Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!


Gegevens over de gebruikte uitgave
Gebruikte druk: 1e
Datum: eerste druk ; 20 februari 2008
Aantal bladzijden : 316
Uitgegeven bij Nieuwe Amsterdam in een fraai gebonden uitgave
Voorkant
Op de cover staat een afbeelding van een fles uit de museumcollectie van Frederik Ruysch in het museum te St. Petersburg. Deze afbeelding wordt in de roman beschreven op blz. 208 en 282. Het is de afbeelding van een kinderarm met een kanten manchetje die een paar geprepareerde oogleden vasthoudt.
Genre
“Vingers van marsepein” is een psychologische roman over verlangen, passie, verlies van familieleden.


Motto en opdracht
Er is geen motto en geen opdracht.
De flaptekst
Amsterdam, 1704. Na de dood van haar ouders wordt de tienjarige Bregtje opgenomen in het huishouden van haar oom Frederik Ruysch, een van de bekendste anatomen van zijn tijd. Ruysch heeft een unieke techniek ontwikkeld om menselijk weefsel te prepareren, een geheim dat anderen hem proberen te ontfutselen. Bregtje komt in aanraking met de concurrentie van haar oom en raakt verzeild in een geraffineerd spel van misleiding en wraak, dat haar leven ingrijpend verandert.
Drie eeuwen later, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, woont aan dezelfde Amsterdamse Bloemgracht, recht tegenover het huis van Bregtje, de tienjarige Benjamin. Van Frederik Ruysch heeft hij nog nooit gehoord, maar daar komt verandering in als hij met zijn vader naar Sint-Petersburg reist en oog in oog komt te staan met Ruysch’ preparaten. De diepe indruk die deze op hem maken én een heldhaftige daad geven zijn leven een nieuwe wending.
Hoeveel tijd er ook tussen de levens van de twee kinderen ligt, ze raken elkaar in hun gedachten over leven en dood, verlies en volwassen worden.
Vingers van marsepein is een originele, fijnzinnige roman waarin meesterverteller Rascha Peper zichzelf overtreft.

Structuur van de roman
De roman heeft twee verhaaldraden: de ene lijn speelt in 1704 (blz. 313) en de andere speelt driehonderd jaar later in de beginjaren van de 21e eeuw.
De lijn van de 18e eeuw wordt verteld in de oneven hoofdstukken (1 t/m 19): de hoofdfiguur is de 10-jarige Bregtje die is opgenomen in het huis van Frederik Ruysch, een wetenschapper (anatoom) die in staat is ledematen en dieren te prepareren.
De lijn van de 21e eeuw wordt verteld in de even hoofdstukken (2 t/m 18); de hoofdfiguur is de 10-jarige Benjamin die met zijn vader en diens vriendin een reis naar St. Petersburg mist en in het museum kennismaakt met de producten van Ruysch.


Beide verhaaldraden grijpen in elkaar, doordat in beide delen elementen van elkaar worden overgenomen: zo zijn er vele spiegelingen te zien. In deel twee wordt op een zeker moment een soort gestalte waargenomen door Benjamin die de lezer zal doen herinneren aan Bregtje. Je zou daarbij kunnen spreken van een magisch-realistisch (of moderner: spiritueel) element.
Het perspectief
Het vertelstandpunt hangt nauw samen met de bovengenoemde structuur. In de eerste verhaallijn vernemen we de meeste informatie via de personale vertelster Bregtje, het 10-jarige weeskind dat opgenomen is in het gezin van Frederik Ruysch. Door haar ogen zien we de ontwikkelingen m.b.t. het prepareren van lichaamsdelen en dieren.
De tweede verhaallijn wordt gezien vanuit de 10-jarige Benjamin. Hij is met zijn vader en diens nieuwe vriendin in St. Petersburg en raakt in vervoering wanneer hij de resultaten van Ruysch in een museum mag aanschouwen. Ook hij is een personale verteller.
De tijd en het decor.
Zoals hierboven reeds gesteld is, speelt de eerste verhaallijn in 1704. Het decor is Amsterdam en meer specifiek het Huis van de Roos aan de Bloemgracht.
De tweede verhaallijn speelt 300 jaar later; Benjamin woont ook aan de Bloemgracht in Amsterdam, maar een belangrijk deel van de handeling speelt in St. Petersburg, de Russische plaats waarheen hij met zijn vader en diens vriendin op vakantie gaat.
Samenvatting
Vanwege de structuur (zie hierboven) worden de beide verhaallijnen separaat verteld.
Eerste lijn (de oneven hoofdstukken)
Bregtje, een 9-jarig weesmeisje, heeft in het eerste hoofdstuk hoge koorts. Ze hoort stemmen schreeuwen en Gradius, een knecht, gaat een ruimte binnen om de opgezette wezens (onder wie een jongetje) zogenaamd het zwijgen op te leggen. Gelukkig is Bregtje de volgende dag wat opgeknapt en bezoekt ze de ruimte waarin haar oom (Frederik Ruysch, anatoom van beroep) bezig is met het prepareren van ledematen. Bregtje lijkt erg geïnteresseerd in zijn werk. Ze ziet weer de kist met de dode jongen die op haar broertje Rens lijkt. Wanneer haar oom even niet oplet, neemt ze een lichaamsdeel mee naar boven op zolder. Wanneer ze het uitpakt, ziet ze dat het een fors mannelijk geslachtsdeel is. Ruysch krijgt de lichaamsdelen vaak vanuit de gevangenis, omdat gehangenen vaak hun lichaamsdelen voor wetenschappelijk onderzoek beschikbaar moesten stellen.
De volgende dag wordt er een rinoceros binnengebracht: dit dier dat in Europa rondtrok is gestorven en het kost nogal moeite om het in stukken op de binnenplaats te krijgen. Niet iedereen is hier even gelukkig mee. Bregtje wordt meegelokt door een man met een zwarte cape en deze vraagt haar informatie te verstrekken over datgene wat Ruysch aan het uitspoken is. Ze is dus als het ware een spionne voor hem. Bregtje wil dat wel doen, omdat hij ,zoals later5 blijkt, belooft dat hij haar verdwenen broertje Rens zal terugbrengen. Bregtje is namelijk het kind van de overleden baljuw van Diemen. Haar beide ouders en jongere zusje zijn aan de “hete koorts” gestorven en haar broertje Rens is op een dag verdwenen. Bregtje kwijt zich goed van haar taak want ze stelt allerlei vragen over de gebruikte middelen en methoden en brengt deze informatie naar een kroeg waarin de jonker met de zwarte cape op haar wacht. Ook bezorgt ze hem de grote mannenpenis die ze heeft weggenomen. Ze voelt een bijzonder contact met de rinoceros, die ze Casper (een heilige naam) noemt.
Ze moet daarna steeds weer een nieuwe opdracht vervullen: o.a. te bekijken met welke vloeistof anatoom Ruysch werkt. Ze krijgt dan een brief van Rens mee, maar hij is wel heel netjes geschreven en fraai verwoord. Bregtje krijgt toch wel enige argwaan, want haar broertje Rens had op school niet zo veel aandacht voor dit soort dingen. Toch vraagt ze aan de anatoom of ze bij een preparatie mag zijn. (Hierna komt dan een flashback in de vertelling over de dood van haar zusje en de verdwijning van Rens)
Ruysch gaat de arm van een gehangene prepareren en hij doet dat zeer deskundig: hij heeft al een idee hoe de bloedsomloop en de melkvaten werken. Bregtje lakt de nageltjes van de foetus die de arm in zijn hand houdt. Maar tegelijkertijd bespioneert ze eigenlijk haar oom bij wat hij doet. De informatie brengt ze weer over aan de jonker.
Niet lang daarna wordt ze 10 jaar en ze krijgt van haar oom een gouden ketting met een parel. Daarna test ze de familie uit over Rens en zijn bestaan. Ze krijgt te horen dat die helaas ook gestorven is. Haar argwaan tegenover de jonker wordt daarmee steeds groter. Ze krijgt door dat ze bedrogen wordt en gaat de gangen van de jonker na. Ze komt achter de naam voor wie hij werkt en dat is een louche concurrent van Ruysch. Ze voelt zich bedrogen. Wanneer ze thuiskomt, doet zich ook een vreemde situatie voor. Ze mag in bad met Gradius en Nelie en daarna komt de man ook in bed bij haar. De volwassen Gradius wrijft met zijn onderlichaam tegen haar lichaam en hij komt ook seksueel aan zijn gerief. Bregtje vindt het niet prettig dat ze zijn “plakkerige” spul op haar eigen lichaam voelt.
Niet lang daarna praat ze met de zoon van Ruysch over prepareren. Deze vertelt haar de nodige informatie over de charlatan Bidloo. Dat is een bedrieger en Bregtje snapt dat ze eigenlijk een verrader is ten opzichte van de familie die haar zo mooi opgenomen heeft na de dood van haar ouders. Ze wil wraak nemen ten opzichte van de man in de zwarte cape en neemt uit een fles de Geest van het Zout mee (een bijtende vloeistof) Ze zoekt de jonker op en gooit de vloeistof in diens gezicht. Ze verwacht nu elk moment als moordenares te worden opgepakt, maar bij thuiskomst is er juist een goed bericht. Rachel, de dochter van Ruysch, heeft een baby gekregen en Bregtje wordt als petemoei gevraagd. De jongen krijgt de naam Rense. In het laatste hoofdstuk mag ze het jongetje ten doop houden. Wanneer ze weer naar huis loopt, komt ze de jonker tegen. Ze is eerst erg bang, maar het is juist de jonker die zich wegsteekt voor haar. Ze blijft nog even op de brug over de Bloemgracht staan. Daarna stapt ze het Huis van de Roos binnen.
Tweede lijn (even hoofdstukken)
Ben is een 10-jarig jongetje dat op de Bloemgracht in Amsterdam woont. Hij heeft een aantal vriendjes Raoul en Jimmy die met hem spelen. Zijn vader en moeder zijn gescheiden. Zijn vader Jasper heeft een nieuwe vriendin Sylvia en zijn moeder kan het niet goed hebben dat deze Sylvia de taken van haar overneemt. Enkele jaren geleden is een zusje van Ben overleden en moeder is vaak depressief. Het is niet onmogelijk dat dit de reden van de scheiding is geweest. In de herfstvakantie wil vader Jasper naar St. Petersburg. Sylvia gaat ook mee. Ben speelt met Jimmy o.a. schrijven ze een onzichtbare brief met pis. Hij wordt ook bedreigd door een ander mannetje uit zijn buurt Humpfrey. Ook dat pesten is seksueel getint. Wanneer hij weer thuiskomt, ziet hij dat zijn moeder er weer slecht aan toe is. Hij vraagt zijn vader om zijn moeder te bellen en haar op te beuren.
In de herfstvakantie vliegt hij naar St. Petersburg. Van de stewardess krijgt hij een kompas met een afbeelding van een rinoceros(!) In de Russische stad kijkt hij zijn ogen uit. Hij gaat o.a. met een beer op de foto. Hij bezoekt met Sylvia (want zijn vader bezoekt een congres) de Hermitage en bekijkt de schilderijen. Hij is haar even kwijt en raakt een beetje in paniek. Dan vindt hij haar gelukkig weer: hij vindt haar erg aardig. Ze helpt hem met het versturen van kaarten naar zijn klasgenootjes. Een daarvan is het meisje Klaske. Op een verjaardagsfeestje waren zij en vriendinnetje hem aan het plagen op seksueel gebied. Hij moest Klaske zoenen en met haar droogneuken, maar aan zijn piemel laten likken ging hem net wat te ver. Ben was weggerend.
Sylvia zegt dat zij en haar vader gestopt zijn met roken. Er wordt ook verder in de verhandeling gesuggereerd dat ze zwanger is. Zijn moeder belt hem om en hij laat merken dat hij het erg gezellig heeft met vader en Sylvia. Met hen praat hij ook over het verstrijken van tijd (een aardig symbolisch element in een boek waarin het prepareren en dus het doorstaan van tijd) een belangrijk motief is. Hij brengt daarna weer een bezoek aan de Hermitage en staat ineens voor de preparaten van Frederik Ruysch. De tsaar Peter de Grote heeft namelijk diens collectie opgekocht. Hij staat voor de afbeelding van de rinoceros(uit de eerste verhaallijn) en de fles waarin de arm van de gehangene zit. Omdat hij zo geïnteresseerd is, krijgt hij extra uitleg van een Nederlander over de anatoom Ruysch uit de 18e eeuw. De situatie dat die ook aan de Bloemgracht woonde, is natuurlijk wel bijzonder.
Ben bezoekt met zijn vader en Sylvia de dierentuin. Hij kijkt ook bij de neushoorns. Dan komt er een Russische groep leerlingen voorbij. Een jongen wordt gepest (zoals Ben dat ook vaak wordt) De rugzak van de jongen wordt op het terrein van de neushoorn gegooid en Ben treedt nu dapper op (vergelijkbaar met Bregtje in deel 1 ten aanzien van de zwarte jonker)
Hij springt op het terrein van de neushoorn maar kan niet goed terugkomen. Ternauwernood ontsnapt hij (o.a dankzij een blauwe sjaal van een Russisch meisje dat hem al indringend had aangekeken) De neushoorn breekt bij een actie zijn hoorn af. [De rinoceros van Bregtje miste ook al een hoorn]
Zijn vader is laaiend, maar Sylvia noemt hem ook dapper. Ben belt met zijn moeder en vertelt het een en ander door. Ben denkt verder aan het meisje met de blauwe shawl en hij voelt een soort lotsverbondenheid. Wanneer hij weer thuis is, vertelt hij zijn moeder (die weer wat beter in haar vel zit) over zijn reis. Ook over het avontuur met de neushoorn. Daarna gaat Ben naar buiten en bestudeert de situatie aan de Bloemgracht. Zo bekijkt hij o.a. het Huis van de Roos waar Ruysch had gewoond en gewerkt. Hij blijft even op een brug staan. Hij ziet het meisje uit Rusland in zijn gedachten terug: ze zweeft boven zijn toekomst.
Thematiek
Natuurlijk is de overeenkomst in het leven van tienjarige kinderen een belangrijk motief in deze roman. We volgen het avontuur van een meisje dat haar ouders heeft verloren in de 18e eeuw en we doen dat 300 jaar later ook in een moderne variant daarop. De overleden ouders zijn vervangen door gescheiden ouders. Niettemin staat ook het verlies van familieleden centraal in deze verhaallijnen.
Bregtje heeft haar beide ouders en broertje Rens aan de “hete koorts” verloren en Benjamin heeft het probleem van de gescheiden ouders gecombineerd met het verlies van zijn zusje. Mede daardoor lijkt zijn moeder depressief te zijn. De kinderen hebben het moeilijk met hun loyaliteit: Bregtje is zo loyaal aan haar broertje Rens dat ze bereid is daarvoor als een spionne te fungeren in ruil voor zijn terugkomst.
Benjamin mag ten aanzien van de loyaliteit aan zijn moeder niet aardig doen tegen de nieuwe vriendin van zijn vader, Sylvia. Maar hij doet dat wel en dat voelt als een soort verraad aan zijn moeder. Hij is ook erg bezorgd om haar toestand van depressiviteit.
Bovendien hebben de kinderen andere zorgen. Beiden maken voor het eerst kennis met het wonderlijke en angstaanjagende verschijnsel van seksualiteit. Bregtje wordt min of meer in die wondere wereld ingewijd door Gradius die zijn sperma over haar heen spuit en Ben wordt als tienjarige net op tijd behoed voor orale seks met twee wel erg bijdehante klasgenootjes.
Beide kinderen leven ook nog in de fictieve wereld van heldfiguren uit hun boekenwereld en als puntje bij paaltje komt durven ze ook zelf iets te ondernemen, al ligt de straf daarvoor wel heel dicht op de loer. Maar het avontuur loopt in beide gevallen goed af. In de opzet van de structuur van de roman is het natuurlijk niet zo vreemd dat er in het 21e- eeuwse Amsterdam een spirituele ontmoeting plaatsvindt tussen Bregtje en Ben.
Het motief van de “tijd”speelt ook een rol in combinatie met leven tegenover dood. Beide kinderen hebben een dood familielid. Beiden krijgen te maken met het levend houden van herinneringen enerzijds en het levend houden van dode materie anderzijds. Bregtje is geïnteresseerd in de anatomielessen van haar oom die lichaamsdelen en hele dieren prepareert. Niets voor niets is daarbij de geweldige penis die ze achteroverdrukt, een symbool van de voortgang van het leven. Bovendien is het haar kennismaking met het mannelijk geslachtsdeel. Wanneer Ben in St. Petersburg is, wordt hij ook geraakt door de opgezette exemplaren van Ruysch. Het is het mooiste wat hij heeft gezien op de reis, vertelt hij later tegen zijn moeder. Als klein mannetje filosofeert hij over het bestaan van de tijd aan de hand van het tijdverschil tussen Amsterdam en Rusland. Beide kinderen maken het voortbestaan van het leven aan de hand van een nieuwe geboorte mee. Bregtje is getuige en petemoei van een nieuwe Rens en ook voor Ben gloort een nieuw (half)zusje of (half)broertje, want zijn vader en diens vriendin zijn gestopt met roken omdat zij zwanger is.
De motieven in de roman zijn derhalve:
- het bestaan van tijd
- het overleven of het voortleven van de dood
- de ouder-kindrelatie
- de stiefouder-stiefkindrelatie
- de initiatie of inwijding in de wereld van de seksualiteit
- kinderleed (gepest worden)
- het verraad
- de heldhaftige ingreep
Spiegelingen in de roman
In een roman met de structuur van “Vingers van Marsepein” waarin twee verhaallijnen door elkaar worden gepresenteerd, worden natuurlijk vaak spiegelingen gebruikt om de symboliek van de beide verhaallijnen aan te geven. Spiegelingen zijn situaties in een roman die gelijk of een klein beetje anders zijn aan eerdere situaties. Ze hebben een symbolische betekenis en hebben de functie om te laten zien dat passages samen hangen.
Het is niet zo moeilijk om een aantal spiegelingen in de roman aan te wijzen.
a. Beide hoofdfiguren (Bregtje en Rens ) zijn tien jaar oud.
b. Beiden hebben een broertje (Bregtje) en een zusje (Benjamin) dat overleden is, maar voor wie nog veel aandacht is en die beiden als het ware nog voortleven in de herinneringen van de personages. (het kamertje van het zusje van Ben wordt door zijn moeder in ere gehouden)
c. Beiden hebben een soort pleegmoeder of stiefmoeder gekregen: Bregtjes moeder is gestorven en Bens moeder is gescheiden. De beide stiefmoeders zijn heel zorgzaam en vriendelijk voor hun pleeg/stiefkind.
d. Beiden krijgen te maken met het motief van de rinoceros. Het geprepareerde dier ziet Ben in het museum 300 jaar later terug. Maar ook in de dierentuin en in het vliegtuig (het speelgoedkompasje) speelt de rinoceros een rol.
e. Bovendien heeft de neushoorn in beide verhaallijnen zijn grote hoorn verloren.
f. Beiden plegen een soort verraad tegenover hun naasten. Bregtje verraadt informatie over het prepareren aan de concurrent van Ruysch in de hoop dat ze haar broertje terugkrijgt. Ben gaat met Sylvia mee naar St. Petersburg, belooft aan zijn moeder dat hij links zal laten liggen, maar vindt haar eigenlijk heel erg aardig. Hij doet dan juist vriendelijk tegen haar en vindt dat een soort verraad tegenover zijn moeder.
g. Beiden hebben hun eerste seksuele ervaringen die ze niet prettig vinden: Bregtje wordt min of meer aangerand (niet verkracht!) door Gradius die zich seksueel aan haar bevredigt. Ben wordt in een spel met twee klasgenootjes aangezet tot ´droogneuken”, maar wanneer ze aan “piemel likken” willen beginnen, vlucht hij.
h. Beiden verrichten een heldhaftige daad. Bregtje gooit een bijtende vloeistof in het gezicht van de man die haar bedrogen heeft. Ben durft het aan op te komen voor een gepest Russisch jongetje en stort zich dapper in het territorium van de neushoorn. Beide avonturen lopen goed af.
i. Beiden krijgen te maken met een nieuwe zwangerschap. Bregtje wordt zelfs de petemoei van het kind van Rachel (de dochter van Frederik Ruysch) en enkele keren wordt gesuggereerd dat er een nieuw broertje/zusje voor Benjamin op komst is (zijn vader en zijn vriendin zijn gestopt met roken en er zijn toespelingen op een zwangerschap)
j. Beide personages hebben een fictieve (ridder)figuur met wie ze zich kunnen identificeren. Ben leest op zijn reis naar Rusland de roman van Tonke Dragt “De brief van de koning.” Hij is een soort Tiuri, de hoofdfiguur uit deze roman. Bregtje heeft met haar broertje Rens ook zo’n fictieve figuur afgesproken met wie ze verwantschap voelen, en die ze kennen uit het boek van de doorluchtige heer Steltebeen (ook al een ridderfiguur: Ridder Naamloos) Deze is van mening dat hij nobele daden moet verrichten evenals het personage in de roman van Tonke Dragt. Wellicht leidt hun fictieve voorbeeld tot het gedrag van Bregtje en Ben zoals dat beschreven is onder punt g. van deze opsomming.
k. In de laatste even hoofdstukken waarin Ben vertelt, lijkt het erop alsof Bregtje in de persoon van het Russische meisje met de blauwe shawl gereïncarneerd is. Hij ziet haar in de dierentuin een bijzondere belangstelling aan de dag leggen voor de neushoorn, bovendien redt ze hem min of meer met haar shawl. Maar terug in Amsterdam lijkt het alsof ze verder boven zijn leven zweeft wanneer hij een ommegang maakt over de Bloemgracht. Wellicht is Ben voor deze magisch-realistische Bregtje de substitutie voor haar broertje Rens.
l. Wat minder duidelijk voor de lezer, maar Bregtje speelt met het “overleven van de tijd” door interesse te tonen in de prepareerkunst van haar oom en ook Ben houdt zich in het heden bezig met het verschijnsel van de tijd. Voor hem is het tijdsverschil van twee uur tussen St. Petersburg en Amsterdam al een interessant verschijnsel.
De vele spiegelingen in de roman hebben als functie de overeenkomsten tussen de twee verhaallijnen aan te geven. Het is dan ook in verhaaltechnisch opzicht vrij logisch dat in de laatste hoofdstukken Ben en Bregtje elkaar in spiritueel opzicht elkaar ontmoeten.
Titelverklaring
De titel van de roman wordt enkele keren in de roman aangegeven. Het gaat om de lichaamsdelen die door Frederick Ruysch zijn geprepareerd en die eruit zien alsof ze van marsepein zijn. Bij de eerste aanblik van Ben in het museum, staat er :
Maar de preparaten waarvoor ze nu stonden, waren zo roze alsof het kindje zojuist nog levens in de wieg gelegen had. Het was of de armpjes en beentjes waren gemaakt van roze Sinterklaasmarsepein; griezeliger, want echter , dan de witte preparaten.” (blz. 207)
Wanneer Ben thuiskomt en hij zijn moeder verslag doet en zijn moeder hem vraagt wat hij het mooiste heeft gevonden, denkt Ben:
Voorhistorische astronautjes in een glazen universum. Dikke wangen en rozenmondjes van driehonderd jaar oud. Marsepeinen armpjes met kuiltjes in kanten mouwtjes. “ (blz. 308)
Mijn mening
Voor de doelgroep van scholieren in het voortgezet onderwijs is “Vingers van marsepein” een aantrekkelijke roman om te lezen. Ik vind de amusementswaarde een ruime 7 waard. Het verhaal is best spannend en de bijna naast elkaar lopende verhaallijnen zijn goed in elkaar te passen. Het gegeven is origineel, maar het zal absoluut niet de bedoeling van de schrijfster zijn dat ze een betrouwbaar historisch beeld van de 18e eeuw geeft. Wel geeft ze aan het einde van de roman een nawoord waarin z e o.a. haar bron over de 18e eeuw prijsgeeft. Het is m.i. ook helemaal geen historische roman.
Het taalgebruik van Rascha Peper is helder en de metaforen zijn boeiend. Het 10-jarig meisje uit de 18e eeuw is bijna een halve volwassene en ik ben er niet geheel zeker van of dat een juiste constatering is. De 10-jarige Ben wordt realistischer beschreven. Zoals in andere romans van haar kan ze een goed leesbaar verhaal schrijven (bijv. “Wie scheep gaat”) dat kan blijven boeien tot aan het eind. Het boek zal zijn weg wel weten te vinden op de literatuurlijsten van havo en vwo. Voor die lijsten kan het gewaardeerd worden met twee punten.
Recensies
Elsbeth Etty geeft in een recensie in NRC van 8 februari 2008 aan dat Peper weliswaar mooi kan schrijven en vertellen, maar dat het verhaal te weinig inhoud heeft.
Bovendien vindt ze de roman als historische roman mislukt.
De vraag die blijft hangen is of de uit wetenschappelijk oogpunt interessante preparaten van Ruysch kunst of kitsch zijn. Wat te denken van geraamtes van foetussen bovenop een rots van nier- en galstenen, te midden van als bomen vermomde bloedvaten of in fleurige manchetjes gestoken kinderarmpjes in fraai gedecoreerde potten? Tsaar Peter die bij een door Ruysch gebalsemd kinderlijkje knielde om het ontroerd te kussen vond het ongetwijfeld kunst. Ruysch talent om de dood een lieflijke aanblik te geven is voor veel kunstenaars onder wie Honoré de Balzac in elk geval een inspirerend en onuitputtelijk thema gebleken. Peper doet daar te weinig mee, al blijft staan dat ze opnieuw een staal van mooi en onderhoudend schrijven levert. [……]Vingers van marsepein (genoemd naar de door Frederik Ruysch geprepareerde en door Bregtje beschilderde kindervingertjes) schiet als historische roman tekort. De historische personages komen niet uit de verf, hun drijfveren en ambities nog minder.
Daniële Serdijn schrijft op 8 februari 2008 in De Volkskrant in haar recensie dat Rascha Peper teveel de kinderboekenlijn in deze roman volgt.
Gemeenschappelijk in beide verhaallijnen is dat veel van die dode familieleden in gedáchten geprepareerd zijn: zo wordt in het huis van Benjamin de kamer van het dode zusje nog altijd gestoft en gelucht alsof ze er gewoon is. En meent Brechtje dat haar broer Rense de hete koorts, waaraan alle anderen zijn overleden, toch heeft overleefd en nu bij een boer werkt. Tot deze gedachte wordt ze aangezet door een jaloerse vakgenoot van oom Ruysch. In ruil voor fictieve informatie over Rense wil deze vakgenoot het geheim van Ruysch’ preparatiekunst weten.
Een intrige als in een kinderboek. Het kenmerkt deze auteur. Het kinderboek is nooit ver weg in het werk van Rascha Peper; het wil altijd beleren, geeft ons altijd een moraal mee, en trakteert ons op jaargangen Kijk-weetjes. Boek na boek. In Vingers van marsepein haalt de auteur zelfs een paar tekstfragmenten aan uit wat vorig jaar het beste kinderboek aller tijden werd genoemd: Brief voor de koning (1962) van Tonke Dragt. Over de jonge ridder Tiuri, z’n helper Piak en de vuilak Slupor en z’n trawanten, die in een eindeloze reeks doffe passages in een mistig bos achter elkaar aan sluipen. Benjamin leest dit boek. Hij vereenzelvigt zich aan het eind van de geschiedenis met Tiuri. Leuk eerbetoon aan Tonke Dragt, maar het zijn volstrekt overbodige passages.
Het kinderboekenheldendom ligt er namelijk al duimdik bovenop. Niet door het perspectief, dat bij de kinderen ligt – er zijn tenslotte genoeg romans voor volwassenen waarin kinderen uitstekende hoofdrolvertolkers zijn –, maar door de voorspelbaarheid en de vele stereotiepen.
Peper betoont zich bijvoorbeeld een waardig concurrent van Paul van Loon – geestelijk vader van kinderboekenheld Dolfje Weerwolfje – als ze de jaloerse vakgenoot beschrijft, ‘een gedaante in een zwarte jas en met een zwarte hoed’, en dan ook nog met ‘een rij gele tanden’.
Wanneer Peper ternauwernood weet te ontsnappen aan het vaste woordenpaar ‘geheimzinnige onbekende’, vraag je je af of de schrijfster zelf te veel Suske en Wiske heeft gelezen of doelbewúst mikt op een publiek van 10- tot 15-jarigen. Even ergerlijk is Pepers niet te beteugelen hang naar het magisch realisme, de eeuwige tienerfavoriet (alsof Joachim Stiller niet op sterven na dood is).
Dat levert aandoenlijke passages op waarin de geest van Benjamin wordt ‘opgetild door een golfje tijd dat hem meevoerde’. Zo gaat hij Europa door, in een ‘nieuwe gedaante’. En een meisje zweeft met hem mee.
Thematisch sluit Pepers werkwijze mooi aan: wie jeugdige lezers heeft, weet zich geprepareerd. Eenmaal op de leeslijst voor middelbare scholieren ben je er nog niet één, twee, drie van af. Maar voor een volwassen lezer is het kinderlijke voorstellingsvermogen van de juf zonder klas heus te veel van het goede.
Arie Storm zegt in Het Parool van 14 februari 2008 het volgende over de roman: Meteen na het dichtslaan, of eigenlijk al tijdens het lezen van de nieuwe roman van Rascha Peper, Vingers van marsepein getiteld, zat ik met tegenstrijdige, verwarrende gevoelens.
Hoewel ik over het algemeen nogal mild ben, zat de scherpe literatuurcriticus in mij meteen klaar om nogal wat kritische kanttekeningen te plaatsen. Tegelijkertijd was echter een andere kant van mijn persoonlijkheid geactiveerd, een meer nostalgische, en die zat met een brok in de keel. Peper was er weliswaar niet in geslaagd mij in de geest zo'n driehonderd jaar terug in de tijd te verplaatsen, maar een decennium of drie had ze me wel laten overbruggen: ik voelde me alsof ik weer op de lagere school zat in de Schilderswijk in Den Haag; vaak zat ik toen weggedoken in een boek, alles om mij heen vergetend.[……] We zitten hier kortom helemaal in het genre van het jeugd- of kinderboek waarin allerlei 'herkenbare' problemen worden behandeld. Wat het taalgebruik betreft, kan Peper ook in dit deel overigens wel een oppepper van iemand als Carry Slee gebruiken (een stijlvirtuoos in vergelijking met Peper).
De avonturen van Bregtje en Benjamin raken elkaar overigens nooit echt.En toen zat ik dus ineens toch met een brok in mijn keel. Ja, Peper heeft een kinderboek geschreven dat dertig, 35 jaar geleden niet of nauwelijks zou zijn opgevallen en dat nu hopeloos gedateerd aandoet. Dat stemt nostalgisch. Wellicht is dat ook een verdienste
Over de schrijfster
Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd op 1 januari 1949 in Driebergen geboren. Ze studeerde Nederlands, met als hoofdvak Middelnederlandse literatuur, en werkte enige tijd als lerares. In 1983 verhuisde ze naar Wenen vanwege het werk van haar partner die in dienst was van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daar begon ze, omdat ze zich nogal 'op zichzelf teruggeworpen' voelde, ernst te maken met het schrijven. In die tijd ontstond de eerste versie van Oesters. Na publicatie van haar eerste verhalen in Hollands Maandblad en Tirade zette ze zich aan het herschrijven van deze roman omdat ze 'in alle valkuilen van een beginnend schrijver was getuind'. Rascha Peper schreef daarna vele romans, waaronder Rico’s vleugels, Russisch blauw (Multatuliprijs 1999) en Wie scheep gaat. Meest recent verscheen van haar hand de roman Vingers van marsepein.
Het oevre
Vingers van marsepein (roman, 2008)
Stadse affaires (columns, 2006)
Verfhuid (novelle, 2005)
Wie scheep gaat (roman, 2003)
Dooi (roman, 1999)
Een Spaans hondje (roman, 1998)
Alle verhalen (verhalen, 1997)
Russisch blauw (roman, 1995)
Rico's vleugels (roman, 1993)
Oefeningen in manhaftigheid (verhalen, 1992)
Oesters (roman, 1991)
De waterdame (verhalen, 1990)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Het valt me op dat er alleen maar negatieve recensies zijn toegevoegd, bestaan er dan geen positieve recensies?

5 jaar geleden