ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

Plaats: Amsterdam

Jaar: 1997

Eerste druk: (1975) 199716

ISBN: 90-234-2495-6

Aantal blz.: 156

Motto: …weer doorsidderde mijn hart

Eros, zoals de wind op de bergen valt.



SAPPHO



Samenvatting

Toen Laura tien jaar oud was, was ze een keer van huis weggelopen. Toen ze na een paar uur vermoeid weer thuis kwam, had haar moeder hier niks van gemerkt. Met haar moeder had ze toen ze klein was al niet zo’n goede band. Met haar vader wel. Hij leerde haar dingen zoals hoe ze aan de stand van de zon kon zien waar het noorden en zuiden was, en met hem kon ze erg lachen. (blz. 10 t/m 13 en 19)

Op een dag kwam de toen 35- jarige Laura van de bakker af, toen ze een meisje aan de overkant zag staan. Laura voelde zich meteen op een onverklaarbare wijze aangetrokken tot haar. Ze ging naar haar toe, en maakte een praatje met haar. Laura stelde haar de vragen, en het meisje gaf steeds geduldig antwoord zonder zelf iets te vragen. Ze vroeg of het meisje met haar mee naar huis wou gaan, en dat deed ze. Dit meisje was Sylvia, een 20- jarige vrouw geboren in Petten. Ze gingen diezelfde avond al met elkaar naar bed. Dit was de eerste lesbische relatie van Laura. ‘s Avonds knipte Sylvia Laura’ s haar, want ze werkte in een kapsalon. Toen ze hiermee klaar was vroeg Laura of ze bij haar wilde komen wonen, en Sylvia stemde gelijk toe. Die avond bedachten ze een plan, om voor Sylvia’s ouders te verbergen dat ze een verhouding had met een vrouw, want dit zouden haar ouders nooit accepteren, omdat ze nogal ouderwets dachten. Daarom bedachten ze ‘Thomas’. Hij zou de zoon van Laura zijn, met wie Sylvia een verhouding had, en ze zouden bij zijn moeder Laura inwonen. Dit vertelde Sylvia dus ook aan haar ouders, en dit geloofden ze.



De eerste weken bleven ze altijd samen thuis, want ze hadden genoeg aan elkaar. Op een dag stelde Sylvia voor om naar de dierentuin te gaan, om foto’s te gaan maken. Daar ging Sylvia met een onbekende jongen op de foto, gewoon voor de gein.

Later gingen ze ook samen naar concerten, cabaret of naar de bioscoop. Nu wisten de meesten wel van de verhouding van de twee vrouwen. Dit was toen nog een groot taboe, zodat Laura’ s vrienden en kennissen niks meer van zich lieten horen. Dit vond Laura niet erg, want ze had genoeg aan Sylvia. (blz. 21 t/ m 36)

Op een dag belde de ex- man van Laura haar op, en had het nieuws ook al gehoord, dat ze een relatie had met een jonge vrouw. Hij liet merken dat hij het niet zo leuk vond, want zo zou zijn imago verder dalen. Laura werd boos, en legde de hoorn neer. (blz. 37 t/ m 39)

Nadat Laura en Sylvia voor elkaar 2 Turkse ringen hadden gekocht, stond ineens mevrouw Nithart voor de deur, de moeder van Sylvia. Ze schrokken hiervan, want ze wilde Thomas zien. Sylvia voerde een toneelstukje op en zei dat hij naar een vergadering was, en liet haar moeder merken dat ze niet veel tijd had. D’r moeder vroeg toen een foto van Thomas, en Laura schrok, maar Sylvia had het al helemaal uitgedacht, leek het, en gaf haar de foto die gemaakt was in de dierentuin met die onbekende jongen. Hier nam haar moeder genoegen mee en vertrok weer. ( blz. 40 t/ m 45)

Toen ze ongeveer vier maanden bij elkaar waren, in mei, gingen ze samen naar Nice toe, Laura’ s moeder opzoeken, die daar in een verplegingstehuis woonde. Maar Sylvia mocht niet mee naar moeder, wel mee naar Nice, want haar moeder zou het niet kunnen begrijpen. Ze kregen hier ruzie over in het vliegtuig, maar dit was snel weer opgelost. Sylvia zou ergens anders heen gaan als Laura bij haar moeder was. Toen Laura net een half uurtje bij haar moeder in het park zat, kwam Sylvia ineens aanlopen. Laura schrok hiervan, en deed alsof ze elkaar daar toevallig troffen. Maar Laura’s moeder had het door, en begon Sylvia te slaan te haar stok. Laura begon te huilen, en trok Sylvia weg van haar moeder. Sylvia vond dat ze terug moest gaan naar haar moeder om het uit te praten, maar dat vertikte ze. (blz. 48 t/ m 59)

Op een zondag ochtend lagen ze in bed, en hadden het over kinderen krijgen. Laura vertelde dat ze van Alfred was gescheiden omdat ze geen kinderen kon krijgen en dat lag aan haar. Alfred wilde zelf ook kinderen hebben, en verliet haar dus. Sylvia vroeg of Laura een kind van haar zou willen hebben, en Laura zei dat ze dit wel wilde, maar ze konden natuurlijk geen ‘echt’ kind met elkaar krijgen. Sylvia dacht dat Laura alleen een kind wilde om van haar moeder af te komen, door zelf een moeder te zijn. Dit was de eerste en laatste keer dat ze over kinderen spraken. (blz. 62 t/ m 67)



Het was Laura gelukt om Sylvia over te halen om mee naar de opera te gaan. Het ging over een homoseksuele liefde. Sylvia vond het prachtig, maar begreep er niet veel van. Achteraf werden ze door de ex-man van Laura, Alfred, die de opera ook had bezocht, gevraagd of ze iets wilden drinken in de lounge. Alfred stelde zijn nieuwe vrouw Karin voor, met wie hij 2 zoontjes had, maar bleek al snel meer interesse te tonen voor Sylvia. Toen Laura even drankjes ging halen, stonden Alfred en Sylvia uitgebreid te praten. Dit vond Laura niet erg. (blz. 70 t/ m 83)

Een paar dagen later kwam de schoonmaakmanie van Sylvia. Ze zei niet veel meer, en maakte het hele huis schoon, dag in dag uit. Toen vroeg Laura aan haar of ze niet een tijdje naar haar ouders wilde in Petten. Daar stemde ze in toe, en vertrok met haar koffer. Ze hadden afgesproken dat Sylvia Laura zou opbellen op vrijdag avond na het eten. Maar drie dagen later belde ze niet. Laura was helemaal in paniek, en belde om kwart voor twaalf ‘s nachts naar het huis van de ouders van Sylvia. Haar vader nam slaapdronken op en zei dat Sylvia maar 1 dag daar geweest was en dat ze gelijk al weer vertrokken was. Laura begon te beven, en werd heel erg bang. Misschien was er wel wat met haar gebeurd! Ze rende naar Sylvia’ s klerenkast toe, en keek daarin. Al haar kleren waren weg. Laura liet zich op de grond vallen en begon te huilen. Sylvia was weg, en ze dacht dat ze nooit meer terug zou komen. Ze bleef maar denken aan de gesprekken die ze gevoerd hadden en bleef maar huilen. Toen belde Karin op. Ze vertelde dat Alfred er vandoor was met Sylvia. Ze had een adres waar ze zouden moeten zijn. Laura ging er gelijk heen. Het was een hotel, waar ze logeerden. Ze ging naar de kamer toen en zag de twee samen. Het lukt niet om Sylvia over te halen om mee terug naar huis te gaan. Ze bleef met Alfred. (blz. 95 t/ m 117)

Er groeide een steen in Laura’ s lichaam. Ze bleef maar denken aan Sylvia, en deed niet veel meer. Maar een maand later kwam er ineens een briefje van Sylvia. Ze kwam die avond langs. Laura hoopte dat ze bij haar terug kwam, maar het was om haar paspoort op te halen. (blz. 120 t/ m 130)

Laura probeerde Sylvia achter zich te laten, maar dat was moeilijk. Het begon te slijten, en het ging steeds beter met Laura. Op een avond stond Sylvia ineens voor de deur. Het hele verhaal komt eruit; Laura vertelde ooit dat ze wel een kind wilde van Sylvia. Dit kind had ze ‘even’ bij Alfred gehaald. Nu werd alles duidelijk bij Laura. Ze was dolgelukkig, en moest ervan huilen. Ze dronken champagne om het te vieren, en gingen samen naar de disco toe. Maar toen Laura erover nadacht, besefte ze dat dit niet kon. Ze moesten met Alfred gaan praten, want het was ook zijn kind. Ze spaken af dat Alfred de volgende dag langs zou komen om erover te praten. Maar dit zou hij alleen met Sylvia doen, want Laura moest werken.

Toen Laura aan het werk was, was ze zenuwachtig, want op dat moment zou Sylvia met Alfred aan het praten zijn. Toen ging de telefoon. Het was de politie. Er was een ongeluk gebeurd met haar huisgenote. Ze was ernstig gewond. Meteen reed Laura naar huis toe, en zag daar Sylvia op de grond liggen. Ze was geraakt door drie kogels; een in haar hoofd, een in haar hart, en een in haar buik. Ze zag gelijk dat ze dood was. Haar witte jurk en haar gezicht was besmeurd met bloed. Toen de politie haar vroeg of ze wist wie de dader zou kunnen zijn wees ze naar haar werkkamer. Daar liep Alfred steeds dezelfde lus, met openhangende mond, zijn armen slap omlaag. (blz. 136 t/ m 155)

Vlak daarna hoorde Laura dat haar moeder was overleden. Na die aanvaring met haar moeder met Sylvia had ze haar niet meer gezien. Ze pakte gelijk de auto, zodat als ze nou door zou rijden ze er de volgende avond zou zijn. Het was toen avond en het regende. Laura was doodmoe maar ging toch. Ze bleef maar rijden en rijden. Ze passeerde verschillende landschappen en had zelfs een tijd een bumperklever achter zich. Die middag stopte ze bij een wegrestaurant om een kopje koffie te drinken. Daar kwam ze een oude bekende tegen. Ze waren aan het praten, en opeens vertelde hij iets over Sylvia, die hij ook een keer had ontmoet. Laura kon hier niet tegen, en viel flauw. Na een minuut kwam ze bij, en de kennis adviseerde haar om niet verder te rijden. Dit deed ze toch. Ze had al een nacht en een middag gereden zonder te slapen. De Aarde begon onder haar wielen te bewegen, en ze begon te zweten. Ze wist dat dit niet goed was en reed naar Avignon toe, om daar een kamer te gaan nemen. Maar alles was vol daar, vertelde de vrouw van het toeristenbureau haar, want het was hoogseizoen. Ze kon wel voor Laura een kamer regelen bij haar moeder, want ze zag dat Laura bijna instortte van vermoeidheid. Dit nam Laura aan, en werd daarheen gebracht. Er woonde een oude dame, die in het zwart gekleed was. Alles was zwart in het huis. Ze mocht zo lang blijven als ze wilde, zei de vrouw. ( blz. 7 t/ m 9, blz. 46-47, blz. 68-69, blz. 89 t/ m 94, blz. 118- 119, blz. 130 t/ m 135)

Ze was hier al een week. Haar moeder moest eigenlijk allang begraven zijn. Ze wist niet hoelang ze wilde blijven. Laura voelde zich een circusbeer op een bal. Ze kon weer een beetje lopen. Ze zag dingen, maar nam het niet in haar op. Ze had niks meer te melden. Haar moeder was dood en Sylvia en hun kind ook. Hier schreef ze al haar gebeurtenissen van het afgelopen jaar op. Ze kwam op de gedachte om zelfmoord te plegen……(blz. 156)



Vertelinstantie

In dit verhaal wordt er gebruik gemaakt van een achteraf- vertellende- ik. Het verhaal wordt verteld door 1 persoon; de ik-persoon. In dit verhaal is dat Laura Tinhuizen, die het verhaal vanuit haar ogen vertelt. Ze vertelt het verhaal nadat ze de gebeurtenissen heeft meegemaakt.



Enkele tekstbewijzen hiervoor zijn:

- “Ja, ik geloof dat ik toen op een of andere manier dacht, dat men in ‘weg’ kon aankomen, dat dat een plek was, net als het huis waarin ik woonde.” (blz. 10)

Laura vertelt hier iets over haar jeugd, over wat ze toen dacht.

- “Om een of andere reden had zij Alfreds naam gebruikt, wat ik zelf nooit meer deed, -nu denk ik, dat dat misschien was opdat haar moeder mij niet in het telefoonboek zou kunnen opzoeken.” (blz. 41)

Laura vertelt tijdens het vertellen door, hoe zij nu (achteraf) over iets dacht.

- “Nu alles voorbij is, zie ik die vogel duidelijker voor mij dan haar gezicht, waarvan ik steeds alleen de helft zie, -de andere helft is onzichtbaar geworden, op de manier van een spiegel.” (blz. 23)

Hier vertelt ze iets wat haar eerst niet was opgevallen, maar wat haar achteraf wel opviel.

- “Ik weet nog dat ik niet alleen met mijn hoofd knikte, maar met mijn hele bovenlichaam.” (blz. 56)

Hier vertelt ze iets wat ze zich herinnert.

- “Ik weet niet of de gedachte om gas te geven, de stoep op de springen en ze overhoop te rijden ook toen in mij opkwam, of dat ik er nu pas aan denk.” (blz.121)

Ze denkt hier tussen het vertellen door aan iets wat ze toen zou kunnen gedacht hebben.

De functie van de achteraf- vertellende- ik is dat het verhaal door de ogen van een persoon wordt gezien, en dus zijn of haar gevoelens naar voren komen. Je ziet dus het denken en doen van hem of haar, en je kunt de eigenschappen die persoon goed zien. Dit is allemaal subjectief, omdat het de mening of gedachte van die ik- persoon is. Hierdoor wordt er spanning gecreëerd, omdat je als het ware in de ik- verteller kruipt, en helemaal mee kan leven met die persoon. In de tekstbewijzen zie je ook wat Laura denkt, opvalt en herinnert.



Op de laatste bladzijde van het boek is er sprake van een belevende- ik- verteller. De ik- verteller (Laura) beleeft het op dit moment, en kent de afloop van deze gebeurtenissen niet. Van deze vertelinstantie is er alleen sprake op de laatste bladzijde, want op dat moment schrijft ze haar gebeurtenissen op die in het hele verhaal verteld zijn. De tijd dat ze daar in het zwarte huis zit, terwijl ze haar verhaal opschrijft en andere dingen doet, is er dus een belevende- ik- verteller.



Enkele tekstbewijzen hiervoor zijn:

- “Ik ben hier nu een week, ik had mijn moeder al lang moeten begraven, maar ik heb niets meer van mij laten horen.” (blz.156)

Laura is hier in het zwarte huis, en zou eigenlijk naar haar moeder moeten, maar ze kan het niet.

- “In de kamer achter de mijne scharrelt de oude dame, tegenover mij staat het pausenpaleis; loodrecht onder mijn raam gaapt het gat als een wachtend graf. Ik kan eerder beneden zijn dan de echo van mijn schreeuw terug is van het paleis.” (blz. 156)

Hier denkt Laura aan de mogelijkheid om zelfmoord te plegen door uit het raam te springen; ze weet nog niet of ze het zal doen. Ze kent de afloop hiervan niet, dus ze beleeft het nu.

Deze zinnen zijn allebei in de tegenwoordige tijd geschreven. Daaraan zie je ook dat het zich nu afspeelt.



Een belevende- ik verteller is ook subjectief. De ik- verteller bekijkt de wereld vanuit zijn of haar ogen, en geeft zo zijn mening. De functie in dit verhaal hiervan is om te laten zien dat ze haar belevenissen nou aan het opschrijven is, en om te laten zien wat ze nou doet en hoe ze zich nou voelt, na de dood van Sylvia en haar moeder.



Personages

Laura Tinhuizen:

Ze is een round- character, omdat er veel karaktertrekken en gedachtes van haar worden beschreven, en omdat je haar karakter ziet veranderen. Laura is de ik-figuur, en ook de hoofdpersoon in het verhaal. Ze is een intelligente vrouw van middelbare leeftijd, rond de 35 jaar. Ze woont in Amsterdam, en werkt daar in een museum. Ze is zeven jaar getrouwd geweest met Alfred, en is nou al weer vijf jaar alleen. Met hem ging ze veel naar premières van toneelvoorstellingen, waar ze nou nog steeds erg van houdt. Ze heeft nou een verhouding met Sylvia, waar ze erg van houdt. Sylvia is de eerste vrouw voor haar. De omgeving reageert hier slecht op, maar daar trekt ze zich niks van aan. Haar moeder woont in Nice in een verzorgingstehuis, die ze een paar keer per jaar bezoekt. Ze vindt haar bemoeizuchtig, waardoor ze het gevoel heeft dat ze nog niet op eigen benen staat, en daarom kan ze het niet heel goed mee kan vinden. Door een kind te krijgen hoopt ze van haar moeder af te zijn, maar ze blijkt onvruchtbaar te zijn.



Citaat:

- “Hij liet haar plaatsnemen op de tweede stoel van de derde rij: daar waar ik zeven jaar lang elke premiere had gezeten.” (Blz. 72) Laura ging dus zeven jaar lang naar elke premiere van een opera. Hier kun je dus aan zien dat ze hier erg van hield.



Sylvia Nithart:

Sylvia is geen flat-, maar ook geen round character. Ze zit er tussenin. Ze is wel iets meer round dan flat. Er worden enkele karaktertrekken van haar beschreven, maar niet zoveel dat je haar karakter echt goed kent.

Sylvia is een vrouw van 20 jaar. Ze is geboren in Petten, komt uit een opzichtersgezin en werkt in een kapsalon. Ze is heel smal en mager, maar heeft knokkige jongenshanden. Ze geeft zichzelf niet snel prijs, en doet vaak onverwachtse- en raadselachtige dingen. Ze heeft geen brede belangstellig voor bijvoorbeeld kunst, en is ook niet zo intelligent. Ze ontmoet de veel oudere Laura, en krijgt daar een verhouding mee. Ze heeft verhoudingen gehad met zowel mannen en vrouwen. In de verhouding met Laura neemt ze besluiten die vaak onherroepelijk zijn. Ze heeft een sterke wil, en om haar doel te bereiken kan ze kei hard zijn. Met haar ouders heeft ze niet zo’n goede band. Ze vindt ze ouderwets, en verteld niet dat ze een verhouding heeft met een vrouw. Sylvia is belangrijk in het verhaal, omdat ze veel invloed heeft op de hoofdpersoon Laura.



Citaat: “Je wilde toch een kind van me hebben? Ik kom het je brengen.” (blz.142) Hieraan zie je dat Sylvia een nogal eigenaardig karakter heeft. Laura wilde een kind van haar, en zij gaat dat kind gewoon bij Alfred ‘halen’.



Alfred Boeken:

Alfred is een flat character, omdat er maar een paar karaktertrekken van hem worden beschreven, en er is ook geen karakterverandering zichtbaar.

Alfred is de ex- echtgenoot van Laura, en als beroep ik hij schrijver en journalist, maar dit gaat hem niet goed af. Het is een lange man, die veel naar toneelvoorstellingen gaat. Eerst deed hij dit met Laura, maar nu doet hij dat met Karin, zijn tweede vrouw, waarmee hij twee zoontjes heeft. Hij heeft Laura waarschijnlijk verlaten, omdat hij met haar geen kinderen kon krijgen. Hij keurt de relatie tussen sylvia en Laura niet goed, omdat hij bang is dat zijn imago nog verder daalt. Later in het verhaal krijgt juist hij een korte verhouding met Sylvia, maar dit was niet wat hij dacht dat het was. Hij is degene die Sylvia zwanger maakt, en haar later ook doodschiet uit jaloezie.



Karin Boeken:

Karin is ook een flat character. Ze komt niet veel in het verhaal voor, en er worden maar enkele karaktertrekken beschreven. Er vindt geen karakterverandering plaats.

Karin is de tweede vrouw van Alfred. Ze heeft twee zoontjes bij hem. Ze heeft rechten gestudeerd, en is redelijk intelligent. Ze is altijd slecht gehumeurd, en moppert veel. In het verhaal is niet echt duidelijk dat ze echt van Alfred houdt, en hij verlaat haar later ook.



De moeder van Laura:

Ze is ook een flat character. Er worden geen karaktertrekken beschreven in het verhaal, en er vindt dus ook geen karakterverandering plaats. Toch is ze redelijk belangrijk in het verhaal.

Ze woont in Nice in een verzorgings tehuis, en is waarschijnlijk al op leeftijd, want ze heeft hele witte haren, en wordt verzorgd in het tehuis. Haar man is al lang geleden gestorven, maar haar dochter Laura bezoekt haar een paar keer per jaar. Als ze er achter komt dat Laura een verhouding heeft met een vrouw gaat ze hier op haar eigen manier tegenin. Ze slaat Sylvia met haar stok. Hierdoor wordt het contact tussen haar en haar dochter verbroken.



De ouders van Sylvia, meneer en mevrouw Nithart:

Zij zijn ook flat characters. Er worden bijna geen karaktertrekken beschreven, en dus ook geen karakterverandering.

Meneer en mevrouw Nithart wonen in Petten, en vader Nithart is opzichter. Sylvia heeft ook geen goed band met haar ouders. Ze verzwijgt voor hun dat ze een verhouding heeft met Laura, omdat ze een nogal ouderwetse opvatting hebben over homoseksualiteit, en dus hun verhouding nooit goed zouden keuren. Daarom verzint Sylvia ‘Thomas’. Ze zou een verhouding met hem hebben. Dit is de reden om naar Amsterdam te verhuizen, denken haar ouders. Dit blijven ze ook voor ongeveer een half jaar denken.



Je ziet dus dat er maar twee personen een round character zijn. Dit zijn de twee vrouwen Laura en Sylvia, waar het hele verhaal om draait, en ook de titel van het boek is. Laura is het meeste round, maar dat komt ook door de achteraf- vertellende- ik vertelinstantie. Hierdoor zie je dus alleen Laura’s gevoelens en gedachtes, omdat zijn die ik- persoon is.



Ruimte

De belangrijkste ruimte in het verhaal is het huis van Laura in Amsterdam. Hier brengen ze veel tijd door met praten en andere dingen doen.

Citaten:

- “Je hebt mooie dingen,” zei zij, toen zij op de bank zat en een sigaret rolde.” (blz. 27)

- “Het was zondagochtend en we lagen nog in bed.” (blz. 62)

- “Ik liet mij voor de kast op de grond vallen” (blz. 105)

Dit zijn enkele citaten van gebeurtenissen die in het huis afspelen. Er zijn er nog veel meer, maar die kan ik niet allemaal opnoemen, maar het grootste deel van het verhaal speelt zich hier af.

Een andere ruimte in het verhaal is in Nice, bij Laura ’s moeder. Hier speelt het verhaal zich ongeveer twee dagen af.

Citaten:

- “In ons hotel namen wij een bad, verkleedden ons en gingen op de Promenade des Anglais naar de zee en naar de sterren en naar de mensen kijken.” (blz. 50)

- “Ik wees naar mijn moeder- in de verte met haar rug naar ons toe onder de bomen, in een ligstoel. (blz. 55)

Hier zijn Laura en Sylvia dus in Nice, maar dit is maar een klein deel van het verhaal.

Laura en Sylvia zijn ook een dag in de dierentuin Artis, waar ze een foto maken van ‘Thomas’.

Citaten:

- “Ik hield van dit soort invallen, en wij namen mijn camera en gingen naar Artis.” (blz. 34)

- “Laten we naar het reptielenhuis gaan.” (blz. 35)

Hier speelt het dus een dagje af in Artis.

Een dag zijn ze ook in de Schouwburg. Dit is wel een belangrijke ruimte, want hier ontmoet Sylvia Alfred, waarmee ze later een verhouding krijgt.

Citaten:

- “Al in de hal van de schouwburg bleek, dat wij niet de enige waren bij wie de boodschap was overgekomen.” (blz. 71)

- “In het midden van de zaal onderhield de burgemeester zich met de directeur van de schouwburg, en uit een hoek wenkte Alfred.” ( blz. 77)

Hier speelt het zich dus af in de schouwburg,



Fysische ruimte:

De fysische ruimte in dit verhaal is Laura’ s huis, de schouwburg, de dierentuin, Nice, en op het eind van het verhaal het huis van de oude vrouw. Zie ook hierboven.

- Toen Laura met de auto naar Nice reed toen regende het.

Citaat: “De regen sloeg scheef door het licht van de lantarens in de zwarte gracht.” (blz. 8)

- Ze reed door de heuvels over de snelweg.

Citaat: “Ik had ook de achtbaans glijbanen rond Antwerpen achter mij gelaten (nat en leeg: zondag) en voorbij Gent reed ik tussen de eerste heuvels.” (blz. 19)



Verder zijn er geen andere ruimtes die belangrijk zijn in het verhaal. Er komen ook verder bijna geen ‘zichtbare’ ruimtes in het verhaal voor, want er zijn bijna nooit een weersomstandigheid beschreven, of een andere plek dan dat ik heb genoemd beschreven. Er is hier dus sprake van een coulissenruimte. De ruimte speelt geen extra rol in dit verhaal.



Psychische ruimte:

Toen Laura’s moeder was overleden, moest Laura naar Nice toe, om haar te gaan begraven. Toen regende het op weg naar Nice. Laura was natuurlijk treurig, omdat ze haar moeder was verloren en het regende. Er is hier dus sprake van een versterking van het gevoel.

Citaat: “De regen sloeg scheef door het licht van de lantarens in de zwarte gracht.” (Blz. 8) Dit was toen ze in de auto zat op weg naar Nice.



Verder heb ik niks meer kunnen vinden, maar dit komt denk ik ook doordat er een coulissenruimte in het verhaal is, zodat de psychische ruimte ook niet zo naar voren komt.



De zintuiglijke manier waarom de ruimte wordt geschetst:

- In het reptielenhuis was de atmosfeer anders.

Citaat: “Ja, hier! Hier! Riep zij meteen toen wij in de vochtige, tropische atmosfeer kwamen.” (blz. 35)

- Het weer in Nice.

Citaat: “Het was windstil en onder de bomen was het zo zwoel alsof ik in mijn eigen lichaam liep.” (blz. 55)

- De sfeer in het theater.

Citaat: “In de zaal hing enige spanning.” (blz. 71)



Hier heb ik ruimtes beschreven waar er iets is wat met de zintuigen wordt waargenomen.



Tijd

De historische tijd:

Het verhaal speelt zich af rond de jaren 1975. Dat staat nadrukkelijk vermeld in het verhaal. Op de laatste bladzijde staat: “Lingueglietta, mei- juni 1975.” Dit is wanneer de ik- figuur in het verhaal het verhaal verteld heeft. Ook kan je zien dat het verhaal zich niet rond deze tijd afspeelt, doordat homoseksualiteit nog een taboe is in Nederland, wat nou veel minder is. Verder komen er dingen in het verhaal voor, die je heel vroeger nog niet had, zoals het vliegtuig, de auto en de telefoon. Alle dingen in het verhaal zijn niet zo heel ouderwets, dus daar kan je ook aan zien dat het niet heel erg lang geleden is gebeurd.



Verteltijd:

Het boek bestaat uit 156 bladzijdes, die verdeeld zijn over 32 hoofdstukjes die allen geen titel hebben. Die hoofdstukjes bestaan elk uit een paar bladzijdes, die als het ware scènes uitbeelden.

De vertelde tijd in het verhaal is ongeveer 26 jaar. Het vroegste tijdsmoment in het verhaal is als Laura 10 jaar is, en er wordt beschreven hoe ze van huis wegloopt. Het laatste tijdsmoment is als Laura ongeveer 36 jaar is en ze zit in het huis van de oude vrouw haar verhaal op te schrijven. Hiertussen verloopt er dus 26 jaar.



Citaat: “Eenmaal ben ik van huis weggelopen, ik was tien jaar.”

Dit is het vroegste tijdsmoment.



Vooruitwijzing:

Citaat: “Hoe ver van huis ik sindsdien ook ben gekomen, nooit was het zo ver als ik toen voor ogen had.” (blz. 12) Hier wordt er een gebeurtenis beschreven uit de jeugd van Laura. Ze was weggelopen, en het leek heel ver weg voor haar gevoel toen. In haar verdere leven is ze voor haar gevoel nooit meer verder gegaan van huis als toen. Dit is dus een vooruitwijzing op haar verdere leven.



Terugwijzing:

Enkele citaten van terugverwijzingen zijn:

- “Vorig jaar was het nog een recht linnen klapstoel geweest.” (blz. 55)

Hier verwijst Laura terug naar de stoel waarop haar moeder dat jaar ervoor zat.

- “Maar terwijl ik huilde, dacht ik aan die ene keer dat ik net zo had gehuild- nog in Leiden, ik was een jaar of zeventien. (blz. 107)

Laura moest heel erg huilen toen Sylvia haar had verlaten, en verwijst terug naar die keer dat ze net zo had gehuild.



Flash- back:

Het hele verhaal is eigenlijk een flash- back, want terwijl ze haar gebeurtenissen van het vorige jaar aan het op schrijven is, kijkt ze terug op dat vorige jaar. Dat hele jaar en het hele verhaal is een flash- back dus.

De stukken die verteld worden over haar jeugd zijn denk ik ook flash- backs. Die staan op blz. 10 t/ m 17, blz. 60-61, blz. 118-119. Hier worden gebeurtenissen uit Laura’ s jeugd beschreven, zoals het weglopen van huis, een oude schoolvriend, en iets over haar vader in haar jeugd.



Het verhaal is niet-chronologisch. Het normale tijdverloop is doorbroken door flash- backs, van Laura’s jeugd, zodat het verhaal niet chronologisch verteld is. Je ziet ook dat de tijd helemaal door elkaar heen is gegooid in het boek. In het begin van het boek gaat het bijvoorbeeld over het overlijden van Laura’s moeder, wat eigenlijk pas bijna aan het eind van het verhaal gebeurt.



Het verhaal wordt ab ovo verteld. Het begin van het verhaal is dat Laura Sylvia ontmoet. Dit is gewoon het begin van het verhaal. Er is nog geen voorgeschiedenis die beschreven moet worden, en we komen niet midden in een handeling in het verhaal.



Motieven

Het verhaalmotief van homoseksualiteit.

Een aantal citaten om dit duidelijk te maken zijn:

- …weer doorsidderde mijn hart Eros, zoals de wind op de bergen in eiken valt.

Dit is het motto van het boek. Dit is een deel van een gedicht van Sappho, een Griekse dichteres, die veel (lesbische) liefdespoëzie schreef.

- “Ik had nooit iets met een vrouw gehad, en op dat moment realiseerde ik mij nauwelijks dat ik hard op weg was.” (blz. 22)

Hier heeft Laura Sylvia net ontmoet, en ontdekt dat zij een relatie met haar wil. Dit was haar eerste homoseksuele relatie.

- “Liefde tussen mensen bestond uitsluitend tussen mannen; als Plato in het Gastmaal over de liefde sprak, sloeg dat op de homoseksuele liefde.” (blz. 70)

Dit is een stuk van een opera. Hier gaan Laura en Sylvia naar toe, met de bedoeling om iets van henzelf erin te herkennen.

Dit motief gaat dus over de homoseksuele verhouding tussen de twee vrouwen Laura en Sylvia. Het hele verhaal draait om deze verhouding, en daarom heb ik dit als motief genomen.



Het verhaalmotief van de dood:

Enkele citaten hiervan zijn:

- “In de loop van de avond was haar hart opgehouden met kloppen.” (blz. 7)

Haar moeder was toen overleden.

- “Ik zag meteen dat ze dood was,” (blz. 154)

Hier ziet Laura Sylvia op de grond liggen besmeurd met bloed. Doodgeschoten door Alfred.

- “Ik kan eerder beneden zijn dan de echo van mijn schreeuw terug is van het paleis.” (blz. 156)

Hier denkt Laura om zelfmoord te plegen. Of ze dit doet weten we niet, maar misschien is ze ook dood.

In het verhaal gaan veel mensen dood. Laura’ s moeder, Sylvia, het kindje dat in Sylvia’ s buik zat, en misschien Laura zelf ook. De dood komt veel voor in het verhaal. Daarom heb ik dit motief gekozen.



Het verhaalmotief van verdriet:

Enkele citaten om dit motief duidelijk te maken zijn:

- “Ik voelde mijn gezicht vertrekken, ik huilde, maar ik zag nog dat overal op de helling oude gezichten onze kant opdraaiden, het werd nog stiller in het park.” (blz. 59)

Hier begint Laura’s moeder Sylvia te slaan, omdat ze achter hun verhouding komt. Laura begon toen meteen te huilen, dus had er veel verdriet van.

- “Sylvia, lieve Sylvia, snikte ik, terwijl onder mijn gezicht een natte plek ontstond van speeksel, tranen en snot,- en terwijl ik mijzelf daar tegelijk op een vreemde manier op de grond zag liggen, alsof ik ook nog in een bovenhoek van de kamer een oog had, bij het plafond.”(blz. 105)

Hier huilt Laura weer, omdat Sylvia haar verlaten heeft.

- “Ik zag meteen dat ze dood was” (blz. 154)

Sylvia was doodgeschoten. Er staat niet letterlijk in de tekst dat ze hier verdriet van had, maar dat is logisch dat ze dat heeft.

Ik heb voor dit motief gekozen, omdat er in het hele boek keer op keer verdriet is. (vooral bij Laura) Dit is dus belangrijk in het verhaal.



Verhaalmotief van de moeder- dochter relatie:

Enkele citaten hiervoor zijn:

- “Misschien wordt de navelstreng tussen moeder en kind nooit echt verbroken.” (blz. 57)

Dit zegt Laura, omdat haar moeder haar zo goed kent. Ze weet altijd precies wat er aan de hand is, als haar dochter iets heeft.

- “Want op het moment dat het geboren was, dan had ik niets meer met mijn moeder te maken gehad.” (blz. 63)

Laura wil zelf een kind, om van haar moeder af te zijn. Ze vindt haar moeder te bemoeizuchtig, en hoopt dat als ze een kind heeft daarvan af is.

- “Nee, maar stom.” (blz. 48)

Hier zegt Sylvia dat haar moeder stom is. Sylvia heeft geen goede relatie met haar moeder.



Er is in het hele verhaal steeds sprake van een moeder en een dochter. Laura en haar moeder, die niet zo’n hele goede relatie met elkaar hebben, Sylvia en haar moeder, die ook geen goede relatie met elkaar hebben, en de relatie tussen het ongeboren kind van Sylvia met Sylvia en Laura. Elke keer komt zo’n moeder- en dochter relatie weer terug in het verhaal. De ene keer moet Laura de verhouding tegenover haar moeder geheim houden, en de andere keer Sylvia tegenover haar moeder.



Thema

Het thema van dit boek is voor mij:

De hartverscheurende liefde tussen twee vrouwen met een tragische afloop.

Ik heb hiervoor gekozen omdat Laura steeds verdriet heeft, omdat Sylvia weggaat, en het hartverscheurend is. Het hele boek gaat om de liefde tussen die twee vrouwen, en op het eind wordt deze liefde kapot gemaakt, door de dood van Sylvia.



Mening

Ik heb voor dit boek gekozen omdat ik dacht dat het een goed boek was om te analyseren. Ik had dit boek namelijk al een keer eerder gelezen. Ik vond het een heel goed boek. Niet echt mijn smaak, maar toch heel goed geschreven, Ik heb tijdens het lezen veel aantekeningen gemaakt, die ik later weer in het verslag heb verwerkt. Dit is, volgens mij, wel aardig gelukt, dus ik vind dat het wel de moeite waard was geweest om dit boek te kiezen. Het was een niet al te dik boek, zodat als ik stukken tekst zocht het makkelijk kon vinden. Verder vond ik dit ook wel een interessant onderwerp, want toen dit boek werd geschreven, waren er nog bijna geen boeken met dit onderwerp(homoseksualiteit), en mensen keken hier nog heel anders tegenaan. Daarom vond ik het ook wel leuk om dit boek te lezen. Het leuke vond ik ook dat een man dit boek heeft geschreven, terwijl het over de liefde tussen twee vrouwen gaat. Hij heeft zich goed in kunnen leven in die liefde vind ik.



Secundaire literatuur

- Aad Nuis schreef eens: “…strak en overtuigend verteld, overtuigend óók op de manier van de psychologische roman in de tekening van de hoofdpersonen…zeer briljant.”

Dit heb ik gevonden op de achterkant van de 16e druk van het boek gevonden.



- “…de eerste oorspronkelijke liefdesroman van de laatste jaren.” Dit schreef Kees fens ooit, en dit stond ook op de achterkant van de 16e druk van dit boek.



Verder heb ik geen secundaire literatuur kunnen vinden.



Bronnen

Op http://www.digischool.nl/ne/twee1.htm staat er een uittreksel van dit boek. Ik heb hiervan alleen het motief moeder- en dochter relatie van genomen. Ik heb het motief wel zelf helemaal uitgewerkt.



Op http://huiswerk.scholieren.com/uittreksels/view.php3?naam=1756.html staat een uittreksel waarvan ik de personages ongeveer heb overgenomen, en wat informatie van die personages overgenomen. Ik heb ook zelf dingen eraan toegevoegd.

Van dat zelfde uittreksel heb ik ook de samenvatting erbij gehouden bij het maken van mijn samenvatting. Ik heb mij samenvatting wat uitgebreider, en ik heb overbodige dingen uit die samenvatting weggelaten.

De samenvatting en de personages die ik gebruikt heb is geschreven door Marijke Schuurkes. Deze bronnen zitten achter in het verslag.



Verder heb ik geen bronnen meer gebruikt en gevonden. Ik heb dus alleen wat op internet gevonden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

je hebt een spelfout bij samenvatting.
Ze sp(R)aken af dat Alfred de volgende dag langs zou komen om erover te praten.

8 jaar geleden

..

..

goede samenvatting, zo wat een erge spelfout zeg .....

7 jaar geleden

F.

F.

top! bedankttttt.

7 jaar geleden