Vis door Anton Valens

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 4167 woorden
  • 9 januari 2015
  • 23 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 23 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2009
Pagina's
143
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Vis
Shadow
Vis door Anton Valens
Shadow

Inhoud



0. Zakelijke gegevens                                                



1. Samenvatting                                                        



2. Verhaalanalyse                                                      



            1. Thematiek                                                  



            2. Motieven                                                    



            3.Personages                                                  



            4. Vertelperspectief                                       



            5. Titel, begin en einde                                 



3. Bronnen (niet hierin verwerkt)                                                               



4. Mening                                                                









0. Zakelijke gegevens



























Titel



Vis



Auteur



Anton Valens



Uitgeverij



Augustus, Amsterdam



Druk



1e druk, 2009



ISBN



978 90 457 0255 1






1. Samenvatting



Een jonge werkloze kunstenaar, waaruit het verhaal verteld wordt, gaat een week mee met Fred op een boomkorkotter. Hij heeft Fred via via leren kennen en omdat zijn verhalen de hoofdpersoon nieuwsgierig maken en omdat hij niets te doen heeft gaat hij een week mee op zee.



De boot waarop de hoofdpersoon meevaart is een boomkorkotter genaamd DH731. Het wordt omschreven als ouder dan het is, maar wel als een echt jachtschip. Een jachtschip op vis.



De eerste dag aan boord maakt de kunstenaar meteen kennis met de bemanning van de boomkorkotter. Dit zijn natuurlijk Fred en zijn vader, maar ook Martin en Addie. Warmgeffer is een lange brede man en geeft de leiding aan het schip.  Addie is een jongen van 26, van eenvoudige komaf en heeft vaak ruzie met Fred. Ook kan hij tweehandig vissen strippen en beweert dat hij in de toekomst helderziendheid zal ontwikkelen.  Martin, de motordrijver van de DH731,  is een nogal zwijgzame, hardwerkende man die zich niet veel bemoeit met de anderen.  Het enige waar hij ongeveer over spreekt is zijn hond, een cocker spaniël.



De hoofdpersoon leert hoe alles aan boord eraan toe gaat en hoe de vis op de boot gevangen wordt. Hij helpt met het strippen van vis, wat bijna direct na de visvangst gedaan wordt. De hoofdpersoon vind het gemeen en wil de vissen liever geen pijn doen. Toch doet hij het en raakt snel redelijk bedreven in het strippen van vis.  



De schilder is meegegaan vanwege de verhalen van Fred en de fantasieën die hij over het vissersleven had. Wanneer de harde werkelijkheid helemaal niet op zijn verwachtingen lijken, begint hij zich veel minder thuis te voelen. Hij is een buitenstaander in de groep en is somber, terwijl hij vol goede moed en vrolijkheid aan zijn reis begon. De climax is het punt waarop Addie doodgaat door een ruzie met Fred. Beiden vallen tijdens een worsteling het ijsruim in en omdat Addie eerder op de grond komt dan Fred, breekt Addie zijn nek.



Nadat Addie is opgehaald door een helikopter eindigt het verhaal.





Woorden: 344





2. Verhaalanalyse



2.1 Thematiek



Het boek gaat vooral over de dood en de spanning die daarbij ontstaat. Zo is de ik-persoon op een boot waar vissen worden gevangen en gestript. De vissen gaan daarbij dood. Ook heerst er geen prettig sfeer aan boord. Vooral niet als per ongeluk Addie om het leven komt.



Ook is de ik-persoon ongelukkig en dat komt heel erg in het boek naar voren. Dat is dus ook een thema.



“Zo hesen we het lichaam van de dode uit het ijsruim, scheef hangend, ondersteund door de uitgestrekte armen van Martin en Fred. Zelden zag ik een paar gruwelijker rubberlaarzen. We duwden het bungelende lichaam weg van het luik naar de open ruimte voor de garnalenkookpotten, vierden de lijn met beleid en zorgden voor een zachte landing. (…) Elk worstelde met zijn eigen gedachten en gevoelens maar zonder deze te willen uiten.” (Pagina 128)



Dit is een fragment nadat Addie en Fred in het ijsruim zijn gevallen en Addie daarbij zijn nek heeft gebroken. Dit heeft overduidelijk te maken met het thema dood.



 “ Ik kneep mijn handen tot vuisten en hield de adem in om het idiote groter worden af te remmen. Hoe lang deed het bloed er wel niet over bij de tenen te komen? Zou mijn onderlijf niet zwart worden en afsterven omdat de zuurstof te laat arriveerde in die verre streken?” (Pagina 79)



Verloren en bang ligt de ik-persoon hier in zijn kooi op het schip. Hij voelt zich duidelijk niet fijn. In het hele boek komt ook naar voren dat hij de rest van de bemanning niet goed kent en dat hij zich meer een buitenstaander voelt daardoor. En zo wordt hij ook eigenlijk behandeld, als een buitenstaander.





2.2 Motieven



De dingen die vaker terugkomen in het verhaal is het strippen van de vis en de ruzie van Fred en Addie. Ook de stilte en de teleurstelling die de reis met zich meebrengt. De ik-persoon voelt zich niet thuis in de omgeving. De dood van Addie is een escalatie van de ruzie van Fred en Addie zelf. De motieven ondersteunen de thema’s door de sfeerbeschrijvingen die steeds terugkomen.





2.3 Personages



In het verhaal komen vrij weinig personages voor die worden omschreven door de ik-persoon.



a) De personages




  • De hoofdpersoon



De ik-persoon heeft geen naam in het verhaal, omdat alles via de ik-vorm wordt verteld en zijn naam niet genoemd wordt door de andere personages. Je komt niks te weten over hoe de ik-persoon eruit ziet. Wel kom je te weten dat hij schilder is en wat over zijn gevoelens. In het eerste hoofdstuk zegt hij:



“Ik was in die tijd een persoon geheel verschillend van degeen die ik nu ben. Ik bakte weinig van het leven. Ik groeide niet op en ik kwam niet vooruit. Als jong, werkloos kunstenaar had ik geen succes, en wat ik schilderde – ik weet het niet eens meer. Dan was er de liefde: het was niet zozeer dat ik vrijgezel was als wel dat ik me tussen twee vrouwen in bevond.” (Pagina 5)



En later:



“Het viel me op hoe makkelijk ik me had laten overhalen dingen te doen (vissen martelen en vermoorden) die ik uit mezelf achterwege zou hebben gelaten. Een ander draaide kippen de nek om of beende varkens uit – is het slecht? Die vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Wat is het verschil tussen koren oogsten en zeebodemgerijpte vis? Maar is dat niet een glijbaan, en ben je zo bij joden, kleurlingen en politieke vluchtelingen? Waar zou ik stoppen, als ik ergens zou stoppen? Of hing dat van de ambiance af? Had ik een onwrikbaar stelsel van normen? (…)” (Pagina 72)



De ik-persoon vlucht weg van het normale, gewone leven door mee te gaan met iemand die hij nauwelijks kent. Ook vraagt hij zich veel dingen af, ook over zichzelf. Hij weet niet precies wie hij is wanneer hij deze vragen aan zichzelf stelt.



“Te midden van alle hectiek voerde ik een langzaamaanactie. Zo was ik in die levensfase, een groot kind. Later ben ik heel iemand anders geworden, inmiddels heb ik alles op een rijtje.”(Pagina 126)



Dit citaat geeft weer hoe hij zich voelde. Hij geeft aan dat, toen hij meeging op de DH731, hij niet alles op een rijtje had.  Alles bij elkaar lijkt het erop dat hij depressief was, of zich in ieder geval niet lekker in zijn vel zat en onzeker was.



De ik-persoon is dus een rustig persoon die veel nadenkt over wat hij meemaakt. Het doet wat anderen hem vragen, ook als hij er niet mee eens is, zoals blijkt uit het citaat op pagina 72.




  • De bijfiguren



Het eerst leer je Fred kennen, een gesjeesde student die de ik-persoon via via heeft leren kennen. De ik-persoon omschrijft hem als lang, atletisch gebouwd met donkere ogen en donker haar. Hij schat hem een jaar of tweeëntwintig. Ook is hij lenig en haalt vaak acrobatische toeren uit met de vissen. In het begin van het boek vertelt hij dat hij zich dikwijls eenzaam voelt op zee. Zo zegt Martin niks en heeft hij met Addie altijd ruzie. Kapitein Warmgeffer is zijn vader.



Addie is de jongen die altijd ruzie heeft met Fred. Hij is 26 jaar en is van eenvoudige komaf. Hij wordt omschreven als vormeloos en dik met dun, blond haar. Ook heeft hij een snerpende stem.  Hij praat anders dan de rest en zegt vaak ‘haw-haw-haw’. Hij heeft allerlei neerbuigende namen bedacht voor Fred.



Zijn lach was onplezierig schel. “Kijk, je hebt ‘m goed vast en je drukt met je duim, hiero, bij dat vinnetje, snap je? Dat benne z’n darmpjes. Effe insnijen aan de onderkant, een beetje draaien met je mes, een beetje knijpen, trekken, rats! Alles d’ruit!” (Pagina 24)



Hieruit kan worden opgemaakt dat Addie niet veel nadenkt en gewoon doet. Ook is hij gevoelloos voor de gevoelens van anderen. 



Warmgeffer is de vader van Fred en wilt graag dat zijn zoon het bedrijf overneemt. Hij is de kapitein van de boomkorkotter. Het is duidelijk dat hij de leiding heeft. Hij is de oudste van de bemanning, zijn postuur straalt leiderschap uit en ook heeft hij de kwaliteiten en ervaring. (En natuurlijk keert hij de lonen uit en is hij de bezitter van de DH731.)



De motordrijver van de boot is Martin en er wordt gezegd dat hij vanaf zijn vijftiende alles afweet van motors. Op de ik-persoon maakt hij een rustige, bescheiden indruk. Hij werkt hard en praat nauwelijks. Als hij dat doet praat hij over zijn hond, een cocker spaniël.



Verder worden er namen genoemd van personages zoals Roelof, een rechtenstudent waardoor de ik-persoon Fred heeft leren kennen. En Van Staveren, de man waar de ik-persoon een appartement huurt. Ook komen er personen in voor waar geen namen bij worden genoemd, zoals de mensen die in de helikopter zitten en Addie uiteindelijk komen ophalen.



b) Omgang van de personages



Het is werken geblazen op de boot. Het werken stopt niet, het gaat dag en nacht door op een boot zoals de DH731. Warmgeffer geeft bevelen aan de bemanning die zonder protest wordt opgevolgd. Daarbij negeert Martin iedereen behalve de kapitein, tenzij het belangrijk is voor het werk. Addie en Fred hebben continue ruzie. Een band tussen Fred en zijn vader lijkt nauwelijks te bestaan. Voor buitenstaanders lijken ze helemaal niet op vader en zoon. De ik-persoon staat er helemaal buiten. Hij had verwacht op wat meer omgang met Fred, maar ook die is afstandelijk. De ik-persoon voelt zich alleen door de kille omgang met elkaar en dan vooral met de ik-persoon zelf.



c) Karakterontwikkeling



De ik-persoon heeft aan het begin van de reis op de boot goede verwachtingen van het leven op de boot. Hij hoorde verhalen van Fred en was benieuwd naar het leven op een vissersboot. Hij wilde liever een nieuwe wereld instappen dan in zijn oude wereld blijven, omdat hij dacht dat de nieuwe wereld beter was. Dit blijkt uiteindelijk niet zo te zijn. De ik-persoon voelt zich meer en meer een buitenstaander. In het begin wilde de ik-persoon er zich niet bij neerleggen, maar opgegeven moment hield hij op zijn best te doen om sociaal te zijn. Nadat Addie doodgaat is de sfeer al helemaal verpest. De ik-persoon heeft geleerd van zijn fouten op de boot.



“Het was het jaar dat de geschiedenis ten einde kwam, herinner ik me nu. Maar de geschiedenis komt iedere dag ten einde. En juist als de geschiedenis ten einde lijkt  te komen, gaat ze gewoon verder, dat is ook zoiets mals.”  (Pagina 137)



Uit dit citaat blijkt dat de ik-persoon nooit meer zoiets meegemaakt heeft als op de DH731 is gebeurt. De geschiedenis kwam ten einde. Eigenlijk elke dag, want elke dag leert de ik-persoon nieuwe dingen en elke keer leert hij van zichzelf en van zijn fouten.



De karakterontwikkeling die hij meemaakt is dus nieuw inzicht krijgen over wat hij meemaakt in zijn leven.





2.4 Vertelperspectief



Het verhaal wordt verteld vanuit één perspectief, namelijk de hoofdpersoon. Het verhaal wordt dan ook in de ik-vorm verteld. Het boek heeft een belevende ik-vorm heeft. Er worden dingen omschreven en er gebeuren dingen waar de ik-persoon aan mee doet en gevoelens en gedachten over heeft. Maar toch is het ook verhalend. Zo wordt in het eerste hoofdstuk gezegd:



“Het is zeven jaar geleden. Het is tien jaar geleden, twaalf jaar. Het is dertien jaar geleden. Zestien jaar. Ik was in die tijd een persoon geheel verschillend van degeen die ik nu ben.” (Pagina 5)



Ook het laatste hoofdstuk geeft aanwijzingen:



“Hiermee besluiten mijn aantekeningen. Vagelijk herinner ik me de terugtocht. Die duurde en duurde.” (Pagina 137)



Het boek beleef je werkelijk via de ik-persoon, maar door het eerste en het laatste hoofdstuk weetje dat het eigenlijk een vertelling is van wat de ik-persoon langer geleden heeft meegemaakt.





2.5 Titel, begin en einde



a) Titel



De titel van het boek is ‘Vis’. Dit heeft te maken met het verhaal, de ik-persoon bevind zich immers op een boot die vissen vangt. De ik-persoon stript vissen en vraagt zich af of het slecht is zoals je kan zien in dit citaat dat al een keer geciteerd is:



“Het viel me op hoe makkelijk ik me had laten overhalen dingen te doen (vissen martelen en vermoorden) die ik uit mezelf achterwege zou hebben gelaten. Een ander draaide kippen de nek om of beende varkens uit – is het slecht? Die vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Wat is het verschil tussen koren oogsten en zeebodemgerijpte vis? Maar is dat niet een glijbaan, en ben je zo bij joden, kleurlingen en politieke vluchtelingen? Waar zou ik stoppen, als ik ergens zou stoppen? Of hing dat van de ambiance af? Had ik een onwrikbaar stelsel van normen? (…)” (Pagina 72)



De hoofdpersoon vind het strippen van vissen moord. De titel heeft indirect dus ook te maken met het thema van het boek.



b) Begin en einde



Het begin en einde zijn in het heden en vertellen eigenlijk een inleiding tot het verhaal, hoe het verhaal tot stand is gekomen en hoe er een eind kwam aan dat verhaal en wat de ik-persoon daarmee gedaan heeft. Het heeft ook een gesloten einde. Dit is vooral te herkennen aan de eerste woorden waarmee het laatste hoofdstuk begint.  “Hiermee besluiten mijn aantekeningen.” (Pagina 137) Het boek wordt afgesloten met een luchtig onderwerp, iets wat een kleine rol heeft gespeeld in de rest van het boek.





3. Bronnen



(Niet hierin verwerkt)



Mening



1. Inhoudelijke argumenten



a)         Er gebeurd niet heel veel in het verhaal. De ik-persoon vind zich al die tijd op een boomkorkotter en helpt mee. Het zijn vooral sfeerbeschrijvingen. Vooral beschrijvingen eigenlijk. Met veel details. Het boek geeft je een gevoel, iets om over na te denken.



“De sledes werden gelicht en op het dek gezet, de netten gespoeld. De bomen werden in opstaande positie gebracht. Het anker werd achter de kat geworpen en de DH731 en zijn harem van meeuwen wendde het voorsteven naar het zuiden. De zee was een snotterig geel.” (Pagina 135)



Interessant is dat de zee voor de ik-persoon eerste schitterend mooi was geweest en aan het einde van het boek niet meer. Zulke kleine hints geeft het boek, zulke details. Er is ook niks aan het boek als je het ‘gewoon even’ leest. Je moet er echt wel tijd in steken.



b)         Het thema van het boek is duidelijk en komt sterk terug in alles. In het begin is het niet zo te merken, behalve de hint die Anton Valens geeft in het begin, maar daarna komt het tot een climax wanneer Addie overlijdt door een ongeval. Het boek draait naar dat ene punt toe als een grafiek naar een top. Het mooie eraan is dat het niet voorspelbaar is, maar toch niet geheel onverwachts. De spanning tussen personages was er al. Maar wie had ooit gedacht dat een schijnbaar normale boomkorkotter dit zou overkomen? Het laat je verassen en weer verder lezen.



“ ‘Wat zegt u?’



Deze reactie tergde hem tot het uiterste. Hij explodeerde en, druk wijzend naar het lijk, herhaalde hij op daverend volume waar zelfs Martin en Fred van opschrokken: ‘LAG JIJ DAAR MAAR!’” (Pagina 132)





c)         Hoewel er qua gebeurtenissen niet veel gebeurd en het boek veel details bevat, is het aantal personages precies goed. Het zijn personages die allemaal te maken hebben met de gebeurtenissen, zou er iemand ontbreken, dan zou het verhaal niet meer kloppen. Allemaal zijn ze stuk voor stuk onmisbaar. Elk personage doet zijn eigen inbreng in het verhaal. Elk personage is bijzonder. Elk personage is anders dan normaal, maar toch ook gewoon herkenbaar. Allemaal zijn ze goed uitgewerkt. Zonder deze personages zou het verhaal veel minder interessant zijn om te lezen.



“Ik meende een zweem van nervositeit in zijn ogen te observeren. Hij veranderde van onderwerp en begon te roddelen over Addie. Het was een beetje een countrysong-achtig verhaal. Addie had altijd hard gewerkt en goed verdiend zodat hij op zijn tweeëntwintigste een verlaten pizzeria in Den Helder had kunnen opkopen.” (Pagina 65)





2. Structurele argumenten



a)         Het hele boek is eigenlijk een flashback. Van tevoren vertelt de ik-persoon een paar dingen over zichzelf en begint daarna te vertellen over die week, lang geleden. Vanaf dat punt, in het verleden, gaat het verhaal verder. Het begin beïnvloedde het verhaal veel, maar dat maakte het ook interessanter. Hoe kan het dan dat hij zoveel veranderd was? Waarom vertelt hij dit? Het roept vragen op en nodigt uit om verder te lezen. Dit vind ik een goede zet van Anton Valens. 



“Wanneer je een zilveren schijf zo voor het raam houdt dat de hemel erin weerspiegeld wordt, ontdekte ik laatste, en je je blik op het gladde oppervlak fixeert, dan zie je de zee zoals die zich voordoet op een zonnige dag. Doordat het balkon van mijn bovenbuurvrouw nogal ver uitsteekt moet ik knielen om dit effect te bereiken, maar dan word ik wel beloond met de herinnering aan mijn kortstondig verblijf op de DH731, een boomkorkotter die onder het gezag stond van kapitein Warmgeffer.” (Pagina 5)    



b)         Anton Valens heeft veel dingen uit zijn eigen leven erin verwerkt. Ook hij heeft een deel van de gebeurtenissen in het boek meegemaakt. Het is in de ik-vorm verteld en je gaat (mee)leven met de ik-persoon. Dit maakt ook dat je niet het gevoel krijgt alsof er een lulverhaal wordt verteld. Dit is echt. Dit is het harde leven. Het geeft inzicht in kanten die de normale mens niet te weten zou komen in zijn leven. Als het vanuit een hij/zij-vorm zou worden verteld zou het lang niet zo realistisch en hard overkomen.



“In dit stadium snapte ik nog weinig van de gang van zaken. De vissers beperkten zich tot de rauwe brullen of schrille kreten waar ik, zeker in die herrie, geen touw aan vast kon knopen, zodat ik maar wat aanklootte in de marge.”  (Pagina 20)



c)         Het is geen verhaal met een held en er zit ook niet directe spanning in.  Het is vooral psychologische spanning. En die moet je kunnen waarderen. Ik vond het in het begin een nogal saai en oninteressant boek. Maar hoe verder ik in het boek kwam hoe meer ik het begon te waarderen. Vooral na dit boekverslag ben ik het boek meer gaan waarderen, door dieper over het boek na te denken.



“Warmgeffers wangen bewogen onregelmatig, alsof hij kauwde op  een pluk geitenhaar. Dan weer tuitte hij zijn dunne, wit- en roodgevlekte lippen, hapte even en zoog ze weer in.” (Pagina 129)



“Warmgeffer leek te ontwaken uit zijn gekauw. Eén ogenblik verdonkerde en vervormde zijn gelaat tot een afschuwelijk, woedend masker waarin alle frustratie van de wereld scheen te zijn samengebald.” (Pagina 131)





3. Persoonljjke argumenten



Het boek leek op het eerste gezicht al niet op een boek wat mij aan zou spreken. De voorkant was lelijk en de titel saai, hoewel me dat ook aantrok; een titel dat uit één woord bestaat. Wat me niet echt aansprak waren de gedetailleerde beschrijven over de boomkorkotter, hoe alles in zijn werk ging. Verder vond ik het niet vlot lezen, mede door de details en het gebruik aan wat moeilijkere woorden.



“In de zonnerichting kon je niet kijken zonder met acute blindheid te worden geslagen – daar was ’t  een bruisende, horizontale Niagara, een witte, hete hellezee, een cirkel als je het van bovenaf zou kunnen waarnemen. Daar bekeek de zon zichzelf in de spiegel. Wit kreeg daar, in dat brandpunt, een nieuwe defenitie, die alle andere en zelfs de helderste witten in de schaduw stelde.” (Pagina 68)



Ik kwam langzaam in het boek vooruit. Het onderwerp ligt me niet echt. Ik heb niks met vissen en (vis)boten. Wat me wél aansprak waren de personages. Het zijn goed bedachte en doordachte personages. Ik kon me wel inleven in de ik-persoon en vond zijn neergeschreven gedachten leuk om te lezen.





4. Morele argumenten



a)         Ik denk dat de boodschap vooral duidelijk wil maken wat voor negatieve gevolgen het kan hebben als er mensen worden buitengesloten en wat ruzie voor impact kan hebben op het leven dat je leid.



b)         Dit denk ik omdat het er in het boek uitsluiting van de ik-persoon voorkomt en dat steeds meer merkbaar wordt. Ook komt er ruzie in voor. Dit is een thema en dit wordt steeds meer duidelijk gemaakt. Uiteindelijk gaat Addie dood. Dit is een gevolg van de ruzie tussen Fred en Addie. Hierna wordt het buitensluiten voor de ik-persoon zelfs nog erger. Het boek bevat dus een hoop negatieve gevolgen.



c)         Het is goed dat dit boek hierom draait. Ik heb niet veel boeken gelezen waarin dit zo erg naar voren is gekomen. Het zet je aan het denken over die gevolgen. Anton Valens heeft dit goed gedaan. Misschien kan het mensen zelfs behoeden voor die negatieve gevolgen, als ze de volgende keer denken aan de woorden die Anton Valens zorgvuldig neergeschreven heeft in het boek Vis.



5. Totaalmening



Al met al vind ik dit een mooi geschreven boek, al leest het wat langzaam. Ik vind de personages goed en interessant. De verhaallijn vind ik minder leuk, maar wel goed bedacht en niet geheel voorspelbaar.  Het is niet een boek voor jonge lezers noch voor lezers die graag snel door spannende plotten lezen. Daarom vond ik het boek ook eerst niks. Ik heb me erin verdiept en dat maakte het tot een boek wat tóch nog wel de moeite waard is om te lezen. Maar alleen als je van lezen houdt en graag nadenkt over wat er gebeurd. Voor veel mensen zal dit boek te langdradig of niet interesssant genoeg zijn. Maar als je wat moeite doet om alles te snappen is  dit een goed boek! En ik ben blij dat ik uiteindelijk dit boek heb gelezen, al zal ik het niet nog eens lezen. Anton Valens heeft zijn best gedaan. 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.