Wij zijn wegwerpkinderen door Thea Beckman

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas havo | 1369 woorden
  • 18 augustus 2006
  • 63 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 63 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1980
Pagina's
152
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Wij zijn wegwerpkinderen
Shadow
Wij zijn wegwerpkinderen door Thea Beckman
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
3.1 Titelbeschrijving

Auteur: Thea Beckman
Titel: Wij zijn wegwerpkinderen
Uitgever: Lemniscaat b.v. Rotterdam 1980
14e druk in 1991

3.2 Biografie.
Thea Beckman is geboren op 23 juli 1923 in Rotterdam. Ze was enig kind. Ze groeide op in de crisistijd. Haar vader kwam zonder werk te zitten, daardoor kon ze niet gaan studeren. Vroeger was het trouwens ongewoon dat meisjes gingen studeren en ook haar ouders wilden dat ze een ‘nuttig’ vak ging leren. Ze werd na de lagere school op de industrieschool opgeleid tot naaister. Dit was niets voor haar en ze werd van school gestuurd. Ze ging naar de MULO en werkte tot ze ging trouwen op een kantoor. Ze trouwde in 1945 met Dirk Hendrik Beckmann en kreeg 3 kinderen: Rien, Jerry en Marianne. Nu (1997) heeft ze ook vijf kleinkinderen. In 1993 overleed haar man. Nadat ze haar kinderen had opgevoed besloot ze alsnog te gaan studeren. En in 1981 behaalde ze haar doctoraal in de psychologie. Haar doctoraalscriptie ging over de invloed van jeugdboeken op kinderen. Met schrijven begon ze in 1947. Eerst verhalen in jeugdtijdschriften (korte) kinderen verhalen in 'Kris Kras' en 'Taptoe')en journalistieke stukjes in kranten (de Haagse Post) daarna begon ze met boeken schrijven. Ze debuteerde in 1957 met een roman voor volwassenen: 'Anjers voor Adèle'. In de jaren 70 begon ze met het schrijven van jeugdboeken. Thea Beckman schrijft vooral historische boeken. Voor haar historische kinderboeken documenteert Thea Beckman zich uitvoerig. Ze wil alles weten van de kleding en de gebruiksvoorwerpen van die tijd. Ze leest veel en reist naar de plaatsen waar het verhaal gaat spelen. Soms duurt zo'n voorbereiding wel anderhalf jaar, voordat ze echt gaat schrijven. In de boeken van Thea Beckman komt altijd wel een kind voor dat kritisch, onafhankelijk en zelfs koppig is. Omdat ze graag wil laten zien dat meisjesnet zoveel waard zijn als jongens, gaan haar vrouwelijke figuren vaak de strijd aan tegen een door mannen beheerste wereld. Zelf zegt ze dat ze twee belangrijke redenenheeft om Jeugdliteratuur te schrijven namelijk dat ze dol is op kinderen en dat ze boeken schrijft die ze vroeger als kind zelf had willen lezen. De boeken die ze geschreven heeft zijn: Mijn vader woont in Brazilië (1974), Geef me de ruimte! (1976); Triomf van de verschroeide aarde (1977); Het rad van fortuin (1978); Wij zijn wegwerpkinderen (1980); Hasse Simonsdochter (1983); Wonderkinderen (1984); Kinderen van Moeder Aarde (1985); Het helse paradijs (1987); De val van de Vredeborch (1988); De gouden dolk (1988); Het wonder van Frieswijck (1991; kinderboekenweekgeschenk); Het Gulden Vlies van Thule (1991); De stomme van Kampen (1992); De doge-ring van Venetië (1994); Saartje Tadema (1996).

3.3 Titelverklaring.

Yvonne is samen met haar broertjes Marcus en Benito in een tehuis gekomen toen ze nog heel jong waren. Hun oma had nooit gezegd wie haar ouders waren en of ze nog leefde, in het dorp had ze vroeger wel eens gehoord dat mensen zeiden dat alle kinderen in het weeshuis wegwerpkinderen waren.

Wanneer haar oma verteld dat de ouders nog leefde dacht ze " wij zijn wegwerpkinderen."

3.4 Genre.

Hoofdgenre: Roman
Subgenre: Levensbeschrijving.

3.5 Thema.

Wegwerpkinderen.

3.6.1 Hoofdpersonen.

De hoofdpersonen zijn: Yvonne, Benito en Marcus.

Yvonne: Ze heet voluit: Yvonne Christine van Willigenburg. In het begin van het boek is ze 11 jaar oud, ze is op 18 april jarig. In de 4e klas (lagere school) is ze blijven zitten. Yvonne is de oudste van de 3 kinderen Willigenburg. Ze heeft 2 jongere broertjes: Benito en Marcus. Yvonne en haar broertjes denken dat ze wezen zijn en dat hun ouders dood zijn. Toen Yvonne in het weeshuis in Buren kwam was ze 3 jaar.
Karaktereigenschappen van Yvonne:

- eigenwijs
- oplettend
- nieuwsgierig
- zelfverzekerd
- volwassen
- achterdochtig
- slim
- vrolijk
Benito: In het begin van het boek 10 jaar. Hij houdt van voetballen en van technische boeken lezen. Benito was 2 jaar toen hij naar Buren ging.
Karaktereigenschappen van Benito:
- slim
- soms terughoudend
- aardig
- soms druk
- realistisch
- sociaal
- vriendelijk
Marcus: In het begin van het boek is Marcus 9 jaar jaar. Hij is de jongste van de 3 kinderen. Hij kan zich zijn ouders niet meer herinneren want, toen hij in het weeshuis in Buren terecht kwam was hij nog geen jaar.
Karaktereigenschappen Marcus:
- kinderlijk
- onvolwassen
- spontaan
- vrolijk
- wijs
- spraakzaam

3.6.2 Relaties.

a. Yvonne, Benito, en Marcus hebben elkaar, en de groepsleidster van het weeshuis; juffrouw Caro. Later in het verhaal krijgt ze een pleeg vader en moeder: ome Rinus en tante Marie. Op het einde van het verhaal leert ze haar biologische vader en moeder kennen.

b. Yvonne, Benito en Marcus houden van elkaar, en blijven van elkaar houden.
Juffrouw Caro wordt overgeplaatst naar een ander weeshuis in kampen en verliezen eigenlijk langzamerhand het contact met elkaar. Het contact met hun moeder is niet zo goed. Als Yvonne haar vader opzoekt klikt het heel erg goed, of het met Benito en Marcus ook klikt weet je niet want daar stopt het boek.

3.7 Plaats van handeling.

Het verhaal speelt zich op verschillende plaatsen af; in het tehuis, op de bolkerhoeve waar ze met het pleeggezin wonen, bij hun tante en oom, bij hun oma en bij hun vader.

3.8 Tijd.

a. In 1960

b. In de 20e eeuw

c. Het verhaal speelde zich in een aantal jaar af.

d. 152 bladzijdes.

3.9 Perspectief.

Het verhaal wordt verteld in de Ik-vorm, omdat het verhaal wordt verteld door Yvonne.

Voorbeeld: Blz. 70
Ik had verwacht dat ik zou worden overspoeld door een golf van ontroering en vertedering zodra ik tegenover haar zou staan.

3.10 Strekking.

De lezers laten nadenken over een probleem.

3.11 Korte inhoud.

De 3 kinderen Yvonne, Benito en Marcus zijn wezen. Ze woonden eerst in Buren. Maar op een dag wordt er beslist dat van het tehuis Buren een museum gemaakt wordt. En dus moeten naar een ander tehuis. Ze wijn verhuisd naar het thuis toevlucht en moeten afscheid nemen van jufrouw Caro omdat die naar een ander tehuis wordt geplaatst.
Ze hebben nog wel een oma en tantes maar van hun ouders weten ze eigenlijk niks ze denken dat ze dood zijn. Op een keer als Yvonne met haar broertje bij haar oma logeert (haar andere broertje logeert bij een tante.) Vraagt Yvonne aan haar oma hoe haar ouders waren overleden. Oma heeft daar nooit over willen praten en Yvonne heeft ook nog nooit een foto van haar ouders gezien, die waren 'per ongeluk" verbrand. Dan horen Yvonne en Benito het echte verhaal. Hun ouders leven nog maar haar oma wil niks meer met ze te maken hebben want haar vader heeft in de gevangenis gezeten maar waarom wilde ze niet zeggen. En zo beseften ze dat zij ook wegwerpkinderen zijn. Als ze twaalf jaar oud is worden ze weer overgeplaatst, Ze komen in een pleeggezin samen met nog een meisje Patricia en haar zusje. De pleegouders hebben zelf nog een zoontje dat Freddy heette. Yvonne heeft het daar heel fijn omdat de pleegouders echt om haar geven. In die tijd verlangen ze er erg naar om hun biologische moeder te leren kennen. En dat gebeurt ook. Het blijkt dat ze een half broertje hebben; Ronald(je) Maar na een paar jaar krijgen ze te horen dat hun pleegmoeder niet meer voor hen kan zorgen, dus komt er een nieuw pleeggezin. In de meivakantie logeert Yvonne bij tante Alie, maar als ze op zondag naar het station wordt gebracht gaat ze niet naar huis, maar zoekt ze haar vader op met de informatie die ze los heeft gekregen uit tante Alie.
Als ze bij haar vader komt blijkt ze nog een half broertje te hebben maar die is niet zo’n verwend nest als Ronald. Zijn naam is Guido. Het klikt erg goed tussen Yvonne en haar vader.

3.12 Eigen mening.

Ik vond dit een heel erg mooi maar ook super leuk boek. Ik vond het af en toe ook spannend, bijvoorbeeld toen ze hun vader en moeder voor het eerst zagen.
Ik heb er ook wat van geleerd want kinderen denken vaak woonde ik maar in een tehuis dan krijg je geen tik als je stout bent geweest, maar kinderen die in een tehuis wonen verlangen er eigenlijk een beetje naar. Je moet dus tevreden zijn met wat je hebt. Ik kon me helemaal inleven in dit boek. De stijl van schrijven is gewoon, maar soms ook een beetje oud Nederlands, dat was soms wel nog een keer overlezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

ik vind het een hele goeie samenvating van het boek!

ik moet over een paar dagen een boekbespreking doen en dit help me er erg goed bij. mijn complimenten aan de maker!!

11 jaar geleden

P.

P.

Dank u, heb leesopdracht morgen ^^

11 jaar geleden

Andere verslagen van "Wij zijn wegwerpkinderen door Thea Beckman"