ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Eeden, Frederik van; Van de koele meren des doods 19de druk, Wereldbibliotheek Amsterdam, 1982
Eerste druk: 1900
Motivering van keuze
Voor dit boekverslag wilde ik graag een boek van voor 1900 lezen voor mijn lijst. Hiervoor heb ik dhr. Vermeij om advies gevraagd welk boek geschikt zou zijn. Hij kwam met een aantal opties waaruit ik deze titel gekozen heb. Mijn keuze is hierbij op dit boek gevallen omdat dit verhaal het interessantst leek van de samenvattingen die ik heb gelezen.
Samenvatting
Dit boek gaat over Hedwig Marga de Fontayne, een zeer gevoelige en intelligente vrouw, die haar emoties niet kan of wil koppelen aan de realiteit. Al als zij jong is weet ze het hart van vele mensen te veroveren met haar schoonheid en haar vrome, bescheiden en spontane karakter. Zij is vaak depressief en voelt zich (terecht) onbegrepen door haar omgeving. Ze ontmoet Johan, een jongen die kunstenaar wil worden en hij wordt verliefd op haar. Hedwig lijkt dit niet helemaal te begrijpen en kan hem ook niet duidelijk maken dat de liefde niet wederzijds is; ze vindt het fijn om aardig gevonden te worden en wil graag bevriend zijn met Johan. Johan krijgt hierdoor het idee dat Hedwig wel anders in hem geïnteresseerd is en als hij er na een aantal jaren achterkomt dat dit niet zo is, doordat zij trouwt met Gerard, stuurt hij haar boze brieven en hangt tekeningen op in winkels van Hedwig als kwaadaardige sfinx. Via Johan heeft Hedwig de zieke Joob ontmoet, die haar zijn visie op het leven vertelt en vaak met haar spot om haar pijntjes: volgens hem heeft zij het echte leven nog niet ontdekt.


Vanaf het eerste moment dat Gerard en zij elkaar hadden gezien, hadden zij geweten dat zij bij elkaar hoorden, maar ook deze liefde bleek van misverstanden aan elkaar te hangen. Zij houden veel van elkaar als vrienden, maar Hedwig wil graag kinderen, terwijl Gerard hun relatie puur platonisch wil houden. Dit had psychologische redenen die hij niet verduidelijkt, omdat hij denkt dat Hedwig hem begrijpt. Dan komt Hedwig een oude vriend van haar broer tegen, de ondertussen gevierde pianist Ritsaart. Zij voelt zich sterk tot hem aangetrokken. Ze vertelt Gerard opgewonden over haar vriend. Haar man ziet dat zij na lange tijd weer opgeleefd is en keurt hun vriendschap goed, omdat hij niet weet dat de twee een seksuele relatie opbouwen. Als hij hier toch achterkomt wil hij Ritsaart vermoorden, waarop Hedwig een zelfmoordpoging doet. Ritsaart redt haar leven. Gerard geeft te kennen dat hij Hedwig nooit meer wil zien en zij vertrekt met Ritsaart naar Engeland.
Als zij daar een tijdje woont, blijkt Hedwig in verwachting te zijn. Ze is hier heel verheugd over, maar kort nadat het kind geboren is sterft het. Hedwig raakt in een psychose. Ze stopt het kind als een pop in een tas en verdwijnt. Ze wil naar Holland, omdat ze het kind aan de vader wil laten zien; ze verwart Ritsaart met Gerard. Uiteindelijk belandt ze in Parijs, waar ze eerst bijna beroofd wordt van haar tas en ze vervolgens, omdat ze geen geld meer heeft, gaat werken als prostituee. Ze raakt verslaafd aan morfine en belandt uiteindelijk in een verzorgingshuis. Daar wordt ze het goede pad op geholpen door zuster Paula. Zij doet haar de waarde van het leven inzien en overtuigt haar ervan dat God nog van haar houdt.
Hedwig gaat terug naar Nederland, waar Joob haar bewondert om haar verandering en zij gaat werken als hulp bij boer Harmsen, een vroegere pachter van het land van haar ouders.
Op drieëndertigjarige leeftijd sterft zij aan longontsteking.
Bron: http://www.scholieren.com/boekverslagen/5706
Eerste persoonlijke reactie
Het verhaal vind ik in de eerste plaats schokkend. Ik had geen flauw idee sommige obsessies zo ernstig konden zijn. Het heeft me zeker hierover aan het denken gezet. Ook ben ik gaan nadenken over verschillende manieren om met de dood om te springen. Het lezen over dit onderwerp viel me soms best zwaar omdat ik verschillende punten van herkenning in het boek vond.
Het boek vind ik erg moeilijk te lezen, er komt veel oud taalgebruik in voor (logisch voor een boek uit die tijd) dat het vaak wat lastiger te begrijpen maakt. Ook miste ik de spanning in het verhaal, het leek regelmatig alsof het een beetje stil stond. Daarom ben ik niet zo positief over dit boek.


Flaptekst
Van de koele meren des doods vertelt de levensweg van Hedwig Marga de la Fontayne, een vrouw uit de hogere kringen van de Nederlandse samenleving in de tweede helft van de 19de eeuw. Al als jong kind had zij last van droefgeestigheid. Met de dood van haar moeder verergerden deze buien tot permanente neergeslagenheid en droefgeestigheid die haar de rest van haar leven achtervolgd. Hedwig is zeer vroom, waardoor ze niet altijd begrip op kan brengen voor liefdegevoelens, waarmee ze bovendien geen raad mee weet. Naarmate ze ouder wordt, krijgt ze een steeds grotere hang naar de dood, naar de stille wateren die beloofd worden in Psalm 23.
Haar huwelijk loopt volledig op de klippen en haar droefgeestige, depressieve buien worden steeds heftiger. Een jonge pianist lijkt haar hiervan af te helpen, maar in feite wordt haar geest steeds meer gekrenkt. Haar vroeger zo sterke wil verslapt en ze zakt steeds dieper weg. Ook haar vroomheid verslapt zeer snel, haar enige redding kan een krankzinnigengesticht zijn.
Verhaalanalyse
Personages
Hedwig is de hoofdpersoon van dit verhaal. Ze is van voorname stand en dat is goed af te zien aan haar uiterlijk (bleke huid/voorname gelaatstreken).
Hedwig is een zeer gevoelige en behoorlijk naïeve vrouw. Ze streeft naar innerlijke volmaaktheid en heeft een beeld van alles of niets. Wanneer ze in haar ogen iets fout doet, voelt ze zich direct een slecht mens. Dan verlangt ze naar de dood omdat ze daar verlossing denkt te vinden. Hierdoor probeert ze tweemaal zelfmoord te plegen, dit ziet ze als de enige uitweg.
“En zij dacht aan wat zij gehoord had, dat met dieven en moordenaars werd gedaan. Toen overlegde zij snel en koel, even, en was op eens gereed.
Zij klom op het tafeltje dat tegen den muur stond en bond zich het touw om den hals, hard en streng, zonder gedachten, als hoe zij 't best den knoop zou maken. Toen schopte zij het tafeltje om.” (p.44)
“Maar doodgaan scheen haar altijd nog veel beter, nog veel begeerlijker. Dat zou rust zijn, als die beloofd wordt aan de getrouwen in den psalm, dat zou zijn zachtjens gevoerd worden langs stille wateren, langs groote, koele meren, dat zou troosten zijn, zooals een moeder troost.” (p.132)
Haar hele leven is gekenmerkt door droefgeestigheid. Ze ziet nauwelijks de mooie dingen van het leven. Wat ze vooral ziet is de saaiheid van haar leven, de slechte dingen die ze doet en al het afschuwelijke wat er gebeurt. Ze heeft vaak gebedsmomenten waarin ze God vraagt waarom haar leven zo verschrikkelijk moet zijn. Ook heeft ze momenten van zelfinkeer, dan ziet ze haar slechte daden en vervalt ze verder in haar droefgeestigheid.
“Hedwigs berouw begon bijna onmiddellijk, nadat zij begreep Gerard niet weer te zullen zien en geheel vrij te zijn. Het verliet haar van die stonde niet meer, soms overschitterd door de branding harer hartstocht voor Ritsert, soms verdoofd door weidsch genot en sterke aandoeningen van schoonheid en belangrijkheid, maar soms ook opgedreven tot rusteloos, afmattend wroegen, dag en nacht.” (p.196)
Ook is Hedwig zeer gelovig en vroom. Ze is bang om haar vroomheid te verliezen en is panisch voor lichamelijke liefde. Platonische liefde is voor haar het ideaal, wanneer een man naar lichamelijke liefde neigde, werd ze zeer kwaad.
Luxe ziet Hedwig als een vanzelfsprekend iets en ze op het moment dat ze een tijdje in armoede moet leven kan ze daarom niet goed voor zichzelf zorgen. Dat zorgt ervoor dat ze erg aanhankelijk wordt. Ze raakt verslaafd aan morfine doordat ze dit een kalmerende werking had. In het begin kon ze haar droefgeestigheid hiermee onderdrukken, maar later werden haar buien juist erger omdat ze niet meer zonder kon. Ze bezweek voor verleidingen van mannen en voelde zich steeds slechter.
“[Het + beteekent: dat zij voor de verleiding bezweken is. 4 S. beteekent: vier spuitjes morfine.] … ‘8 Oct. Nog steeds mooi weer. +. O mijn God, hoe kom ik er ooit uit. Gedacht om aan Joob te schrijven. Ik had wijn gedronken om één uur, en dacht maar wat te praten voor gezelligheid en aanspraak, en dan weg te loopen. Maar het ging niet. Ik voel mij wel ellendig, maar niet zoo erg als de vorige maal. Zou ik al verstompen? Maar misschien is 't door 't mooie weer, en door 5 S. die ik van morgen nam, om de hoofdpijn. Besloten niet meer op de boulevards te wandelen.’” (p.229)
Wanneer ze wordt opgenomen in een kliniek kan ze eindelijk gaan afkicken van de morfine. Maar haar gemoedsrust gaat er nog meer op achteruit. Ze ziet in dat ze slecht gehandeld heeft en denk dat God haar verlaten heeft. Een zuster uit de kliniek, Zuster Paula, helpt haar weer op het goede pad door te tonen dat God haar niet verlaten heeft. Ook leert ze Hedwig de zin die het leven heeft. Dit is haar redding, de rest van haar leven is ze gelukkig en leeft ze vrijwel zonder haar droefgeestigheid.
“Haar leven verliep gelijkmatig en stoorloos tot het einde, in kalme helderheid.” (p.264)
De belangrijkste bijpersonen in het verhaal zijn Johan, Gerard, Ritsaart en Joob.
Johan was de jeugdvriend van Hedwig. Ze leken behoorlijk veel op elkaar; ze waren beiden eenzaam, hielden meer van de natuur dan van de stad en hadden allebei al jong met de dood te maken gehad. Johan werd langzaam verliefd op Hedwig, maar deze zag hem enkel als ‘zielsvriendje’. Hierdoor ging Johan steeds meer wrok tegenover Hedwig koesteren en gebruikte zijn artistieke kant om haar te beledigen.
Gerard was de man van Hedwig. Ze had hem ontmoet op een studentenfeest in Leiden. Hij was net als zij gericht op het geestelijke, niet op het lichamelijke. Omdat ze de verplichtingen van een huwelijk niet zien trouwen ze met elkaar. Het huwelijk loopt stuk op de saaiheid die Hedwig bij hem vindt, hij kan haar niet weghouden uit haar droefgeestigheid.
Ritsaart is een beroemde pianist. Hij leert Hedwig kennen in een Hollandse badplaats waar Hedwig komt om te genezen van haar droefgeestigheid. Hij straalt voor haar grote aantrekkingkracht uit en kan haar goed begrijpen. Al snel gaan ze samen ervandoor naar Engeland. Wanneer hij op reis is voor een concert, bevalt Hedwig van een dochtertje dat snel sterft. Ze hem het kind tonen, maar beland in Parijs zonder hem te vinden. Ze heeft hem later niet meer terug gezien.
Joob was een vriend van Johan en Ritsaart, en later ook van Hedwig. Hij was ernstig ziek en lag alle dagen in bed. Zijn gesprekken met Hedwig brachten haar veel verlichting en hoop.
“Denk nou maar verder zelf. Je bent zelf niets, en er is niks aan je verloren. Was je gevangene, dan verliefde je op den cipier. Maar de éénwording moet gelukken, die is belangrijker dan jezelf.’
Hedwig luisterde met wijde oogen. Zij volgde het gesprokene niet zoo nauw en kon het ook niet terstond bevatten. Maar de ongewone toestand en het ongewone spreken roerde haar zoo diep dat zij alles als openbaring aannam. Zij hunkerde altijd zoo naar openbaring. Zij deed niet liever dan er aan gelooven.” (p.177)
Tijd
Het verhaal speelt zich af in het tweede deel van de 19de eeuw, een tijd waarin je stand grote invloed had op je plaats in de maatschappij. Dit aspect speelt een grote rol in het verhaal; het feit dat Hedwig van hoge stand is, zorgt ervoor dat ze een luxe leven kan leiden in het eerste deel van haar leven. Maar ook het vervoer uit die tijd heeft invloed op het verhaal. Omdat het reizen veel tijd kostte en duur was, werden er weinig grote afstanden afgelegd in het verhaal. Wanneer het gemakkelijker zou gaan, zou Hedwig meer op de Merwestee, het buitenverblijf van haar vader, hebben doorgebracht.
Het verhaal is volledig chronologisch geschreven, met een enkele keer een kleine vooruitwijzing waar de lezer nog niet veel van begrijpt en een korte flashback. De verhouding verteltijd - vertelde tijd verschilt sterk. Er zijn perioden in haar leven die in korte tijd verteld worden, bijvoorbeeld haar eerste en laatste levensjaren en periodes tijdens haar jeugd. Maar er zijn ook perioden die uitvoerig beschreven worden omdat deze belangrijk zijn voor haar psychologische ontwikkeling.
De vooruitwijzingen kunnen een verwarrend effect creëren, maar eigenlijk blijft het verhaal, juist door de chronologie, goed te volgen. De flashbacks maken het verhaal gevoelig, het toont dat Hedwig totaal niet ongevoelig is voor het verleden. Tijdens de flashbacks denkt ze terug aan de gelukkige momenten in haar leven. Op deze manier komt ze even uit haar droefgeestigheid, maar uiteindelijk maakt deze het gevoel sterker.
Plaats
Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in Hedwigs geboortestad of in het dorp bij de Merwestee. Er zijn ook passages in Duitsland, Londen, de Engelse en Nederlandse kust en Parijs. Wat vooral van belang is bij de plaats waar het zich afspeelt, is of het stad of platteland is. Hedwigs voelt zich op het platteland, of in de natuur, over het algemeen meer op haar gemak. De natuur heeft dan een positieve invloed op haar. Zo wordt in het boek beschreven dat de zee rustgevend werkt, dit kan haar droefgeestige buien (tijdelijk) verdrijven.
De omstandigheden blijven duidelijk het decor van het verhaal. Ze hebben vanzelfsprekend invloed op het verloop van het verhaal, maar het draait vooral om de geesttoestand van Hedwig.
Perspectief
Het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller, deze weet al hoe Hedwigs leven verlopen is. Dit zorgt voor een nuchtere kijk op het verhaal en een behoorlijk objectieve weergave van de psychoses van Hedwig. Toch kan het een onbetrouwbaar beeld tonen aan de lezer. De omstandigheden worden enkel weergegeven via het standpunt van Hedwig, niet door andere betrokkenen. Dit zorgt ervoor dat er veel gevoelens door het beeld gemengd zijn en dat deze hierdoor vervormd kan zijn.
Stijl
Frederik van Eeden gebruikt een plechtige schrijfstijl, die veel verouderde woorden bevat. Dit komt omdat Van de koele meren des doods geschreven is in het Oudnederlands. Zo is een veel gebruikte uitdrukking in het verhaal “een weinig” i.p.v. “een beetje”; dit kan tijdens het lezen verwarrend zijn.
“Toch was zij in genen dele een droefgeestig kind, maar spraakzaam en meestal blijde, geneigd tot bezigheid, schrander en onuitputtelijk in 't vinden van middelen tot spel en vermaak, zelden vermoeid en niet meer dan anderen stuurs of balorig.” (p.10)
Maar in sommige gesprekken bootst hij spreektaal uit die tijd na, vooral als Hedwig praat met personen van lagere stand.
“En hoor me nu wel, vrouwke, wie 't zijn, dat scheelt zooveel niet. We zijn geen van alle zoo bizonder of zooveel meer dan de rest. Uit de verte gezien lijken we allemaal op elkaar als kraaien of mieren. De verschillen zitten buiten op en beduijen niet veel.” (p.177)
“Hiob's vrinde waren zukke lammelingen, die wouën Jaweh niet beleedigen en zeien: ‘Je hebt stellig kwaad gedaan, Job, dat mot wel.” (p.190)
Ook bevat het verhaal zinnen waarin veel informatie verwerkt is. Deze zinnen moeten een aantal keer opnieuw gelezen worden voordat de lezer ze écht begrijpt. Dat maakt het lezen regelmatig lastig en moeizaam.
Thematiek
Het hoofdthema van het verhaal is droefgeestigheid. Hedwig kampt hier haar hele leven mee. Telkens weer vervalt ze in dezelfde soort stemming en acht zichzelf een slecht mens. Het verlangen naar de dood komt voort uit deze droefgeestigheid. Bovendien overlijden verschillende mensen in haar leven; haar moeder, het zusje van Johan, Johan, haar dochtertje, later ook Joob en zelf sterft ze zeer jong. Dit is daarom het belangrijkste motief uit het verhaal.
De titel “Van de koele meren des doods” komt uit een aantal dingen voort. “des doods” is afkomstig van Hedwigs verlangen naar de dood. “de koele meren” verwijst naar de stille wateren uit Psalm 23. Hier is de verlossing en de rust die Hedwig haar hele leven zoekt. Bovendien heeft water een grote aantrekkingskracht op haar. Het meer bij de Merwestee en de zee hebben een rustgevende werking op haar.
Frederik van Eeden laat licht doorschemeren dat hij droefgeestigheid iets vindt wat verdreven moet worden. Hij brengt in zijn verhaal vele sterke argumenten naar voren om te tonen dat dit niet juist is. Ook het verlangen naar de dood wordt door hem afgekeurd.
Het genre van dit boek is psychologische roman, het draait in het verhaal om de ontwikkeling van Hedwigs geest en haar psychoses. Bovendien was Frederik van Eeden een psychiater, hij was op dit gebied gespecialiseerd. Dit feit bevestigt het genre nogmaals.
Conclusie
Voor ik aan het boek begon had ik verwacht dat het veel meer spanning zou bevatten dan het werkelijk doet. Ook had ik niet verwacht dat ik er zo moeilijk doorheen zou komen. Dat het zulke depressieve passages zou hebben, had ik wel verwacht. Toch wil ik liever geen boek meer lezen over dit onderwerp. Het maakt niet bepaald vrolijk. De schrijfstijl van Frederik van Eeden is heel mooi, maar moeilijk te lezen, terwijl dat iets is wat ik heel belangrijk vind van verhalen. Daarom lees ik ook liever geen boek meer van hem.
Verwerkingsopdracht

B1 Eigen ervaringen
Deze verwerkingsopdracht heb ik gekozen omdat veel dingen in het boek me aan mijn moeder deden denken.
“Eindelijk kwam ook haar vader en hij zag zeer oud en wit. Toen vroeg Hedwig dringend waar moeder toch was. En vader keek lang op zijn handen die vastgeklemd waren en zei toen wat schor: ‘Die is - bij God.’
Hedwig hoorde dit heel aandachtig, overwoog met rustige, heldere oogen en fluisterde het voor zichzelf na ‘bij God.’ Dat was een groot en mooi bericht, dacht zij. Een verbazende en heuchelijke gebeurtenis die glans bracht over 't gansche huis en gezin.” (p.28)
In deze passage herken ik het gevoel dat haar vader heeft om Hedwig te moeten vertellen dat haar moeder overleden is. Na het overlijden van mijn eigen moeder heb ik het heel moeilijk gevonden om dat aan anderen te vertellen. Maar Hedwig ziet de ernst er niet van in dat haar moeder overleden is en ziet het als iets moois dat ze naar God is gegaan. Dat begrijp ik niet aan haar reactie, zelf heb ik tegenovergesteld gereageerd.
“In hare moeder had zij al wat een liefdevol en gevoelig kind in die wachten kan. Het groote, veilige thuisgevoel, de altijd goede en betrouwbare zachtheid, de vaste, rustige steun, de verwezenlijking van de schoone, statige en deugdzame mensch.” (p.11)
“De liefde tot haar moeder was inderdaad dieper en machtiger, maar als een ding dat één was met haar wezen, te groot en te eigen om beseft te worden. Totdat de scheiding het beseffen deed.”
Dit doet mij denken aan de mijn eigen moeder. Vroeger zag ik niet volledig in wat ze voor me betekende, maar de laatste tijd van haar leven en erna heeft het me doen beseffen. Wat ik hierin vooral herkende is dat je sommige dingen pas ziet als je ze moet missen. Dat was hetzelfde als Hedwig zag door de dood van haar moeder.
“Toen kwam voor kort een illuzie dat alles was als vroeger. En dat was haar goed, als werd een groote zonde vergeven. Was het dan vroeger zonder droefheid? Neen, maar nu zou het zoo mooi zijn als vroeger en zonder droefheid.” (p.46)
Toen ik laatst bij mijn opa en oma was, had ik even het gevoel dat het weer was zoals toen ik klein was. Dus zonder de problemen die de afgelopen tijd aan het bod gekomen zijn.
“Toen begroeven zij haar, in een grooten stoet, op 't kale kerkhofje, waar ook 't lijk van haar moeder lag en van haar vrindje Johan.” (p.264)
Bij de begrafenis van mijn moeder waren er ook veel mensen aanwezig. Op de begraafplaats ligt ook een van haar beste vrienden begraven, daarom leek het alsof het een beetje over haar ging.
Evaluatie
Het lezen van het boek heb ik niet als plezierig ervaren. Ik vond het moeilijk te lezen en veel dingen grepen me emotioneel erg aan. Dat was niet altijd even prettig om te merken. Ik heb ervan geleerd hoe je juist níet met de dood om moet gaan en wat daar de gevolgen van kunnen zijn. Maar het heeft me ook inzicht gegeven in hoe ver psychoses kunnen gaan, ik wist er voor het lezen nog bijna niets vanaf.
Aan het maken van het verslag begon ik zoals altijd wat te laat. Het kostte me moeite om mijn boek op tijd uit te lezen en me er toe te zetten om te beginnen aan het verslag. Maar de tijdsdruk zorgt er wel voor dat ik goed door werk en me niet laat afleiden tijdens het maken. Toch blijft het een vervelend werkje, dus plezierig vond ik het zeker niet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.