Zelfportret of het galgemaal door Herman Teirlinck

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 1452 woorden
  • 9 augustus 2006
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 8 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1955
Pagina's
166
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Zelfportret of het galgemaal
Shadow
Zelfportret of het galgemaal door Herman Teirlinck
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Auteur:
Herman Teirlinck (1879-1967). Een blauwe maandag studeerde hij medicijnen en Germaanse filologie. In 1903 schreef hij zijn debuutroman 'Het stille Gesternte.' In 1920 werd hij leraar Nederlands van Leopold III en in 1933 de privaatraadsheer van koning Albert voor kunst en wetenschap. Dat bleef hij ook toen Leopold III koning werd, tot 1951. In 1925 werd hij als eerste Vlaming als achtste op de Brusselse liberale lijst gezet, maar niet gekozen. In 1946 werd hij oprichter en directeur van de Studio van het Nationaal Toneel, nu Studio Herman Teirlinck. In datzelfde jaar begon hij het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Hij werd eredoctor aan de universiteiten van Brussel, Amsterdam, Luik en Gent. Hij was de eerste die, op 27 oktober 1956, de Grote Prijs der Nederlandse Letteren mocht ontvangen.

Titel:
Zelfportret of het galgemaal

Eerste publicatie: 1955
Omvang: 198 bladzijden
Motto: 'Liever geschuwd om mijn waarheid, dan gezocht om mijn schijn.'
Aard van het werk: autobiografie

Samenvatting
Henri M. is een oudere Brusselse bankier en een Don Juan. Zeer regelmatig gaat hij naar de kapper en schoonheidsspecialist, daar wordt weer een mooie man van hem gemaakt. In het hele boek lijkt het alsof zijn geweten tegen hem praat; Henri spreekt met zichzelf.
Hij merkt dat de schoonheidsspecialist steeds minder succes boekt, dat zijn oudheid steeds minder kan worden verbloemd. Hij kijkt zelf dwars door het kunst- en vliegwerk heen, maar hij houdt er ook van. Henri verschuilt zich achter elegantie en stijl. Sabine, Elze en Sebastiaan zijn drie getuigen uit zijn verleden. Sabine kent hem van toen hij nog jong was en laat zien hoe Henri alles doet voor zijn éigen genot. Elze was de vrouw waar hij het meest van hield, na zichzelf. Zij krijgt een kind van hem, maar een buitenechtelijk kind is slecht voor zijn carrière, dus wordt het meisje weggestuurd. Henri is blij, want die liefde benauwt hem. Sebastiaan was zijn enige vriend en in het boek krijgt hij een kaartje waarop staat dat hij is overleden. Henri verleidde de vriendin van Sebastiaan, uit jaloezie en/of egoïsme. Sebastiaan leer je goed kennen, het gaat bij de flashback niet alleen om Henri. Door het hele boek heen komt Babette terug, de vrouw waar Henri naar verlangt, die hij wil. Uiteindelijk spreken ze wat af in een suite. Hij komt daar aan en dan is de vraag of hij daar zal sterven of toch niet.

Thema
Het boek gaat over een oude man die constant toneel speelde, zich anders voordeed. Nu, vlak voor zijn dood, wil hij erachter komen wie hij nu werkelijk is. Maar hij speelde altijd toneel, zou dit dan niet z´n grootste succes worden, dat hij zichzelf voor de gek houdt?


Titelverklaring
Zelfportret slaat op het einde dat nadert; als hij dood gaat, dan zal hij worden ontmaskerd door God, maar nu wil hij het zelf proberen. Galgemaal is de mooie Babette; gevangenen kregen, de avond voor ze werden geëxecuteerd, een speciale lekkere maaltijd. Zo is Babette die maaltijd voor de dood.
Het is óf dat zelfportret (Henri komt erachter en accepteert dat hij een oude man is) óf het galgemaal (Henri houdt zichzelf voor de gek en hangt nog een keer de Don Juan uit voor Babette).
Het motto lijkt tegenstrijdig met het boek. Henri houdt juist de schijn op en wil niet dat anderen de waarheid zien, dat anderen hem écht leren kennen.

Opbouw
Het boek kent geen hoofdstukken. Het is wel aangegeven wanneer die drie personen getuigen. Bij Sabine staat er een cursieve tekst boven, wie zij is. Bij Sebastiaan staat erboven ´De Neus´ en het stuk waarin Elze haar verhaal door middel van brieven vertelt heet ´De Scheurmand.´ Dit zijn flash-backs. Verder is het verhaal wel chronologisch opgebouwd.

Hoofdpersonen
Henri M.: hij is een zeventig jarige Brusselse bankier, hij is rond 1886 geboren. Hij is afkomstig uit Brussel. Hij studeerde natuurlijke wetenschappen rond 1900. Zijn vader had een goede baan in de bankwereld. Henri was heel bang voor hem, bang om hem teleur te stellen. Hij trouwt, na een relatie met Elze te hebben gehad, met Rebekka, de weduwe van Albert ´t Ser. Albert was zijn compagnon bij de bank. Henri en Rebekka hadden al een relatie voor de dood van Albert. Ze krijgen samen een zoon; Manuel. Door een auto-ongeluk waarbij Rebekka verminkt raakt en Manuel sterft, is de liefde vanuit Henri over.
Sebastiaan V.B.: hij is een echte vriend geweest. Hij werd ´de Neus´ genoemd, omdat zijn neus direct opviel. Hij is een eeuwige student, iemand die student is om het student zijn. Hij heeft zelfspot, maar leidt wel onder zijn neus. Sebastiaan haat Henri niet als die zijn vriendin, Koosje, verleidt en er zo voor zorgt dat Koosje nooit meer echt van hem kan houden, hoewel ze later samen trouwen.
Babette: zij is de dactylo van Henri, maar ze neemt ontslag om als mannequin bij Wolff en Co te gaan werken. Hoewel Henri er altijd voor zorgt de touwtjes stevig in eigen handen te houden, is het Babette die hem weerloos maakt.

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt
Van februari tot oktober 1954.

Plaats waar het verhaal zich afspeelt
Brussel

Genre
Dit boek kun je als een psychologische roman zien, maar volgens mij is het een moderne autobiografie; ´geen reconstructie van het verleden, maar een ontwerp van een ik.´ (Hugo Bousset). Toch zitten er dingen in de aan Teirlinck doen denken, zo heeft Henri een ´oude mannen gezicht,´ net als Teirlinck en beide haatten ze ´dat´ hoofd. Teirlinck zelf zegt in zijn voorwoord dat ´men niet zoeke naar de sleutel die reële gebeurtenissen kan onthullen.´

Perspectief
Het verhaal is in ge-vorm. Henri spreekt of denkt eigenlijk met zichzelf over zichzelf. Het stuk ´De Neus´ is in ik-vorm en Sebastiaan is die ik-persoon.

Vertelde tijd
Dit boek beslaat 9 maanden van het leven van de oude bankier, maar of het de laatste 9 zijn blijft een open vraag.

Plaats temidden van leven en ander werk van de auteur
Dit is het laatste boek, een afsluiting, van Teirlinck. Daarom lijkt het ook wel op een autobiografie. Het lijkt wel of hij zijn 'ik' probeert te vinden. In zijn andere boeken komt de dilettant (liefhebber) ook vaak naar voren.
"Het gevecht met de engel" (1952) gaat over het onafwendbare noodlot. Henry M. accepteert dat noodloot ook, probeert het niet af te wenden.

Plaats temidden van een literaire stroming
Heel duidelijk kom je de tijd waarin Teirlinck leeft tegen. Niet wat goed is, is goed, maar wat mooi is. Het epicurisme, de schoonheidsleer. Wat mij opviel was ook de taalstrijd die naar voren kwam. En hoe Teirlinck zo als echte Vlaming schrijft; Henri heeft de wortels van zijn moeder niet verloochend.
Ook de gedacht van het ´noodlot´ komt terug; het naturalisme. Niet als iets negatiefs, maar als een gegeven, waar je niets aan kunt veranderen. God komt er niet in voor.
Van Vlierden zegt over deze roman: ´Eén van de meest zuivere realisaties van de therapeutische romans´ gericht ´ op de identificatie van de schrijver met zichzelf op de drempel van de dood.'
Criticus Garmt Stuiveling stelt de vraag: ´Is dit een écht zelfportret van een onecht mens, die daarmee ophoudt onecht te zijn, zodat het zelfportret ook niet meer echt is; óf is het een onecht zelfportret, om welke reden dan ook; en houdt het dan niet op, een zelfportret te zijn…`

• Het is echt een Vlaams boek, niet alleen door de ge-vorm, maar ook door uitdrukkingen.
• Als je het spannend vind of Henri zichzelf zal ontmaskeren of niet en of hij dood gaat of niet, dan is dit een heel spannend boek. Ik vond het niet spannend.
• Iedereen heeft maskers om zich achter te verbergen. Iedereen speelt toneel om zich te beschermen. Maar je kunt jezelf er ook mee voor de gek houden.
• Nee, het boek is beslist niet christelijk. God komt er niet in voor, terwijl het toch gaat om iemand voor wie het einde nadert. Voor Henri houdt het leven hierna op, daarom wil hij nog één keer écht genieten door met Babette naar bed te gaan, of dat nu verstandig is of niet.
• Nee, want alles draait om de schoonheidsleer; Henri kan daarom ook niet meer van zijn verminkte vrouw houden. Schoonheid vergaat. Het gaat om het binnenkantje.
• Pluspunten: het boek is écht literatuur. Ontzettend goed geschreven. Open einde, dat blijft hangen.
• Minpunten: toen ik het boek las, snapte ik er heel weinig van. In het begin was het me zo helder als erwtensoep. Pas als je ´Maskerman´ leest dan ga je het snappen. Toen kreeg ik door dat het niet gek was dat ik geen antwoord op de vraag had gevonden, en dat Babette dat galgemaal is.
• Erg ´zware´ literatuur. Ik had besloten dit boek te lezen en dat heb ik gedaan. Maar geen aanrader.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.