ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

1. Samenvatting.

De vader van de ikfiguur, Jochel genaamd, heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Hij heeft in een kamp gezeten, omdat hij van joodse afkomst was en hij praat er nu nog voortdurend over. De vader zegt dat hij "kamp" heeft. Zijn kinderen (het ikfiguur, Max en Simon) vergelijken dat met een ziekte als waterpokken. De kinderen worden beinvloed door de oorlogstrauma’s van hun vader. Als vader ‘s nachts niet kan slapen en rond gaat lopen, worden ook de kinderen wakker. Ze mogen niet zeggen dat ze honger hebben, want in het kamp werd pas echt honger geleden. Alles wat ze zeggen heeft hun vader veel erger gehad, ze hebben volgens hun vader een luizenleven. Alles wat vader doet en zegt heeft te maken met het kamp. De kinderen zijn op school ook veel met de oorlog bezig, dit is logisch, want ze horen niets anders. De lerares vindt dat ze de oorlog maar eens moeten afsluiten.

Als vader tbc blijkt te hebben moet hij naar een sanatorium. Tijdens de bezoekuren vertelt hij de kinderen over zijn onderduikadressen. Zo heeft hij samen met andere onderduikers op het platteland gezeten. Ze werden echter verraden door een naburige boer.



Wanneer vader genezen is van de tbc, mag hij naar huis. Zijn gezin wacht de hele dag op hem, want hij komt veel later dan verwacht. Hij durfde namelijk niet met de trein mee.

De ikfiguur gaat met haar vriendin, Nellie naar een kerkmis. Ze was er nog nooit geweest en ze gaat er ook nooit meer heen, want ze vindt dat haar vader veel meer heeft geleden dan Jezus. Vader vindt God een "rotzak", omdat hij in het kamp heeft toegekeken hoe iedereen werd doodgemaakt. Dit is een aanleiding voor een hevige ruzie met Max. Max zegt dat vader hem maar eens moet slaan, net als de SS-ers. Vader lijkt lamgeslagen na deze opmerking.

Max verwijt zijn vader ook dat hij niet is zoals de andere vaders. Die gaan namelijk voetballen met hun kinderen, terwijl zijn vader alleen maar over het kamp kan praten. Vader vertelt dat er in het kamp ook werd gevoetbald, maar dat de spelers soms na de eerste helft al begraven konden worden. Het is dus maar goed dat vader niet van voetballen houdt. Nu is Max onder de indruk: hij rent naar zijn kamertje en begint te huilen.

Op een dag mogen de ikfiguur en de andere kinderen van Jochel naar de bioscoop. Ze hebben een film over Odysseus uitgekozen. Ze bewonderen hem. De ikfiguur vindt dat vader evenveel te verduren heeft gehad als Odysseus. Alleen zijn ze erg onder de indruk van het verhaal.

Ook vertelt vader dat hij iemand vermoord heeft in het kamp. Hij heeft daar spijt van en verwijt de kampbeulen dat ze hem veranderd hebben in een beest. De kinderen vinden niet dat hij een beest is, want beesten tonen geen spijt. Vader blijkt er toch geen spijt van te hebben dat hij iemand vermoord heeft, maar van de manier waarop hij dat heeft gedaan. Hij had het veel langzamer moeten doen, zodat zijn slachtoffer de doodsangst langer had gevoeld.

Na de bevrijding hadden de Engelsen de gevangen opgehaald. Ze werden naar een transitkamp gebracht. Daar was gebleken dat de gevangen hun schaamte voorbij waren: ze deden hun behoefte op het gazon. Toen vader eindelijk thuiskwam, wachtte moeder op hem. Hij werd enthousiast omhelsd. Moeder herinnert zich dat nog goed en de tranen lopen over haar wangen, terwijl de kinderen toekijken.



2. Tijd.

A1: Er zijn veel flashbacks. De vader kijkt erg veel terug naar zijn tijd in het kamp. En vertelt daar ook veel over aan zijn zoons.

A2: Het verhaal speelt zich af in de tegenwoordige tijd, maar het kan ook net na de oorlog zijn, want de vader komt net uit een concentratiekamp. Het heeft niet echt een gevolg voor het verhaal.

B1: Het verhaal wordt er wel wat spannender door. Maar soms leest het wel irritant, dan weer naar het heden en dan weer terug naar de tijd van de tweede wereldoorlog.

B2: Ik vind het onbetrouwbaar want er worden de hele tijd verhalen uit de 2e wereldoorlog verteld, maar dit kan net na de oorlog zijn of al 20 jaar later, je kunt dus niet precies weten in welk jaar het zich afspeelt.



3. Perspectief.

A1: Bij de ikpersoon, de naam van deze persoon word in het verhaal niet duidelijk.

A2: Het ik belevend perspectief.

B1: De verteller is de ikpersoon.

B2: Doordat de ikpersoon het verteld word je er wel meer bij betrokken, want je gaat je vaak wel inleven in die ikpersoon.

B3: Ik vind het fijner als een verhaal word verteld met het alwetende perspectief. Over het algemeen lees ik weinig boeken met het ik perspectief omdat daar vaak heel erg veel gevoelens en gedachten in worden beschreven.



4. Personages.

A1: De ik-figuur: Zij is erg onder de indruk van de gruwelijkheden die haar vader heeft moeten doorstaan. Wanneer haar vader bang is dat de geschiedenis zich herhaalt, begraaft zij haar speelgoed. Ze hoopt dat de Duitsers het niet in handen krijgen, want ze is bang dat de SS-ers haar speelgoed zullen weggeven aan andere kinderen. Ze probeert haar vader zoveel mogelijk te begrijpen. Zij leeft zo met haar vader mee dat zij zijn beleving van het bos, een mooie plek om te vluchten, voorziet en aan haar broers uitlegt. Zij ziet ook dat het een mooie plek is om te vluchten.

De vader:

De vader heet Jochel en hij heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Duits kamp gezeten vanwege zijn Joodse afkomst. Hij zat ondergedoken bij een boer, maar de buurman had hen verraden. Hij heeft deze ervaringen nooit kunnen verwerken. Hij heeft er ook nooit voor naar een psychiater willen gaan. Doordat hij al zijn verhalen aan zijn kinderen verteld, zijn hun zijn psychiater, omdat zij naar hem luisteren en nou kan hij dus alles van zich afpraten net zoals je bij een gewonen psychiater doet. Door zijn ervaringen lijdt hij aan slapenloosheid.

De moeder:

De moeder heet Bette. Ze is vaag beschreven. Je komt weinig over haar karakter te weten omdat ze in het verhaal ook maar weinig aan het woord komt. Ze helpt Jochel om met zijn “kamptrauma” om te gaan. Als vader weer eens ’s nachts door het huis loopt, allerlei vage taal uitslaand, zegt ze “Je bent hier, je bent thuis” Jochel ontwaakt dan eigenlijk uit zijn “droom”. Moeder is wel de persoon die Jochel het beste kent en begrijpt.

Max:

Hij is de oudere broer van de ik-figuur. Hij verwijt zijn vader dat hij hem belast met zijn oorlogsverleden. Hij spreekt, als enige in het gezin, zijn ongenoegen uit over de belasting. Daarmee kwetst hij zijn vader, maar hij wordt er zelf ook vaak emotioneel van, omdat hij zich toch op de een of andere wijze met zijn vader identificeert. Als zijn vader vertelt dat zijn voeten er bijna af zijn gevroren, gaat hij met zijn voeten in de koelkast zitten om te voelen wat zijn vader gevoeld heeft.

Simon:

Hij is ook een broer van de ik-figuur. Hij beleeft de verhalen van zijn vader heel intens, hij verzint er zelfs dingen bij. Hij heeft geen realistisch beeld van het verleden. Hij denkt dat het kamp nu ook nog bestaat.

A2:Alleen de vader, aan het eind van het verhaal worden de kamptrauma’s veel minder en denkt hij ook minder aan zijn tijd in het kamp.

B1:Nee, de hoofdpersoon neemt geen beslissingen, maar je komt wel heel veel gedachten en gevoelens van haar te weten.

B2: Met Max, Max vind eigenlijk dat zijn vader nou maar eens moet stoppen met die herinneringen ophalen en met die ‘kampverhalen’. Ik zou het ook helemaal zat worden om altijd maar die droevige verhalen aan te moeten horen.



5. Ruimte.

A1: Het verhaal speelt zich op meerdere plaatsen af. Het “normale” verhaal, speelt zich ergens in Nederland af. Op zich zou het ook ergens anders gesitueerd kunnen zijn, maar omdat Carl Friedman een Nederlandse is en omdat het boek autobiografisch is, ga ik ervan uit dat het zich in Nederland afspeelt. De terugblikken naar de kampervaringen van Jochel spelen zich echter vrijwel alleen in concentratiekampen af. Waarschijnlijk waren dit kampen in Polen. Later komt Jochel ook nog in een transitkamp terecht, waar een deel van het verhaal zich ook afspeelt.

B1: Ik vind het moeilijk om de functie van de ruimte in dit boek te beschrijven. Het concentratiekamp speelt natuurlijk een erg grote rol in dit verhaal, het grootste gedeelte van het boek speelt zich hierin af. Misschien kan Jochel niet goed omgaan met het feit dat hij nu vrij is, niet meer in het kamp is, en dat hij daarom ongewild steeds herinneringen naar boven haalt.

B2: Nee, ik vind het allemaal maar een beetje ijzig en kil, het gaat alleen maar over de oorlog.



6. Spanning.

A1: Ik vind dat er niet echt veel spanning in dit boek zit. De verhalen die de vader verteld worden op een saaie manier verteld. Het verhaal over dat de vader verteld over dat hij een bewaker vermoord heeft vond ik wel een beetje spannend.

B1: Helemaal niet, het wordt heel saai en eentonig verteld.



7. Stijl.

A1: Citaat: Blz. 5: Maar kamp hebben wij nog niet gekregen. Het hele boek gaat het er over dat de kinderen eigenlijk ook wel ‘kamp’ willen hebben. Hun vader is een voorbeeld voor ze en ze willen eigenlijk net als hem zijn.

A2: Korte zinnen, soms beeldspraak.

B1: Ja, er waren geen moeilijke woorden, alleen veel Duitse woorden en daarvan kan je niet altijd de betekenis raden.

B2: Het taalgebruik ligt redelijk dicht bij mijn eigen taalgebruik, ik gebruik toch meer de taal van tegenwoordig.



8. Genre.

Het genre is oorlog.

B1: De vader is Joods en daarom moest hij naar een concentratiekamp. De vader vertelt veel verhalen over zijn tijd in het concentratiekamp. Het gaat dus echt over de oorlog.



9. Thema en motieven.

A1: Het thema van het boek is de oorlog en de herinneringen van de oorlog. De hoofdpersoon moet allemaal verhalen van haar vader aanhoren over zijn tijd in de oorlog. Dit houd haar erg bezig, want ze leeft erg mee met haar vader.

A2: De motieven die ik herken zijn de gevoelens van het meisje en de verhalen van de vader, deze twee motieven komen elke keer weer naar voren in het boek.

B1: Dit thema heeft niet echt een betekenis voor mij. Het is natuurlijk erg wat er allemaal gebeurt is in de oorlog. Maar ik heb het zelf niet meegemaakt, dus mij doet het niet echt iets.

B2: Mijn kijk op dit onderwerp is niet echt verandert, ik vind het verhaal dat in het boek geschreven wordt een beetje onrealistisch lijken. Al die verhalen van Jochel kunnen natuurlijk wel echt gebeurt zijn, maar ik vind dat het een beetje onwerkelijk is geschreven.



10. Titel.

A1: Titelverklaring: De vader van de ik-figuur, Jochel heeft in de Tweede Wereldoorlog in een Duits kamp gezeten. Tralies zijn een symbool voor gevangenschap. Jochel lijkt nog steeds gevangen te zitten, want hij kan geen leven leiden zonder het kamp. Elke dag is hij er mee bezig, hij praat erover en 's nachts wordt hij wakker in zijn slaap en gaat lopen dwalen in huis of hij krijgt nachtmerries.

B1: Herinneringen



11. Vergelijking.

A1: De overeenkomsten tussen dit boek en een eerder gelezen boek over de oorlog zijn toch wel de kampervaringen. Een verschil is dat in dit boek op een bijzondere manier herinneringen zijn beschreven.

B1: Het meest opvallende aan dit boek voor mij is dat er steeds herinneringen terugkomen. Ikzelf vind het heel irritant en droevig. Maar misschien is het ook wel de bedoeling dat het een beetje droevig moet zijn.



12. Eindwaardering.

Ik geef het boek een 7.5

De omslag van het boek is duidelijk als je het verhaal hebt gelezen. Het is het plaatje van dat de ikpersoon haar speelgoed begraaft voor als de SS komt. Ik vind het boek niet spannend, er worden alleen maar op een ‘norse’ toon gebeurtenissen verteld van vroeger. Ik denk dat de schrijfster duidelijk heeft willen maken dat we de 2e wereldoorlog heel serieus moeten nemen. En dat er nog steeds mensen zijn die met herinneringen te maken hebben. Ze heeft dat gevoel toch best goed overgebracht, want ik ben er wel over na gaan denken, dat er nog wel mensen zouden kunnen zijn die zulk soort herinneringen hebben overgehouden aan concentratiekampen. Het boek is, zoals ik al eerder heb gezegd, op zo’n manier geschreven dat het af en toe een beetje onwerkelijk lijkt. Ik denk dat het verhaal best wel origineel is, want niet iedereen kan zomaar een verhaal schrijven waarin zo goed herinneringen worden beschreven.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.