Weerzien met de vijand door Henk van de Berkt

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 1e klas vwo | 1719 woorden
  • 9 augustus 2006
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 15 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1988
Pagina's
79
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Weerzien met de vijand
Shadow
Weerzien met de vijand door Henk van de Berkt
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Samenvatting

Het is 16 mei 1946. Kees van Tricht heeft een jaar in een psychiatrische inrichting gezeten. Vandaag is hij ’’genezen’’ en mag hij naar huis. Kees is een jongen van 20 jaar en heeft een jaar lang in het concentratiekamp Buchenwald gezeten. Het was in het jaar 1944 toen Kees en zijn broer Bert drie achtergelaten Joodse kinderen het adres van hun woonplaats gaven om ze te beschermen tegen de Duitsers. In de nacht van 24 Mei 1944 deden de Duitsers, met een Nederlandse rechercheur erbij, een inval. De kinderen werden als eerst naar beneden gehaald. Kees, Bert, vader en de kinderen werden meegenomen. Vader werd toen naar Dachau gebracht, wat Kees later van zijn moeder had gehoord. Met Bert en Kees ging het anders. Zij werden naar Treblinka gebracht, een kamp met Joden, en zij hadden een Jodenster gekregen. Bert was een grote steun voor Kees. Hij hielp hem erdoorheen te komen. Later kreeg Kees last van erge Dysenterie en weer een paar dagen later naar een ander kamp, naar Buchenwald, weg van zijn broer, die grote steun. ,,Haat ze,’’ had Bert gezegd, ,,daardoor zul je het overleven!’’ En wie kwam een paar dagen later ook? Dahler, een van de ergste beulen. Kees was hem zo gaan haten dat hij na de oorlog eerst een jaar verpleegd moest worden in een psychiatrische inrichting, omdat hij zo niet verder kon. Kees was nu dus eindelijk weer thuis bij zijn moeder in Utrecht op de Oude Gracht. Van Bert hadden ze niks meer gehoord. Hij was als ‘’vermist’’ opgegeven, maar hij lag natuurlijk in het massagraf van Treblinka. Moeder kreeg al eerder bericht te horen dat haar man gestorven was in 1944 in Dachau op 16 November.
Kees gaat al snel werk zoeken. Naar drie keer mislukken om werk te krijgen, krijgt Kees werk bij het accountantsbureau Donker aan de Maliebaan. Zijn baas, meneer Donker, heeft zelf ook in Dachau gezeten. Het gaat weken goed en Kees mocht op kosten van de zaak een cursus volgen om zo wat op te klimmen in de zaak, wat zijn baas erg fijn zou vinden. Kees gaat ook nog een keer een dagje uit met zijn baas naar een nieuw accountantskantoor in Arnhem die word geopend door ene Van Kessel. Omdat het met de zaak zo goed gaat mag Kees van meneer Donker een behandeling nemen aan zijn gezicht op kosten van de zaak. Toen Kees in het kamp zat werd hij zo mishandeld dat hij er nu een erg litteken aan over heeft gehouden op zijn gezicht. Kees en meneer Donker kunnen het goed met elkaar vinden.

Ook met de dochter van meneer Donker, Cora Donker, kan Kees het goed vinden. Hij vraagt haar om met hem te trouwen en zo gaan er weken voorbij. Bert is in 1944 ontsnapt uit het concentratiekamp en is later opgepakt door de russen, vanwege verdenking dat Bert een SS-er is. Hij werd in een kamp in Rusland gezet en later ontsnapt hij daar ook weer uit. Van een vriendelijke boer krijgt hij kleren en wat geld en al liftend gaat Bert richting huis. Later als Bert weer terug is bij zijn moeder en krijgt hij te horen dat Kees in het ziekenhuis ligt. Het gebeurde toen Kees erachter kwam dat de beheerder van het nieuwe accountantskantoor in Arnhem, Dahler de kampbeul was van het Concentratiekamp, alle haat laaide weer op.
Karl Huebner, een oude Duitse vriend van Kees uit het concentratiekamp was bij Kees op bezoek gekomen en had uitgelegd dat hij zijn famillie wil wreken. Hij wil Dahler gaan vermoorden. Karl wou niets te maken hebben met de SS-ers en haatte ze net zoveel als Kees. Er kwam later een telegram van Karl voor Kees bij kees thuis en daarin stond dat Karl op 4 Juni dahler zou vermoorden. Op 5 Juni staat er in de krant: Twee Duitsers zijn gisteravond laat neergeschoten in de kastanjelaan in Arnhem. Het betrof ene K. H., die gedood werd en ene R. V. die gewond in het ziekenhuis werd opgenomen. Beiden waren gewapend met een pistool. Van de dader ontbreekt ieder spoor. Het was dus mislukt. Karl was dood.
Kees had een heel plan uitgezet om de Kampbeul lastig te vallen. Dahler zette zijn oude kampcollega’s in om Kees uit de weg te ruimen. Kees werd uit de trein gegooid en hij ligt nu al een paar weken in het ziekenhuis. Dan gaat zijn broer Bert erachteraan. Hij gaat eerst naar het appartement van één van de oude collega’s, Wedelmann, heet hij.
Hij laat hem, met een revolver op zijn vijand gericht, Dahler opbellen, zodat die ook naar hun toekwam. Hij moest vertellen tegen zijn baas dat er een verrassing is bij hem thuis. Een oude vriend is op bezoek. Als Dahler er is wordt hij gelijk onder schot gehouden en zo belt Bert de politie die zo de 2 oud SS-ers gevangenneemt. Later worden ze uitgenodigd voor de rechtzaak van de 2 SS-ers.
Horst Heinrich Wedelmann, veroordeeld wegens oorlogsmisdaden tot 25 jaar gevangenisstraf. Friedrich Johann Dahler, veroordeeld wegens oorlogsmisdaden tot levenslange gevangenisstraf. De straffen gaan heden in. Zo sprak de rechter in de rechtzaak. De hele familie is opgelucht en het leven heeft weer een beetje zin gekregen.

Verhaalanalyse

De Titel.

Het boek heet zo, omdat Kees en Bert later erachter komen dat de kampbeul nog leeft. Hoewel Kees in het ziekenhuis ligt gaat Bert erachter aan om de kampbeul achter de tralies te krijgen.

De Personen.
- Kees van Tricht. Kees is 20 jaar en heeft een jaar lang in het concentratiekamp Buchenwald gezeten. Hij woont weer bij zijn moeder en is getrouwd met de dochter van meneer Donker. Hij werkt op het accountantskantoor van meneer Donker. Hij heeft een groot litteken op zijn gezicht dat hij later laat weghalen door de chirurg op kosten van Donkers zaak. Kees is erg aardig en netjes.


- Bert van Tricht. Tweelingbroer van Kees. Ook 20 jaar. Bert heeft in het concentratiekamp in Treblinka gezeten. Hij is ontsnapt en weer thuisgekomen. Bert zorgt er ook voor dat de kampbeulen worden opgepakt. Bert is ook een goeie vent en trouwt op het laatst van het verhaal met Ans. De verpleegster uit de psychiatrische inrichting waar Kees heeft gezeten. Bert werkt later bij de PTT.

- meneer Donker. Meneer Donker is de baas en schoonvader van Kees. Meneer Donker heeft op zijn kosten aan Kees een behandeling aangeboden om zijn gezicht te behandelen. Meneer Donker is een erg aardige man en heeft zelf ook in Dachau gezeten, net als de vader van Kees en Bert.

- Moeder van Kees en Bert. De moeder van Kees en Bert is een erg zorgzame en lieve vrouw. Ze staat voor iedereen klaar en heeft veel moeten ondergaan. Ze was eerst haar twee zonen kwijt door de Duitsers en haar man ook. Kees kwam als eerst terug bij haar en Bert later pas. Haar man is gestorven in Dachau op 16 november 1944.

- Karl Huebner. Karl is een oude vriend van Kees die bij Kees in het concentratiekamp zat. Hij hielp Kees erdoorheen te komen. Later komt hij bij kees op bezoek en verteld hem dat hij Dahler zal gaan vermoorden. Om zo zijn familie te wreken, die door Dahler zijn vermoord.

-Dahler. Dahler is een kampbeul uit het concentratiekamp waar Kees en Bert hebben gezeten. Dahler is na de oorlog een accountantsbureau gestart en houd zich schuil onder de naam Van Kessel. Dahler wordt later opgepakt door de politie dankzij Bert en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

Tijd.
Het verhaal speelt zich in het begin in twee delen af. Het begint bij kees in 1946 en daar op volgt het hoofdstuk van Bert waar staat wat hij heeft meegemaakt toen hij ontsnapte. Dat was is 1944. daarna wat Kees heeft meegemaakt, ook in 1944 en daarna al Kees, Bert en moeder weer bij elkaar zijn, speelt het zich weer af in 1946. Daar eindigt het ook mee.

Vertelwijze.
Het is geen IK verhaal want in de tekst komt telkens voor bijvoorbeeld: ,,Hij gaat de trap af’’ en ,,Bert kijkt verbaasd’’. Iemand anders vertelt het verhaal dus.

Ruimte.
Het zijn verschillnde hoofdstukken met verschillende plaatsen. De plaatsen zijn: Arnhem, Utrecht, Duits concentratiekamp Treblinka, Duits concentratiekamp Buchenwald, allebei dus in Duitsland.

Onderwerp.
Het boek gaat over Kees en Bert met hun oorlogstrauma’s. Het draait vooral om de oorlog.

Taalgebruik.
Het taalgebruik was normaal, ik kon het goed begrijpen en er stonden geen moeilijke woorden in.

Probleemstelling.
Het probleem is dat Kees, Bert en hun vader worden meegenomen door de Duitsers. Schijnbare oplossing is dat Kees terugkomt en dat later Bert ook nog terug komt. Het verergert zich al ze erachter komen dat de heer Van Kessel, Dahler, de kampbeul is en dus nog leeft.

Mijn Mening.
Ik vond het een hartstikke spannend boek! Ik had hem al één keer eerder gelezen. Ik vond het maken van boekverslag ook niet zo erg, want ik begreep het boek goed en ik kon het verhaal goed onthouden, omdat er ook wel is een keer schokkende dingen in voorkwamen.

Over de Schrijver

Henk van de Berkt (1939) is geboren in Utrecht en woonde lange tijd in Spakenburg. Daarna verhuisde hij naar Brabant. Hij heeft heel wat jaren voor de klas gestaan en was directeur van een christelijke basisschool in Klundert. Vroeger vertelde hij zijn leerlingen iedere dag zelfverzonnen verhalen, waarvan zijn leerlingen genoten. Hij werd daardoor aangespoord zijn verhalen op te schrijven. Omdat hij belangstelling had voor geschiedenis, en dan vooral voor de periode rond de Tweede Wereldoorlog, besloot hij iets over die tijd te gaan schrijven. Hij debuteerde met Verzet op de Veluwe. Net als Weerzien met de vijand bestaat het uit twee delen. In opdracht van de gemeente Klundert schreef hij een verhaal over de geschiedenis van de westhoek van Brabant. De Westhoek in nood gaat over de oorlogsjaren in Klundert en het nabijgelegen dorpje Moerdijk. Een rode ster aan de hemel en Grenssoldaat tegen wil en dank spelen in Oost-Duitsland, in de tijd dat de Berlijnse muur beide Duitslanden nog gescheiden hield. Verzet in Friesland speelt ook tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op verzoek van de uitgever schreef Henk van de Berkt een serie avonturenboeken over de jongens Jan, Piet en Klaas. Hoewel deze verhalen zijn gebaseerd op de verhalen die hij ooit aan zijn leerlingen vertelde, heeft de auteur er toch een nieuwe draai aan gegeven. Met als resultaat een serie van vijf spannende detectiveverhalen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Weerzien met de vijand door Henk van de Berkt"