Gebruikte editie

Eerste druk: November 2005

Gebruikte druk: 3e

Aantal bladzijden: 247

Uitgever: Uitgevers 521, Amsterdam



Gegevens voorkant

Op de voorkant is een afbeelding te zien van het supportersvak 127 in de Amsterdam Arena.

Met roodwitte letters wordt de titel aangegeven.



Genre

‘Vak 127’ is een roman over voetbalsupporters. Het werd gekozen tot het beste sportboek van 2005 (Publieksprijs.) Toch is het geen echt voetbalboek over voetbalwedstrijden: het gaat voornamelijk over het gedrag van de hoofdpersoon in relatie tot het voetbal en de onderlinge relaties tussen de vier voetbalvrienden: Daan, J.J. , Neus en Meijer.



Geschikt voor

“Vak 127”won in 2005 de prijs voor het beste sportboek en vooral voetballiefhebbers in het algemeen en die van Ajax in het bijzonder zullen het boek wel leuk vinden om te lezen. Maar er komt eigenlijk geen wedstrijdverslag aan te pas. Het is meer een boek over hoe voetbalsupporters zich gedragen, over de absurde combiregeling van de overheid maar nog meer over vriendschap (zie hieronder het thema). De structuur van de roman is niet moeilijk, want de flashbacks die in het boek zitten, zijn met jaartallen in de titel aangegeven. Dat kan iedereen dus heel gemakkelijk herkennen. De stijl van de schrijver is heel realistisch: het woordgebruik van de gemiddelde voetbalsupporter is letterlijk in de mond van de vrienden gelegd en ook over seks en drank doet de schrijver niet moeilijk. Hij noemt alles meteen bij de naam. Het boek kan daarom wel aantrekkelijk zijn voor eindexamenkandidaten van het vmbo, die misschien niet al te veel interesse in moeilijke literatuur hebben. Ook op een havo-lijst zou de roman nog wel geplaatst kunnen worden. Voor vwo-kandidaten voorzie ik echter problemen wanneer ze “Vak 127” op hun literatuurlijst willen plaatsen.Daarvoor is het leven van de voetbalsupporters m.i. toch te oppervlakkig. Voor vmbo-lijsten zou ik de waardering van 2 punten willen toekennen, voor havo-lijsten 1 pt.







De flaptekst

VAK 127 is een voetbalboek zonder voetbal. Een rauwe vertelling vol combi’s, stalen looptunnels en supportershumor, maar vooral over onvoorwaardelijke clubliefde, jongensvriendschap en de angst dat alles anders wordt.



Na een lange zomer ‘onthouding’ zijn Daan, Meijer, Neus en J.J. klaar voor een nieuw voetbalseizoen. Hun vriendschap speelt zich af in het spoor van Ajax, hun gedeelde liefde. Hun dierbaarste herinneringen zijn als films in rood en wit, gedrenkt in wedstrijdspanning, humor en alcohol, met de tribune, stadspleinen in Europese steden, kroegen, supportersbussen en heel af en toe een politiecel als decor.



Maar hoe belangrijk blijft clubliefde wanneer een jongensleven een mannenleven wordt, de roep om volwassen te worden steeds dwingender gaat klinken en de verantwoordelijkheden zich even onverbiddelijk aandienen als de nederlagen van Ajax? En welke plaats neemt vriendschap dan nog in?




Motto en opdracht

Er is geen opdracht.

Het motto luidt:

“ You’re the outcast,

You ‘re the underclass

But you don’t care

Because you ‘re living fast “


( Oasis : “Bring it on down”-1994)



Structuur en verhaalopbouw

Er zijn 17 normale, en getitelde hoofdstukken. De hoofdstukken in het heden (juli 2004 tot en met mei 2005) hebben een titel waarin de naam van een wedstrijd wordt genoemd ( Feyenoord thuis, Den Bosch uit, Groningen thuis etc.)

De hoofdstukken die over het verleden gaan hebben de titel van een jaartal:1984, 1995, 1996, 1997, 2000 .



Er zijn twee passages in de tekst die een toptien notering vermelden: de tien slechtste aankopen van Ajax en de tien smadelijkste nederlagen van de afgelopen jaren. Er zijn ook nog enkele passages die de weergave zijn van een sms-gesprek en e-mailconversatie o.a. naar aanleiding van de loting voor de Champions League.

Er is dus in feite sprake van en niet-chronologische vertelwijze, omdat een aantal hoofdstukken de chronologische volgorde van het heden doorbreken.



Perspectief

De gebeurtenissen worden verteld vanuit het standpunt van de 30-jarige Ajax-supporter Daan. Hij vertelt in de o.t.t waar het de hoofdstukken betreft die over het heden gaan.

Hij vertelt in de o.v.t. waar het de hoofdstukken betreft die met een jaartal worden aangegeven en dus over het Ajax-verleden gaan.



Titelverklaring

De titel van het boek is eenvoudig te verklaren omdat Vak 127 de aanduiding is van het vak waarin de trouwste Ajax-supporters in de Arena plaatsnemen.



Tijd en decor

Het heden van de roman speelt zich af tussen het begin van het officiële voetbaljaar voor Ajax ( Amsterdam Tournament 2004) en de laatste competitiewedstrijd in mei 2005. Daarnaast worden er in een aantal hoofdstukken flashbacks verteld. Die lopen van 1984 tot 2000.



Het decor is voornamelijk de Amsterdamse Ajax-scene: bij de thuiswedstrijden is dat duidelijk in vak 127 en de hoofdpersonen reizen ook vaak mee naar de uitwedstrijden in competitieverband en in Europees verband.

.

Thematiek en symboliek

Het boek geeft eigenlijk een indruk van de manier waarop de fanatiekste Ajax-supporters met hun club omgaan. Het is een voetbalboek zonder voetbal, want het gaat vooral over het gedrag van de supporters en de vier vrienden die in het boek worden gevolgd. In de recensies wordt de vergelijking gemaakt met de Titaantjes van Nescio: vrienden voor het leven die van jongeling volwassen worden, wat gevolgen heeft voor de vriendschap. De vier vrienden die elkaar via het voetballen bij Ajax hebben leren kennen, gaan voor elkaar door het vuur. Dat blijkt bijvoorbeeld duidelijk uit het laatste hoofdstuk, waarin één van de vier vrienden die het verst is in zijn maatschappelijke ontwikkeling vader wordt. Ze verlaten tijdens de wedstrijd vak 127 om hem in het ziekenhuis moreel bij te staan bij de geboorte van zijn eerste kind.

Verder geeft het boek een realistisch beeld van voetbalsupporters: onvoorwaardelijk achter de club staan, kankeren op slechte prestaties en bestuur, veel drinken en seks.

Een ander belangrijk motief is dat van de vriendschap. J.J. en Daan kennen elkaar al van de middelbare school: ze hebben veel dingen samen gedaan: op vakantie geweest in Salou, de finale van de C.L. samen gevierd en elkaar daarna beloofd altijd naar het voetballen te blijven gaan. Daan had J.J. graag voor zijn overspel willen behoeden, maar de vriendschap blijkt toch wel sterk te zijn, want Daan laat de laatste voetbalwedstrijd voor wat die is om J..J. moreel bij te staan bij de bevalling. Het is daarom toch echte vriendschap zoals heel duidelijk uit de laatste pagina blijkt.



De stijl van de schrijver

Menno Pot windt er met zijn stijl geen doekjes om. Het taalgebruik van de voetbalsupporters komt heel duidelijk terug in het woordgebruik van Daan.

Geen geweldige tent, dat Cine Café, maar er werken tenminste wel een paar lekkere wijven. “(blz. 14)

“Maarten. Roomse ouders,hè. Vandaar dat ik zo’n schijnheilige teringlijer ben geworden.”

(blz. 16)

“Bovendien worden we allemaal kotsmisselijk van het zooitje Paralympics-deelnemers, dat zich tegenwoordig voor het eerste elftal van Ajax mag uitgeven, dus een legitieme smoes aangereikt krijgen om een thuiswedstrijd over te slaan, voelt in dit soort tijden zo ongeveer als een onverwachte snipperdag. “(blz. 84)


Dat taalgebruik maakt het lezen van de roman dus niet heel erg moeilijk. Maar iemand die geen ruw taalgebruik wenst te lezen, moet niet aan dit boek beginnen.



Samenvatting van de inhoud

Er zijn twee verhaallijnen: de rode draad is het voetbalseizoen 2004-2005. Er zijn ook diverse hoofdstukken die de chronologische volgorde doorbreken: het eerste bezoek van Daan aan De Meer, de Champions League winst van Ajax.



De lijn van het heden

Het voetbalseizoen 2004-2005 staat op het punt te beginnen. De vier vrienden Daan , Neus (bijnaam voor een Ajax-supporters) J.J.(Joost) en Meijer bezoeken het Amsterdam Tournament. Ze hebben zich in de afgelopen weken verveeld en ze zijn blij dat ze weer elke week naar Ajax kunnen. De prestaties tijdens het toernooi doen er niet zo veel toe: de topclubs die er spelen, zijn nauwelijks in training, maar voor Ajax is het altijd de start van het seizoen. De vier vrienden zitten in vak 127. Ongeschreven regel is dat je daar kunt gaan zitten waar je wilt. Besproken plaatsen tellen daar niet. Een Tukker weet blijkbaar niet dat die regel geldt en eist zijn plaats op: het vervolg geeft mooi aan hoe op vak 127 op dit soort zaken wordt gereageerd. De Tukker druipt tenslotte maar af.

In het daaropvolgende hoofdstuk wordt verteld over de eerste uitwedstrijd tegen FC Twente. De combiregeling waaraan de Ajax-supporters onderworpen zijn, wordt beschreven. ’s Morgens vroeg word je al bij de Arena in de trein gezet en daarna ga je meteen naar het vijandige stadion. In het stadion zingen de supporters nog steeds hatelijke liedjes over de tegenpartij o.a. over de vuurwerkramp.

In de volgende passage wordt er door de vrienden via de computer gecommuniceerd over de loting van de Champions League. Ajax wordt ingedeeld bij Juventus, Bayern München en Maccabi Tel Aviv. De vrienden boeken meteen via internet een vlucht om de uitwedstrijden bij te wonen. Alleen naar Israël gaan ze niet vanwege de hoge kosten,



In een volgend hoofdstuk gaan de vrienden naar München. Ze brengen voor de wedstrijd nog een bezoek aan een Duits café en alles is erg gezellig, maar de wedstrijd zelf wordt een drama: Bayern rolt onder leiding van Makaay de Amsterdammers op. Het wordt ook pijnlijk duidelijk dat Ajax Ibrahimovic mist. Hij is vlak voor het sluiten van de transfermarkt aan Juventus verkocht. J.J. doet ook een schokkende mededeling: zijn vrouw Liesbeth is zwanger en dat is voor de drie vrienden een grote verrassing. Omdat J.J. ook van baan veranderd is en veel energie in die baan stopt, kan hij bovendien niet meer zo vaak met de vrienden mee.



Het seizoen verloopt slecht voor Ajax. Zo verliezen ze o.a. de thuiswedstrijd tegen Heerenveen. Het is oktober en J.J. heeft het laten afweten: hij heeft geen tijd om naar Ajax te gaan en vooral Daan is daarin erg teleurgesteld. Hij heeft ook de pest in omdat ze verloren hebben, maar gelukkig stelt zijn vriendin Sasja nooit vragen over de voetbal. Ze is een ideale voetbalvrouw. Als hij thuiskomst, ligt ze bovendien al te slapen. In het volgende hoofdstuk is PSV de tegenstander. Sarcastisch beschrijft Daan de combiregeling: ze staan minuten in de stromende regen bij een lege trein te wachten, omdat de ME geen zin heeft hen binnen te laten. Bovendien is PSV opnieuw te sterk. Daan heeft besloten niet mee te gaan naar Israël, want de prijs voor een vlucht is te hoog. Dat is maar goed ook, want Ajax bakt er helemaal niets van in Israël . Ze verliezen van de kleine club en de vrienden vinden dat ze voor heel Europa voor gek staan. Bovendien geeft J.J. aan dat hij niet mee kan gaan naar Juventus uit, omdat hij voor zijn werk niet wegkan. Daan voelt zich daardoor zelfs een beetje verraden. J.J. kent hij al heel lang: ze jatten vroeger zelfs samen voetbalplaatjes. Ook de wedstrijd bij Juventus wordt een fiasco. Bovendien is Daan tegen de zin van zijn werkgever toch naar het voetballen gegaan en daarom krijgt hij bij terugkomst de zak. Hij voelt zich zo langzamerhand een echte loser en dat woord gebruikte hij onlangs juist tegen J.J. die maatschappelijk gezien wel het een en ander heeft bereikt.



Bij een van de volgende thuiswedstrijden van Ajax tegen Den Bosch neemt De Neus een meisje mee dat hij versierd heeft en waarmee hij de nacht heeft doorgebracht met veel seks. Het is wel een blonde stoot en wanneer hij met die meid het vak 127 opkomt, zingt het hele vak “We willen seks met die blonde “. Het meisje Wendy schrikt er wel van , maar dat doet ze ook van de reacties van Neus, wanneer het Ajax niet voor de wind gaat. Hij schopt tegen een stoeltje. De vrienden gaan altijd na afloop nog wat drinken in de stad, maar Neus zegt dat hij met Wendy naar de bioscoop gaat. Wanneer Meijer en Daan in het stamkroegje zitten, belt Neus op dat hij eraan komt. Hij heeft Wendy meteen weer aan de kant gezet.

Wanneer ze later naar Roda uitgaan, besluiten ze een weekendje in Maastricht te blijven. Ze krijgen in een kroeg weer contact met Limburgse vrouwen en J.J. (die deze keer wel is meegegaan) gaat vreemd met een Limburgse vrouw. Daan had hem daarvoor willen behoeden, maar J.J. was al vertrokken naar haar huis. Ze weten precies hoe het afloopt, want de volgende dag wordt J.J. altijd overmand door een schuldgevoel. Dat is nu ook het geval. De vrienden vinden het stom wat hij heeft gedaan: Liesbeth zit zwanger thuis. Ze beloven wel dat ze er thuis niets over zullen zeggen.

Op 20 maart 2005 speelt Ajax tegen PSV thuis: het wordt een afslachting: 0-4 en ze hebben er allemaal flink de pest over in. Een dag later spelen de jeugdelftallen van de beide clubs ook tegen elkaar. De vrienden praten met elkaar over de nederlaag van de dag ervoor. J.J. heeft alles gemist, want hij is babyspullen gaan kopen met Liesbeth. Hij gaat nog steeds gebukt onder een schuldgevoel.



De wedstrijd op 23 april tegen Feyenoord wordt voor de Ajax-supporters een drama. Dat heeft niets te maken met de uitslag van de partij, want Ajax wint, maar de treinen waarmee de supporters worden vervoerd, bereiken die middag nooit De Kuip. Het is opnieuw een aanklacht tegen het systeem van de combiregeling. Honderden supporters worden urenlang in de treinen vastgehouden. De laatste wedstrijd is tegen Groningen thuis en dat wordt zoals gebruikelijk de saaiste wedstrijd van het seizoen, want alles is immers al beslist. Ajax is na PSV tweede geworden. Dan hoort J.J. dat zijn vrouw Liesbeth op het punt staat te bevallen. Hij gaat direct weg. Maar ook Daan, Neus en Meijer hebben het na rust niet meer naar hun zin. Ze gaan nar het ziekenhuis waar de bevalling zal plaatsvinden. In de Ajax-store hebben ze nog een heel klein voetbalstelletje van Ajax gekocht. Het duurt nog enige tijd, maar dan komt J.J. vertellen dat hij een zoon (Tim) heeft. De vrienden mogen het nieuwe Ajaxlid meteen zien. Wanneer ze weer naar buiten lopen, bedankt J.J. Daan in het bijzonder dat hij naar het ziekenhuis is gekomen. Daarna gaat J.J. terug om zijn eerste biertje met zijn zoon te drinken. Daan gaat naar huis. Het seizoen is voorbij.



De hoofdstukken die het verleden betreffen:

Het derde hoofdstuk heet “1984”en daarin beschrijft de 9-jarige Daan het bezoek aan de eerste wedstrijd van Ajax in De Meer. Hij was erg onder de indruk van het stadion en de supporters en daar was dan ook zijn liefde voor de club geboren. Daan mocht met zijn oom mee en hij was erg verguld met het feit dat hij Ajax in het echt had zien voetballen.



Een volgend hoofdstuk heet ‘1993’ en daarin wordt het avontuur van Daan en J.J. beschreven in Salou. Ze zijn geslaagd voor het vwo, 18 jaar en op vakantie in Spanje. Ze hebben vanuit hun appartement een jodenvlag opgehangen. Dat is niet naar de zin van Feyenoord-supporters die ze later in een discotheek tegenkomen. Dat belooft een partijtje matten te worden. Ze zijn flink in de minderheid, maar met hulp van andere Ajax-supporters kunnen ze de dans ontspringen. Ze houden zich daarna een tijdje rustig en ze praten over het aantal meisjes dat ze “gescoord” hebben.



In het hoofdstuk ‘1995’ wordt de gehele dag van Daan met zijn vrienden beschreven, waarop Ajax de finale van de Champions League ten AC Milan speelt. Hij wordt ’s ochtends vroeg wakker, kan niet slapen en gaat al snel naar zijn vriend J.J. toe. Ze beginnen ook al heel vroeg aan het bier en zijn ’s avonds voordat de wedstrijd begint al heel erg dronken. Maar alle vrienden en kennissen komen kijken in het luxe appartement van J.J. De echte wedstrijdkaarten zijn naar de bobo’s gegaan en zij moeten het doen met de televisie-uitzending. Als Patrick Kluivert de 1-0 scoort, wordt Daan bijkans gek. Daarna gaan ze natuurlijk de stad in en op die avond beloven Daan en J.J. elkaar hun leven lang de wedstrijden van Ajax te bezoeken. Het is zo’n belofte van jonge vrienden onder elkaar.



In 1997 beschrijft Daan een reis naar Engeland voor de competitie. Ajax speelt tegen Everton en na afloop van de wedstrijd volgen ze enkele Engelse meisjes naar een pub. Die zijn wel van hen gecharmeerd en Daan gaat met een van de meisjes op klaarlichte dag mee naar haar woning, waar ze heel veel seksplezier hebben. Laat op de avond gaat hij naar het hotelletje waar zijn vrienden verblijven.



De laatste flashback is uit “2000” wanneer Ajax ook een heel slecht seizoen draait. De supporters komen tegen het bestuur in opstand, maar Daan denkt dat het allemaal uit de hand zal lopen en ze doen niet mee aan de relletjes.



Recensies

Pot gebruikt het voetbal als decor om een verhaal te vertellen dat we in Nederland al heel lang kennen. Dat van de Titaantjes namelijk, de aardige jongens van Nescio. Ik vind Vak 127 overigens wel veel leuker dan Titaantjes (...) Vak 127 is geschreven in de snelle taal van het opgefokte supportersvak. De humor is ook de humor van de lads van de voetbaltribune. Rauw, seksistisch en genadeloos, maar daarom niet minder leuk."

- Bert Wagendorp, de Volkskrant.



"Ben halverwege de binnenkort te verschijnen roman van Menno Pot, popjournalist van de Volkskrant. Zijn boek, Vak 127, gaat over de liefde voor een voetbalclub (Ajax) en de vriendschap tussen (grote) jongens die daarmee gepaard gaat. Het is helder opgeschreven, voor échte supporters van elke club aangenaam herkenbaar […] Ik vlucht in Vak 127, waarin de liefde voor de voetbalclub prachtig en krachtig wordt beleefd."

- Hugo Borst, Algemeen Dagblad.



"En ja, u kunt weer de gang maken naar de boekwinkel. Vanaf vandaag ligt daar namelijk de debuutroman van Menno Pot, Vak 127, die belangrijke thema's uit het Leven van de Man aansnijdt. Wij noemen: de onvoorwaardelijke liefde voor een voetbalclub en levenslange vriendschappen. het boek, geschreven in een vlotte, aanstekelijke stijl, draait om vier personages die elkaar wekelijks treffen op de Ajax-tribune en deze ontmoetingen vormen de basis voor hun vriendschap. Ook al is voetbal de rode draad, het boek gaat over meer dan dat: we ontkomen blijkbaar niet aan een volwassen leven, maar eigenlijk worden we toch het gelukkigst van onbekommerd loltrappen met onze vrienden. En waarom doen we dat dan niet?"

- Marvin Jacobs, Nieuwe Revu.





Over de schrijver

Informatie: website auteur: www.mennopot.com

Pot (1975) is journalist en auteur en sinds 1983 hopeloos verslingerd aan popmuziek en Ajax.



Hij studeerde Culturele Studies aan de Universiteit van Amsterdam in de jaren dat Ajax de vloer aanveegde met elke tegenstander die ze tegenkwamen. Het waren mooie tijden met veel uitwedstrijden en bier. Desondanks maakte Menno op de één of andere manier zijn studie af. Daar had hij overigens weinig aan, want in 1997 besloot hij dat hij popjournalist wilde worden en daar heb je helemaal geen opleiding voor nodig.



Popjournalist... hoe verzin je het? Welnu, dat kwam zo: in 1997 maakte hij tijdens zijn stage bij de Amsterdamse nieuwszender AT5 een aandoenlijk krakkemikkig filmpje over de reünietournee van Mokums heftigste beatband uit de sixties, The Outsiders. Ongeveer in diezelfde tijd begon hij cd-besprekingen, live-recensies en interviews te schrijven voor het alternatieve rocktijdschrift Watt, dat een jaar later hopeloos failliet ging. Menno beweert tot op de dag van vandaag dat dat niets met zijn stukken te maken had.



Niet getreurd: voor hij het wist, mocht Menno zijn activiteiten voortzetten bij het periodiek de Volkskrant. Zijn eerste live-recensie verscheen op 11 november 1998. Inmiddels zijn we ruim zeven jaar en een stuk of achthonderd Volkskrant-publicaties over popmuziek verder.



Over zijn andere jongetjeshobby (Ajax) schreef hij tot voor kort eigenlijk maar heel weinig. Sinds 1999 vergooit hij weliswaar veel kostbare tijd als 'editor' van de Amerikaanse Ajax-fansite Ajax USA (wedstrijdverslagen, nieuws en meer van dat soort onzin), maar dat is allemaal voor de lol en bovendien in het Engels, dus dat schiet niet op. Professionéél (en in het Nederlands) schrijven over zijn liefde voor Ajax deed hij slechts drie keer (één keer voor Nieuwe Revu en twee keer voor de Volkskrant), tot hij in de herfst van 2004 besloot Vak 127 te schrijven, zijn debuutroman over Ajax, supportersleed, supporterslol, maar vooral over jongensvriendschap en volwassen worden of je wilt of niet. Het boek verscheen in november 2005 bij Uitgeverij 521.



De mediareacties waren talrijk en erg enthousiast, Menno werd geïnterviewd in tv-programma's als Goedemorgen Nederland, FC Godenzonen en Café de Sport en in radioprogramma's als Spijkers Met Koppen en Radio 1 Journaal. De Volkskrant plaatste een paginagrote voorpublicatie, Menno mocht komen voorlezen op het Crossing Border-festival en (in het kader van de Boekenweek 2006) op Het Voorwoord in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. FC Godenzonen, de Ajax-talkshow op de Amsterdamse zender AT5, lijfde hem bovendien in als 'Ajax-watcher', 'huisanalist', of hoe je het ook noemen wilt, zo iemand die eens in de paar weken in het programma komt doen of hij er verstand van heeft. Als klap op de vuurpijl won Vak 127 de Nico Scheepmaker Publieksprijs, voor het 'Beste Sportboek van 2005'.






Bibliografie

“Vak 127”is de debuutroman van Menno Pot.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.