Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af op verschillende plaatsen in een grote stad. De naam van de stad wordt niet genoemd.
In welke tijd speelt het verhaal? Waaraan zie je dat?
Het verhaal speelt zich af in ongeveer deze tijd, dat merk je aan het taalgebruik van de personen in het verhaal. Alleen ze praten er nog over de gulden daaraan kun je merken dat het niet precies van deze tijd is, maar het is ook nog niet historisch.
Beschrijf in ongeveer 30 woorden de hoofdpersoon.
Er zijn in dit verhaal twee hoofdpersonen dat zijn Lizzy en Wanja.
Lizzy is een koppig, gevoelig maar sterk twaalfjarig meisje, draagt een bril en heeft bruine ogen. Na een aantal heftige ruzie’s met haar moeder besloten heeft van huis weg te lopen. Ze wil dan bij een ex-stagiaire gaan logeren. Maar door verschillende omstandigheden komt ze dan op straat terecht en leert daar nieuwe mensen kennen.
Wanja is een stoer, strijdlustig en eigenwijs vijftienjarig meisje, haar haren zijn kort en erg scheef geknipt ook heeft ze grote zwarte wallen onder haar ogen. Ze wil luisteren naar alle mensen die haar alleen maar willen helpen. Ze leeft al zes maanden op straat en heeft al in drie tehuizen gezeten. Ze vertrouwt geen mens, en kan af en toe nogal bod over komen maar ze bedoeld het allemaal goed en heeft ook veel ervaring met het leven op de straat.
Welke andere personen spelen een rol van betekenis?
Henk is een aardige man die ook op straat leeft en Wanja helpt wanneer ze ziek is. Helpt haar aan een warme auto en eten en drinken. Ook probeert hij Wanja te versieren, maar dat wil niet echt lukken.
Don is een man die ook op straat leeft samen met zijn hond die vrolijk heet. Hij verdient zijn geld door vrolijk allemaal kunstjes te laten doen. Op het eind van het verhaal helpt hij Lizzy aan kaartjes voor de trein terug naar huis, hij vindt het veel te gevaarlijk voor haar op straat.
Valentino is een dertienjarige jongen met zwart haar. Hij woont ook op straat, hij is weg gelopen uit een tehuis. Hij is een stoere en snelle jongen die steelt en omgaat met drugsdealers, alcoholisten en zwervers.
Leg de titel uit.
De titel van het boek is straatkatten, dat is zo omdat Wanja en Lizzy leven als straatkatten ze moeten hun voedsel bij elkaar sprokkelen na de markt en overnachten op een bed van kranten in een oud kraakpand. Eigenlijk hetzelfde als dat zwerfkatten dat doen.
Welk deel van het boek vond je het interessantst?
Ik vond het stuk waar Wanja en Lizzy samen naar het huis van Wanja gaan het leukste, omdat het een spannend stuk was. Je wist niet of de ouders thuis zouden komen. Je gaat dan vanzelf ook heel snel lezen en je wil ook niet meer stoppen omdat je het dan wil weten. Je wil gewoon weten of er iets ergs gaat gebeuren.
Welke persoon beviel je het beste en waarom?
Lizzy beviel me het beste, Wanja beviel me ook goed maar je krijgt veel meer gevoelens en gedachten te weten van Lizzy. En dus ga je veel meer met Lizzy meeleven en begrijp je haar veel beter. Ik denk dat ik zelf ook in sommige opzichten dan wel op Lizzy lijk.
Vind je de titel goed gekozen? Waarom?
Ik vind de titel wel goed gekozen. Eerst als je alleen de titel bekijkt denk je niet dat het zal gaan over meiden die op straat leven. Maar hij past er wel bij als je eenmaal het boek hebt gelezen omdat Lizzy en Wanja echt leven als twee straatkatten.
Geef je eigen mening over het boek en leg uit waarom je dit vindt?
Ik vond het een leuk boek en ik heb het ook echt snel uitgelezen als je er eenmaal aan begonnen bent wil je echt weten hoe het gaat aflopen. Het is een leuk, grappig, spannend maar ook droevig verhaal. Omdat er momenten in voor komen dat je echt in spanning zit te lezen wat er zal gebeuren er zijn ook momenten dat je moet lachen om wat er gezegd wordt of je echt met de persoon medelijden krijgt.
Samenvatting
Lizzy woont samen met haar moeder. Haar ouders zijn al sinds haar vijfde jaar gescheiden. Haar vader is opnieuw getrouwd en heeft twee kinderen. Zij wil niet bij haar vader en stiefmoeder wonen.
Karel is de nieuwe vriend van haar moeder. In het begin vindt ze hem aardig.
Maar dan plotseling staat hij met zijn koffers voor hun deur om bij hen te komen wonen. Haar moeder heeft dit niet met Lizzy besproken en haar ook niet voorbereid. De angst van Lizzy is dat Karel de rol van haar vader gaat spelen. Ze besluit dan naar Marcella, een ex-stagiaire van haar school, te gaan. Marcella weet vast raad. Met haar spaargeld op zak gaat Lizzy per trein naar de stad.
Bij aankomst blijkt Marcella verhuist te zijn. Het is inmiddels zo laat dat ze in een opslagruimte van het appartementencomplex de nacht doorbrengt. De volgende morgen wordt ze wakker door gerommel aan de deur. Ze moet ontsnappen. Dit lukt vrij eenvoudig.
Ze gaat naar de bakker en koopt twee appelflappen. Op een bankje eet ze haar appelflap op. Dan komt er een meisje bij haar op het bankje zitten en grist de andere appelflap uit haar handen en eet hem op. Ze praten heel even met elkaar maar dan gaat het meisje er weer van door. Ze is nergens meer te bekkenen. Na een hele tijd door de stad gewandeld te hebben. Ontmoet ze het meisje weer bij de fontein. Wanja heet ze. Ze leert Lizzy de regels van de straat en zegt dat ze het beste meteen al haar geld op kan maken omdat het anders toch gestolen zou worden. Op een slinkse manier krijgt Wanja het voor elkaar dat Lizzy haar geld besteed aan een maaltijd bij het station.
Als ze gegeten hebben gaan ze naar de markt. Daar verzamelt Wanja groenten en fruit dat op de grond is gevallen. Zij zegt dat Lizzy hetzelfde moet doen, maar Lizzy schaamt zich. In het park heeft Wanja een schuilplaats voor het verzamelde eten. Lizzy mag deze plaats niet weten. Wanja heeft een vaste regel: niemand is te vertrouwen. ’s Middags gaan ze naar de bibliotheek. Hier is het lekker warm en droog. Ze kunnen er koffie en warme chocola drinken en lezen maar ook kunnen ze gratis naar het toilet en zich daar wassen. Om zes uur ‘s avonds gaan ze naar het park terug om peuken te zoeken. Deze peuken verkopen ze dan aan Valentino. Dit gebeurt elke dag.
De nacht brengen ze door in een slooppand in een achterbuurt. Tegenover deze panden staat een flatgebouw. Wanja besluit de flatbewoners een beetje te gaan jennen. Wanja begint hoog en jammerend te krijsen als een kat. Een flatbewoner gooit een pantoffel hun richting op. De tweede pantoffel volgt enkele seconden later. Dit was ook Wanja’s bedoeling. Deze pantoffels zullen haar ’s nachts warm houden.
Lizzy kijkt vol angst en verbazing toe. De nacht in het slooppand vindt Lizzy maar niets ze is bang. Het idee dat er ratten zitten geeft haar de rillingen. Ze vindt het er ook maar koud, toch laat ze dit niet merken aan Wanja. Wanja biedt haar aan bij haar, in een van kranten gemaakt bed, te komen slapen, zodat ze het lekker warm zal hebben. De volgende dag verloopt ongeveer het zelfde, alleen Lizzy ontdenkt dat ze nog een telefoonkaart heeft. Als ze bij de telefooncel komen belt Lizzy naar huis. Haar moeder is ontzettend boos en Lizzy hangt op. Geschrokken besluit ze nu zeker niet meer naar huis te gaan.
Als er op een regenachtige dag de markt eerder afgelopen is lopen ze hun maaltijd mis en uit woede scheldt Wanja Lizzy de huid vol. Dat is een moment dat Lizzy haar thuis mist. Dan zien ze een heel aardige man met een lieve hond die allemaal kunstjes kan. Wanja vertrouwt hem niet maar Lizzy vindt hem aardig hij heet Don en zijn hond heet vrolijk. Ze besluiten naar het pand te gaan om hun reserves dan maar op te eten. Echter Valentino is hen voor geweest. Hij heeft de geheime plek in het park ontdenkt en heeft alles meegenomen, ze zien hem nog net wegrennen. Ze gaan hem achterna en zien hem onder een auto komen.
Dan wordt Wanja hysterisch en denkt dat Valentino dood is. Lizzy kom dan op het idee om naar het ziekenhuis te gaan, om haar te overtuigen dat het met Valentino niet zo ernstig is als dat het op het eerste moment leek.
Om naar Valentino te gaan moeten ze wel zwartrijden. Lizzy is erg nerveus en nogal bang dat ze betrapt worden. Maar Wanja is erg slim. Ze legt Lizzy uit wat ze moet doen als er een controleur instapt.
Valentino blijkt licht gewond te zijn, en heeft besloten, zolang hij nog niet beter is, toch maar naar het kindertehuis terug te gaan. Met een gebroken been is het moeilijk om door de hele stad zijn handeltje te drijven.
Wanneer ze het ziekenhuis willen verlaten stortregent het. Wanja komt op het idee om in het ziekenhuis te overnachten. Ze beginnen een beetje rond te kijken en gaan op onderzoek uit. Ze komen op een afdeling waar de centrale keuken is. Daar staat een kar waar half opgegeten broodmaaltijden in staan. Ze eten het met zijn tweetjes lekker op.
Dit is een moment dat Lizzy erachter komt wat een bijzonder gevoel voor humor Wanja heeft. Wanja geniet volop en Lizzy geniet weer van Wanja. Ze vinden een slaapplaats in het beddenmagazijn en worden ’s morgens betrapt door een vriendelijke man. Deze man biedt hen een ontbijtje aan. Wanja vertrouwt de man niet en besluit er van door te gaan.
Op een zonnige dag besluiten ze naar het park te gaan om “mensen te kijken”. Dan ziet Lizzy plotseling haar moeder met Karel lopen. Karel heeft bezitterig zijn arm om haar moeder geslagen. Lizzy is jaloers. Wanja stookt Lizzy op dat haar moeder haar allang is vergeten en Lizzy is intens verdrietig. Als ze dan ’s avonds naar het ziekenhuis gaan kunnen ze er niet meer slapen omdat alle deuren gesloten zijn. Ze moeten dus maar weer in het slooppand gaan slapen. Wanneer Wanja weer flatbewoners wil gaan jennen krijgt ze niet een pantoffel naar zich toegegooid maar wordt ze nat gegooid. Ze is drijfnat en heeft het steenkoud. Wanja raakt in een sombere bui en wil het liefst dood. Lizzy wil hier niets van horen en sleept haar erdoor.
Op zoek naar lucifers komt Lizzy Henk tegen, een oude bekende van Wanja.
Door middel van een gestolen auto helpt Henk hen weer warm te worden. Ze gaan een stukje rijden. Als ze stoppen laat hij de motor draaien, zodat het warm blijft, hij vindt ook nog plaids, bier en chips. Henk heeft alleen niet zulke goede bedoelingen; hij probeert Wanja te versieren.
Wanja krijgt een woede-aanval en weet te vluchten. Ze bevinden zich midden in het bos en het is nacht. Lizzy en Wanja proberen toch nog wat te slapen, op de koude harde grond.
Wanneer Lizzy wakker wordt ziet ze dat Wanja koorts heeft. Wanja vertelt dat ze zich in de buurt van haar ouderlijk huis bevinden.
Omdat haar moeder toch de hele dag weg is besluit Wanja daar in bad te gaan.
Lizzy vindt paracetamol en terwijl ze deze aan Wanja geeft komt Wanja’s vader binnen. Wanja raakt helemaal door het dolle heen en zegt tegen Lizzy dat ze moet vluchten voordat haar vader het kindertehuis belt.
Lizzy is helemaal van streek als ze de haat in Wanja’s ogen ziet en de woede in de ogen van haar vader. Dan realiseert Lizzy zich dat er zich heel wat in de jeugd van Wanja heeft voorgedaan en dat Lizzy’s problemen niets zijn vergeleken met die van Wanja.
Lizzy rent terug naar de stad en komt Don tegen en vertelt hem het hele gebeuren. Don raadt haar aan terug naar huis te gaan om de problemen met haar moeder uit te praten.
Don betaald haar kaartje voor de trein naar huis. Als ze thuis komt sluit haar moeder haar in de armen. Lizzy gaat nog eenmaal terug naar de stad om Don zijn geld terug te brengen.
In de stad ziet ze dan Wanja. Wanja bleek een longontsteking te hebben. Hiervan is ze weer hersteld. Ze leeft weer op straat. Wanja is erg afstandelijk en spottend tegen Lizzy.
Dit doet Lizzy veel pijn. Ze feliciteert Wanja met haar verjaardag en geeft haar een grote zak drop. Dit verraste Wanja, maar het weerhoudt haar er niet van om toch nog een boze blik te werpen en dan weg te rennen.
REACTIES
1 seconde geleden
L.
L.
er zitten nogal wat spellings fouten in het verslag en het verslag klopt ook niet preceis nu ik em ff doorneem ;)
20 jaar geleden
AntwoordenD.
D.
ik heb al betere verslagen gezien
14 jaar geleden
Antwoorden