Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Inhoudsopgave:



- Night of the Proms

- Oxalis (impressionisme)

- Suoni Notturni (19de en 20ste eeuw)

- bijlagen



Concertbesprekingen 1



Night of the Proms:



Eigen mening



Het was weer zoals alle vorige edities een schitterend concert. Alle stijlen worden met verschillende optredens van diverse nationale en internationale gasten aaneengeregen. Zo zit er ook redelijk wat klassiek tussen, wat men de laatste tijd niet zoveel meer tegenkomt op zo’n massaspektakel. Want dat is het, je gaat niet enkel en alleen voor de goede muziek naar de Night of de Proms maar ook voor de hele sfeer die er rond hangt. Al de muziek wordt bovendien begeleid door het 75-koppige klassiek geschoolde orkest IL Novecento onder leiding van Robert Groslot. Een van de bekendste en mooiste klassieke werken dat dit jaar werd gespeeld was de Peer Gynt-suite van Edward Grieg. De Night of de Proms wordt echter niet alleen ondersteund door IL Novecento maar ook door Fine Fleur; het enthousiaste koor dat reeds in binnen- en buitenland te horen was op tal van evenementen.



IL Novecento





IL Novencento( Italiaans voor “twintigste eeuw”) is een orkest dat, in tegenstelling tot wat zijn naam misschien doet vermoeden, muziek brengt uit de laatste drie eeuwen. Het brengt op een verrassende en speelse manier steeds weer het verleden en heden samen. Alles kan voor dit orkest. Van klassieke muziek tot pop en rock…! IL Novecento werd in 1991 opgericht en stond sindsdien veelvuldig in de schijnwerpers. Zo gaat dit in grootte en samenstelling wisselende orkest ieder jaar mee met de Night of de Proms op tournee. In zijn kernbezetting telt IL Novecento 55 musici maar voor grotere uitvoeringen zoal dit concert wordt het orkest uitgebreid tot een 75-koppig ensemble.



Fine Fleur



Fine Fleur werd in 1995 opgericht in het kader van de Night of de Proms. Het bestaat uit zo’n 50 jongeren die allen een specifieke zangopleiding genoten en uit muziekanten die graag maar zeer goed zingen. Later werkte dit koor niet alleen samen met IL Novecento maar ook met I Fiamminghi, het Metropole Orkest, Concertband Hever en tal van bekende solisten. Net zoals IL Novecento heeft Fine Fleur een wisselend ledenaantal; maar tijdens de Night of de Proms staan er zo’n 50-tal zangers en zangeressen in de schijnwerpers. Zij fungeren als achtergrondkoor bij het popgedeelte en nemen vooral het publiek op sleeptouw. Fine Fleur staat onder leiding van Edwig Abrath; hij is docent aan het Antwerps Conservatorium en aan de muziekacademies van Turnhout en Wuustwezel.



de dirigent: Robert Groslot



Dé ster van de hele avond werd geboren in Mechelen en studeerde aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen. Later volgde hij meestercursussen bij Fleischer en Weissenberg en werd laureaat van viool- en pianowedstrijden. Ook als componist bleef hij niet bij de pakken zitten en schreef een omvangrijk oeuvre van meer dan vijftig pianoconcerti. Robert Groslos speelde met de grootste dirigenten van de hele wereld en was betrokken bij de opnamen van wel 90 cd’s. Buiten IL Novecento is hij ook nog docent piano aan de hogeschool van Antwerpen, dirigent van de Symfonieorkest Conservatorium Antwerpen en artistiek directeur van zijn eigen Filharmonisch Jeugdorkest van Vlaanderen.



Componisten en hun werken





Uit de verschillende klassieke werken die werden gespeeld heb ik er drie uitgekozen omdat deze de bekendste zijn uit een rij van zeer bekende componisten



1. In de Grot van de Bergkoning uit ‘Peer Gynt’ Op.23 Suite nr. 1 door Edvard Grieg (1843-1907)



2. Hongaarse Rapsodie nr. 2 door Frans Liszt (1811-1886)





3. Land of Hope and Glory uit ‘Pomp and Circumstance March No. 1’ door Edward William Elgar (1857-1934)



Edvard Grieg:



Grieg is zonder twijfel de meest bekende 19de eeuwse Scandinavische componist. Hij werd geboren in Bergen en kreeg zijn muzikaal onderricht in Leipzig. Toch koos hij voor een eigen Noorse volksmuziek onder impuls van Richard Noordraak. Grieg realiseerde zich snel zijn kwaliteiten maar ook zijn beperkingen. Hij was vooral geschikt voor de kleine werken maar hij was niet in staat werken met grotere vormen te hanteren. Maar binnen die beperkte grenzen toonde hij zich echt een meester dat de Noorse lucht als het ware uitademt. Hoewel veel van de werken van Grieg zeer bekend zijn geworden, zijn er zeer vele vergeten door taalmoeilijkheden.



Frans Liszt:



Reeds als kind werd hij op handen gedragen waardoor hij bij verschillende grote meesters in de leer kon gaan. In de tweede periode van zijn leven dan reisde hij heel Europa door. Vooral in de hoogste kringen van de aristocratie werd hij bijzonder geaccepteerd voor zijn enorme improvisatiekunst en virtuoos pianospel. Tijdens deze periode raakte hij ook bevriend met een aantal grote kunstenaars zoals Chopin, Victor Hugo ea. Later staakte hij zijn concertreizen en werd hofkapelmeester te Weimar om er samen met Wagner ‘die Neue Deutsche Schule’ te vertegenwoordigen. Aangezien zijn omvangrijk oeuvre en enorme waardering wordt Liszt dan ook gezien als een van de spilfiguren van de 19de eeuwse muziek.



Edward William Elgar:



Oorspronkelijk begonnen als violist en later opgeklommen tot concertmeester. Later volgde hij zijn vader op als organist. Deze functie bekleedde hij echter niet zo lang want vanaf 1889 wijdde hij zich slechts nog aan het componeren. Elgar werd in 1904 in de adelstand verheven en benoemd tot ‘Master of the Kings in Music’. Elgar schreef o.a. symfonieën, pianomuziek, liederen. Een van zijn bekendste liederen is het door de Night of de Proms vereeuwigde ‘Land of Hope and Glory’. Als componist wordt hij vooral als laat- victoriaanse voorbeeld gebruikt.



LAND OF HOPE AND GLORY,

MOTHER OF THE FREE,

HOW SHALL WE EXTOL THE THEE,

WHO ARE BORN OF THEE?

WIDER STILL AND WIDER

SHALL THY BOUNDS BE SET;

GOD, WHO MADE THEE MIGHTY,

MAKE THEE MIGHTER YET,

GOD, WHO MADE THEE MIGHTY,

MAKE THEE MIGHTER YET.



Concertbesprekingen 2



Oxalys (impressionisme)



Eigen mening



Uit het beluisteren van impressionistische stukken had ik reeds op vorige momenten besloten dat dit toch niet echt de muziekstijl was waar ik me helemaal kan in terugvinden. Toch heeft het ensemble van Oxalys me op een aangename manier kunnen verrassen. Je kan dus nooit op voorhand oordelen is weer eens gebleken. De eerste stukken waren ronduit fantastisch en grensden voor mij aan het ongelooflijke; vooral het aandeel van de dwarsfluit in alle muziekstukken was zeer groot. Wat nog een groot pluspunt was, is een zekere vorm van interactie met het publiek. Geen gedichten om het geheel aaneen te rijgen, maar steevast wat uitleg over de componist van het werk en over het werk zelf. Een klein nadeel was wel dat het leek of dat de muzikanten al hun beste werken voor de pauze hadden gespeeld; zodat er toch heel wat minder aandacht werd opgewekt in het tweede deel. Ik kan dus besluiten dat dit het beste van de drie opgelegde concerten is. Zij hebben immers niet alleen met hun ensemble hun werken naar voor gebracht, maar ook de mensen wat meer informatie over de verschillende impressionistische componisten bijgebracht.



Oxalys: het ensemble



Deze jonge muzikanten, allen afgestudeerd aan het Conservatorium van Brussel, verloren hun hart helemaal aan de hedendaags klassieke muziek en aan de composities uit het impressionisme. De impressionistische muziek was hun eerste grote liefde, die ze bovendien bezegelden met hun eerste cd die het mooiste van Debussy, Ravel en Jolivet bundelde. Oxalys bestaat vijf muzikanten, in een bezetting van een strijktrio, fluit en harp. Ook in het Belgica Theater brachten ze pareltjes van Debussy, Jongen, Jolivet en Roussel. Oxalys’ artistieke eigenheid wordt gewaarborgd door de inbreng va de musici: zo wordt de werking constant aaneen strenge zelfkritiek onderworpen. Ieder wordt uitermate betrokken bij de repertoriumvulling: dit heeft ondermeer tot gevolg dat de programmakeuze enorm gevarieerd is. Dit kamermuziekensemble behoort tot de absolute top in Vlaanderen en voor het achtste seizoen vullen ze weer de podia in binnen – en buitenland.



Componisten en hun werken



1. Albert Roussel (1869-1937) Trio voor fluit, altviool en cello op. 40



2. Claude Debussy(1862-1918) Sonate voor fluit, harp en altviool



3. Andre Jolivet(1905-1974) Chant de Linos(1944) voor fluit,strijktrio en harp



Albert Roussel:



In dit stuk toont Roussel zich echt een meester in de impressionistische muziek. Maar steeds zoals in bijna al zijn werken werkt hij rond het thema van het afscheid nemen van een geliefde. Dit komt doordat Roussel op zevenjarige leeftijd wees werd en bijna heel zijn jeugd geconfronteerd werd met de dood en het afscheid van familie en geliefden. Toch is Roussel erom bekend dat de kwaliteit van zijn werken zeer hoog is; zelfs als ze geschreven zijn onder omstandigheden waarin hij in slechte toestand verkeerde. We kunnen hem dus zeker en vast een plaats geven tussen de allergrootste namen die het impressionisme ooit gekend heeft in de geschiedenis. Want wereldwijd wordt Roussel beschouwd als de advocaat van moderne muziek en hun componisten. Roussel stond immers voor alle nieuwe ontwikkelingen in de muziek open. In dit stuk merken we het afscheid in de steeds wederkerende dialoog tussen de fluit, die de bovenhand heeft, en de altviool en cello die meer voor de begeleiding zorgen. Een werkelijk minutieus uitgewerkt stuk muziek dat enkels door zeer goede muzikanten kan gespeeld worden.



Claude Debussy:



Debussy als Frans componist was de trendsetter van de meest representatieve muziek van het Impressionisme. De stijl waarin hij componeerde is dan ook dikwijls een inspiratiebron geweest voor latere componisten. En zelfs tot de dag van vandaag overleeft zijn invloed op de hedendaagse kamermuziek. Een van de meest belangrijke karakteristieken van Debussy’s muziek is de visuele kracht waarmee hij beelden en scenes die in de muziek verborgen zitten tot uiting kan brengen. Ook deze sonate die door Oxalys werd bewerkt voor fluit, harp en altviool is voor mij een schitterend stuk. Veel gemakkelijker dan bij andere componisten kan je bij het beluisteren van deze muziek, je verbeelding laten werken.



Andre Jolivet:



Misschien wel een van de meest bekende impressionisten in onze maatschappij is Andre Jolivet. Vooral in Frankrijk maar ook daarbuiten op handen gedragen door de muziekliefhebber. Hij behoort wel al tot de latere generatie van belangrijke impressionisten (1905-1974); maar aan de kwaliteit van zijn werken is dit zeker niet te horen. Samen met Olivier Messiaen, Daniel Lesur en Yves Baudrier was hij de grondlegger van de Jeune France groep van componisten die het componeren tot een meer menselijke manier wilden omvormen. In al zijn werken, en zo ook in Chant de Linos, vraagt hij zeer veel van de muzikant. In Jolivet’ werken is virtuositeit dus geen overbodige luxe. Vooral de fluitist moet zich echt volledig geven wilt hij deze partituur tot een goed einde brengen. Oxalys heeft hiermee een grote uitdaging aangegaan denk ik, maar op deze manier bewijzen ze weer hun zeer hoge kwaliteit.

Hoewel dit stuk een hoge moeilijkheidsgraad heeft en perfect gespeeld was; geeft het mij toch geen voldoening zoals het stuk van Claude Debussy of Roussel mij gaf. Andere Jolivet moet misschien niet onderdoen in kwaliteit voor de ‘vroegere meesters’ maar de aangenaamheid om naar zijn werken te luisteren is bijna helemaal verdwenen. Daarom denk ik niet altijd dat het goed is om de menselijke geest te laten primeren in muziekstukken.



Concertbesprekingen 3



Suono Notturni (19de en 20ste eeuw)



Eigen mening



Al bij al had ik van dit concert toch wel een hoop meer verwacht. Normaal gezien was dit het concert dat de meest recente muziek bracht, maar toch blijkt dit zeker en vast geen factor te zijn waar men mee rekening kan houden. Dit gitaarduo verveelde reeds na het eerste stuk en dit in een lange rij van negen werken. Daarom is het ook zo dat sommige mensen na de pauze zijn buitengegaan en niet meer teruggekeerd. Ik kan dus zeggen dat dit het slechtste was van de drie concerten die we moesten bijwonen, en misschien wel het slechtste dat ik ooit heb gezien. En deze mening werd blijkbaar gedeeld met nog verschillende mensen die dit concert bijwoonden. Toch vonden enkele mensen het nodig na de voorstelling te blijven klappen zodat er nog een bisnummer werd gespeeld, ten ongenoegen van degenen die dit concert toch niet ‘zo subliem vonden’. Ook was er deze keer geen enkele vorm van interactie met het publiek op wat louter kleine feitjes na. Al bij al dus duidelijk het minst aangename concert van de drie.



het gitaarduo “Suono Notturni”



Dit duo bestaat uit Siegfried van Schuylenbergh en Juri Cosman. Siegfried studeerde aan het conservatorium van Brussel waar hij zijn eerste prijs gitaar behaalde bij Albert Sunderman. Verder volgde hij ook les bij Sadanowsky, Smits e.a. Ook werd hij winnaar van de Pro Civitate Wedstrijd en won hij de eerste prijs in het Astoria Hotel en tal van andere ereprijzen. Momenteel geeft van Schuylenbergh les aan de muziekacademies van Aalst, Sint-Niklaas en Deinze. De andere helft van dit duo bestaat uit Juri Cosman die zijn Meestergraad in de gitaar behaalde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Antwerpen bij Victor van Puyenbroek en Roeland Broux. Hij trad reeds als solist op in het eerste gitaarconcerto van M. Castelnuovo-Tedesco met het Gents Universitair Orkest “Tempi Misti” Maar nu is hij dus deel van dit gitaarduo Suono Notturni en is hij verbonden aan de stedelijke academie voor muziek, woord en dans van Sint-Niklaas. Hoewel dit duo reeds enkele jaren bestaat is er dit jaar toch opvallend meer vraag naar hun muziek, namelijk de Spaanse en Zuid-Amerikaanse muziek. In tegendeel tot wat hun naam dus doet vermoeden is Suono Notturni niet iets Spaans maar de titel van een hedendaagse gitaarcompositie van de componist Petrassi.



Componisten en hun werken



1. Luigi Boccherini met Introduction et Fadango



2. Philippe Duerinck met Erhu



3. Astor Piazzolla met Lo que vendra



Luigi Boccherini:



Luigi Boccherini (1743-1805) werd geboren in Lucca, Italië. Reeds op zeer jonge leeftijd werd hij door zijn vader, die professioneel muzikant was, onderwezen in de muziek. Luigi Boccherini bleek echter een zeer hoogbegaafde leerling te zijn en daarom ging hij naar Rome om daar zijn techniek te perfectioneren onder de begeleiding van experts. Later keerde hij terug naar zijn geboortestad als een volleerd muzikant. Hij stelde zich zelf voor als componist aan de bevolking door een concert te geven. Dit kende zoveel succes dat hij samen met zijn partner Filippo Manfredi besloot om te gaan rondtrekken. Hun faam was zelfs zo groot dat ze door de ambassadeur van Spanje werden gevraagd. Dit is waar alle ellende begon, want geen van de hun beloofde zaken werden nagekomen. Daarom ging Boccherini dan maar spelen voor de Keizer van het toenmalige Pruisen, die een enorme bewondering had voor de virtuositeit van deze muzikant-componist. Doch wanneer deze stierf was Boccherini werkloos en zag hij geen andere mogelijkheid terug te keren naar Spanje. Hier leefde hij met zijn familie teruggetrokken en in grote armoede. Toch was er een klein lichtpunt voor korte tijd toen de Franse ambassadeur hem enkele stukken in opdracht liet schrijven. Boccherine stierf in zeer grote armoede en totaal vergeten in 1805.



Philippe Duerinck:



Leraar gitaar aan de Academie voor muziek, woord en dans te Dendermonde; maar sinds kort ook geen onbekend componist meer voor het publiek. Met zijn stuk Erhu oogst hij dan ook vrij veel succes. Philippe Duerinck misstaat dan ook helemaal niet tussen grote namen als Boccherini en Piazzolla. Als componist misschien niet zo virtuoos als de andere twee; maar Erhu is dan ook geschreven in een veel andere tijd. Het is dus een hele eer een componist te hebben van eigen bodem waar men trots op kan zijn. Helaas krijgen componisten van klassieke muziek in deze tijd niet meer de waardering als Boccherini en andere groten deze kregen. Dit buiten beschouwing gelaten is het een hele prestatie om zo’n schitterend stuk neer te schrijven waar de Spaanse mentaliteit als het ware afdruipt. Persoonlijk vond ik dit zelfs het beste stuk van het hele concert.



Astor Piazzolla:



Vooral bekend als dé allerbeste bandoneon speler van alle tijden reisde deze muzikant zowat de hele wereld rond op zoek naar zijn gading in de muziek. Want Piazzolla zocht steeds naar andere muziek die bij hem paste. Zo schreef Piazzolla, die in 1921 geboren werd in Argentinië, ook een aantal klassieke stukken. Of beter gezegd klassiek geïnterpreteerde tango. De Spaanse invloed is dan ook zeer duidelijk merkbaar in al zijn werken. Piazzolla zal verschillende bands oprichten met stuk voor stuk goede muzikanten, maar toch zal hij na enkele jaren steeds iets anders uitproberen. Zijn gehele opus bevat dan ook meer dan duizend werken. Wanneer hij in 1990 een hartinfarct zal krijgen, is de altijd zo sterke Astor Piazzolla vanaf die dag nooit meer de oude geweest. Uiteindelijk zal deze ster van de 20ste eeuw overlijden op 4 juli 1992 in Buenos Aires. Doch zijn naam zal altijd prijken tussen de allergrootsten van de vorige eeuw.



Bronnen:



Voor het maken van dit eindwerk heb ik volgende bronnen geraadpleegd en gebruikt.



1. de programmaboekjes die bij het begin van de voorstelling verkregen worden



2. bibliotheek: biografieën van de verschillende componisten



3. internet: algemene informatie



Bijlagen:



Bijgevoegd als bijlage zijn • de inkomtickets

• de programmaboekjes



Bijlage 1: de inkomtickets



Bijlage 2: de programmaboekjes



Het impressionisme



Het impressionisme is een term uit de kunstgeschiedenis die voor het eerst gebruikt werd in de schilderkunst. De naam is ontleend uiteen slechte kritiek over het bekende schilderij van Monet met als titel Impression: Soleil Levant (1872). Deze titel toont de impressie van de opkomende zon boven de havenstad Le Havre. De stad kun je er echter niet in herkennen, het is het stemmingsmoment of de indruk dat dit beeld Monet op dat moment gaf. De impressionisten streven er dan ook niet naar de dingen in hun precieze vorm weer te geven maar de sfeer die er rond hangt.



Als kenmerk kan met aan het impressionisme vooral het vluchtige meegeven.

Het gaat om een gevoel, de verbeelding en het effect dat wordt opgewekt bij de toeschouwer. De artiesten legen in deze stroming hun directe en persoonlijke indruk vast, daarom is het soms zeer moeilijk impressionistische kunst te begrijpen.



In de literatuur wordt in er niet echt van impressionisme gesproken. Hier vervangt men deze term meestal door symbolisme.



De impressionistische muziek is vooral te vinden bij Claude Debussy.

In de impressionistische muziek gaat het eveneens zoals in de literatuur en schilderkunst om het weergeven van indrukken en gevoelswaarden. Vaak is de natuur, een gebouw of een feest dan ook het onderwerp. Er is in het geheel geen belangstelling voor de psychologische achtergronden en mensen spelen in soort muziek of literatuur dan ook geen of een geringe rol. Een ander kenmerk van het impressionisme is dat deze muziek heel kleurig is. Er wordt zeer veel aandacht geschonken door de artiesten aan het licht, pastelkleuren behoorden dan ook tot hun absolute voorkeur.



Er wordt met bijzondere klanken gewerkt en het geeft de indruk van iets dat voorkabbelt. Deze muziek is als het are onderweg, maar tegelijkertijd gaat het nerges naartoe. Het geeft dus een echte impressie; iedereen heeft er dan ook een verschillende indruk over.



Met een parallelle moeilijkheidsgraad voor piano.Van grote betekenis was ook zijn vriendschap met Chopin, onder wiens invloed de romantische en poëtische kanten van zijn muzikale persoonlijkheid tot ontwikkeling kwamen.



De 21-jarige Liszt, gravure door Achille Deveria (1832).



Een belangrijke literaire invloed onderging hij van Marie d'Agoult, met wie hij in 1835 in Genève ging wonen; zij zouden drie kinderen krijgen. In 1836 begonnen voor Liszt de jaren van grote en succesvolle concertreizen; tot 1847 bereisde hij geheel Europa, waarbij hem vele onderscheidingen ten deel vielen. In 1844 eindigde de verhouding met Marie d'Agoult en in 1847 ging Liszt een relatie aan met Fürstin Carolyne zu Sayn-Wittgenstein (1849); een legalisering van deze verhouding werd tegengehouden door paus Pius IX, en, nadat de vorstin weduwe was geworden (1864), door haarzelf.

In 1842 was Liszt te Weimar tot buitengewoon kapelmeester benoemd; van 1849 tot 1861, na de beëindiging van zijn concertcarrière, vervulde hij deze functie daadwerkelijk en konden andere facetten van zijn grote muzikale begaafdheid tot ontwikkeling komen: hij begon een veelzijdig repertoire te componeren en werd een belangrijke stimulans voor het muziekleven in Duitsland. Hij had leerlingen als Hans von Bülow, Peter Cornelius en Carl Tausig en dirigeerde werken van Robert Schumann, Berlioz, Verdi, Donizetti en Wagner (1850, première Lohengrin). Mede door zijn invloed werd Weimar het Mekka van de moderne Duitse muziek en ontstond de beweging die bekend werd als de Neu-Deutsche Schule. Liszt werd voorvechter van het oeuvre van Wagner, die hij in 1841 in Parijs had leren kennen en die hem in 1848 in Weimar kwam bezoeken. Deze vriendschap duurde voort tot Wagners dood, ondanks een periode van verkoeling van 1859 tot 1872 in verband met Wagners huwelijk met Liszts dochter Cosima (geb. 1837), waarbij Liszt het opnam voor Cosima's eerste echtgenoot, zijn favoriete leerling von Bülow. Belangrijk was de oprichting onder Liszts leiding van de ‘Allgemeiner Deutscher Musikverein’ te Weimar in 1868. Hierna concentreerde Liszt zich – niet voor het eerst – op het religieuze en componeerde o.a. oratoria.



Claude Debusy:

Claude Achille (Saint-Germain-en-Laye 22 aug. 1862 – Parijs 25 maart 1918), Frans componist, de belangrijkste der zgn. impressionisten.



Zoon van een kleine winkelier, werd als 9-jarige ‘ontdekt’ door Mme de Fleurville, oud-leerlinge van Chopin, die hem opleidde voor het Parijse conservatorium. Hij studeerde daar van 1873 tot 1886 bij o.a. Marmontel (piano) en Lavignac (solfège). Daarna studeerde hij bij Durand (harmonie) en bij César Auguste Franck (improvisatie), maar diens opvattingen inzake harmonie lagen hem niet.

In 1879 werd hij voorgesteld aan Mme Vasnier, wier mondaine en culturele kring voor zijn vorming van groot belang is geweest. In hetzelfde jaar reisde hij via Florence en Venetië naar Moskou als begeleider van Nadesjda von Meck, de beschermster van Tsjaikovski.

Voor de cantate L'enfant prodigue ontving hij in 1884 de Prix de Rome, waaraan een verplichte tweejarige werkperiode in de Romeinse Villa de Medici was verbonden, onder de supervisie van een beoordelingscommissie. De werken die hij naar de commissie in Parijs stuurde, o.a. de orkestsuite Printemps en de cantate La demoiselle élue, ontvingen de depreciërende kwalificatie ‘impressionistisch en vaag’; de aan de schilderkunst van die jaren ontleende term impressionisme zou ook later met het werk van Debussy geassocieerd blijven.

In 1894 vond de première plaats van het orkestwerk Prélude à l'après-midi d’un faune (naar Mallarmé), zijn eerste meesterwerk; met de Trois chansons de Bilitis (1897–1898; naar Pierre Louÿs) en de Trois nocturnes (1897–1899; orkest en vrouwenkoor) kreeg zijn idioom met al de heterogene bestanddelen zijn definitieve afronding.

Zijn meesterwerk, de opera Pelléas et Mélisande (1893–1902; naar Maeterlinck), betekende een mijlpaal in de ontwikkeling van de Franse muziek.

In 1905 werd het grote symfonische gedicht La mer voor het eerst uitgevoerd. Het succes hiervan bezorgde hem uitnodigingen uit binnen- en buitenland om eigen werken te dirigeren.

Omstreeks 1912 voltooide hij Images pour orchestre. Opvallend is dat Debussy zich in deze periode wat distantieerde van het literaire symbolisme en voornamelijk nog liedteksten koos van oude dichters, terwijl zijn muziek bij teksten van Paul Verlaine en Mallarmé veel soberder en minder sensueel werd. De Trois chansons voor vierstemmig koor a capella (1904, naar Charles d’Orléans en Tristan l'Hermite) waren geïnspireerd op het Franse renaissance-chanson.

De beide delen Préludes (1910–1912; piano) betekenden het hoogtepunt en de afsluiting van zijn ‘impressionistische’ pianomuziek; in andere werken zocht hij toen al duidelijk naar een meer abstract-muzikale schrijfwijze, zoals blijkt uit zijn muziek bij Le martyre de Saint Sébastien (1911) van Gabriele d'Annunzio en uit het door Nijinski en de Les Ballets Russes in 1913 gecreëerde ballet Jeux, tevens uit de Trois poèmes de Stéfane Mallarmé (1913). Deze ‘neoclassicistische’ tendentie culmineerde ten slotte in de Six épigraphes antiques voor piano vierhandig (1914), de beide boeken Études voor piano (1915), en vooral in de drie Sonates pour divers instruments (cello en piano, 1915; altviool, fluit en harp, 1916; viool en piano, 1917).

In 1977 ging Debussy's in 1908 begonnen, onvoltooide opera La chute de la maison Usher (n. Edgar Allan Poe in de vert. van Baudelaire) in première in New Haven (Verenigde Staten), uitgevoerd door studenten van Yale University.





Debussy's vroege werken (tot 1888) verraden invloed van Massenet, Chabrier, zelfs Chopin; daarna ontwikkelde hij zijn eigen stijl, waarin heterogene elementen, ontleend aan Satie, in Rusland beluisterde zigeunermuziek, de Javaanse gamelanmuziek (waarmee hij kennis maakte op de Parijse wereldtentoonstelling in 1889), alsmede muziek van Borodin, Moessorgski en Wagner op unieke wijze zijn versmolten.

Kenmerkend voor zijn, overigens moeilijk te codificeren, idioom zijn o.a.: bevrijding van de melodie ten aanzien van de klassieke symmetrie van voor- en nazin en daardoor toenemende ‘atomisatie’ van de melodie, die tot een stroom van vagelijk verwante motieven wordt, emancipatie van de samenklank wat betreft de klassieke functies van de akkoorden en hun gebruikelijke opeenvolging, zelfstandig gebruik van de dissonant, op ritmisch gebied loslating van de dwingende maataccenten en -soorten, en grote kleurgevoeligheid in de instrumentatie, waarbij de doorzichtigheid gehandhaafd blijft.

Tot navolging bestond weinig mogelijkheid; het meest aan hem verwant was André Caplet, met wie hij op latere leeftijd vaak heeft samengewerkt.

Voor zijn tijdgenoten was vooral het sensuele, suggestieve, evocatieve, onconventionele en onromantische karakter van Debussy's muziek belangrijk, voor latere generaties kwam daarbij nog de wijze waarop hij tussen toonmateriaal en vormgeving, tussen coloriet en structuur geheel nieuwe relaties schiep, die verstrekkende gevolgen hadden: zijn invloed in heel Europa is groot geweest en duurt nog steeds voort, zoals blijkt uit composities en geschriften van hedendaagse avant-gardisten als Pierre Boulez en Henri Pousseur.

Zijn muziekkritische artikelen zijn deels gepubliceerd in Monsieur Croche anti-dilettante (1921–1926). Zijn literaire ambities blijken uit de vier Proses lyriques die hij in 1892/1893 dichtte en toonzette.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.