1e druk: 1982

18e druk: 1995

Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam 1995



“Veertig” is opgebouwd uit 3 verschillende verhalen die niet genummerd zijn. Het eerste verhaal begint op bladzijde 9 en het laatste verhaal eindigt op bladzijde 124. Voor in het boek staat een motto. Het boek is opgedragen aan Barbara. Achter in het boek staat een inhoudsopgave.



Het beschrijven



Korte samenvatting



Het boek bestaat uit drie verhalen: L’écrivain, Prostatitis en Willem.





L’écrivain.

Kees van Kooten vertrekt voor twee weken naar de Vogezen. Zijn vrouw heeft een kamer in een hotel gereserveerd als cadeau voor zijn veertigste verjaardag. Hij gaat hier heen in de hoop (eindelijk) eens ongestoord te kunnen schrijven; hij schrijft zich dan ook in onder de naam: l’écrivain. Omdat hij geen inspiratie heeft (hij weet alleen de titel: Veertig) gaat hij maar een fietstocht maken. Op een bergweg ziet hij een autorijschoolhoudster die hij eerder die dag al had gezien. Hij besluit om een afspraak met haar te maken (om rijles te krijgen, ondanks dat hij zijn rijbewijs al heeft). Als hij eerlijk opbiecht dat hij zijn rijbewijs al heeft en de afspraak alleen had gemaakt omdat hij op haar verliefd is wil ze niks meer met hem te maken hebben en Van Kooten vertrekt weer naar huis naar vrouw en kinderen.



Prostatitis.

Van Kooten reist naar Franeker om een lezing te geven. Tijdens de lezing krijgt hij ‘een onweerstaanbare plasdrang’, hij vreest een geslachtsziekte en de volgende dag, na de compleet mislukte lezing, bezoekt hij een dokter. De dokter vertelt hem –op 30 april 1980, kroning van Beatrix- dat hij een ontstoken prostaat heeft, een veel voorkomende ziekte bij mannen tussen de vijfendertig en vijfenveertig jaar. Van Kooten verlaat met medicijnen en een opgelucht gevoel de dokterspraktijk. Hij gaat nadenken over het ouder worden en zijn verdere relatie met zijn vrouw.



Willem.

Dit verhaal gaat over de hond van Van Kooten, Willem. De hond heeft hij van zijn moeder gekregen en ondanks dat het een teefje is krijgt ze de naam ‘Willem’ wat natuurlijk gewoon een erg mooie naam is voor een herdershond. Willem maakt een groot deel van het leven mee van de familie Van Kooten; de geboorte van de kinderen, een verhuizing en de komst van een nieuwe hond. Willem speelt ook mee in televisie-uitzendingen van Van Kooten. Na 13 jaar krijgt de hond ouderdomsklachten en sterft de hond. Ze wordt door de Van Kooten’s begraven in de tuin.



Perspectief



De verhalen worden door de hoofdpersoon in de ik-vorm verteld. In de eerste alinea van het boek overweegt Van Kooten hoe hij het verhaal zal gaan vertellen:





“Hier begint het. Ik kan kiezen tussen: ‘Zijn vrouw had hem’ en ‘Mijn vrouw heeft mij’. Onderweg heb ik besloten dat het ‘mijn vrouw heeft mij’ moet zijn.” (blz. 9)



Het begin van dit verhaal is dus merkwaardig. We zien dat de auteur aarzelt tussen het gebruik van de ik- vertelsituatie en de auctoriale of personale vertelsituatie. Uiteindelijk kiest hij voor het ik-perspectief. Ik denk dat Van Kooten hiermee wil de duidelijk maken dat het om hemzelf gaat, en daarom geeft hij de werkelijkheid direct weer. Je kunt het begin ook anders interpreteren, namelijk: het gaat helemaal niet over de auteur zelf, maar hij wil een goed verhaal schrijven. Door het ikvorm te zetten, maakt hij het interessanter voor zichzelf en voor de lezer.



De tijd/plaats van handeling/verteltijd/vertelde tijd/flashbacks



Het eerste verhaal speelt zich af van 28 augustus 1981 tot 1 september 1981. Het tweede verhaal begint op 29 april 1980 en neemt ongeveer 2 weken in beslag. Het derde verhaal heeft geen tijdsaanduiding, maar Van Kooten beschrijft ongeveer 13 jaar, de leeftijd van de hond als hij dood gaat.

De verhalen op zich zijn chronologisch verteld. Wel schrijft de schrijver tussendoor over dingen die vroeger gebeurt zijn, de zogenaamde flashbacks. De flashbacks past hij vooral toen in het eerste verhaal. In het tweede verhaal wordt veel tijd besteed aan de avond van de eerste voorlezing van Van Kooten in Franeker. Het begin staat in de verleden tijd. Vanaf bladzijde 71 vertelt de schrijver met het verhaal mee. Het laatste verhaal is chronologisch verteld in de verleden tijd.

De verteltijd is 116 bladzijden. Op de eerste 8 bladzijden staat geen verhaal, dus 124-8 maakt 115 bladzijden.

De vertelde tijd is per verhaal verschillend, het is hierboven aangegeven.

Het boek heeft een gesloten einde. De verhaallijn is afgerond, de lezer weet hoe het verhaal is afgelopen en blijft niet met vragen zitten.

Het eerste verhaal speelt zich af in het dorp Gerardmer in de Franse Vogezen. Franeker is de verzonnen (blz. 68/69) plaats in het eerste gedeelte van het tweede verhaal, dat zich afspeelt in de schouwburg in Leeuwarden en later in een ziekenhuis. Het derde verhaal tenslotte speelt zich af in het huis van de verteller in Noord-Holland.

Over de klimatologische omstandigheden wordt niets noemenswaardigs geschreven. Ik neem aan in Frankrijk zonnig weer, en in Nederland het Nederlandse klimaat.



Karakters



Hoofdpersoon:

De hoofdpersoon in alle verhalen is Kees van Kooten. Hij is net als de auteur schrijver van beroep en er zijn wel meer overeenkomsten. Van Kooten is een man van veertig die te maken krijgt met een ‘midlife-crisis’, met alle symptomen van dien. Hij doet erg zijn best om zich jong te blijven voelen zo flirt hij bijvoorbeeld met bijna alle vrouwen. Hij is er dus helemaal niet blij mee dat hij ouder wordt. Opvallend is dat bijna alle andere personages andere namen krijgen van de verteller. Hij noemt zijn vrouw ‘Patience’ en zijn kinderen ‘Boogschutter’ en ‘Waterlelie’. Boogschutter is zijn zoon en Waterlelie zijn dochter. Willem is de hond van het gezin Van Kooten. Verder kan Kees er slecht tegen om alleen te zijn.

In het laatste verhaal speelt de hond Willem ook een belangrijke rol maar hij is meer bedoeld om een verhaal omheen te bouwen.



Bijpersonen :

Patience is rustig, nuchter en relativeert goed. Ze wordt beschreven als een goede moeder en echtgenote. Zij is een vlak karakter want ze wordt niet `uitgediept`. We komen nauwelijks iets van haar innerlijk te weten.

Boogschutter:

Boogschutter is erg emotioneel en is een vlak karakter.

Waterlelie:

Waterlelie is ook wel emotioneel, maar heeft qua karakter ook iets van de nuchtere trekken van haar moeder. Ze is een vlak karakter.



Motieven



In Diepzee stond dat een motief een verhaalelement is wat steeds terug keert. Daarbij denk ik toch meteen aan de seksuele drang van Kees om met vrouwen te flirten. Ook schemert door het boek heen het terug kijken op zijn leven wat natuurlijk is uitgewerkt in de drie de delen.

Centraal staan de problematiek van het schrijven en het ouder worden. Een belangrijke rol spelen:

- Creatieve onmacht’

- Midlifecrisis

- Vertekening, overdrijving, ontmaskering van schijn.

- Dwangmatige ‘versierkoorts’ (erotische fantasieen)

- Melancholie.

Wat ook steeds weer terug komt zijn de aparte benamingen voor enkele mensen die hij kent of leert kennen. Ook komt het getal veertig vaak voor:



`(…)maar ik ben nu veertig en heb geen minuut meer te verliezen`. (blz.14)

`(…) dat ik veertig ben en kerngezond´. (blz. 43)

´Het verhaal moet Veertig heten, maar zonder de Dood erin´. (blz.46)

´(…) veertig keer de bureaulamp aan- en uitknippen´.(blz.42)



Ik had ze allemaal opgeschreven maar dat zijn echt veel citaten dus ik laat het hierbij.



De vorm



Ik vind `Veertig` erg leuk geschreven. Ik heb onder het lezen zelfs dingen genoteerd die ik echt opvallend vond aan zijn schrijven. Als eerste de al bekende eretitels die hij aan de leden van zijn gezin geeft (Patience, Boogschutter, Waterlelie). En ook de typering van mensen als `mevrouw Van der Campari`en mevrouw `Lipjeskers` moet hierbij genoemd worden. Het maakt snel duidelijk wat voor types de dames zijn. De schrijver probeert dingen te vertellen op een leuke, humoristische, simpele manier (hoewel je af en toe toch goed moet doordenken).

Ik kwam veel aparte woorden in het boek tegen, Van Kooten speelt een beetje met taal. Voorbeelden zijn de woorden ´kentrum´, ´fantasties´, ´eroties´.

Sommige stukjes in het boek vertelt hij heel zakelijk als het ware. Om een voorbeeld te geven:



`Wij begonnen met gillende honger ons geld te tellen in de berm. Besloten dan tenminste warm te eten. Doorgesukkeld tot restaurant Routier. Twee menu´s van zeshonderd oude francs besteld.` (blz. 16)



Op bladzijde 59 vertaald hij het Frans letterlijk naar het Nederlands, zo ontstaat een hele komische situatie.

De inhoudsopgave is het geraamte van het boek. Wel apart dat het drie aparte verhalen zijn, geen hoofdstukken. Er wordt niet veel aan de fantasie van de lezer overgelaten. Of eigenlijk wel, want soms schrijft hij dingen en dan denk je: waar slaat dit nou weer op. Dan moet je echt even nadenken voordat je begrijpt wat hij bedoelt. Op bladzijde 48 bijvoorbeeld beschrijft hij een fietstocht de berg op, en de berg af. Hij vergelijkt die fietstocht bergop met zijn levensjaren van nul tot veertig en met de weg terug symboliseert hij zijn levensjaren van veertig tot een jaar of tachtig (`Daar ga ik voor de tweede helft van mijn leven, pingpongt het vrije beeldrijm; tachtig moet haalbaar zijn´. (….) wie weet rijd ik wel tachtig, de snelheid der zeer sterken´.)



Het boek heeft het volgende motto:



When I see anyone I know coming

on the same side of the street I start

giggling nervously, and as they come into

the picture beat them to it with some

such remark as: `It´s white!´

`What´s white they say, not being

in on the secret.

`My suit, `I say. `I thought I´d put on a white suit.`



(Robert Benchley: My ten years in a Quandary)



Het motto gaat over de paniek van een man die een bekende op straat tegenkomt en dan irrelevante opmerkingen begint te maken



Het interpreteren

Centrale thema



"Veertig" slaat terug op de veertigste verjaardag van de schrijver. De schrijver is zich zeer goed bewust van het ouder worden, wat hij niet altijd even leuk vindt. Elk verhaal vertoont overeenkomsten in de thematiek. De thema´s zijn ten eerste de problemen rond het ouder worden en ten tweede de problemen rond het schrijversschap.

Het eerste verhaal gaat vooral om de geestelijke effecten van het ouder worden. Over het schrijven geeft Van Kooten zijn mening in een brief die hij schrijft aan het blad `HUMO´.

In het tweede verhaal gaat het vooral om de lichamelijke effecten van het ouder worden, Kees krijgt een ontsteking aan zijn prostaat, een veel voorkomende klacht bij mannen van zijn leeftijd.

In het laatste verhaal beschrijft Van Kooten subtiel het ouder worden en de dood. Via zijn verdriet over de dood van zijn hond verduidelijkt hij zijn werkelijke gevoelens over het ouder worden. Het huisdier is als het ware een symbool voor de mens in het geheel. Opmerkelijk is dat Van Kooten hier toch iets beschrijft dat hij eigenlijk niet wilde in zijn boek (zie citaat 3 onder motieven), namelijk de dood. Ik zie ook een gelijkenis met het ouder worden van Van Kooten en het beschrijven van het ouder worden van de hond.

Ik denk dat het motto de onzekerheid over de identiteit van iemand in een midlife-crisis weergeeft. Veel mensen gaan dan, net als in de puberteit weer twijfelen aan wie ze zijn en wat ze met hun leven moeten.



De titel



De titel van het boek vind ik heel geschikt. Voor de uitleg verwijs ik naar het hierboven geschrevene onder het kopje centrale thema. De titels van de hoofdstukken geven aan waar het hoofdstuk over gaat, en het zijn mijns inziens zeer goede titels.



De plaats van handeling



Ik vind de plaatsen waar het verhaal zich afspeelt niet echt veel bijzonders aan het verhaal toevoegen. Het verhaal en de ruimte waarin het speelt zijn realistisch. Wel verzint de schrijver in het tweede verhaal plaatsnamen.



Karakters



De schrijver laat sympathie merken voor de leden van zijn gezin door ze een soort eretitels te geven. Hij laat heel duidelijk zien hoe hij de mensen die hij in het verhaal tegenkomt interpreteert door ze typeren aan de hand van hun achternaam. Bijvoorbeeld mevrouw ´Vrijetijdliefstintrui´.



De vorm



Ik vind het leuk dat de schrijver in drie verschillende verhalen dezelfde twee thema´s duidelijk maakt. De drie verhalen belichten ´waar het om gaat´ als het ware van verschillende kanten. De schrijfstijl staat niet in verband met de personages in het boek.



De morele achtergrond



Het gaat in dit boek niet om de geestelijke of morele achtergrond van de schrijver. Wel is het zo dat zijn blik op de wereld meestal ironisch is.



Literaire achtergrond



Kees (Cornelis Reinier) van Kooten wordt op 10 augustus in 1941 geboren in Den Haag. Op het gymnasium Alpha leert hij Wim de Bie kennen. Na zijn militaire dienst, gaat hij in 1962 in Amsterdam wonen. Hij schrijft reclameteksten en vanaf 1963 werkt hij samen met Wim de Bie. Hun eerste gezamenlijke activiteit is de rubriek Clichémannetjes bij de VARA, voor het radioprogramma 'Uitlaat'. Daarna maakt Van Kooten deel uit van een cabaretgroep. In 1965 verschijnt hij samen met De Bie voor het eerst op de televisie bij de VARA (Hadimassa). Vanaf 1971 verschijnen ze voor de VPRO. In 1972 wordt het Simplistisch Verbond opgericht, waarmee ze worden bekroond met de Nipkowschijf. Bekende televisieprogramma's zijn Keek op de Week en Krasse Knarren. In 1991 speelt hij één van de hoofdrollen in de film Oh Boy!, van Orlow Seunke.



Met zijn literaire werk begint Van Kooten al in 1967. Hij schrijft dan een rubriek voor de Haagse Post. Ook schrijft hij liedjes en cabaretnummers voor cabaretiers als Gerard Cox en Wim Kan. In 1969 debuteert hij in boekvorm met gebundelde columns in Treitertrends.



Andere werken zijn: Koot graaft zich autobio (1979); Veertig (1982); Modermismen (1984); Hedonia (1985); Meer modermismen (1986); Zwemmen met droog haar (1992); Meer dan alle modernismen (1994) en Omnibest (1997), waarin een verzameling staat van zijn eerdere werken



Het beoordelen



De inhoud



De schrijver is erin geslaagd zijn thema door te laten klinken in het verhaal.



De vorm



Ik vind de drie verhalen heel leuk, het is weer eens wat anders dan een lang verhaal. Het leest erg snel omdat elk verhaal weer een nieuw begin is en je aandacht er weer volop bij is. En die komische schrijfstijl van hem af en toe, ik lig echt dubbel!



De achtergrond



De schrijver is er in geslaagd om zijn visie en zijn belevenissen op het gebied van ouder worden, en op het gebied van het schrijverschap aan mij duidelijk te maken. Heel goed zelfs.



Het idee



Dit verhaal heeft niks te maken met bijbelse visies. Wel komen er in het verhaal vloeken voor, en weet ik dat meneer Van Kooten erg kan spotten met God en de bijbel.



Eindoordeel

Een vlot geschreven boekje, met veel humor. Je leest het in één avondje uit. Het lijkt me helemaal een mooi boek voor veertigers die waarschijnlijk de problemen waar Van Kooten mee worstelt zullen herkennen. Als ik het een cijfer zou moeten geven zou ik het een 7,8 geven. Een stukje lager dan het cijfer voor `Zwemmen met droog haar` dus (8,5).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

Misschien heb je een oom, misschien ook niet.

8 jaar geleden