezus weigert dit; hij wil geen opstand tegen Rome, hij wil opstand tegen het kwaad in het algemeen.
Op Pascha kondigt Jezus zijn eigen dood aan. Jezus zegt tegen Petrus dat hij de haan drie keer zal horen kraaien, en elke keer zegt dat hij Jezus niet kent. Dat komt ook uit. Petrus en Judas gaan weg.
In de tempel ontstaat er een klein opstandje door Gallileeërs. De Romeinen komen dan met geweld de opstand herstellen. De Joodse raad vind dat dat Jezus’s schuld is, en vinden dat Jezus dood moet. Kajafas gaat naar Pilatus toe om te vragen of hij Jezus uit de weg mag ruimen. Pilatus stemt toe.
Jezus viert met zijn leerlingen het laatste avondmaal. Eerst viert hij de Pascha (de bevreiding van de slavernij uit Egypte) en daarna het laatste avondmaal waarin hij 2 tekens gebruikt: brood en wijn.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Jesus (1999)"