Stiefmoeder door Nicolette Smabers

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 4681 woorden
  • 21 juli 2006
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.7
  • 12 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2003
Pagina's
190
Geschikt voor
havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Stiefmoeder
Shadow
Stiefmoeder door Nicolette Smabers
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
0.) Algemene gegevens

Titel: Stiefmoeder
Auteur: Nicolette Smabers
Uitgeverij: de Bezige Bij, Amsterdam
Gelezen druk en jaar van gelezen druk: tweede druk, 2004
Jaar van eerste druk: 2003
Genre: roman
Aantal bladzijde: 189

1.) Korte samenvatting

‘Hayo en ik hebben geen geschiedenis, wij hebben ouders. Onze wortels klitten samen binnen de begrenzing van ons vierpersoonsgezin, we dragen er de vorm van -denk aan kamerplanten uit hun pot gehaald, de wortelkluit staat naar de pot.’ Voor Andrea Spanjert en haar broer Hayo, die opgroeien in De Haag van de jaren vijftig en zestig, blokkeert het zwijgcomplot rond hun Zwitserse halfzus de toegang tot de familie. Wanneer ze het ouderlijk huis hebben verlaten, realiseert vooral Andrea zich dat de ene verzwegen geschiedenis de andere ‘aansteekt’, ondergronds als een soort veenbrand. Want over de familieachtergrond van hun moeder, afkomstig uit een streng katholiek milieu is nog minder bekend. Stiefmoeder kijkt vanuit dit perspectief naar de afgelopen eeuw: de crisisjaren, de tweede wereldoorlog, het einde van de koloniale tijd, de jaren zestig, de pil. Tegelijkertijd raakt de roman aan actuele thema’s zoals stiefouderschap en immigratie. Het levert een roman op met vele onvergetelijke scènes van een grote verbeeldingskracht. Hoe familiegeheimen een tijdbom leggen onder toekomstige generaties.


Flaptekst

2.) Lange samenvatting

Deze familieroman gaat over een, op het eerste gezicht, doodgewone familie. Het verhaal begint in Den Haag vlak na de Tweede Wereldoorlog en waaiert langzaam uit over Noord- Brabant, Davos en zelfs Texas wordt even aangetipt.

Stiefmoeder bestaat uit twee delen. Het eerste deel heet: In Indië geen katholieken. Het motto van dit deel luidt:

‘Hoe dan ook, namens mij, beschermt het woord me
beter dan de stilte.’


(citaat uit het werk van Francis Ponge).

In de eerste acht hoofdstukken is Andrea aan het woord en in hoofdstuk negen tot en met elf gaat het om haar halfzus Francien. Dan komt deel twee, genaamd: De vesting. Het bijbehorende motto is van Franz Kafka:

‘Wij werden uit het Paradijs verdreven, maar verwoest
werd het niet.’


In hoofdstuk twaalf tot en met zeventien ligt het perspectief bij Hayo, de (volle) broer van Andrea. Hoofdstuk achttien tot en met eenentwintig gaat over Paulus Maria, de vader van Francien, Hayo en Andrea.


Nadat Paul met zijn eerste vrouw Ilse in Indië hun dochter Francien kreeg en met zijn gezin naar Davos verhuisde, sterft zijn vrouw aan tuberculose. Francien blijft daar en wordt door een pleegmoeder opgevoed. Paul verhuist naar Den Haag en trouwt opnieuw. Van zijn tweede vrouw Martha krijgt hij twee kinderen: Hayo en Andrea.
Als op een dag vlak na de Tweede Wereldoorlog hun halfzus Francien opeens voor de deur staat speelt zich een pijnlijke scène af tussen Martha en Francien. Francien is weer net zo plotseling verdwenen als dat ze gekomen was. Het schijnbare zwijgcomplot zet zich voort. Het is eerste wat er in Andrea’s hoofd om gaat is: ‘Mijn moeder is een stiefmoeder, mijn moeder is een stiefmoeder.” Iets wat erg opmerkelijk is, want voor haar blijft Martha gewoon haar moeder. En dat is typisch Andrea; ze bekijkt het leven van de andere kant, niet vanuit zichzelf. Andrea, die altijd al nieuwsgierig was naar haar achtergrond begint haar zoektocht naar haar verleden.

Andrea is een filosofisch en gevoelig meisje. Ze is eenzaam. Omdat haar ouders nooit wat vertellen over hun afkomst en familie heeft ze het idee dat ze in een niet-geschiedenis leeft. Ook heeft ze ‘(…) het gevoel dat niets in de wereld erop gerekend had dat zij er zou zijn’. Dit blijkt later een kern van waarheid te bevatten; haar ouders hadden nogal wat problemen met haar op komst aangezien ze niet getrouwd waren. Vraagstukken als het verschil tussen waarheid en werkelijkheid en het begrip ‘zwijgtaal’ (wat een schijnbare tegenstelling is) spoken door haar nog jonge hoofdje.
Na een aantal tijdsprongen is Andrea een getrouwde vrouw en heeft een dochtertje, Heleentje. Nog steeds schuilt er een onbevredigend gevoel in haar over haar verleden, maar haar oude moeder is nog steeds een gesloten boek voor haar. Taal is voor Martha een middel om haar leven te sturen, ‘een levensader die ze naar believen af kon knijpen dan wel openhouden naar de tuin van haar ervaringen. Wat daar groeide werd stevig ingeperkt.’Taal is voor Andrea eveneens een levensader, maar dan op een heel andere manier. Taal is voor haar een middel om de waarheid zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te laten komen. Dit blijkt uit het vele brieven schrijven. Naast dat ze haar broer en moeder schrijft, waarbij ze maar niks loskrijgt, besluit ze nu ook Francien te schrijven, misschien is zij een sleutel naar haar verleden?

In een lange brief van Francien komt de Davos’s kant van de familiekroniek duidelijk naar voren. Ook Francien weet weinig van haar vader, maar kan Andrea wel een aantal handvatten geven die leiden naar de ontrafeling van het leven van haar familie.

Nog steeds weet ze niet waarom haar moeder geen contact heeft met haar Brabantse familie en wat voor verleden haar vader heeft (Indië, halfzus, Davos?). Ze weet niet waarom haar ouders ruzie hebben met oom Thieu, dat haar tantes lesbiennes zijn, dat de Brabantse familie haar moeder heeft verstoten, omdat ze zwanger voor het huwelijk werd en ze weet al helemaal niet dat ze eigenlijk nog een broertje heeft gehad dat in het kraambed is gestorven. Alles wordt doodgezwegen. ‘Kom vooral niet met verhalen over vroeger. Zwijg. Ook over het verleden dat er ogenschijnlijk niet mee te maken heeft. Zwijg. En laat je niet verleiden tot de leugen. Let daar op! De leugen zegt te veel, heeft begin en eind, eenmaal verzonnen maakt de leugen – als verdraaiing en ontkenning - contact met een beperkt gebied van de waarheid. Kies dus voor het zwijgen want het is hermetisch en het neemt geen enkel risico.’

Hayo is ook vaak een raadsel voor haar, het is een dromerige jongen. Zijn vader stimuleerde hem om te studeren, om hoger op te gaan. Iets wat hem zelf niet was gelukt. In het gezin heerste een mentaliteit van doen en moeten, zonder dat er ruimte was voor vragenstellen. Er was nooit ècht contact tussen de ouders en Hayo en Andrea. Het missen van wortels belemmert de kinderen te groeien. Ze weten niet wie ze zijn en blijven daarom altijd zoekende. Ook Hayo heeft nog steeds last van deze droge gezinscultuur. Hij studeert, omdat het moet. Maar haalt nergens voldoening uit. Hij vindt zijn levenspad maar niet, waardoor het een rusteloze man is. Later blijkt dat zijn gedrag opvallend parallel loopt met dat van zijn vader. Hij kon ook niet goed studeren en hij stelde ook in paniek een abortus voor als zijn geliefde zwanger blijkt te zijn. Hayo lijkt helemaal niet geïnteresseerd in zijn verleden en daarmee zit hij eigenlijk ook in het zwijgcomplot, net als zijn ouders (weer een parallel met zijn vader).

Maar als Paul, hun vader, op vrij vroege leeftijd overlijdt breken de tegels van de zwijggeschiedenis een stukje open.
Op de begrafenis van Paulus Maria benadert tante Gemma, de vrouw van oom Thieu, Andrea om samen met Hayo en Francien even te praten. Gemma vertelt over de verloving van Martha en Paul, het verloren engeltje (Paul junior die op het kraambed is overleden) en de ruzie die tussen Gemma en Thieu en Martha en Paul is ontstaan.
Er vallen heel wat puzzelstukjes in elkaar voor Andrea, maar desondanks zijn er nog heel wat lege plekken die Andrea zelf moet invullen.
Als Martha voor altijd is ingeslapen voegt opnieuw de werkelijkheid zich naar de taal, die het verhaal op dat moment belieft af te sluiten. (deze laatste zin is geparafraseerd uit de recensie in De Volkskrant, 18-4-2003, geschreven door Arjan Peters.)

3.) Gestructureerd ervaringsverslag

Waar gaat het verhaal over?
Stiefmoeder gaat over een zwijggeschiedenis. Hayo en Andrea groeien op in een gezin in Den Haag waar veel niet besproken mag worden. Er zijn veel taboes in het gezin. Vooral dingen over familie en het verleden worden verzwegen. Als Andrea erachter komt dat haar moeder ook een stiefmoeder is probeert ze de code van de zwijgtaal te ontcijferen. Ze gaat opzoek naar haar achtergrond. Daarbij is taal haar levensader en haar hoop om de werkelijkheid eindelijk te ontrafelen.

Wie zijn de hoofdpersonen?
Hoewel Andrea, Francien en Hayo in perspectief worden gebracht is Andrea duidelijk de persoon waar alles vanuit gaat. Zij gaat opzoek naar de geheimen van haar zwijgfamilie. Vanuit haar ogen ga je als lezer op onderzoek uit naar de geschiedenis van de familie.

Andrea:
Zoals ik al schreef is Andrea een gevoelig en een beetje eenzaam type. Ze is nieuwsgierig en bekijkt alles graag van de andere kant. Het eerste wat in haar opkwam toen ze hoorde dat ze een halfzus had is dat haar moeder een stiefmoeder is. Maar haar moeder is geen stiefmoeder van haar, maar van Francien. Ze bekijkt de dingen dus vanuit een ander. Alsof ze buiten zichzelf leeft. Dit houdt weer verband met haar gevoel geen geschiedenis te hebben. Omdat ze geen wortels heeft, weet ze niet waar ze vandaan komt en wie ze is. Andrea heeft voor haar gevoel geen eigen identiteit. Ze leeft dus buiten zichzelf, omdat er simpel weg geen zelf is.

Hayo:
Een rusteloze jongen die erg gesloten en dromerig is. Hij weet niet goed wat hij met zijn leven aanmoet. Hij is altijd door zijn vader gepusht om zo hoog mogelijk op de maatschappelijke ladder te komen, maar Hayo heeft hier helemaal geen zin in. Hij is een beetje onverschillig, wat denk ik, voort komt uit onzekerheid. Als zijn moeder bijvoorbeeld op sterven ligt belt hij haar alleen maar op. Op een of andere manier weerhoudt iets hem om bij zijn moeder langs te gaan. Hij weet zich denk ik geen houding aan te nemen. Net als zijn zus voelt hij dat hij geen echte duidelijke identiteit heeft.

Francien:
Zij is natuurlijk een stuk ouder als haar halfbroer en –zus. Ze leeft een heel afzijdig leven van de familie waarmee je in het begin van het boek kennis maakt. Ze wordt opgevoed in Davos, door een lieve pleegmoeder, Nina, die ze beschouwt als haar echte moeder. Ze leidt een beetje boers, maar relatief rijk leven. Ze maakt niet veel mee van de Tweede Wereldoorlog. Omdat Zwitserland niet getroffen werd door de Duitsers. Ook zij weet weinig van haar familieachtergrond, maar dit heeft op haar niet zo’n grote impact gehad als bij Hayo en Andrea. Ze is vrij verwendt, maar wel bereidwillig. Ze heeft bijvoorbeeld positief gereageerd op de brief van haar halfzus.

Martha:
In het boek komen nogal wat aanspreekvormen voor haar voor. Hayo en Andrea hebben twijfels over hoe ze hun moeder moeten aanspreken: moeder, mamma, mammie? Op het eind van Martha’s leven wil ze dat Andrea, Hayo en iedereen haar voortaan Martha noemt. Ze wil niet meer moeder genoemd worden. Ik denk dat ze op die manier contact probeert te leggen met zichzelf uit de tijd dat ze nog een meisje was.

In welke tijd speelt het verhaal zich af?
Het verhaal begint vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het boek begint met:

“Het is de tijd van jassen keren, draadomroep en wederopbouw; auto’s hoor je nog van verre komen en Indië heet Indonesië maar niemand noemt het zo. Toen Andrea Spanjert haar heilige communie deed, was de oorlog al een fabeldier, een met man en macht gevelde draak, maar zijn giftige adem hing nog in de lucht.“

In dit stukje tekst krijg je meteen al een soort gevoel van wat voor soort sfeer er in die tijd heerste. Het verhaal eindigt op het moment dat haar moeder sterft. “’Verlos ons van het kwade, amen,’bad ze.” is de slotzin van het verhaal.

Het boek maakt een grote tijdssprong. Opeens is het de jaren ’60 ; de tijd van nu wil ik haast zeggen. De tijd na de Tweede Wereldoorlog is voor mij oud en geschiedenis, ver weg. Maar de jaren ’60 is voor mij zo dichtbij alsof ik er zelf in geleefd hebt. Dat vind ik ook het leuke aan het boek; het is voor mijn gevoel eerst een historische roman dat heel subtiel overgaat naar een eigentijdse moderne sfeer. Dit is te merken aan (gek genoeg allemaal voedingsdingen): Liga-koek, roosvicee, Nutricia-kartonnetjes en rijstwafels, dit zijn voor mij dingen die heel vertrouwd zijn. Ook het feit dat Andrea scheidt van haar man heeft een heel modern aspect. Daarentegen zijn de kinderjaren van Andrea en Hayo een tijd die heel ver weg ligt; het einde van de koloniale tijd klinkt echt super oud. Het verschil tussen deze twee tijdperioden is pakweg ‘maar’ twintig jaar. Maar wel twee decennia waarin veel veranderd is. Het mooie van dit gegeven is dat het helemaal in het thema van het boek zit. Andrea groeit op in de jaren van de wederopbouw, die nu tot de Nederlandse geschiedenis worden gerekend. Andrea probeert in deze tijd haar eigen individuele geschiedenis op te rakelen, dus ook te ‘weder bouwen’. Ze vindt deze uiteindelijk in de tijd van nu; de moderne jaren van de jachtigheid en de opkomst van de techniek. De overgangsfase van de maatschappij is ook een overgangsfase voor Andrea geweest. De overbrugging van het meisje dat opzoek is naar de vrouw die het gevonden heeft.

Waar speelt het zich af?
Het verhaal speelt zich voor een groot deel in Den Haag af. In de lange brief van Francien vertelt ze over haar leven in Davos. Francien brengt haar jeugd door in Zwitserland, het land van over de bergen, zoals in Sneeuwwitje (waar ook een stiefmoeder in voorkomt).

Wat is het vertelstandpunt?
Het verhaal wordt verteld in het perspectief van de alwetende verteller. Je bekijkt het verhaal vanuit allerlei personen. (zie begin lange samenvatting). Toch is Andrea de hoofdpersoon. Om haar draait het boek. Zij is degene die wilt weten hoe haar verleden precies in elkaar zit.

Wat wil het verhaal de lezer zeggen?
Smabers wil duidelijk maken dat het belangrijk is om te weten waar je vandaan komt. Als je geen achtergrond hebt is het moeilijk te weten wie je bent; zonder wortels kan je niet groeien. Het is belangrijk dat er veel gepraat wordt in het gezin, door taal kan je pas echt goed contact krijgen en achter de werkelijkheid komen. Een stukje geschiedenis is belangrijk voor een kind, het hoort bij de opvoeding en moet uit liefde voor je kind gegeven worden. Als dit ontbreekt ontken je als ouder je eigen leven dus ook dat van je kind, dat leven is dat uit jou is voortgekomen. De ontkenning door middel van de zwijgtaal kan jaren later nog gevolgen hebben. Andrea voelt dit en heeft de dringende behoefte om achter dit mysterieuze raadsel te komen, pas dan kan ze pas echt beginnen met haar leven.

Hoe kan je de titel verklaren?
Stiefmoeder is een zeer beladen woord. Met dit boek probeert Smabers het begrip te relativeren. Door al die gezinsverbrokkelingen lopen er tegenwoordig heel wat stiefmoeders rond. Het woord stiefmoeder brengt veel negativiteit met zich mee. Dit komt omdat men het woord vaak associeert met de boze stiefmoeder uit het sprookje Sneeuwwitje. De positie van de stiefmoeder is vaak vaag, in hoeverre is ze moeder? Het woord stiefmoeder heeft een bittere nasmaak en staat voor de vage positie die de nepmoeder vaak in het gezin inneemt. De bewustmaking van dit feit is in literaire Nederland is een zeldzaam verschijnsel en een goede daad.

Wat vond je ervan?
Als eerste wil ik melden dat ik vaak in mijn eentje hardop heb zitten lachen om dit boek (en dat wil heel wat zeggen). De (droge) humor maakt dit verhaal luchtig en relativerend. Ook geven de kleine dingen die scherpzinnig worden opgemerkt het verhaal een luchtig en relativerend karakter. Ik noem een voorbeeld op bladzijde 153, Hayo schrijft hier een brief naar zijn moeder (die hij later weer verscheurd) hij streept veel door en komt maar niet op de goede woorden: “ ’Luister mam, niet dat ik mijn verantwoordelijkheden wil ontlopen, maar ik nam aan dat ze de pil gebruikte.’ De pil. Een pil. Pilletjes. Dé Pil. Andrea zal het allemaal wel uitleggen.”
Dit vind ik prachtig, Het verwoordt zo goed te twijfels over iets nieuws, namelijk de pil. En eigenlijk verwoordt het het ook weer niet. Er wordt namelijk alleen maar vier keer het woord pil gebruikt met een ander of geen lidwoord ervoor. En vind ik knap; een gevoel kunnen overbrengen zonder het te beschrijven. Het is ook heel herkenbaar. Ik heb me als kind ook heel vaak afgevraagd waarom nou de anticonceptiepil dè pil heette en niet een paracetamol bijvoorbeeld. Van dit soort kleine herkenbare details barst het van in Stiefmoeder. De ogenschijnlijke onbenullige dingen die iedereen alleen maar denkt verwoordt Smabers op een precieze beeldende wijze en maakt ze belangrijk. Dit maakt het verhaal fris en veelzijdig. Er worden heel wat onderwerpen lichtjes opgelicht en weer zachtjes neergelegd. Ze worden even aangeraakt en zonder het storend is weer losgelaten. Dat hierbij de hoofdzaak niet verloren gaat vind ik erg knap.
Ik vind het af en toe erg moeilijk. De structuur van het verhaal is vrij complex. Er zitten behoorlijk wat flashback in. Ook maakt het perspectief van de alwetende verteller het verhaal erg ingewikkeld. Soms weet je al iets wat Andrea nog niet weet. Ik moest vaak echt even nadenken en terugbladeren om te weten in welk hoofd en in welke tijd van zijn leven we nu weer zitten. Is het nou wel of niet bekend dat ze een verloren engeltje had?
Er zit ook heel wat spot in Stiefmoeder. Zo wordt er op een subtiele manier afgegeven op de katholieke kerk. Voorbeelden: “Het kribje was een rieten mand, gevuld met houtwol, daarin lag een Jezuskind met knieën zo groot als tennisballen zijn ouders de les te lezen.” En “In de donkerbruine pij van de Jozef had een gluiperd ter hoogte van de bil een inscriptie gekrast, met het hoekje van een scheermesje of zoiets, heel klein. ‘Bil’ stond daar in hoekige letters.”
De onthulling van een van het raadsel is weinig spectaculair. Het is niet een geweldige climax of verrassende wending. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om het zwijgen en de harteloosheid hiervan. De impact die dit met zich mee brengt is al spectaculair genoeg. Het zou mooi zijn als Smabers nog een aantal dingen in het ongewis had gelaten, om nog meer de nadruk te leggen op het zwijgen en niet op de onthulling. Het zou natuurlijk wel frustrerend worden voor de lezer, hij zou misschien het gevoel krijgen nog niks nieuws gelezen te hebben (wat natuurlijk onzin is, want hij heeft wel kunnen genieten van alle beeldende herkenbare details). Aan de andere kant maakt dat de drang voor de lezer een andere of nieuw boek van Smabers te lezen des te groter. En dat raad ik hoe dan ook iedereen aan. Het is echt de moeite waard om je een aantal uur met Stiefmoeder bezig te houden om te genieten van alle mooie woordspelingen, achterliggende gedachtes en de beeldende kracht op je in te laten werken.

4.) Achtergrondinformatie

4.1.) Biografie en bibliografie


Bron: http://www.nicolettesmabers.nl/

Nicolette Smabers werd geboren in Den Haag op 4 mei 1948 als jongste in een gezin van negen kinderen. Na haar middelbare school had zij verschillende kantoorbanen en studeerde Nederlands aan de Haagse School voor Taal- en Letterkunde. Ze voltooide haar studie op de Universiteit van Amsterdam. Daarna werkte ze een aantal jaren als lerares.

Smabers debuteerde in 1983 bij De Bezige Bij met De Franse tuin. Bij de dezelfde uitgeverij verschenen ook Portret van mijn engel en Chinezen van glas.

De drie boeken werden zeer lovend besproken. Bovendien ontving de schrijfster in 1992 de Halewijnprijs. Desondanks bleef haar werk 'een geheimtip' zoals de criticus Tom van Deel het formuleerde in zijn bespreking van haar eerste roman.Tussen 1992 en 2001 schreef Nicolette Smabers voornamelijk voor kinderen, aanvankelijk onder haar eigen naam, vanaf 2001 onder de naam Colette Li. In deze periode publiceerde ze voor volwassenen een aantal korte prozastukken. Daaruit kwam voort: Het plein Bijzonder en Gewoon met illustraties van Han Janken.

In 2003 verscheen de roman Stiefmoeder. En in de lente van 2004 de bewerkte heruitgave van de eerste drie titels onder de noemer De Franse tuin, verhalen en novellen.. Hiermee is zowel het vroegere als het nieuwe werk voor volwassenen weer verkrijgbaar via De Bezige Bij.

Overige literaire activiteiten:

- Van 1984 tot en met 1989 bestuurslid van de Stichting Fonds voor de Letteren. - Van 1990 tot en met 1998 bestuurslid van de Jan Campert-stichting te Den Haag.
- In 1996 en 1997 lessen proza op de Maastrichtse afdeling van het Colofon.
- Bijdragen aan literaire tijdschriften: De Revisor, De Gids, Nieuw Wereldtijdschrift, Raster, Lust en Gratie.
- Bijdragen aan dagbladen: NRC Handelsblad, De Gelderlander, De Haagsche Courant.


4.2.) recensies

4.2.1.) recensie één


Het leven voegt zich naar de taal
(Waar gebeurd sprookje van Nicolette Smabers)

door: Arjan Peters
De Volkskrant, 18-4-2003

De taal als levensader

Geen gewoon Haags meisje: onder die noemer kan het literaire werk van Nicolette Smabers (1948) worden gevangen. Een Haags-Scheveningse jeugd in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, met een Indische vader en katholieke moeder, vormt telkens de bron van waaruit Smabers haar alter ego’s op onderzoek stuurt. Daarbij gaat het haar niet zozeer om autobiografische ontboezemingen en bekentenissen, maar veeleer om de taal, die de hoofdpersonen in staat stelt een geschiedenis de verlangde scherpe contouren te geven. Preciezer geformuleerd: een niet-geschiedenis te ontdoen van de onzekerheden die daarvan het gevolg zijn.
Want het lijkt erop, dat de ouders van het kind nu juist veel in het werk stelden, om hun dochter wél te laten opgroeien als een gewoon Haags meisje. Om dat voor elkaar te krijgen, moesten die ouders allerhande complexe familieverhoudingen, én de angstwekkende achterliggende oorlogstijd (toen hun huis deel uitmaakte van de Atlantikwall, waardoor zij met 135.000 andere Hagenaars tijdelijk dienden te evacueren), kunstmatig zien toe te dekken.

Maar een kind vangt wel eens wat op. Het kan veel niet plaatsen, begint te fantaseren, grijpt zich vast aan de taal teneinde zich een geschiedenis toe te bedelen die het de illusie van een vast omlijnde achtergrond kan schenken.
Die eigen wereld maakt haar eenzaamheid natuurlijk nog groter- al is het datzelfde vermogen tot afzondering, waarbinnen beelden tot sensibele symbolen uitgroeien, dat Smabers’ handelsmerk mag heten.

Haar bescheiden oeuvre is niet onopgemerkt gebleven, al bleef de respons van een groter publiek tot dusverre uit. Nicolette Smabers debuteerde in 1983 met De franse tuin, waarin ze haar thematiek verkende door middel van korte prozaschetsen, toen beproefde ze het korte verhaal (Portret van mijn engel, 1987), waarna ze de schildering van haar jeugd voorlopig afrondde met de intrigerende novelle Chinezen van glas (1991).

Toch bleef er nog iets te vertellen over, en wederom moest daarvoor een ander genre worden veroverd: dat is de roman Stiefmoeder geworden. De dood van de vader was al eerder ter sprake gebracht. In het nieuwe boek wordt, ingehouden en hoogst ontroerend, het levenseinde van de moeder beschreven. En zoals steeds gaat het Smabers niet om die ingrijpende gebeurtenis, maar om moeders verduisterde levensverhaal en de verhalen van familieleden die met het hare verknoopt zijn, en die de dochter in staat stellen haar eigen afkomst te definiëren.
De in Indië geboren vader Paul had daar met zijn eerste vrouw Ilse een dochter, Francien. Ilse stierf aan tbc in Davos, Francien bleef daar om door een pleegmoeder te worden opgevoed.

Als volwassene komt ze ineens ‘terug’ naar Den Haag, waar haar vader met zijn tweede vrouw Martha een nieuw gezinnetje heeft gesticht. De kinderen Hayo en Andrea (de vertelster van Stiefmoeder) staan plotseling oog in oog met hun halfzusje, dat na één nacht en een pijnlijke scène zomaar weer oplost. Vervolgens wordt er over Francien weer fanatiek gezwegen.

Vader krijgt een hartaanval en blijft voortaan arbeidsongeschikt thuiszitten. Als Andrea veel later haar moeder vraagt hoe dat nu allemaal zat, ook met moeders eigen geschiedenis (die in 1935 nog ongehuwd zwanger was van Paul, waardoor ze door haar familie werd uitgestoten), stuit ze op een dichte deur. Moeder wenst er niet over te praten. ‘Blijkbaar kende ze de taal een hoofdrol toe in het besturen van haar leven, het was een levensader die ze naar believen af kon knijpen dan wel openhouden naar de tuin van haar ervaringen. Wat daar groeide werd stevig ingeperkt.’

Voor dochter Andrea is de taal evenzeer een levensader, maar dan in de zin van strohalm, boei, sluis. Als volwassene gaat ze werken als administratrice op haar oude school: ‘Als ze van school naar huis fietste, had ze soms het gevoel dat niets in de wereld erop gerekend had dat zij er ook zou zijn.’ Ze trouwt en wordt moeder- maar haar nuchtere man Gijs ziet niets in haar gegraaf in het verleden, terwijl zij ijverig brieven schrijft aan broer Hayo, aan de halfzus Francien die inmiddels in Texas woont, en aan haar moeder.

De verhalen die langzaam maar zeker haar jeugd en die van haar ouders in kaart brengen, laten zien dat geschiedenissen (vooral als zij niet verwerkt zijn) zich plegen te herhalen- een vertrouwd motief in Smabers’ werk. ‘Hayo en ik hebben geen geschiedenis, wij hebben ouders,’ noteert Andrea. Iets vergelijkbaars gold voor Francien, die een boerse jeugd leidde in Davos- terwijl ze het verleden van haar ouders alleen als exotisch verhaal kent. En Andrea’s broer Hayo komt er laat achter dat hij zijn gedrag (niet goed kunnen studeren, in paniek een abortus voorstellen als de geliefde zwanger blijkt) opvallend parallel loopt met dat van zijn vader, vele jaren eerder.

Het bijzondere aan Stiefmoeder is de onsentimentaliteit en beeldende kracht ervan. Zelfs sprookjesachtig is de sfeer die in dit boek dikwijls, al blijft Andrea op haar hoede in het ontrafelen van haar voorgeschiedenis; erop beducht dat de kleurrijke familiekroniek die zij al schrijvend en lezend ziet ontstaan, de nodige smartelijke klappen herbergt.

Het kind dat haar moeder Martha in 1935 ter wereld bracht, leefde slechts tien dagen. Na zijn dood werd Paul junior doodgezwegen.

Maar dankzij de levensader van de taal kan Andrea (die ooit op school een dood broertje verzon, want een gezin van twee kinderen stond zo mager) haar broertje alsnog even voor zich zien. En als ze bij haar stervende moeder zit, en broer Hayo belt op, die het gevoel heeft dat moeder dood is, gaat ze op zijn verzoek kijken – moeder slaapt -, en zegt hem dan dat Martha voor altijd is ingeslapen.

Een uur later gaat ze weer kijken. Martha is voor altijd ingeslapen. Opnieuw voegt de werkelijkheid zich naar de taal, die het verhaal op dat moment belieft af te sluiten. Het waargebeurde sprookje kan, op papier gezet, nu ook derden moeiteloos in de boeien slaan.

Arjan Peters

4.2.2.) Recensie twee
recensie kees t hart, de groene amserdammer



4.2.3.) commentaar op de recensies
Ten eerste vind ik dit een mooie samenvatting van het boek. Het is moeilijk een goed uittreksel van Stiefmoeder te geven, gezien de ingewikkelde structuur. Ik vind dat Peters mooi kan schrijven, zijn kritiek is op zich zelf al weer een literair werk.
Verder vind ik deze recensie een groot compliment voor het werk van Sambers, daarentegen is Peters weinig kritisch, gezien het feit dat de recensie uit niets dan lof bestaat.
Het commentaar van ’t Hart is wel wat kritischer. Hij vindt bijvoorbeeld dat Andrea haar ‘mooie, meisjesachtige, levenslustige vitaliteit’ verliest als uiteindelijk de ontknoping slechts ‘banaliteiten van menselijke relaties’ blijken te zijn. Ik geef hem hierin geen gelijk. Ik vind dat juist het mooie aan dit boek; dat de karakters niet veel veranderen, ze blijven als het ware stabiel. Dit vind ik mooi, omdat de betreffende karakters worstelen met hun afkomst, wie ze zijn en wat ze hier op aarde komen doen. Ze zijn opzoek naar hun karakter, dat dus nog moet worden ingevuld.
Wel ben ik het met ’t Hart eens dat de kracht van de roman niet in de ontrafeling zit. Zoals ik al eerder schreef zit het hem niet in de openbaring maar in de ontfutseling. Ik kan me dan ook volledig vinden in het volgende citaat: “Ach, wat was het mooi geweest wanneer Smabers gewoon niets had verklaard, ons voorgoed had laten rondlopen in duisternis van al die geheimen van al die mensen”

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.