Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Tirza door Arnon Grunberg

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 7087 woorden
  • 29 april 2012
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 15 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2006
Pagina's
320
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Verfilmd als
Prijzen
Gouden Uil (2007 Winnaar) , NS Publieksprijs (2007 Genomineerd) , Libris Literatuur Prijs (2007 Winnaar)

Boekcover Tirza
Shadow

De vrijheid mag lonken, maar liefst niet de hele dag; wanneer de vrijheid uitsluitend tijdens de zomervakantie lonkt, is het leven al zwaar genoeg. Jörgen Hofmeester is vader van twee dochters en werkzaam voor een gerenommeerd bedrijf. Dankzij een uitgekiend financieel beleid woont hij op stand. De vrijheid is hem te bandeloos: bandeloosheid leidt tot rampen. Sti…

De vrijheid mag lonken, maar liefst niet de hele dag; wanneer de vrijheid uitsluitend tijdens de zomervakantie lonkt, is het leven al zwaar genoeg. Jörgen Hofmeester is vader …

De vrijheid mag lonken, maar liefst niet de hele dag; wanneer de vrijheid uitsluitend tijdens de zomervakantie lonkt, is het leven al zwaar genoeg. Jörgen Hofmeester is vader van twee dochters en werkzaam voor een gerenommeerd bedrijf. Dankzij een uitgekiend financieel beleid woont hij op stand. De vrijheid is hem te bandeloos: bandeloosheid leidt tot rampen. Stilstand is voor Hofmeester de voorwaarde voor liefde en geluk. Loom houdt hij van zijn dochters. Dat zijn echtgenote hem heeft ingeruild voor een jeugdliefde op een woonboot en dat een gedeelte van zijn vermogen is verdwenen door malversaties van merkwaardige groeperingen die de wereldeconomie beheersen, het deert hem niet. Zolang hij maar van zijn kinderen mag houden. Maar op een avond staat zijn echtgenote weer voor de deur. En dan doet een man zijn intrede in het leven van Jörgen Hofmeester, een man die als twee druppels water op Mohammed Atta lijkt.

Tirza door Arnon Grunberg
Shadow
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

I ONDERWERP, THEMA EN GENRE
1. Wat is het thema van het verhaal?
Het thema in dit verhaal is de alles omvattende liefde van een vader voor zijn dochter. Ook is hier het thema van falen en verlies duidelijk aanwezig. Vanuit een nihilistisch wereldbeeld rekent hij af met alle illusies die mensen van het leven hebben. In Tirza splitst deze thematiek zich toe op de analyse van een mislukte vader-dochterrelatie en op de vraag: Hoe komt het beest in de mens naar boven?
Vanuit het reptielenbrein ontstaat koelbloedig gedrag, gebrek aan empathie (invoelingsvermogen), territoriaal gedrag, beheersing, bezitsdrang, machtswellust en agressie. De overlevingsdrang die voortvloeit uit ons reptielenbrein is een groot geschenk, maar als overleven voor ons een toestand van zijn wordt in plaats van een antwoord op gevaar, zijn we een gevangene van ons reptielenbrein. Het reptielenbrein leert niet van fouten en kan niet voelen of denken.
2. Vond je de uitwerking van het onderwerp verrassend/ (on)voorspelbaar/ bijzonder? Wat vond je verrassend of bijzonder aan deze uitwerking?
Ja, ik vond het heel verrassend, want ik had echt nooit gedacht dat de liefde van de vader voor zijn dochter zo ver zou gaan dat hij haar zou vermoorden. Dit is ook heel tegenstrijdig, maar daar houd ik wel van.
3. Tot welk genre rekenen we dit verhaal? Licht eventueel toe.
Een psychologische roman.

II DE GEBEURTENISSEN
1. Wat is de belangrijkste gebeurtenis in het boek?
De belangrijkste gebeurtenis is wanneer Jörgen Hofmeester zijn dochter en haar vriend vermoord waarna hij op zoek gaat naar ze in Afrika.
2. Ligt de nadruk op de gebeurtenissen of meer op de gedachten en gevoelens van de personages?
Veel meer op de gedachten en gevoelens van de personages. Er gebeuren dingen, maar de acties van die dingen zijn veel minder belangrijk dan het effect wat deze gebeurtenissen hebben op de hoofdpersoon.
3. Bevat het verhaal genoeg gebeurtenissen om je te blijven boeien?
Ja.
4. Vind je dat de gebeurtenissen logisch uit elkaar voortkomen of vind je het verband tussen de gebeurtenissen moeilijk te verklaren?
Ik vind dat de gebeurtenissen logisch uit elkaar voortkomen.
5. Vind je de gebeurtenissen (kies uit): spannend/ boeiend/ herkenbaar/ dramatisch/ humoristisch/ zwaarwichtig/ geloofwaardig/ verrassend/ onaanvaardbaar / waarschijnlijk/ schokkend? Bewijs je keuze aan de hand van voorbeelden uit het boek.
Ik vind de gebeurtenissen erg boeiend, humoristisch, verrassend en soms ook wel schokkend. Alle gebeurtenissen zijn wel boeiend, want ze zijn allemaal nogal verrassend en diep. Het is geen oppervlakkige zooi. De gebeurtenissen zijn ook wel humoristisch. Het is zó ironisch dat het grappig is. De gebeurtenissen worden ook aangevuld met zeer sterke en soms lullige dialogen, die in mijn oogpunt wel grappig zijn. De gebeurtenissen zijn niet allemaal verrassend, maar er is altijd wel een aspect dat wel verrassend is. Sommige gebeurtenissen vind ik wel erg schokkend. Dat Jörgen zijn dochter vermoord heeft en dat de echtgenote en hij best heftige discussies hebben, zijn voorbeelden van gebeurtenissen die ik schokkend, verrassend, humoristisch en boeiend vind.
6. In welke sfeer spelen de gebeurtenissen zich af?
Een beetje in een melancholische, zelfspottende sfeer.
7. Hoe wordt de spanning in het verhaal opgebouwd? Zijn er in het verhaal veel open plekken? Geef voorbeelden.
Ik vind dat er eigenlijk maar één echt spanningspunt is in het verhaal. Dit is wanneer Tirza vermist wordt. Je weet niet wat er gebeurt is. Jörgen heeft zijn eigen dochter vermoord, maar dit weet je niet als lezer en hierdoor vind je, als lezer, het erg spannend om te weten wat er met haar gebeurd is. Door iets niet te vertellen, wordt het erg spannend. Er is geen open plek in dit boek.

III DE PERSONAGES
1. Beschrijf het hoofdpersonage of de centrale figuur
Jörgen is onhandig en verkrampt, hij probeert altijd het goede te doen maar dat lukt hem meestal niet. Dit zijn ook de redenen waarom hij Tirza zo ophemelt, wat hij bij Ibi, zijn echtgenote, bij zichzelf en bij zijn werk fout heeft gedaan, wil hij namelijk bij Tirza goedmaken. Hij is hierin zo ver gegaan dat de zin van zijn leven afhangt van Tirza, hij kan haar niet loslaten want een leven zonder haar is ondraaglijk voor hem.
De ontmaskering (bevrijding) van het ‘beest’ binnen de beschaafde Jörgen Hofmeester gaat langzaam, in stappen. Hijzelf heeft geen idee dat hij deze fasen doorloopt en als lezer heb je dat ook niet direct door. Je ziet alleen die tegenvallers, de meest cruciale tegenvallers hebben met Tirza te maken (haar eetstoornis, dat ze ‘gewoner’ is dan hij gedacht had, en ten slotte dat ze het niet meer nodig vindt om opgevoed te worden). Langzaamaan wordt Hofmeester door zijn jongste dochter, de zonnekoningin, afgewezen, en dat kan hij niet verdragen.
Hij laat zich echter, met name op haar examenfeest, niet kennen en speelt zoals altijd de modelvader. Het gaat echter mis met hem als Tirza niet op komt dagen en zijn echtgenote zich voor gek zet als goedkope slet, ook hij laat zich meeslepen door het beest in hem en hij vergrijpt zich aan de minderjarige Ester in de schuur.
Hofmeester heeft altijd vastgehouden aan acceptatie, dat zou hem wel gelukkig houden, maar in de loop van het verhaal blijkt dit een illusie te zijn. Ik heb altijd medelijden met hem als ik dit boek lees. Ook al beweert Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer: ‘Het is en blijft een lul.’ Ik vind hem grappig en ik heb medelijden met hem. Als hij zegt: ‘Ja, lieve kinderen, jullie moeder is kunstenares. Niemand wil haar werk kopen, en onze ons gezegd en gezwegen: het is niet om aan te zien, maar dat maakt haar niet uit, ze schilder door.’ Dan heb ik zeer veel medelijden met hem en tegelijkertijd vind ik hem heel grappig.
2. Welke andere personages spelen nog een belangrijke rol?
Tirza, dit is de dochter van Jörgen, en de Echtgenote. Ze wordt telkens de Echtgenote genoemd. ‘Hofmeesters echtgenote is het herkenbaarste wrak dat hij ooit in zijn leven heeft gezien. En in dat herkenbare wrak vindt hij zijn eigen leven terug.’ Het zijn twee zielige personen.
3. Welke personages hebben een rond karakter en welke personages hebben een vlak karakter? Worden er ook types beschreven?
Rond karakter: Jörgen, Tirza en de Echtgenote.
Vlak: Ester zonder h, Choukri en Kaisa.
Geen types.

IV STRUCTUUR EN BOUW
1. Hoe is de structuur van het boek? (Hoofdstukken, epiloog, proloog, flashbacks, enzovoorts)
Het boek is opgebouwd in drie delen met elk een paar hoofdstukken. Er is geen proloog en ook geen epiloog. Wel zijn er veel en lange flashbacks. Het verhaal is chronologisch verteld.
2. Maakt de structuur het verhaal ingewikkelder of juist begrijpelijker?
Begrijpelijker.
3. Komt het verhaal langzaam op gang of zit er meteen al vaart in?
Er zit meteen al vaart in, maar er komt wel een zekere omschakeling in het boek waardoor het verhaal wel een hele andere wending aanneemt en je zou kunnen zeggen dat het verhaal dan op gang komt.
4. Is er één verhaallijn of zijn er meer lijnen die door elkaar lopen? Beschrijf deze.
Eén verhaallijn. Deze verhaallijn gaat over de laatste dagen met Tirza en de laatste dagen zonder haar.
5. Wat vind je van het einde? Is er sprake van een open of gesloten einde? Licht toe.
Een open einde. De Echtgenote belt op om te zeggen dat Tirza gevonden is. Het hoofdpersonage komt naar huis en belt vervolgens Tirza op om te zeggen dat ze gevonden is. Je weet niet wat hierna gaat gebeuren. Wordt Jörgen veroordeelt voor het vermoorden van zijn eigen dochter en haar vriend? Op die vragen krijg je geen antwoord.
6. Vanuit welk perspectief wordt het verhaal verteld? (personaal, auctoriaal)
Personaal. Vanuit Jörgen Hofmeester, dit is een onbetrouwbaar perspectief.

V TAALGEBRUIK
1. Vond je de tekst lastig om te lezen? Bevat de tekst veel moeilijke woorden, lange zinnen, veel beeldspraak of iets anders?
Ik vond de tekst helemaal niet moeilijk om te lezen. Ik vond dat er nauwelijks sprake was van moeilijk taalgebruik. Er worden redelijk korte zinnen gebruikt. Beeldspraak wordt niet opvallend veel gebruikt. Ik heb het in ieder geval niet kunnen opmerken.
2. Welke eigenaardigheden in taal en stijl zijn je opgevallen?
Veel (drievoudige) herhalingen, een licht ironische schrijfwijze en zeer veel aforismen. Grunberg heeft een eenvoudige, heldere stijl. Scherpe observaties. Dialogen zijn het best.
3. Hoe vind je de verhouding tussen beschrijving, dialoog en weergave van gedachten/ gevoelens? Te veel beschrijving? Te veel dialoog? Te veel gedachten en gevoelens? Of juist te weinig?
Ik vind de verhouding goed. De dialogen zijn rijk. Ze worden afgewisseld met beschrijvingen en gevoelens. Zijn gedachtes worden aangevuld met dialogen en beschrijvingen. Door deze verhouding leef je mee met het personage.
4. Vind je de manier van vertellen te wijdlopig, te uitgesponnen, te hoogdravend of juist niet?
De manier van vertellen vind ik af en toe een beetje absurd. Ironisch en loom, dat ook, maar vooral absurd. Hij beschrijft dingen heel plat. Zo heeft hij het niet over ‘de liefde bedrijven’, maar over ‘neuken’.
5. Bevat de tekst veel beeldspraak en/ of symbolische verwijzingen?
Nee.
VI PLAATS IN DE LITERATUURGESCHIEDENIS
1. Beschrijf de tijd waarin het werk geschreven is.
Het werk is uitgebracht in 2006 en ook rond deze tijd geschreven. De tijd van nu dus.
2. Vermeld tot welke stroming het werk/ en of de auteur behoren.
Het is te moeilijk om iets te zeggen over de literatuur die er nu geschreven wordt: we zitten er te dicht met ons neus op om een overheersende stroming te kunnen ontdekken.
Als ik er toch iets over moest zeggen, zou ik zeggen dat het nieuw realistisch is.
In romans van de laatste jaren speelt de buitenwereld weer een rol. Verhalen over terroristen en oorlog (factionromans e.d.)
Verteller, auteur en personages zijn niet altijd zo streng gescheiden als bijvoorbeeld in de 19e eeuwse roman. Zo beschrijft Arnon Grunberg personages die net als hijzelf in New York wonen, schrijver zijn etc.
Geen scherpe afscheiding meer tussen de genres, zoals fictie en non-fictie.
Proza dat geëngageerd is, maar niet moralistisch. Vaak komen bijvoorbeeld verschillende visies en 'stemmen' aan bod die het verhaal vanuit hun eigen perspectief vertellen. Zo schrijft Hafid Bouazza over generatieproblematiek door zo veel mogelijk betrokkenen aan het woord te laten.
Moderne auteurs vermengen teksten van anderen in hun eigen werk, waardoor een soort intertekstualiteit of collage ontstaat. Dat kunnen bijvoorbeeld citaten van klassieke schrijvers zijn, liedjes, spreekwoorden of krantenartikelen.
Het lineair en chronologisch vertellen van een verhaal maakt plaats voor vertelling via flashbacks, sprongen in de tijd of herinneringen.
3. Geef kenmerken van de tijd waarin het werk geschreven is.
De tijd is nu, het heden. Over het heden kunnen we niet objectief zijn. Wat wel belangrijk is voor dit verhaal is de aanslagen van 11 september.
4. Vermeld in hoeverre het werk typerend is voor de schrijver of periode.
Dit werk is zeer typerend voor Arnon Grunberg. Je merkt duidelijk zijn voorkeur voor aforismen en ook de licht ironische schijfwijze met veel herhalingen in dit boek is kenmerkend voor Arnon Grunberg. Ook blijven dezelfde thema’s altijd terugkomen in de boeken van Arnon Grunberg. Schuld, liefde en seks (en vooral wat die wel of niet met elkaar te maken kunnen hebben). Daarnaast spelen geweld en oorlog ook bijna altijd een belangrijke rol in zijn boeken. Deze thema’s komen allemaal terug in Tirza. Het ogenschijnlijk keurige hoofdpersonage Jörgen is eigenlijk een ‘beest’. De onschuld van kinderen (ook zo’n terugkerend thema bij Grunberg) blijkt niet lang stand te kunnen houden in de echte wereld.
In eerdere boeken baseerde Grunberg zich vaker op andere literatuur. Grunberg gebruikt graag en veel verhalen van anderen, van grote filosofen als Nietzsche tot onbelangrijke schrijvers die haast niemand leest. De reden van al die verwijzingen naar andere teksten (‘intertekstualiteit’) is niet altijd even duidelijk. Wellicht wil Grunberg ermee zeggen dat originaliteit voor hem niet zo belangrijk is: als je maar een goed verhaal vertelt dat de lezer kan boeien. Ook zal hij ermee laten zien wie in zijn ogen belangrijke voorgangers en inspirators zijn. W.F. Hermans kan daartoe gerekend worden, en Frans Kellendonk bijvoorbeeld. Ook zij waren ‘ontmaskeraars’ die via de literatuur de mensen een ontluisterend beeld gaven van de absurde en chaotische wereld. Waar het bij Grunberg steeds weer om gaat is hoe de mens ondanks alles blijft geloven in ‘afgoden’ (geld, liefde, seks, geweld) en steeds weer tot de tragische ontdekking komt dat daar al evenmin heil van te verwachten is als van de gewone God.
In Tirza zie je heel duidelijk dat het hoofdpersonage tot de ontdekking komt dat geld, liefde, seks en geweld niet veel beter is dan de gewone God. De financiële onafhankelijkheid heeft Jörgen nooit gekregen, de liefde heeft hij afgezworen. Ook maakt Grunberg ook in dit boek weer gebruik van al bestaande literatuur.
Ook het Amsterdamse-Zuidmilieu dat in Tirza de achtergrond vormt, is kenmerkend voor Arnon Grunbergs werk. Het hoofdpersonage in Tirza is net als in De Asielzoeker een ‘kapotte’ man, die op de een of andere manier samenleeft met zijn eveneens kapotte vrouw, ondanks dat zij niets meer bij elkaar te zoeken lijken te hebben. Zijn haat-liefdeverhouding met geld kennen we uit Fantoompijn en zijn streven naar oppervlakkige keurigheid uit Het aapje dat geluk pakt. Arnon Grunberg heeft duidelijk zijn eigen stempel gezet op Tirza.

VII SAMENVATTING
Deel I : De huur (blz. 11-123)
Er zijn drie hoofdstukken in dit deel.
In het eerste hoofdstuk is Hofmeester druk bezig met het snijden van verse tonijn en het klaarmaken van hapjes voor het eindexamenfeestje van zijn “hoog-hoogbegaafde” dochter Tirza. Ze is geslaagd voor het gymnasium. Hij heeft een heel bijzondere band met zijn dochter, want de laatste drie jaar leeft hij met haar samen onder één dak. Zijn vrouw is namelijk op dat moment verdwenen met een jeugdliefde en op een woonboot gaan wonen. Hij houdt heel erg veel van deze tweede dochter. Ook van zijn eerste dochter Ibi heeft hij veel gehouden, maar die is ook enige tijd geleden naar Frankrijk vertrokken om met een allochtoon een Bed& Breakfasthotel te runnen.
Wanneer hij zo bezig is met het klaarmaken van de hapjes (sushi en sashami, waarvoor hij een cursus heeft gevolgd) voor het feest, moet hij terugdenken aan zijn vrouw, die in de rest van de roman consequent “de echtgenote” wordt genoemd. Ze krijgt geen naam. Zes dagen geleden stond ze ineens weer voor zijn neus, omdat ze wilde zien wat er van hem en Tirza terecht was gekomen. Ze overrompelt hem en gaat zijn huis binnen. Beiden (Tirza en hijzelf) beschouwen haar als een indringster . Wanneer de echtgenote blijft mee-eten is de sfeer aan tafel ook ijzig. Tirza wil eigenlijk helemaal niets met haar te maken hebben. Ze verdwijnt dan ook weer heel snel van tafel. Ze verwijt haar moeder dat ze geen enkele reden had om haar in de steek te laten.
In het tweede hoofdstuk gaat de discussie tussen Jörgen en de echtgenote verder. Ze vraagt of ze mag blijven slapen en Hofmeester kan eigenlijk niet zo goed tegen haar op. Hij staat het verzoek dan ook toe en dan wil ze ook een keer weer op de oude plaats in het echtelijk bed slapen, wat Hofmeester eigenlijk niet wil. Ze breekt hem geestelijk helemaal af: ze maakt opmerkingen over zijn witte vlees, zegt dat ze hem nooit aantrekkelijk heeft gevonden, zegt dat hij stinkt en geeft ook aan dat hij haar nog nooit een orgasme heeft kunnen bezorgen. Kortom, het ego van Hofmeester kan het er even mee doen. Ze vraagt hem wat hij nu eigenlijk wel aantrekkelijk in zijn leven vindt. Is hij soms homo? Dan mag hij het nu wel vertellen: ze zal het hem niet meer kwalijk nemen. Hofmeester ontkent dat hij homo is en bekent dat hij van een bepaald type ordinaire vrouwen houdt. De echtgenote fokt hem steeds meer op, wil hem zelfs op zijn mond zoenen, maar dan geeft hij haar een ouderwetse oorvijg. Daarvan schrikt ze toch weer even terug. Maar ze gaat verder met het uitdagen van haar vroegere echtgenoot. Ze wil het beest dat in hem zit, wakker schudden. Wanneer ze hem opnieuw wil kussen, slaat hij haar voor de tweede keer. Op de drempel van de kamer staat Tirza, die hem gadeslaat hoe hij zijn gade slaat.
In het derde hoofdstuk keren we weer terug naar de dag van het feest, wanneer Hofmeester zich aankleedt en scheert. Zijn vrouw tut zich in de slaapkamer ook op, want ze is na haar komst gewoon bij hem in huis gebleven. Hofmeester weet dat Tirza met haar nieuwe vriend van plan is om naar Afrika te vertrekken. Hij voelt zich niet prettig daarbij: zijn opvoeding zit er bijna op en de toekomst ligt als een woestijn voor hem (dat is mooie symbolische verwijzing naar de woestijn van Namibië in deel III) Hij herinnert zich dat zijn echtgenote die een kunstenares (schilderes) was, graag kinderen wilde . Ze was op een bepaald moment gewoon met de pil gestopt waarna de eerste dochter Ibi (in 1983) werd geboren. Toen kon er ook nog wel een tweede kind komen, vond de echtgenote.( 1987)
Er komen op die avond ook enkele leraren van Tirza van het Vossius. Die hadden drie jaar geleden heel goed gereageerd op het verdwijnen van de echtgenote met een jeugdliefde. Dan komt ook de eerste dochter Ibi naar het feest. Ze is vier jaar ouder dan Tirza en heeft een hotelletje in Frankrijk. Haar studie natuurkunde heeft ze ervoor opzij gezet.
Hofmeester denkt weer terug aan het verleden toen hij het huis aan de Van Eeghenstraat had gekocht. Hij besloot de bovenste verdieping te verhuren. Het was een prachtige woning met uitzicht op het Vondelpark. Hij kreeg ook snel huurders en Hofmeester inde elke maand de huur. Dat werd een soort ritueel. Op die manier kon hij ook geld wegleggen in het buitenland om voor zijn oude dag te sparen. Maar omdat hij er soms tegen opzag om huurders onder ogen te komen (ze vroegen dan vaak om het uitvoeren van onderhoud aan de woning) had hij op een dag Ibi gevraagd of ze vijf gulden wilde verdienen, door de huur op te halen. Dat werd vanaf die dag het ritueel van Ibi. Ze wordt een mooie meid die naar de middelbare school gaat (het Barleus) maar blijft het geld ophalen bij de huurders, al komt het voor dat ze steeds langer wegblijft. Als ze vijftien jaar is, gebeurt het onvermijdelijke. Hofmeester vindt dat ze bij het geld ophalen te lang wegblijft en gaat naar boven om poolshoogte te nemen. Wanneer hij bovenkomt, ziet hij dat zijn dochter Ibi door de huurder “geneukt wordt als een beest. “(blz. 97) Hofmeester wordt zo boos dat hij een glazen stalamp op het hoofd van de huurder kapot slaat. Hij vertelt aan de architect dat zijn dochter is niet bij de huur inbegrepen. Ibi wil echter bij deze Andreas blijven. Hij slaat Ibi als ze blijft tegenstribbelen. Op dat moment komen de echtgenote en Tirza thuis: die is er dus getuige van dat hij een oorvijg uitdeelt. Het loopt ’s avonds opnieuw uit de hand. Ibi wil naar Andreas, ze is niet verkracht en bovendien is ze aan de pil, dus hij hoeft niet zo’n stampij te maken. Hofmeester moet zich echt beheersen: hij gaat de huurder zijn geld terugbrengen en verlangt dat hij binnen vijf dagen zijn huis verlaat. De huurder reageert laconiek en zegt dat Ibi al genoeg seksuele ervaringen heeft gehad: hij was echt de eerste niet en hij hoefde haar niets te leren. Hofmeester antwoordt echter dat hij wel de oudste minnaar was. Andreas geeft aan hoe zielig de figuur van Jörgen eigenlijk wel is. Zijn dochter heeft grote problemen: ze is aan het sparen voor een borstvergroting. Hij helpt haar financieel daarbij. Dan loopt Hofmeester weg. Thuis wacht Tirza op hem. Ze vraagt hem of ze later ook geen tieten zal krijgen zoals Ibi. Tirza wordt door Hofmeester opgetild. Hij noemt haar zijn “zonnekoningin.”
Daarmee is deel I afgelopen: een deel dat dus heel veel informatie van Hofmeester en zijn familie uit het verleden bevat.
Deel II : Het offer (blz. 127- 271)
Er zijn vijf hoofdstukken in dit deel.
Hoofdstuk : de gasten voor het feest zijn voorlopig nog niet gekomen en Hofmeester wil wat kir drinken met Tirza,(haar lievelingsdrank) maar ze is niet in het huis. Ze is haar vriend ophalen. Hofmeester denkt na over zijn bestaan. Hij werkt bij een uitgever, maar korte tijd geleden werd hij bij zijn directeur geroepen. Ze wilden hem ontslaan: het werk dat hij deed, liep niet zo goed. Hij had eigenlijk weinig echte ontdekkingen van schrijvers op zijn naam staan en de schrijvers uit het Oostblok berokkenden de uitgever eigenlijk alleen maar schade. Nu had de uitgever juridisch laten uitzoeken dat hij te oud was om ontslagen te worden en daarom had hij het aanbod gekregen om met behoud van salaris te stoppen. Hij hoefde nog niet eens de lopende zaken af te handelen. Maar hij doet tegenover Tirza net alsof hij nog gewoon zijn baan heeft en brengt een groot deel van de dag door op Schiphol, waar hij zijn eenzaamheid probeert te vergeten door vreemde mensen uit te zwaaien. Hij houdt de monitoren van de vertrek -en aankomsttijden bij.
Hij gaat weer even naar boven voor aanvang van het feest. Zijn vrouw zit zich in de slaapkamer op te knappen: ze heeft een heel kort spijkerrokje aan dat een beetje sletterig staat. Ze denkt dat ze Hofmeester een plezier doet, omdat hij enkele dagen geleden gezegd heeft dat hij van een type ordinaire vrouw houdt. Ze vindt dat ze mooie borsten heeft, maar Hofmeester zegt dat ze gewoon hangtieten heeft. Daarom is ze ook terug gekomen: haar tijd is voorbij. De echtgenote vraagt of hij met haar wil neuken, maar hij zegt dat de kinderen in huis zijn. De vrouw beledigt Tirza in de ogen van Jörgen, omdat ze vindt dat het kind helemaal geen tieten heeft. Opnieuw herhaalt ze de vraag om met haar te neuken. Ze heeft zich immers zo ordinair mogelijk aangekleed. Dan maakt Hofmeester aanstalten om haar toch beet te pakken. Ze geeft aan dat ze toch op elkaar aangewezen zijn, omdat ze eigenlijk allebei niemand meer hebben en dat hun verdere leven uitzichtloos is.Meteen geeft ze ook aan dat het best dat in hem sliep door haar wakker gekust is. Ze heeft haar jeugdliefde in de steek gelaten, omdat ze een kind wilde en hij onvruchtbaar was. Dan neemt hij haar op de schoot en slaat haar op de blote billen: een spel dat ze vroeger ook speelden. Maar het echte vrijen gaat niet door. De bel gaat namelijk en de lerares Veldkamp staat voor de deur. Hofmeester opent de deur met een ontbloot bovenlijf. Het is een wat vreemde ontmoeting, maar de eerste gasten zijn er nu en het feest gaat eindelijk beginnen.
In hoofdstuk twee zijn er al heel wat meer gasten, vooral jongeren, gekomen. Tirza is nog steeds niet aanwezig. De echtgenote blijft proberen Hofmeester te zoenen. Ze zijn de komende tijd immers op elkaar aangewezen. Dan komt er ook een schoolvriendinnetje van Tirza op het feest, Ester (zonder h) Ze wil tomatensap en Hofmeester belooft het voor haar te halen. Maar hij vergeet zijn belofte door de gesprekken die hij voortdurend voert o.a. met de leraren van school. Met de economieleraar spreekt hij o.a. over wat een hedge fund eigenlijk inhoudt. Hofmeester heeft daar namelijk zijn geld in gestort en dat is hij kwijtgeraakt. Het betrof een bedrag van ongeveer 1 miljoen gulden. Een van de belangrijkste oorzaken van de financiële tegenvaller was de aanslag in het WTC te New York. (2001) Een half jaar later wordt het verlies duidelijk. We zijn dus dan in het jaar 2002. De echtgenote vermaakt zich op dat moment met een jonge knul met wie ze aan het dansen is.
Hofmeester denkt aan drie jaar geleden toen Tirza hem gevraagd had wanneer ze ontmaagd zou worden. Ze vraagt ook aan hem hoe ze dat moet doen en Hofmeester vertelt hoe ze zich moet ontkleden, wat ze tegen de jongens moet zeggen en hoe ze zich tegen een jongen moet aandrukken. Tirza drukt zich later tegen haar vader aan en zegt de spreuk die ze van haar vader heeft geleerd: “Ik ben Tirza en ik heb je lief.”
Hoofdstuk 3
Hofmeester herinnert zich ineens dat hij tomatensap voor Ester zou halen. Hij loopt naar de schuur en ineens staat het meisje bij hem. Ze begint tegen hem te praten, eigenlijk is ze geen vriendinnetje van Tirza, maar een klasgenoot. Het is een beetje een vreemd meisje, dat eigenlijk niets wil: ze eet ook geen vis van de schotels die Hofmeester heeft klaargemaakt. Ze praten over de zin van het bestaan en de zin van liefde. Hofmeester begint erotische gevoelens voor haar te krijgen: blijkbaar heeft de echtgenote toch het beest in hem doen ontwaken. Maar hij gaat terug naar het feest en Ester geeft aan dat ze het liefst in de schuur blijft om zichzelf te aaien. Wanneer hij het huis binnenloopt, is Tirza er ineens. Ze stelt haar vriend voor: hij heet Choukri. Maar Hofmeester ziet vanaf het eerste moment Mohammed Atta in de jongen en zo blijft hij hem ook consequent noemen. Met deze knul zal ze de Afrikaanse reis gaan maken. Mohammed Atta is de oorzaak van zijn financiële ondergang en hij heeft daarom meteen een hekel aan hem: bovendien ziet hij Choukri als een directe concurrent in zijn strijd om de liefde voor Tirza. Onder het sardines bakken vertelt hij aan de echtgenote over Atta, maar ze lijkt niet echt geïnteresseerd in die problematiek. Als ze geil geworden door de drank hem opnieuw wil kussen, duwt hij haar weer van zich af. Vieze vrouw, noemt hij haar.
Vier jaar geleden was hij op school geroepen bij de docente mevrouw Van Delven en die had hem verteld over de eetstoornis van Tirza. Ze had anorexia, iets wat wel vaker voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. Tirza was 14 jaar . Toen hij thuiskwam, moest hij het aan Tirza vertellen. Ze gedraagt zich toch een beetje vreemd, vraagt hem of hij haar mooi vindt en eist van hem dat hij zegt dat “zij zijn vrouw “is. Tirza is de enige vrouw die hij heeft. Hofmeester haalt daarna uit de bibliotheek allerlei boeken over eetstoornissen.
In het volgende hoofdstuk ziet Hofmeester steeds in de schuur het licht aan en uit gaan. Dat is Ester. Tirza vraagt hem wat hij van Choukri vindt en Hofmeester vertelt dat hij hem op Atta vindt lijken. Hij vindt ook dat ze eigenlijk niet met een terrorist moet omgaan. Hij denkt dat hij haar gebruikt en Hofmeester wil haar beschermen tegen onheil (blz. 227)
Op dat moment komt weer een flashback over de anorexia en de psychiater die Jörgen had geraadpleegd. Controle is in dat opzicht ook een kernwoord. De echtgenote verwijt Hofmeester dat hij de eetstoornis heeft veroorzaakt, omdat Tirza, de hoog-hoogbegaafde, altijd iets van hem moest doen: zwemmen, celloles. Tirza wil ook altijd de beste in iets zijn, omdat ze vreest dat anders niemand van haar houdt. Hij brengt Tirza naar een kliniek in Duitsland en wonderbaarlijk genoeg lijkt Tirza binnen relatief korte tijd van haar eetstoornis te genezen. Na drie maanden mag ze naar huis. Daarna wordt hij weer een voorbeeldige vader die alles voor Tirza over heeft. Hij wil haar dus beschermen tegen Atta. Tirza wordt boos op hem.
Hofmeester gaat even later met een pak sap naar de schuur waar Ester zit. Opnieuw praten ze over de liefde die Jörgen heeft afgeschaft. Ester zegt dat ze dat ook heeft gedaan en dat schept natuurlijk een band. Hij zoent haar en wordt ineens wild en geil: het beest in hem is wakker gekust en hij gaat verder: hij stroopt haar rok naar beneden en begint haar seksueel te betasten. Daarna gaat hij nog verder en wil hij haar penetreren , maar hij kan haar geslachtsopening niet vinden. Op dat moment hoort hij Tirza roepen en hij loopt met de broek op zijn enkels naar buiten waar zowel Tirza als haar lerares Veldkamp staan. Het is natuurlijk een genante vertoning. Later ziet Tirza ook de ontklede klasgenoot Ester in de schuur staan. Hoe kan een vader dit zijn dochter aandoen? Vrijen met een klasgenootje? Binnengekomen in het huis ziet Hofmeester dat zijn vrouw op de tafel met een jonge knul staat te dansen. Hij ruikt de geur van Ester aan zijn handen.
Hoofdstuk 5: Tirza komt bij haar vader verhaal halen waarom hij dat gedaan heeft. Ze vindt haar vader een viezerik. Een excuus zou kunnen zijn dat hij dronken was. Hofmeester geeft aan dat hij Tirza zal wegbrengen naar het vliegveld. Dan stuurt hij de laatste feestgangers weg en ontmoet hij de echtgenote. Ze geeft aan dat ze weer bij hem wil wonen, want er is toch helemaal niemand anders meer die hen wil hebben. Ze zal zich voor hem uitkleden in ruil voor kost en inwoning.
Ester is echter nog steeds in het huis en hij bestelt en betaalt een taxi voor haar: het wisselgeld moet ze nog maar eens komen terugbrengen. Tirza vraagt aan haar vader wat er van hem wordt als ze weg is. Hofmeester vraagt aan haar of ze nog eens cello voor hem wil spelen. Dan pakt ze haar cello en begint voor haar vader te spelen. Hij betaalt haar met papiergeld: ze wil het eigenlijk niet aannemen, maar hij dringt aan: koop er wat voor als je met Choukri in Afrika bent. Dan pakt ze het geld toch aan. Dan verdwijnt ze maar Hofmeester valt en krijgt de cello en de muziekstandaard over hem heen. Hij wordt even later weer omhoog geholpen door Tirza. Ze ondersteunt hem en hij noemt haar weer de “zonnekoningin” Hij kan haar niet loslaten. Zij kan hem niet loslaten. Het zit in de familie.
Deel III: De woestijn (blz. 275-430)
Dit deel heeft vijf hoofdstukken.
In het eerste hoofdstuk van dit laatste deel wordt verteld dat Hofmeester nog een keer een ontmoeting heeft gehad met Ester. Hij wilde zogenaamd het restant van het geld voor de taxi terughebben; in de stad drinken ze wat, maar blijkbaar verwacht Jörgen veel meer van het meisje dan dat zij van hem wil. Ook dat loopt dus op een desillusie voor Hofmeester uit. Intussen schrijven we half juli 2005 en de reis naar Afrika komt er spoedig aan. Hofmeester heeft met Tirza afgesproken dat hij hen naar Frankfurt brengt en dat ze daarvoor nog een weekendje in het huisje van zijn ouders in de Betuwe zullen doorbrengen. Zo geschiedt het ook. Hofmeester werkt in die dagen voornamelijk in de tuin, met een machinezaag houdt hij de fruitbomen kort en ’s avonds spelen ze een spelletje monopoly en bevraagt hij Mohammed Atta over zijn koran. Hij maakt steeds het eten voor hen en op een bepaald moment komt hij de kamer binnenlopen en ziet dat Tirza liggend op de tafel door Mohammed Atta wordt “geneukt” als een beest. Hij is ontstemd en vertelt dat hij zich terugtrekt en in het dorp een portie eten (een rijsttafel voor drie personen ) bestelt. Omdat de beide geliefden daarna slapen, eet hij zelf alles op. In de nacht doet hij van alles (ook graafwerk) in de tuin om die zo goed mogelijk te prepareren voor de winter die eraan zal komen. De volgende morgen brengt hij hen naar het vliegveld van Frankfurt en zwaait hen daar uit. Vervolgens rijdt hij terug naar Amsterdam, maar hij moet onderweg diverse keren braken. Wat is er met hem aan de hand? Is het vanwege zijn dochter die hij nu een tijd lang niet zal zien? Een aantal keren zegt hij dat hij nu aan de epiloog van zijn leven is begonnen.
In hoofdstuk 2 vertelt Hofmeester aan zijn vrouw dat hij de laatste tijd een seksuele relatie met zijn werkster uit Ghana is begonnen. Het kan haar eerst niet veel schelen, maar later blijkt er toch wel een vorm van jaloezie bij haar aanwezig te zijn. Bovendien is er sprake geweest van anale seks. Ze brengt ook hun vroegere seksuele spel in herinnering: de woonkamer was het vondelpark en Hofmeester moest dan de verkrachter spelen.
Er komt maar geen bericht uit Zuid-Afrika van Tirza. Eerst wordt er gedacht aan het feit dat haar mobiel daar geen bereik heeft en vooral de echtgenote wil de eerste tijd dat hij Tirza met rust laat. Maar als er ook later steeds geen bericht komt, wordt ook zij onrustig. Ook via de ambassade komt er geen nieuws en op een bepaald moment besluit Hofmeester naar Namibië te vliegen. De echtgenote geeft hem twee dingen mee: een blauwe japon voor Tirza en een foto van Tirza. Hij komt na uren vliegen aan in dit zwarte deel van de wereld en hij laat zich door een taxichauffeur naar Windhoek brengen. Ondertussen vertelt hij over zijn dochter en laat vaak de foto’s zien: in hotels en aan serveersters maar niemand heeft Tirza en haar vriend gezien. Hofmeester beschikt in zijn aktetas over een notitieboekje van Tirza en ze heeft daarin alle sms-jes beschreven die ze heeft ontvangen. Hij schrijft op 10 augustus 2005 erin en doet alsof hij Tirza is, die een berichtje van haar vader heeft ontvangen.
In het derde hoofdstuk reist Hofmeester steeds verder Namibië in. Hij maat een doorreis langs diverse hotels, informeert naar zijn dochter en zijn vrouw belt hem regelmatig om te vragen of hij iets weet. Ze wil ook graag met hem doorgaan, want ze hebben toch niemand meer die om hen geeft. Maar Hofmeester hapt voorlopig nog helemaal niet toe. Hij mist zijn vrouw helemaal niet, maar Tirza uiteraard wel. In een van de steden komt Jörgen een klein meisje tegen dat later Kaisa blijkt te heten. Ze is negen jaar en vraagt bij de kennismaking op straat steeds hetzelfde: “Do you want company, sir?” waarmee eigenlijk wordt aangegeven dat ze een meisje is dat zich aanbiedt voor westerse pedofielen. Hofmeester neemt haar wel mee op reis en laat haar in diverse hotels naast zich slapen. Er wordt niet door hem verteld of hij haar ook daadwerkelijk seksueel misbruikt. Je merkt aan alles dat hij in haar Tirza ziet: als slaapjurk geeft hij de blauwe jurk van Tirza aan haar, hij poetst haar tanden , hij noemt haar enkele keren Tirza, geeft haar cola te drinken wat Tirza ook graag wilde, maar niet vaak kreeg. De hoteleigenaars en de gasten in de hotels kijken natuurlijk wel vreemd naar het stel, maar Hofmeester noemt Kaisa altijd zijn nichtje. Ze vraagt steeds hetzelfde aan hem en Hofmeester behandelt haar min of meer als een volwassene. Hij begint allerlei dingen tegen haar te vertellen. Hij praat met haar over liefde en over zijn wereldbeeld. Een dag of wat later gaat hij in het boekje van Tirza snuffelen: hij ziet haar e-mailadres en wachtwoord (ibi83) en gaat een briefje naar hem zelf tikken. Daarna belt hij naar huis om te vertellen dat hij een email heeft ontvangen van Tirza. Hij vertelt zijn vrouw niets over zijn kleine gezelschapsdame, maar wel dat Tirza waarschijnlijk in de woestijn zit. Daarna bezoekt hij met de kleine Kaisa haar moeder, die ziek en doofstom in bed ligt en nauwelijks reageert op wat er om haar heen gebeurt. Hij laat wat Namibische dollars op het bed vallen en gaat weer snel weg. Kaisa blijft ondanks alles steeds bij hem. “Do you want company, sir?”
Hoofdstuk vier: Hofmeester heeft zijn plan getrokken: hij weet dat hij in de epiloog van zijn leven is. Hij wil naar de woestijn om daarin te verdwijnen (= sterven) en hij huurt een jeep met chauffeur om dat te kunnen bewerkstelligen. Daarvoor vertelt hij aan Kaisa hoe hij zijn geld verloren heeft, dat hij een seksuele relatie met zijn werkster heeft en hij doet nog steeds alsof ze zijn dochter Tirza is. Hij vertelt ook seksueel genot eigenlijk berust op vernedering van de ander. Het zijn natuurlijk helemaal geen gespreksonderwerpen voor de kleine Kaisa, maar het begint er ook steeds meer op te lijken dat Jörgen het zicht op de realiteit kwijt is geraakt. Hij wil de woestijn in en in een nacht vertelt hij aan Kaisa wat er werkelijk gebeurd is in het vakantiehuisje van zijn ouders. Nadat hij gezien had dat Tirza op de tafel door Atta seksueel werd genomen, was hij in blinde woede ontstoken, omdat hij vond dat het geen vorm van liefde is. Met de pook van de open haard had hij ingeslagen op Tirza en zij was daarbij gedood. Atta was op hem toe komen lopen en hij had de machinezaag van de Marokkaan afgenomen en hem vervolgens in stukjes gezaagd. De beide lijken (een heel lijk en een ander lijk in mootjes) had hij die nacht in de tuin begraven. Het is duidelijk dat het beest dat in hem sliep, echt wakker is gekust. Daarna was hij naar Frankfurt gereden en hij had afscheid genomen van niemand.( Hier ligt een spiegeling met de situatie in deel I waar hij op Schiphol juist afscheid neemt van wildvreemde mensen) Tegenover Kaisa geeft hij nu aan dat hij Tirza zoekt, terwijl hij weet dat ze er niet kan zijn. Maar ook dat hij tegelijkertijd aan het twijfelen is, omdat hij denkt dat alles een spel geweest is dat zich in zijn hoofd afspeelt. (het motief van schijn en werkelijkheid)
De volgende dag gaat hij met de jeep en Kaisa naar de Namibische woestijn en hij neemt zich voor om te gaan verdwijnen onder het zand, maar de kleine Kaisa laat zijn hand niet los (parallel met Tirza aan het einde van deel II) Ze trekt hem weer terug naar de wereld van de hotels. Wanneer hij daar weer aankomt, ziet hij dat zijn vrouw gebeld heeft die hem bericht dat Tirza gevonden is en hem verzoekt om zo spoedig mogelijk naar huis terug te komen.
In het laatste hoofdstuk (blz. 418-430) zit Hofmeester weer met Kaisa in een hotel (Nesthotel)
Hij is al drie dagen niet uit zijn hotel gekomen en hij heeft alleen “company” van Kaisa met wie hij eet en aan wie hij vertelt dat hij spoedig wel zal gaan, maar dat hij terug zal komen naar Namibië om haar op te halen. Hij zal dan een stichting voor straatkinderen oprichten. Op weg naar het vliegveld van Windhoek koopt hij nog schoenen voor zichzelf (kwijtgeraakt in de woestijn) en sandalen voor Kaisa. Hij vertelt haar dat hij zijn hele leven een rol heeft gespeeld (met zijn echtgenote, met zijn eerste dochter met zijn baantje als redacteur) De enige met wie hij “echt” is geweest, is Tirza geweest. Hij zegt ook dat hij Kaisa vergeeft dat ze hem niet heeft laten verdwijnen in de woestijn. Wanneer hij door de douane loopt, hoort hij Kaisa nog hard schreeuwen: “Do you want company, sir ? “. Daarna ziet hij haar niet meer. Via Zürich vliegt hij naar Amsterdam en hij neemt hij de tram naar de Van Eeghenstraat. Het is een drukte van belang in zijn straat: het lijkt wel een mediacircus. Hij hoort een meisje zeggen: “Do you want company, sir ?”Maar het is niet de stem van Kaisa, het is die van Tirza. Hij ziet de echtgenote uit zijn huis komen en op hem aflopen. Hij ziet de mensen van de media op hem afkomen en hij zal meteen reclame maken voor de stichting die hij in het leven wil roepen. De stichting voor kinderen die gezelschap verkopen. Hij moet Tirza bellen dat ze gevonden is. Hij belt haar mobiele en hoort Tirza zeggen: “”Hoi , dit is Tirza. Ik ben er even niet. Maar laat maar een leuk berichtje achter.” (de slotregel op blz. 430).

VIII DISCUSSIEPUNTEN
1. Sommige recensenten waren het erover eens dat de roman beter zou zijn geweest als Grunberg in het midden had gelaten wat er met Tirza en Choukri is gebeurd. Daar ben ik het helemaal niet mee eens. De roman krijgt ontzettend meer diepgang doordat je dit weet en je gaat ook op een andere manier naar Jörgen Hofmeester kijken. Mede hierdoor is het verhaal voor herhaling vatbaar.
2. Ik voelde me zeer beetgenomen. Ik bladerde meteen terug (moet ik bekennen) om dat hele stuk opnieuw te lezen. Ik vond het een meesterlijke zet.
3. Ik waardeer zijn aforismen en herhalingen heel erg, maar wat ik het allerbeste vind, zijn de dialogen die Grunberg beschrijft. Ik weet niet of hij in elk verhaal van die flitsende dialogen gebruikt, maar in dit verhaal was dat iets wat me echt was bij gebleven.
4. Critici waren het niet eens over de compositie van Tirza. Twaalf uur weet Grunberg over 270 pagina’s uit te smeren. Kees ’t Hart vond dit deel een ‘vertraagde film’ en hij verveelde zich. Daar ben ik het zelf totaal niet mee eens. Deze manier van schrijven is een filmische techniek en daar houd je van of daar houd je niet van. Ik houd er wel van. Er gebeurt zoveel dat je niet kunt zeggen dat het een vertraagde film is. Ik zou eerder zeggen dat het een versnelde film is. Ik vind dit stuk juist het verhaal verdiepen. Er worden zoveel verbanden gelegd en dat vind ik juist meesterlijk. Om een verhaal te vertellen van 270 woorden in minder dan 12 uur, dat vind ik juist getuige van een uitstekend talent voor schrijven.
5. Hoe ziet u Jörgen Hofmeester? – Ik wil in mijn hoofd niet nadenken over dat hij zijn dochter en haar vriend heeft vermoord. Ik heb zoveel medelijden met Jörgen. Hij weet heel veel, maar tegelijkertijd weet hij niets, omdat hij niet aan zichzelf twijfelt. Hij is mislukt, dat weet hij wel zeker, maar hij denkt nooit na over waarom dit zo is. Het ligt niet aan hem. Hij is ook ‘grappig’. Hij is een echte antiheld wat mij betreft.
6. Het verhaal bevat tal van absurditeiten en onwaarschijnlijkheden. Is dat storend? – Wat mij betreft niet nee. Ik houd van absurd. Ik houd van overdrijvingen. Ik vind dat alleen maar een verrijking.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Tirza door Arnon Grunberg"