ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

INFORMATIE OVER DE SCHRIJFER



Carl (Carolina) Friedman is geboren op 29 april 1952. Carl komt uit een joods gezin. Ze is opgegroeid in Eindhoven en Antwerpen. Haar vader heeft vroeger in een concentratiekamp gezeten.



Na de middelbare school gaat ze een opleiding tolk-vertaler volgen. Toen ze die had afgerond, is ze een paar jaar journalist geweest.



Eind jaren 70 woont ze al een tijdje in Breda en heeft ze een baan bij de redactie van het dagblad: De Stem. Toen haar zoon werd geboren, hield ze zich meer bezig met vertaalwerk.



In 1980 maakt Carl een grote reis langs allerlei concentratiekampen. Toen haar huwelijk uitliep tot een scheiding, is ze samen met haar zoon in 1993 in Amsterdam gaan wonen. Datzelfde jaar hield ze een lezing over de 2e wereldoorlog in Duitsland. Een jaar later geeft ze nog een lezing, maar dan in Florida.





Carl interesseert zich veel in de 2e wereldoorlog, ze leest er alles over en heeft al sinds haar 15e een archief over de 2e wereldoorlog. Al haar boeken gaan over de 2e wereldoorlog.



In 1991 verschijnt er een boek van haar vader over het leven in het concentratiekamp, genaamd Tralievader. Het boek heet zo, want Tralie is van Tralies en haar vader zat in het concentratiekamp en daar kon je niet uit, dus leek het net tralies. In 1995 wordt er over dat boek een film gemaakt door Daniel.



In 1993 verschijnt het boek: 2 koffers vol. In 1998 verschijnt er een film over dit boek, genaamd Left Luggage, gemaakt door Jeroen Krabbé.



In 1996 verschijnt het boek: De grauwe minnaar



SAMENVATTING

De vader van de ik-figuur heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Hij heeft in een concentratiekamp gezeten en nu heeft hij ‘kamp’. De vader vertelt aan zijn kinderen allerlei verhalen over de oorlog en over zijn leven in het concentratiekamp. Als hij ‘s nachts niet kan slapen en rond gaat lopen, worden ook de kinderen wakker. Ze mogen niet zeggen dat ze honger hebben, want in het kamp was er pas echte honger. Alles wat vader doet en zegt, heeft te maken met het kamp.



De kinderen zijn hier ook op school erg mee bezig, maar de lerares vindt dat ze de oorlog eens moeten vergeten. Als de ik-persoon aan het tekenen is op school, laat ze de tekening zien aan de juf, die zegt: “O wat een leuke tekening, een man die vliegt”. De ik-persoon wordt boos en zegt: “die man vliegt niet, hij is opgehangen en de mensen die erbij staan, zijn ook gevangenen, en die man met de grote oren is mijn vader”. Maar de juf is al verder gelopen.



Als vader tbc blijkt te hebben, moet hij naar een sanatorium. Want tbc is erg besmettelijk. Tijdens de bezoekuren vertelt hij de kinderen over de plaatsen waar hij ondergedoken zat. Zo had hij samen met andere onderduikers bij een boer ondergedoken. Maar ze werden verraden. Toen vader weer beter was, mocht hij naar huis. Zijn gezin stond de hele dag op hem te wachten. Maar vader kwam veel later, want hij durfde niet met de trein.



De ik-figuur gaat met een vriendin, Nellie, mee naar een kerkmis. De ik-figuur was daar nog nooit geweest. Ze gaat er ook nooit meer heen, want ze vindt dat haar vader veel meer pijn heeft gehad dan Jezus. Vader vindt God een ‘rotzak’, omdat God alles heeft gezien van er op het kamp gebeurde, maar er niks aan deed.



Hierdoor krijgt Max een heftige ruzie met zijn vader en zegt: “Dan moet je mij maar slaan, net als de SS-ers”. Max vindt het ook heel erg dat zijn vader anders is en niet met zijn kinderen voetbalt en andere leuke dingen doet, want vader praat alleen maar over kamp. Daarna vertelt Vader dat er ook op het kamp gevoetbald werd, maar dat sommige spelers na de 1e helft al begraven konden worden en dat het dus maar goed is dat hij niet van voetballen houdt. Max rent naar zijn kamer en begint daar te huilen.



Vader vertelt dat hij iemand heeft vermoord in het kamp. Hij heeft daar spijt van en geeft de kampbeulen de schuld dat ze hem hebben veranderd in een beest. De kinderen vinden niet dat hij een beest is, want beesten zeggen niet dat ze spijt hebben. Maar vader heeft geen spijt dat hij iemand vermoord heeft maar hoe hij diegene heeft vermoord. Hij had het graag veel langzamer gewild. Zodat zijn slachtoffer langer de doodangst en pijn had gevoeld. Na de bevrijding hadden de Engelsen de gevangenen opgehaald. Ze werden naar een transit-camp gebracht. Toen vader thuiskwam, wachtte moeder hem op. Moeder wist nog dat ze heel blij was en hem omhelsde.



Hoofdpersonen en bijpersonen:



Vader:

De vader, Jochel, heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp gezeten omdat hij joods was. Hij heeft dit nooit kunnen verwerken. Hij heeft drie kinderen, 1 dochter en 2 zoons, die elke dag zijn verhalen moeten aanhoren.



Moeder:

De moeder heeft erg veel geduld met haar man. Zij is blij dat hij het kamp heeft overleefd.



De ik-figuur:

De ik-figuur is erg onder de indruk van de verhalen die haar vader vertelt.

Wanneer haar vader bang is dat de geschiedenis zich herhaalt, begraaft zij haar speelgoed. Ze hoopt dat de Duitsers dat dan niet krijgen. Ze probeert haar vader zo goed mogelijk te begrijpen.



Max:

Max is de oudere broer van de ik-figuur. Hij vindt het erg dat zijn vader al zijn verhalen vertelt over de oorlog. Hij is de enige die dat tegen vader zegt.

Daarmee kwetst hij zijn vader, maar hij wordt er zelf ook vaak verdrietig van.



Simon:

Simon is ook een broer van de ik-figuur. Hij verzint zelf dingen bij de verhalen. Hij snapt niet goed hoe het er vroeger allemaal uitzag of wat hij er bij voor moet stellen.



Waar, waarneer en hoe het verhaal is opgebouwd:



Het verhaal speelt zich grotendeels af in huis van het gezin. Maar er is ook een stuk dat zich afspeelt in het sanatorium.



Dit verhaal speelt zich af in ongeveer 1960. Want er wordt verteld over het Eichmann-proces. En dat was in 1961.



Het verhaal is opgebouwd met flashbacks want vader vertelt verhalen over vroeger, dus je gaat steeds terug in de tijd.



LEESERVARING

Tralievader spreekt mij niet aan want ik hou niet van boeken over de oorlog. En ik vind boeken met een ik-persoon altijd irritant om te lezen. Want de ene keer is de ik-persoon bijv. alleen een meisje en de andere keer is de ik-persoon een groep mensen.



Nadat ik het boek had gelezen, weet ik wel iets meer over hoe het was in concentratiekampen. En hoe moeilijk mensen het daar hadden.



Het onderwerp is goed uitgewerkt, want als je het leest, weet je echt hoe het was in de oorlog. En hoeveel mensen daar dood gingen en hoe ze er werden behandeld.



Ik vind dat boek wel op het begin boeiend is, maar steeds minder wordt. Want er gebeurt niets onverwachts.



Het verhaal gaat veel over de gebeurtenissen van vader, maar ook over de gevoelens van hem. Want hij heeft al die trauma’s nog niet verwerkt. De gebeurtenissen zijn erg geloofwaardig want alles kan echt gebeurt zijn. In het verhaal staan geen gebeurtenissen die ik zou willen meemaken want het heeft allemaal te maken met oorlog.



Vader heeft me beïnvloed over de oorlog. Ik had niet gedacht dat het concentratiekamp zo erg was. Ik vind zijn gedrag wel raar. Want hij heeft de oorlog nog steeds niet verwerkt en is er nog steeds veel mee bezig. Ik vind ook dat hij zijn kinderen er niet bij moet betrekken.



De gebeurtenissen zijn niet echt op logische tijdsvolgorde, want de verhalen die vader vertelt staan ook door elkaar. Het verhaal is niet erg spannend, want er gebeurt niks onverwachts. Ik vind het wel leuk dat ze steeds terug gaan in de tijd, maar dat is wel lastig om te lezen. Ik vind het een goed slot, want het laatste stuk gaat over de bevrijding en het einde van de oorlog.



Het verhaal is lastig te lezen, want ze gaan steeds terug in de tijd. En de ene keer is de ik-persoon alleen het meisje en de ander keer is de ik-persoon het meisje en de 2 jongens. Het verhaal bevat soms wel moeilijke woorden, maar door het verhaal te lezen, weet je wat het betekent. Er zitten veel dialogen in het boek. Dat is wel moeilijk. Want dialogen zijn niet altijd makkelijk te lezen.



VERWERKINGSOPDRACHT

Mijn verwerkingsopdracht is: Kies een paar bladzijden uit het verhaal die je bewerkt tot een toneelscript.



Ik doe bladzijde 88 t’m 90.



Vader en Max zitten aan tafel, vader kijkt voor zich uit en Max is aan het lezen, 2 kinderen zitten te spelen met blokken op de grond. Opeens begint Max...

Max: Pap, wat was het ergste in het kamp?

Vader zucht

Vader: Gaan we elkaar raadseltjes opgeven?

Max: nee, ik wil het gewoon weten

Vader: dat zijn van die onnozele vragen, wat was erger, de honger of de pesterijen, de kou in de winter of de hitte in de zomer? Was vergassen erger dan hangen? Wie moet dat uitmaken? Ik in elk geval niet.

Max: Waarom niet?

Vader: Omdat het geen enkel doel heeft. Alles was ellendig en verschrikkelijk. Ik wil er niet eens over nadenken, het is op het schunnige af.

Max: Op het schunnige af?

Vader: onfatsoenlijk, tegenover iedereen die daar is omgekomen.

Max: Aha je vindt mij dus schunnig

Vader pakt Max boos mij zijn arm

Vader: Nu moet jij eens heel goed naar mij luisteren. Ik weet niet wat jij je allemaal in je hoofd haalt, maar op 1 punt zit je er volkomen naast. Ik hou van jullie, stuk voor stuk en van jou misschien nog het meest.

Max: Niet waar! Jij houdt alleen van je SS-ers. Als wij eten, begin jij over honger. Als wij verkouden zijn, begin jij over vlektyfus. Andere vader voetballen op straat, maar als ik een keer een vriendje meebreng, zit jij over het kamp te praten. Het kamp zus, het kamp zo, altijd het kamp. Was er verdomme maar gebleven.

Vader laat Max los, op dat moment komt moeder binnen

Moeder: Was zei jij daar?

Max: Dat heb je heus wel gehoord.

Moeder: Jawel, maar ik geloof mijn oren niet, dat komt misschien omdat ik je vader heb gekozen uit duizenden andere vaders. Dat komt misschien omdat ik dacht dat hij dood was en omdat ik wekenlang bij het Rode Kruis in de rij heb gestaan om navraag te doen.

Moeder lacht en huilt tegelijk

Moeder: Gelukkig heb ik jou om mij te vertellen hoe stom dat is geweest. De man kan niet eens voetballen! Had ik dat maar eerder geweten.

Max: Ik vroeg alleen maar wat het ergste was in het kamp. Het is ook nooit goed!

Vader: dus als ik antwoord geef op jouw vraag, kunnen we de rest vergeten en weer gewoon tegen elkaar doen?

Vader gaat voor het raam met de rug naar moeder en Max toe. Zijn vingers trommelen op de vensterbank

Vader: Het ergste vond ik wanneer de wind van het crematorium naar de Appellplatz woei. Want terwijl je daar stond, stram in de houding, dreef er vet met de wind mee, dat als vaseline aan je wangen kleefde. Begrijp je wat ik bedoel?

Max: Ja, ik begrijp het.

Max kijkt nog even naar de mat en slentert dan naar de deur

Vader: En Max? Er werd bij ons ook gevoetbald. Af en toe, bij feestelijke gelegenheden, speelden bijvoorbeeld de Polen tegen de Grieken. Of de Tsjechen tegen de Hongaren. Die elftallen bestonden uit vooraf geselecteerde gevangenen. De zwaksten werden door de sterkeren als stropoppen over het veld geslagen en moesten soms na de 1e helft al door ons worden begraven. Mij hebben ze nooit voor een wedstrijd gevraagd, ze moesten hebben begrepen dat ik niet kon voetballen.

Moeder: laat die blokken maar liggen, we gaan een eindje wandelen.

Als Moeder en de 2 kinderen lopen horen ze Max brullen in zijn slaapkamer, waarneer ze van het toneel af zijn hoor je het nog steeds, langzaam wordt het steeds zachter. En langzaam dooft het licht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.