ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Boekverslag brugklas.
1. De titel van het boek?
"Vrijgevochten".
2. Leg de titel uit. Vind je dat de titel het onderwerp van het boek weergeeft?
De hoofdpersoon van het boek, Jasper, is een vrijgevochten jongen. Hij doet waar hij van droomt: varen, verre reizen maken en avonturen beleven. Aan het einde van het boek bevrijdt Jasper zich uit de slavernij door zichzelf vrij te vechten.
De titel van het boek geeft het onderwerp slavernij niet echt goed weer, maar wel het karakter van de hoofdpersoon en het einde van het boek.
3. De schrijver of schrijfster van het boek?
Thea Beckman.
4. De naam van de uitgever en het jaar van uitgave?
Lemniscaat b.v. Rotterdam, 1998.
5. Wat voor soort boek is het? (Genre).
Avontuur, geschiedenis, multicultureel.
6. Wie zijn de hoofdpersonen? (Vertel iets over: leeftijd, uiterlijk, gedrag en de rol die hij/zij in het boek speelt: slachtoffer, held, detective…).
Het boek beschrijft het leven van Jasper, een Hollandse jongen met heldere ogen, tot zijn zeventiende jaar. Hij droomt over het maken van verre reizen en van avonturen beleven.
Hij is een doorzetter en volgt zijn dromen. Zijn rol wisselt. Hij is zowel slachtoffer als held.
7. Wie zijn de bijfiguren?
Lieven de Bonte: Jaspers vader
Deesje: Jaspers pleegmoeder
Hester: dochter van Deesje
Wiebe: zusje van Hester
Catrina: zus van Hester
Hanneke: zusje van Hester
Simon: Man van Deesje
Pieter en Jacob Ham: Jaspers vrienden
Meester Haverkamp
Hemelrijk: Schipper op de Anne-Maria
Ham: stuurman
Gerrit Witsen: hoogbootsman
Harmen Soetelaer: konstabel
Kogeljanus: hulpje van Harmen
Hendrik Dirksz: kok
Joseph Valkenier: schieman
Cornelis Gaffel: zeilmaker
Willem, Gerrit, Simon, Karel, Johannes: roergangers
Kobus Jansz,Luie Joris, Teunis Flink, Rode Maarten, Gijsbrecht van Amstel,
Pietje Govertsz, Tonnetje, Wantvlo: matrozen
Engelse officier
Lichters, lossers (uit Lissabon)
Tunesische kapers
Kaperkapitein (reïs), Akbar Abdallah
Toeschouwers(haven)
Bewakers met lange stokken
Opzichters (banjert)
Prachtig geklede Tunesiër
Secretaris, die persoonlijke gegevens noteerde
Slaven (banjert)
Wijnand Heulmans en Doude van Rossum: Groningse slaven, bevriend met Jasper
Kooplui
Havenmeester
Twee deftig geklede heren (kooplui)
Priester
Deense dominee
Lazaristen (katholieke artsen)
Calabriërs (Italianen)
Arabische edelman
Handwerkslieden
Leerbewerkers
Goud-en zilversmeden
Toeschouwers (slavenmarkt)
Kopers met wijde losse kleren
Veilingmeester
Deftige heer
Bohomil, Abu Hassan:janitsaar(soldaat)
Drietal jongens
Opstandelingen (Berbers)
Marcherende soldaten
Herders met schaapskudden
Karavaanleiders
Zwarte slaven
Vrouwen (Berbers)
De soldaten
De bergbewoners
Janitsaren (soldaten)
Mkamba (bevriende zwarte slaaf)
Kapitein Sidi Ahmed Kothalla
Een verkenner
De garzóns
Zieken en gewonden (soldaten)
De Arabische arts
De gezonde janitsaren
Een mooie Italiaanse jongen (slaaf)
Een van de koortslijders
Twee gewapende mannen, bedoeïenen
De Nomaden
De patiënten
De winkelier (Tataouine)
Een aantal vrouwen (")
De kinderen (")
De legerarts
De wachtposten
Donkere gestalten
Dode janitsaar
Een vrouw met een tiental schapen
Een jong meisje, Azira (holbewoonster)
De oude vrouw(")
Een officieel uitziende heer, ambtenaar
De Arabische familie, drie mannen, drie vrouwen, kinderen (holbewoners)
Zwarte slaaf
De pasja van Gabès
4 Zoons van de pasja
Opzichters (plantage)
Een groepje Sicilianen
Twee Calabriërs
Denen en Zweden
De kok Ali
Agha (hoge officier)
Kadi (rechter)
Bediende van de agha
Boeren (slavenmarkt)
Twee Arabische bedienden
Rajina, dochter van Akbar Abdallah
De kok Homar
De kok zijn vrouw Shira
De andere bedienden van Akbar Abdallah
Grote kerel met zweep
Alle galeislaven
Een grote zwarte man (trommelaar)
Jens, Deense galeislaaf
Spanjaarden: matrozen, stuurman
(32 koppen)
Soldaten van Akbar Abdallah
Burgemeester van Cadiz
De Engelse kapitein
Engelse matrozen
Omstanders uit Zierikzee, trots op Jasper
Anna, vrouw van Rode Maarten
Wiesje, dochter van stuurman Ham
8. Wanneer speelt het verhaal zich af en hoe weet je dat? (Bijv. in het jaar 2000, in de middeleeuwen, in de zomer…)
Het verhaal speelt zich af in de achttiende eeuw. In het eerste hoofdstuk op de eerste regel staat het geschreven. Namelijk: "Op 1 januari 1705 werd te Zierikzee een jongetje geboren: Jasper Lievenszoon de Bonte." (blz. 7, r.1-2).
9. Hoeveel tijd verloopt er binnen het verhaal? (Wordt er bijv. een dag beschreven, een jaar of verstrijken er een aantal jaren?)
Het verhaal begint bij de geboorte van Jasper op 1 januari 1705. Het verhaal eindigt als Jasper op zijn zeventiende thuis komt. Er worden zeventien jaren beschreven.
10. Waar speelt het verhaal zich af en hoe weet je dat? (Bijv. in Amerika, in Amsterdam, op de kermis, in een hutje op de hei…)
Zierikzee: geboorteplaats van Jasper.
Schouwen: Zeeuws eiland waar Zierikzee ligt.
Anne-Maria: schip waar Jasper op voer.
Lissabon: eerste bestemmingshaven.
Noordzee: daar voeren ze op.
Onder de Engelse kust: daar voeren ze.
Golf van Biscaye: Hier werd Jasper niet zeeziek, de andere bemanningsleden wel.
Tunis: Hier kwamen ze aan land na de kaping.
Berberdorpen in de Tunesische bergen waar gevochten werd.
Qsar van de bedoeïenen: kwamen ze tegen op weg naar Tataouine.
Tataouine: plek waar goed water was.
Medenine: hier leidde de karavaanweg door.
Beni Aïssa: grote oase waar ze bivakkeerden.
Heddeche: holbewonersdorp.
Gabès: hier moest hij weer als slaaf werken.
Sahel:de kuststrook van de woestijn
Sidi Bou Said: dorp waar Akbar Abdallah woonde.
Bliksemstraal: schip waar Jasper galeislaaf op was.
Pedro Gomez: Spaans schip door Akbar Abdallah veroverd.
Cadiz: Hier werd Jasper na de muiterij als held binnen gehaald.
Plymouth: Van hieruit ging Jasper terug naar Vlissingen.
11. Hoeft niet!
12. Wat is je mening over het boek? Waarom vind je dit? (Dit is eigenlijk het belangrijkste van het boekverslag). Geef minstens drie beoordelingswoorden. Gebruik Citaten (= letterlijk overnemen uit het boek) en/of voorbeelden om je mening te ondersteunen.
Ik vind het boek spannend want de hoofdpersoon beleeft veel avonturen. Hij gaat bijvoorbeeld op een schip werken dat wordt gekaapt en wordt slaaf. Als hij slaaf is heeft hij verschillende eigenaren waarmee hij ook weer avonturen beleefd. Tenslotte bevrijdt hij zichzelf uit de slavernij door zich vrij te vechten.
Het is een interessant verhaal omdat je veel te weten komt over slavernij.
Het verhaal is op een hele realistische manier geschreven: het zou echt gebeurd kunnen zijn.
Het zette me aan het denken. Als Jasper een moeilijke beslissing moest nemen probeerde ik me voor te stellen wat ik in zijn plaats had gedaan. Bijvoorbeeld toen de kaperkapitein hem de keuze gaf galeislaaf te worden of zich tot moslim te laten bekeren, de man te worden van zijn dochter en hem op te volgen. "Maar dit…hij dat" (blz. 186, r. 17-30).
Het was verrassend omdat er veel onverwachte dingen gebeuren. Bijvoorbeeld toen het soldatenkorps in de oase Beni Aissa plotseling werd overvallen door mensen die iedereen wilden vermoorden."De aanval…konden grijpen." ( blz. 132, r. 25-31).
De gevoelens van Jasper worden mooi beschreven, bijvoorbeeld zijn heimwee, eenzaamheid en de dingen die hij zich afvraagt en niet begrijpt.
Ik kon het boek niet loslaten, ik wilde steeds verder lezen, het was een meeslepend verhaal.
13. Hoeft niet!

14. Zou je het boek aan iemand aanraden, of juist niet? Waarom?
Ik zou het aan iemand aanraden. Het verhaal is spannend want de hoofdpersoon beleeft veel avonturen. Je komt tegelijkertijd veel te weten over slavernij en over de gevoelens van iemand die slaaf is geworden. Alles is mooi en goed beschreven, je leeft mee met de hoofdpersoon.
Samenvattingen hoofdstukken
Hoofdstuk 1 "Hunkering"
Op 1 januari 1705 werd Jasper Lievenszoon de Bonte te Zierikzee geboren. Zijn moeder stierf na 3 dagen en hij werd opgevangen door moeder Deesje die genoeg melk had voor twee kinderen. Zijn vader betaalde wel kostgeld en nam belangrijke beslissingen. Toen hij zeven jaar oud was moest hij bijvoorbeeld naar school. Jasper vond de leerstof makkelijk en spijbelde graag met zijn vrienden Jacob en Pieter Ham. Ze haalden graag kattenkwaad uit op de markt of de Beurs. Op zijn tiende verjaardag gierde een storm over Schouwen en braken de dijken weer eens door. Kort na de ramp eiste de vader van Jasper hem, tot verdriet van moeder Deesje en de rest van de familie, terug. Hij werd door zijn vader opgeleid tot een goed timmerman. Ondanks zijn gelukkige jeugd in Zierikzee verlangde hij naar het maken van verre reizen met een schip.
Hoofdstuk 2 "Duvelstoejager"
Na de overstroming kwamen er weer nieuwe problemen: in veel gebieden brak de pest uit.
Zierikzee bleef gespaard en werd daardoor een populaire haven. Velen konden werk krijgen in de scheepvaart. Jasper ging tegen de wil van zijn vader en moeder Deesje, bij de vrome schipper Hemelrijk als scheepsjongen op de fluit de Anne-Maria in dienst. Toen het schip vertrok kwam zijn vader hem niet uitzwaaien, maar na een paar uur zag Jasper hem gelukkig toch nog aan de oever staan.
Eenmaal op zee merkte Jasper dat zijn vader gelijk had: op een zeeschip werd een duvelstoejager meer afgebeuld dan op welk schip dan ook. In tegenstelling tot de rest van de bemanning werd Jasper helemaal niet zeeziek. Hij ontdekte na een paar dagen reizen dat er
's nachts in het geheim flink gesmokkeld werd door een deel van de bemanning. Hij schrok omdat hij wist dat er veel smokkelaars in de gevangenis zaten.
Hoofdstuk 3 "Behouden vaart"
2 dagen na het lossen van de smokkelwaar werd het schip door de Engelse marine gecontroleerd. Er werd niets gevonden. De reis verliep verder redelijk goed. Jasper had nergens last van, hij vond het varen super. Hij geloofde dat al deze voorspoed kwam doordat hij een nieuwjaarskind was. Later bezocht een Engelse officier het schip. Hij was boos omdat de vlag niet gestreken was. Hij liet ook merken dat hij het niet slim vond dat ze zonder konvooi voeren. In Lissabon gaf Hemelrijk na een vrome preek toestemming aan de bemanning om aan land te gaan. Jasper was hevig teleurgesteld, omdat hij daar te jong voor was. Na een extra vracht voor Cadiz te hebben ingeladen, maakten ze zich klaar voor het vervolg van de reis.
Hoofdstuk 4 "De overval"
Het was haast windstil en de Anna Maria kwam nauwelijks vooruit, toen ze langs de Portugese kust voer. Er kwam een Tunesische galei, een kaper, in zicht. De schipper besloot dat ze zich maar op een gevecht moesten voorbereiden. De galei kwam steeds dichterbij. Het gevecht was van korte duur. Ze werden beschoten met kettingkogels, die enorme schade aanrichtten. De kapers sprongen aanboord en de bemanning gaf zich over. Alles wat ze bezaten werd van hen afgepakt. Ook werden ze tot op hun hemd uitgekleed en in de kruitkamer gestopt. Ze voeren naar Tunis, waar ze weer kleren kregen en hen een slavenband werd omgedaan. De vernedering was groot. In het slavenverblijf, de banjert, ontmoette Jasper twee aardige Groningse mannen. Ze vertelden hem over de Tunesische kaapvaart en wat er nu waarschijnlijk met hem ging gebeuren. Ze legden hem ook uit hoe hij een brief naar huis kon sturen.
Het viel Jasper op dat ze eigenlijk redelijk te eten kregen en geen honger hoefden te lijden.
Hoofdstuk 5 "Slavenwerk"
Onder het geluid van knallende zwepen van opzichters moest er de volgende ochtend meteen hard gewerkt worden. De bemanning kreeg opdracht de Anne-Maria te slopen. De bemanning, maar vooral de schipper, vond het erg.
Toen het karwei klaar was moest er beslist worden wat er met de slaven zou gebeuren. Vijf gezonde slaven werden waarschijnlijk galeislaven. Voor de anderen was de toekomst onzeker. Twee van die vijf besloten op het laatste moment moslim te worden en daardoor zichzelf van de slavernij te verlossen. Jasper bewonderde de twee in stilte, zij durfden de stap toch te zetten. Het drong meer en meer tot Jasper door wat het betekende om slaaf te zijn. Je verloor jezelf, je was een ding. Je had niets meer over jezelf te zeggen. Je werd geminacht, ook door Nederlandse kooplui en Christenen, die aan roofgoed en de slaven wilden verdienen. Stelen bleek de enige manier te zijn om jezelf een extraatje te bezorgen en dat was voor de eerlijk en betrouwbaar opgevoede Jasper een vreselijke gedachte. Hij zag ineens ook in hoe de slachtoffers van de zwartenslavenhandel moesten lijden.
Tot slot realiseerde hij zich, verlangend naar huis, hoe gelukkig hij vroeger was.
Hoofdstuk 6 "De slavenmarkt van Tunis"
Nadat de Anne-Maria gesloopt was zat het restant van de bemanning opgesloten in de banjert, verveeld te wachten op wat er met hen zou gaan gebeuren. Jasper benutte zijn vrije tijd om in het lingua franca (een mengelmoes van talen, die alle mensen daar spraken) een praatje te maken met de bewakers. Hij ontdekte tot zijn verbazing dat Tunesië zijn welvaart te danken had aan de kaapvaart. Een heel volk was afhankelijk van diefstal! De volgende dag werden alle slaven, aan elkaar gebonden, naar de slavenmarkt gedreven. Onderweg verloor Jasper een muil en bezeerde zijn voet. Doordat hij mank liep werd hij goedkoop gekocht door een militair. De man bleek een janitsaar te zijn, een soldaat uit het elite-soldatenkorps van de bey. De bey was de grootste heerser van Tunis. De meester van Jasper, Abu Hassan, woonde in barakken en had er, net als de andere soldaten, een eigen domein. Het was een mooie kamer, waar Jasper de kans kreeg om zijn pijnlijke voet te wassen. Vervolgens werden hij en zijn kleding helemaal gewassen. In het begin vond hij het vreselijk en schaamde hij zich. Vreemd genoeg voelde hij zich na afloop een stuk prettiger.
Het leven bij zijn meester, die hij Bohomil noemde, beviel hem eigenlijk redelijk. Toen zijn meester op veldtocht zou gaan en Jasper weer naar de slavenmarkt zou moeten, smeekte hij hem om mee te mogen.
Zijn meester waarschuwde hem voor de zware tocht maar uiteindelijk mocht Jasper toch mee.
Zijn droom van verre reizen maken ontwaakte weer.
Hoofdstuk 7 "Hete veldtocht"
De dagmarsen met de janitsaren vielen Jasper behoorlijk tegen. De vruchtbare streek waar ze doorheen trokken, veranderde in dorre steppen. De zon scheen meedogenloos. Jasper maakte kennis met de eigenaardigheden van het land: cactusvijgen, dromedarissen en oasen.
Tijdens het eerste gevecht met Berbers, Tunesische bergbewoners, raakte onder andere Bohomil gewond. De ezels met ezelwagens werden nu gebruikt om de gewonden te vervoeren. De slaven droegen de bagage. Een zwarte slaaf, Mkamba, hielp hem vaak en vertelde hem veel over het land en de bevolking. Het water was schaars en de put van het veroverde Berberdorp was vergiftigd, zodat het hele leger verder moest trekken. In Tataouine hoopten ze betrouwbaar water te vinden. Onderweg verbleven ze enkele nachten in een qsar, een opslagplaats voor levensmiddelen van het nomadenvolk, de bedoeïenen. In Tataouine trokken de gezonde soldaten weer naar de Berberdorpen in de omgeving. Jasper bleef bij de gewonde Bohomil om hem te verzorgen. Toen de kapitein ook gewond raakte, zou het leger teruggaan naar Tunis. Jasper besloot zich bij de volgende veldtocht op de slavenmarkt te laten verkopen.
Hoofdstuk 8 "De wraak van de Berbers"
Iedereen was ervan overtuigd dat de Berbers zich hadden teruggetrokken, maar op een mooie zomeravond zonder maan werden ze volslagen onverwacht aangevallen. Haast iedereen werd op een gruwelijke manier afgeslacht. Jasper had een grote hoofdwond en lag ineengekrompen van angst op de grond waardoor de aanvallers dachten dat hij ook dood was. Hij verloor zijn bewustzijn. Toen hij de volgende ochtend bijkwam had hij maar één gedachte: Weg van de mensen, want die willen me vermoorden. Vluchtend stortte hij opeens in de diepte.
Hoofdstuk 9 "De holbewoners"
Jasper bleek in de binnenplaats van een holbewonerswoning te zijn gevallen. Zijn wonden werden door de bewoners verzorgd en hij kreeg vertrouwen in deze mensen. Een ambtenaar bezocht het dorp en ondervroeg hem. Jasper werd beter en raakte erg gehecht aan het dorp en de bewoners. Hij was dan ook heel verdrietig toen de ambtenaar hem kwam ophalen om weer te werken. Hij was tenslotte een slaaf. Hij moest te voet de dagreis maken naar de stad Gabès en dat was voor een pas opgeknapte slaaf heel zwaar.
Hoofdstuk 10 "De oude bekende"
Na lang en diep geslapen te hebben werd hij naar de pasja, de hoofdopzichter van alle slaven, gebracht. Daar werd hem gevraagd wat hij kon en werd hij op een plantage te werk gesteld. Het werk was niet zwaar, maar hij werd gekweld door eenzaamheid. Hij werkte tussen tientallen mensen en hij kende er niet één. Telkens werd hij losgescheurd uit een bestaan waaraan hij juist gewend was. Hij was dan ook heel blij toen hij in een ander deel van de plantage Wantvlo, een matroos van de Anne-Maria, ontdekte. Ze vonden het fijn om 's avonds in hun eigen taal te kunnen praten. Het irriteerde Jasper dat er altijd ruzies waren tussen de slaven. Hij realiseerde zich dat de opzichters dat aanmoedigden, omdat eensgezindheid onder de slaven in hun nadeel zou kunnen werken. Jasper probeerde eendracht onder de slaven te krijgen in de hoop dat ze zich dan gemakkelijker konden verzetten tegen de opzichters. Door de verschillende godsdiensten lukte het niet. De opzichters zagen hem toch als een gevaar en hij werd uit de banjert gehaald en aangesteld als huisbediende van de pasja.
In de hoop ooit toch nog vrijgekocht te worden, schreef hij weer een brief naar zijn vader. Daarin overdreef hij over zijn slechte toestand om medelijden te wekken.
Hoofdstuk 11 "Zijn mond voorbijgepraat"
Op een avond kreeg de pasja bezoek van de agha, een zeer hoge officier van het janitsarenkorps. Hij was speciaal naar Gabès gekomen vanwege de moordpartij afgelopen zomer. In de hoop iets te weten te komen over Bohomil en Mkamba mengde Jasper zich in het gesprek. Hierdoor ontdekte de agha dat de pasja een slaaf gebruikte die eigenlijk het bezit was van de bey van Tunis. Bohomil was gestorven en zijn erfenis behoorde toe aan de bey.
De toekomst van Jasper was weer onzeker. Als ze hem tot moslim wilden bekeren zodat hij soldaat zou kunnen worden, zou hij dat nooit doen. Het gaf hem voldoening dat hij zomaar "nee" kon zeggen. Het gaf hem zijn zelfrespect terug.
Hoofdstuk 12 "Breng ons niet in verzoeking"
Jasper werd weer naar Tunis gebracht en opgesloten in een banjert. Toen hij daar een paar dagen had gezeten werd hij opgeknapt en naar de slavenmarkt gebracht. Akbar Abdallah, de kaperkapitein die had gezorgd dat Jasper in slavernij kwam, kocht hem tot zijn schrik op. De eerste paar dagen werd hij te werk gesteld als tuinman in het huis van Akbar. Later bleek waarom de kaperkapitein hem gekocht had: hij zou moslim moeten worden, de man worden van Akbars dochter, de lieftallige Rajina, en hij moest de kapitein opvolgen. Als hij dit weigerde zou hij galeislaaf worden. Voor Jasper volgde er vijf dagen bedenktijd waarin hij vreselijk twijfelde. Uiteindelijk besloot hij tot woede van Akbar Abdallah dat hij geen moslim werd en sprak daarmee zijn vonnis uit: hij werd galeislaaf.
Hoofdstuk 13 "Gevecht op zee"
Jasper werd naar de galei gebracht en vastgeketend. Hij realiseerde zich dat hij was overgeleverd aan het noodlot waarvoor elke slaaf vreesde. Ondanks de vreselijke verhalen die hij had gehoord, vond hij het roeien geweldig. De slaven werden begeleid door trommelslagen en Jasper voelde zich opgenomen in een ritmisch geheel. Hij maakte kennis met de man naast hem, Jens, een Deen. Hij ontdekte dat Rode Maarten, een matroos van de Anne-Maria, op de galei zat. Akbar veroverde een Spaans galjoen en omdat er een gat in het schip was geschoten, werden Jasper, Jens en Rode Maarten aangesteld om het te repareren. Ze moesten er ook op toezien dat het gat niet weer doorbrak. Zo voeren ze op het galjoen richting Tunis.
Hoofdstuk 14 "Muiterij"
Jasper voelde weer zich weer gelukkig: hij voer weer op een echt schip.
Terwijl de meeste soldaten door het slechte weer zeeziek begonnen te worden, gaf Jasper de gevangen Spaanse matrozen wat scherp timmermansgereedschap waarmee hij het lek had gedicht. Jasper, Jens en Rode Maarten begonnen met de muiterij door de officier te ontwapenen en vast te binden. De matrozen hielpen hen en het kleine aantal verraste soldaten, dat niet gewend was op een glad dek te vechten, was snel overmeesterd.
Toen bleek dat de reparatie van het lek het gehouden had, voelde Jasper een golf van timmermanstrots door zich heen gaan. De gedachte dat ze zichzelf hadden vrijgevochten veroorzaakte aan boord een feeststemming.
Hoofdstuk 15 "Thuiskomst"
Na in Cadiz als helden te zijn binnen gehaald voeren Jasper, Jens en Rode Maarten op een Engels schip op weg naar de Republiek. Op het schip werden ze al snel de heilige drie-eenheid genoemd omdat ze na hun slaaf-zijn nooit klaagden over het harde leven aan boord. Ze waren tenslotte vrij. In Zierikzee aangekomen was Jasper onzeker over het weerzien met zijn vader. Wilde Lieven de Bonte zijn zoon nog wel terug zien? Toch bleek zijn vader heel blij te zijn. Ook moeder Deesje en pleegvader Simon waren blij. Jasper was teleurgesteld dat veel van zijn leeftijdsgenoten uit Zierikzee waren weggetrokken. Door alle veranderingen voelde hij zich in Zierikzee ook weer een vreemde. Hij dacht terug aan zijn reis en aan de zwarte slaaf Mkamba, die het meeste indruk op hem had gemaakt. Hij bezocht Rode Maarten en doolde door de straatjes van Zierikzee. De oude dromen over verre reizen maken, besprongen hem weer. Toen de stuurman van de Anne-Maria, die inmiddels schipper was geworden, hem een baan aanbood kon hij de verleiding niet weerstaan en zei ja.
Biografie Thea Beckman
Thea Beckman is geboren op 23 juli 1923 in Rotterdam. Ze was enig kind.
Ze groeide op in de crisistijd. Haar vader kwam zonder werk te zitten, waardoor ze niet kon gaan studeren. Vroeger was het trouwens ongewoon dat meisjes gingen studeren en haar ouders wilden dat ze een "nuttig" vak ging leren.
Ze werd na de lagere school op de industrieschool opgeleid tot naaister.
Dit was niets voor haar en ze werd van school gestuurd. Ze ging naar de MULO en werkte tot ze ging trouwen op een kantoor.
Ze trouwde in 1945 met Dirk Hendrik Beckman en kreeg 3 kinderen.
In 1947 begon ze met schrijven. Ze was toen 24 jaar. Ze schreef korte verhalen in tijdschriften en kranten. Later schreef ze korte kinderverhalen in de jeugdtijdschriften ''Kris Kras'' en ''Taptoe''. Haar eerste boeken schreef ze voor volwassenen.
Toen ze 47 jaar was begon ze met het schrijven van historische kinderboeken.
Als ze zo'n boek ging schrijven wilde ze altijd eerst alles weten van de kleding en de gebruiksvoorwerpen van die tijd. Ze las veel en reisde naar de plekken waar het verhaal zich afspeelde. Zo'n voorbereiding duurde soms wel anderhalf jaar.
Thea Beckman vond gelijkheid heel belangrijk. Ze wilde dat jongens en meisjes, arm of rijk op school dezelfde mogelijkheden kregen zodat ze later gelijke kansen zouden hebben. Het gebeurt in haar boeken vaak dat de vrouwelijke personen ingaan tegen de ideeën van mannen.
Haar motto was: "Laat je niet van de wijs brengen en zet door". Dat ontdek je als je haar levensloop bekijkt en je ziet het ook terug in de hoofdpersonen van haar boeken.
Nadat ze haar kinderen had opgevoed ging ze op 51-jarige leeftijd toch nog psychologie studeren. In 1981 behaalde ze haar doctoraal in de psychologie. Haar doctoraalscriptie ging over de invloed van jeugdboeken op kinderen.
In totaal heeft Thea Beckman 29 boeken geschreven. Daarvan zijn er 18 bekroond. Haar werk is vertaald in allerlei talen (Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Fries, Hongaars, IJslands, Japans, Russisch, Spaans (Castiliaans, Catelaans en Baskisch) en Zuid-Afrikaans.
Thea Beckman stierf in de nacht van 4 op 5 mei 2004, op 80 jarige leeftijd in haar huis in Bunnik aan de gevolgen van kanker.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.