Spijkerschrift door Kader Abdolah

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 4461 woorden
  • 4 januari 2015
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 11 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
2000
Pagina's
281
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Spijkerschrift
Shadow
Aga Akbar, de doofstomme vader van Ismaiel, heeft in de loop van zijn leven een boek geschreven, in een eigen ontworpen spijkerschrift. Na zijn dood in de Perzische bergen wordt het boek bij zijn naar Nederland gevluchte zoon bezorgd. Ismaiel probeert het leesbaar te maken, net zoals hij zijn vader vroeger verstaanbaar moest maken. Zo tovert Kader Abdolah het leven va…
Aga Akbar, de doofstomme vader van Ismaiel, heeft in de loop van zijn leven een boek geschreven, in een eigen ontworpen spijkerschrift. Na zijn dood in de Perzische bergen wordt he…
Aga Akbar, de doofstomme vader van Ismaiel, heeft in de loop van zijn leven een boek geschreven, in een eigen ontworpen spijkerschrift. Na zijn dood in de Perzische bergen wordt het boek bij zijn naar Nederland gevluchte zoon bezorgd. Ismaiel probeert het leesbaar te maken, net zoals hij zijn vader vroeger verstaanbaar moest maken. Zo tovert Kader Abdolah het leven van Aga Akbar en zijn zoon Ismaiel tevoorschijn.
Spijkerschrift door Kader Abdolah
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Leesverslag ‘Spijkerschrift’




  1. Ik heb dit boek gekozen op advies van mevrouw Veltman. Ik vroeg om een spannend boek. Maar toen liet ze me spijkerschrift zien. In eerste instantie leek het men niet een heel leuk boek, mede ook door de grote hoeveelheid bladzijden, maar hoe meer mevrouw er over vertelde, hoe meer ik over het boek wilde weten. Dus uiteindelijk heb ik het boek toch gekozen.

  2. Het boek begint met een tekst uit de koran (Spelonk) over een groep mannen die toevlucht zochten in een grot, in slaap vielen en 300 jaar later weer wakker werden. Alles is veranderd als ze naar buiten gaan.

    Het verhaal over Aga Akbar begint bij zijn moeder (Hadjar). Ze krijgt kinderen van een edelman. Omdat ze niet getrouwd is met hem, zijn de kinderen onechtelijk en dragen ze niet zijn naam. Als Aga Akbar geboren wordt en blijkt dat hij doofstom is, leert Hadjar hem een simpele gebarentaal. Ook gaat zij naar de edelman om diens adellijke naam te vragen voor haar doofstomme zoon. Aga Akbar krijgt deze naam onder de voorwaarde dat hij nooit een erfdeel zal halen, hij heet nu Aga Akbar Mahmoede Gazanwieje Gorasani. Hadjar sterft na een ziekte en Aga Akbar wordt opgevangen door zijn oom, die dichter is. Deze oom, genaamd Kazem Gan, brengt hem de kunst bij van het spijkerschrift omdat hij beseft dan Aga Akbar een kunstenaar en een dichter is en zijn gedachten moet kunnen opschrijven. Aga Akbar houdt vanaf die tijd zijn hele leven een dagboek bij. Akbar wordt verliefd op een hoertje waar hij regelmatig naar toe gaat. De familie vindt dit niet goed en gaan op zoek naar een geschikte echtgenoot. Via een koppelaarster vinden ze een vrouw voor hem. Ze trouwen, maar de jonge vrouw sterft in de huwelijksnacht. Na een aantal jaar ontmoet Kazem Gan van Akbar het meisje Tine. Zij is een merkwaardige vrouw die bezig is haar eigen vader te beschermen tegen opium, iets wat Kazem Gan vaak gebruikte. Kazem Gan vraagt Tine om met Aga Akbar te trouwen. Niet lang daarna gebeurt dit inderdaad en samen schenken ze leven aan vier kinderen. Het eerste kind is een zoon; Ismaiel. Hij wordt door de samenleving gezien als ‘de mond van zijn vader’: hij zal altijd bij zijn vader in de buurt moeten zijn om voor hem te zorgen en te tolken. Daarna volgen nog drie dochters. De jongste dochter wordt Goudklokje genoemd en is een echt vaderskind. Als de familie naar de stad verhuist, komt Ismaiel in contact met het verzet tegen de regerende sjah. Hij gaat studeren in de stad Teheran en ontwikkelt zich steeds verder. Het contact tussen Ismaiel en zijn vader Aga Akbar vervaagt, de oorzaak ligt in het verschil van wereldkennis. Ismaiel probeert zijn vader te vertellen over de wereld, over het heelal en over zijn geloof, maar Akbar begrijpt hem niet. Aga Akbar heeft een tapijtenwinkeltje opgezet, iets dat veel voor hem betekent. In dit winkeltje verstopt Ismaiel een belangrijke verzetsvrouw. Djamila (deze vrouw) wordt ziek en wordt door Tine thuis verzorgd. Voor Ismaiel wordt in deze periode duidelijk dat zijn zusje Goudklokje ook in het verzet zit. Maar hij zwijgt hierover tegen haar en tegen zijn familie.

    Onder druk van de Amerikanen verdwijnt de sjah van het beeld en hij wordt opgevolgd door een geestelijke, Khomeini. In het begin lijkt alles goed te gaan en de partij van Ismaiel wordt gedoogd. Maar dan val Irak het land aan. In de chaos van bombardementen op Teheran worden er partijleden opgepakt. De partij wordt genoodzaakt ondergronds te gaan, zoals voorheen. Ismaiel krijgt de verantwoordelijkheid over de partijkrant. Het is zeer gevaarlijk werk en het wordt almaar gevaarlijker naarmate er meer partijleden worden opgepakt. Ismaiel is inmiddels getrouwd en heeft een dochter. Hij stuurt zijn vrouw en dochter naar zijn familie. De band tussen Aga Akbar en Ismaiel was verslechterd, maar als Ismaiel besluit om het land uit te vluchten, herstelt de oude band zich. Nog een keer treft Ismaiel zijn vader op weg naar de moskee, Akbar geeft Ismaiel zijn jas en stuurt hem de bergen in. Ismaiel belandt uiteindelijk in Nederland. Als Ismaiel weg is, hoort hij dat Goudklokje wordt vermist. Per telefoon komt hij te weten dat Goudklokje waarschijnlijk is geëxecuteerd: maar er is een kans dat ze uit de gevangenis ontsnapt is, samen met enkele anderen. Aga Akbar gaat haar zoeken in de bergen. Men denkt dat hij de vluchtelingen een grot heeft gewezen met voedsel en dekens. Aga Akbar wordt in het begin van de lente gevonden in de sneeuw. Van Goudklokje wordt nooit meer wat vernomen.

    De verteller eindigt met de toespeling dat Goudklokje in dezelfde grot zit als de mannen uit het verhaal uit de Koran. Hij maakt de toespeling dat Goudklokje over 300 jaar wakker wordt en dan ziet dat alles anders is.



(Bron: www.scholieren.com)




  1. Het is een thema dat niet vaak voorkomt en de verhaallijn was zeker uiterst boeiend. Enkele stukjes waren moeilijk te begrijpen, maar met behulp van context en een begrippenlijst achter in het boek, was het steeds mogelijk om genoeg duidelijkheid te scheppen om het verhaal goed te kunnen volgen en door te kunnen lezen.





  1. Het is voor mij een ontroerend verhaal, erg gevoelig geschreven dat voor een openbaring zorgt maar ook voorzichtig een moeilijk thema aankaart. De zoon krijgt niet alleen een nieuwe kijk op het leven, maar leert ook meer over zijn vader door de gedachten van zijn vader te verkennen. Het verband tussen melancholiek en blijdschap zorgt ervoor dat de lezer een bijzondere interpretatie van het verhaal krijgt. Het zorgt ervoor dat ik blij en van streek tegelijk ben.

  2. Ik  kon in dit boek geen belangrijkste zin vinden omdat het boek eigenlijk te chaotisch geschreven is om één zin er tussen uit te pikken.

  3. Hetzelfde wat ik bij 4b zei geldt hier eigenlijk ook, het boek is te chaotisch om één woord er tussenuit te moeten pikken.






  1. Zie kopje personages bij 5b.

  2. Personages (§1)



Aga Akbar

Deze man wordt geboren in Djerja, als doofstomme zoon van een alleenstaande vrouw (Hadjar). Toch krijgt de de edele achternaam van zijn vader, maar zonder recht op erfdelen. Hadjar begint al snel met het ontwikkelen van een eenvoudige gebarentaal voor Aga Akbar, zodat hij zich toch verstaanbaar kan maken tegenover zijn familie. Als Aga Akbar ongeveer tien is, sterft zijn moeder en neemt zijn oom (Kazem Gan) de voogdij op zich. Aga Akbar leert van zijn oom een soort spijkerschrift te ontwikkelen, zodat hij vanaf dat moment elke dag zijn gedachten kan uiten in een dagboek. Aga Akbar heeft nooit een schoolopleiding gehad en heeft weinig wereldkennis. Toch lijkt hij af en toe een volwassen man, bijvoorbeeld als hij naar de stad verhuist, zodat zijn 4 kinderen wel naar school kunnen. Aga Akbar houdt heel veel van de twee vrouwen met wie hij trouwde. De dood van zijn eerste vrouw heeft hem veel pijn gedaan, maar Tine (zijn tweede vrouw) maakte veel goed. Zijn zoon Ismaiel neemt vaak de verantwoordelijkheid van het gezin op zich, Aga Akbar’s jongste dochter Goudklokje wijdt haar leven (voor zover beschreven in het verhaal) geheel aan haar vader. Met Goudklokje heeft Aga Akbar dus ook een zeer hechte band.





Ismaiel

Ismaiel is de oudste van het gezin van Aga Akbar en Tine, en hun enige zoon. De opvoeding van Ismaiel wordt vooral verzorgd door Tine en zijn oudoom Kazem Gan. Met zijn vader heeft hij een zeer speciale band: door de maatschappij wordt hij gezien als de tolk van zijn vader: Ismaiel moet alle verplichtingen overnemen van zijn vader die Aga Akbar niet zelf kan uitvoeren (zoals bijvoorbeeld voor het gezin zorgen).

In Teheran verliest Ismaiel zijn geloof en gaat in het verzet. Dit doet hem veel goed, hij heeft het idee dat hij voor een betere wereld werkt. Hij is in zijn verzetswerk erg bang voor de politie, maar brengt toch elke opdracht tot een goed einde. Tijdens het verzet leert hij Safa kennen, het meisje met wie hij later trouwt en van wie hij een dochtertje krijgt. Pas nadat de verzetsbeweging gevallen is, besluit Ismaiel te vluchten: eerst naar Rusland, dan Berlijn en uiteindelijk belandt hij in Nederland. Als hij daar veilig is, komen vrouw en dochter ook over. Hij heeft geen schuldgevoelens over zijn politieke daden, maar wel over (dezelfde) politieke opvattingen van Goudklokje. Waarschijnlijk omdat zij is opgepakt zonder dat hij het wist of er iets tegen deed. In Nederland probeert hij zich al snel aan te passen. Hij woont in de Flevopolder, omdat dat het nieuwste is; daar leven nog niet veel herinneringen. Hij studeert Nederlands en als hij het oude dagboek van zijn vader krijgt, doet hij er alles voor om deze te vertalen. Hij wil namelijk heel graag weten wat er jarenlang door het hoofd ging van de belangrijkste man in Ismaiel’s leven.



Tine

Tine is een vrouw met zeer veel energie en doorzettingsvermogen in haar. Ze zorgt voor haar echtgenoot zoals een Perzische vrouw dat hoort te doen, maar veel laat ze over aan de toegewijde Ismaiel en Goudklokje. Ze heeft maar weinig goed contact met Aga Akbar, ze weet niet goed wat er in hem omgaat. Ismaiel schrijft over een wilf in in Tine huisde. Af en toe komt de wolf en dan wordt Tine woest en gevaarlijk. Dit gebeurt op momenten dat haar leven wordt omgegooit, zoals wanneer Aga Akbar besluit naar de stad te verhuizen. Tine is een goede moeder, ze neemt haar kinderen in bescherming en zoekt voor twee dochters goede echtgenotes. Opvallend in het verhaal is het grote verschil tussen Tine’s rol en de rol van de vrouw van Ismaiel. Over de tweede wordt namelijk vrijwel nooit iets vermeld, in tegenstelling tot Tine wiens invloed erg groot is.



Goudklokje

Zij is de jongste uit het gezin van Tine en Aga Akbar, het kleine zusje van Ismaiel. Ze is ‘de dochter van Aga Akbar’: ze doet alles met en voor haar vader. Zij is degene die diepe gesprekken met hem voert, probeert te begrijpen wat er in hem omgaat en hem helpt als hij een tapijtherstelbedrijfje heeft. Ze is actief lid van het verzet en wordt hiervoor ook gevangengenomen. Waarschijnlijk is ze ontsnapt uit de gevangenis om haar doodvonnis te ontlopen.



Kazem Gan

Kazem Gan is de oudste broer van Hadjar. Hij is een dichter die verslaafd is aan opium roken. Hij is erg op zichzelf ingesteld en heeft veel losse relaties, maar bindt zich aan geen van deze dames. In het dorp is hij erg geliefd, want hij is altijd bereid om iemand te helpen.

Na de dood van Hadjar ontfermt Kazem Gan zich over Aga en neemt als het ware de opvoeding over. Als eerste laat Kazem hem kennismaken met de dood, iets wat voor Aga onbekend is tot Hadjar sterft. Kazem Gan merkt dat er iets is met Aga, dat hij vaak hoofdpijn heeft en Kazem weet wat de reden zou kunnen zijn: “ik voelde, ik merkte dat het hoofd van Aga Akbar zinnetjes maakte, verhalen schiep (...) Dat talent, die zinnetjes in zijn hoofd konden hem kapotmaken. Hij had altijd hoofdpijn, en ik was de enige die wist waar die hoofdpijn vandaan kwam. Daarom leerde ik hem in spijkerschrift te schrijven.”

Als oplossing neemt Kazem Aga Akbar mee naar de grot op de Saffraanberg. Daar laat Kazem Gan een voorbeeld zien over hoe Aga zijn verhalen kan opschrijven. Want vroeger beval de koning zijn woord in de grot te kerven, dat werd gedaan in een spijkerschrift. Aga Akbar is onder de indruk en begint ook op zo’n manier te schrijven en zo ontstaat het dagboek van Aga Akbar.

Kazem Gan helpt Aga Akbar ook met het zoeken naar een vrouw en een beroep. Hij vindt dat Aga Akbar niet geschikt is voor het leven als boer, iets wat veel mannen zijn in het dorp. Daarom stuurt hij Aga Akbar in de leer van een tapijtreparateur.

Kazem Gan vertelt Ismaiel veel over wat er vroeger is gebeurd, de geschiedenis van Perzië, maar ook over Aga Akbar.

Al met al is Kazem Gan dus een erg belangrijk persoon in het boek. Hij neemt als het ware twee opvoedingen op zich, die van Aga Akbar en van Ismaiel. Maar ook bepaalt hij deels de relatie tussen deze twee: hij is degene die Ismaiel vertelt de gezinszorg op zich te nemen. Kazem Gan voedt Ismaiel zo op dat hij zijn vader kan vervangen als dat nodig is. Hij zorgt er uiteindelijk dus voor dat Ismaiel de vaderrol op zich neemt.



De blinde Sejed Shojda en Jafar de Spin

Dit zijn twee jeugdvrienden van Aga Akbar, met net als hem een handicap. Met zijn drieën samen konden ze alles, de twee spraken voor Aga Akbar, terwijl Aga Akbar keek voor Sejed en liep met de kreupele Jafar op zijn rug. Het zijn eigenlijk de enige twee echte vrienden die Aga Akbar in zijn leven kent.





Perspectief (§2)



In het eerste en derde deel is een alwetende verteller aanwezig. Dit wordt al op pagina 10 duidelijk gemaakt aan de lezer: “We zijn met z’n tweeën. Ismaiel en ik. Ik ben de alwetende verteller. Ismaiel is de zoon van Aga Akbar die doofstom was.

Hoewel ik alwetend ben, kan ik Aga Akbars notities helaas niet lezen.

Ik vertel alleen het gedeelte van het verhaal totdat Ismaiel geboren wordt. De rest laat ik hem zelf vertellen. Maar aan het einde kom ik terug, want Ismaiel kan het laatste deel van zijn vaders notities niet ontcijferen.”

Het is ook dus duidelijk dat het tweede deel van het verhaal (“Nieuwe grond”) door Ismaiel verteld wordt. Aga Akbar’s perspectief wordt enkel duidelijk door zijn notities.





Structuur (§3)



Het boek is opgedeeld in drie delen. Deze delen zijn elk opgedeeld in kleine hoofdstukken. De hoofdstukken beginnen elk met een korte intro, verteld door de alwetende verteller. Meestal staat er mysterieus beschreven wat er in het hoofdstuk gaat gebeuren. Het is duidelijk gericht aan de lezer, deels om een zekere spanning op te wekken. Kader Abdoalh zei hier het volgende over: “Het is een soort Perzische traditie, ik heb geprobeerd deze traditie in Spijkerschrift door te zetten. In de oude versies van de heilige boeken, kom je zowel in de Koran als in de Bijbel dezelfde korte beschrijvingen tegen.”





Ruimte (§4)



Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Het begint wel voor de geboorte van Aga Akbar, maar veel wordt er teruggekeken op eerdere gebeurtenissen. Ook zijn er stukjes in verwerkt waarin Ismaiel vertelt wat hij nog meer doet terwijl hij op dat moment het spijkerschrift aan het vertalen is. De stukjes vertaalde spijkschrift volgen wel de levensloop van Aga Akbar, maar voor de duidelijkheid komen er andere momenten tussendoor, die bijna altijd flashbacks zijn.

Het boek is verdeeld in drie delen: ‘Spelonk’, ‘Nieuwe grond’ en ‘Spelonk’. Deze drie delen zijn ten opzichte van elkaar wel chronologisch geplaatst.



Het verhaal speelt zich grotendeels op twee plaatsen af: Iran (van vlak voor Aga Akbar’s geboorte tot dat Ismaiel vlucht) en de Nederlandse Flevopolder (op het moment dat Ismaiel het spijkerschrift vertaalt).

In Iran komt duidelijk het Safraandorp naar voren: hier is Aga Akbar geboren en getogen. Later komt ook de stad Senedjan (waarin Aga Akbar met zijn gezin gaat wonen) in het verhaal en af en toe is er een kleine beschrijving van de universiteit in Teheran.





Spanning (§5)



Het boek wekt spanning op door met tijdsprongen te werken. Er zijn veel tijdsprongen tussen de tijd van Ismaiel in Nederland en de tijd in Perzie. Je wilt als lezer weten wat Aga Akbar heeft opgeschreven en hoe Ismaiel dat te weten komt.





Stijl (§6)



De schrijfstijl van Kader Abdolah is makkelijk. Omdat hij Nederlands heeft geleerd uit kinderboeken als ‘Jip en Janneke’, lijkt zijn schrijfstijl enigszins op de stijl uit deze boekjes. Hij gebruikt korte zinnen en makkelijke woorden. Zijn stijl is ook herkenbaar aan het doorgevoerde Perzisch. Hij heeft niet geprobeerd om zoveel mogelijk het Perzische verhaal in het Nederlands te schrijven, maar om het in het Nederlands te vertalen zonder het eerst in het Perzisch opgeschreven te hebben. Sommige zinnen lijken hierdoor een beetje vreemd in elkaar te zitten: de volgorde of opbouw klopt voor het gevoel niet helemaal.

Er komen betrekkelijk weinig rechtstreekse dialogen in het verhaal voor, het merendeel is vertellend en beschrijvend. Er is zo min mogelijk beeldspraak in het verhaal.

Heel vaak wordt er iets geciteerd, vooral poëzie. De meeste gedichtjes zijn Perzisch: ze zijn eerst in het Perzisch opgeschreven en daarna in het Nederlands vertaald.





Motief en thema (§7)



Thema

De zoon van een doofstomme man vlucht uit Iran voor het politieke regime en krijgt later onleesbare notities van zijn vader opgestuurd en probeert deze te vertalen.



Motieven

De wolf

De psychische aanvallen die Tine af en toe had, worden door Ismaiel gezin alsof er een wolf in Tine’s lichaam is gekropen. Het is duidelijk dat Tine moeilijk sommige gevoelens kan uiten. Maar om hier niet onderdoor te gaan, komt de wolf die al haar emoties eruit stoot. Door ze te onderdrukken, vlucht Tine eigenlijk voor haar eigen emoties, maar de wolf verlost haar hier weer van.



De papegaai

Het Perzische verhaal over de papegaai heeft hetzelfde thema als het boek: vluchten. De papegaai, gevangen in een kooi, speelt zijn eigen dood om op die manier de kooi uit te kunnen vluchten. Als zijn baas de kooi openmaakt, vliegt hij weg, om dan naar zijn soortgenoten te gaan, terug naar de plek waar zijn oorsprong ligt. Ismaiel vlucht uit zijn vaderland naar Nederland vanwege politieke redenen, maar door het vertalen van zijn vaders notities, komt hij toch weer een beetje terug bij zijn oorsprong en familie.

 



De Safraanberg

Het geboortedorp van Aga Akbar ligt op de Safraanberg. De berg staat dus symbool voor de ‘roots’ van Aga Akbar en diens familie. Wanneer iemand uit de familie van Aga Abkar dus weggaat van de Safraanberg, kan dit gezien worden als vluchten voor je afkomst en je roots.



Het spijkerschrift

Het spijkerschrift dat Aga Akbar ontwikkelt, zorgt ervoor dat hij zijn gedachten en belevenissen kan uiten. Niet aan anderen, maar wel op papier. Het is niet zozeer een motief dat verwijst naar het thema, maar wel naar de titel.



Perzische literatuur

De kleine Perzische citaten die in het verhaal verwerkt zijn, duiden aan dat Ismaiel wel uit zijn vaderland is gevlucht, maar af en toe met zijn gedachten (en schrijfstijl) nog wel in Perzië leeft.



Het politiek verzet

Het verzet waar Ismaiel in zat voordat hij naar Nederland vluchtte, was een duidelijke reactie tegen het bestaand regime. Het laat zien dat Ismaiel het Perzisch geloof niet meer aanhangt en zich probeert af te zetten tegen de Perzische maatschappij die hem verplicht voor zijn vader en diens gezin te zorgen. Door bij het verzet te treden, vlucht Ismaiel dus eigenlijk weg van de maatschappij, zijn verplichtingen, zijn vader en zijn familie.



Het verhaal over de Spelonk

Het Perzische verhaal over de mannen in de Spelonk komt twee keer in het boek voor. Het is de opening en ook het slot. “Dit was Gods woord, Gods verhaal. En Spelonk was een verhaal uit het heilige boek in het huis van Aga Akbar.” In deze zinnen wordt duidelijk dat Spelonk als opening wordt gebruikt om een mooi begin te hebben en om meteen naar God, geloof en Aga Akbar te wijzen. In het slot van het boek komt het terug, omdat Aga Akbar gelooft dat zijn dochter Goudklokje ook in de Spelonk zit. Want zolang Aga Akbar dat gelooft, blijft Goudklokje in leven. Ook in het verhaal Spelonk komt vluchten voor: de mannen in de kloof zijn in slaap gevallen en worden jaren later wakker, als de wereld om hen heen geheel veranderd is. De mannen zijn dus eigenlijk uit hun oude wereld gevlucht door in slaap te vallen.



Goudklokje’s ontsnapping

Naast Ismaiel zit ook Goudklokje in het verzet. Helaas wordt zij, in tegenstelling tot haar broer, wel opgepakt. Ze wordt gevangen gezet en krijgt het doodsvonnis. Aga Akbar en Tine gaan haar elke dag bezoeken. Op een dag is Goudklokje er niet meer. Tine wordt helemaal wanhopig en denkt dat haar dochters doodsvonnis is voltrokken. Aga Akbar daarentegen begrijpt dat er de nacht ervoor enkele gevangenen zijn ontsnapt uit de gevangenis en gelooft dat Goudklokje er daar één van was. Hij denkt dat zij is gevlucht naar de Spelonk.

Verband tussen de titel en het thema

De titel “Spijkerschrift” verwijst niet direct naar het thema, maar duidt daarentegen wel op de vertalingen van de notities van Aga Akbar. Deze man heeft namelijk zijn leven lang zijn gedachten opgeschreven in een dagboek, maar dan wel in een schrift dat door hemzelf ontwikkeld was. De titel verwijst ook naar het oude schrift dat in de grot van de Safraanberg te vinden is: nadat Aga Akbar dit schrift zag, begon hij zijn eigen schrift te ontwikkelen. Hij begreep namelijk dat iemand niet persé letters en woorden moet kennen, om zichzelf op papier uit te kunnen drukken en vooral niet wanneer de geschreven teksten niet te worden hoeven begrepen door anderen.





Titelverklaring, ondertitel en motto (§8)



De titel Spijkerschrift slaat letterlijk terug op de onleesbare notities van de doofstomme Aga Akbar. De notities vormen de rode draad door het verhaal. Zoon Ismaiel krijgt de notities in handen, en hij wil deze opgeschreven gedachten van Aga laten spreken, terwijl hij ze absoluut niet kan lezen. Zo ontstaat een verhaal dat over Aga Akbar en over Ismaiel gaat, hij gebruikt zijn eigen belevenissen en alles wat hij weet van zijn vader om het ‘spijkerschrift’ te ontcijferen. Ismaiel vergelijkt het met de koffiemakelaar die het verhaal van Max Havelaar moet vertellen in Max Havelaar van Multatuli:



“Alles leugens,’ zegt de makelaar in koffie, ‘alles gekheid en leugens.'Ik geef toe dat ik op dezelfde manier aan het werk ben gegaan’.



Alles gelogen dus. Vandaar dus een toepasselijke titel voor de scriptie.





De schrijver (§9)



Biografie

Kader Abdolah werd als Hossein Sadjadi Ghaemmaghami in 1954 in Iran geboren. De echte Kader Abdolah was een vriend van Hossein, die door het regime in Iran vermoord is. Als eer aan zijn vriend heeft Hossein deze naam als pseudoniem gekozen.



Als oudste van zes kinderen groeide hij op in een gelovig islamitisch gezin. Op jonge leeftijd worstelde hij echter met godsdienstige twijfels en viel hij van het geloof af. Hij studeerde natuurkunde aan de universiteit van Teheran. Als student was Abdolah actief in het ondergrondse verzet tegen het bewind van de sjah en later tegen de dictatuur van Khomeini. Abdolah zat in de redactie van een geheim partijblad en schreef twee romans over het leven onder de terreur van Khomeiny, die beide verboden werden. Familieleden van Abdolah zaten ook in het verzet tegen het autoritaire bewind. Twee zussen hebben enkele jaren gevangen gezeten en zijn enige broer werd vermoord. Toen leden van de groepering waartoe Abdolah behoorde gevangen werden genomen of zelfs vermoord, zag hij zich in 1985 genoodzaakt uit Iran te vluchten. Na 3 jaar in Turkije te zijn verbleven kwam Abdolah in 1988 in Nederland terecht. Hij kreeg politiek asiel, en snel daarna volgde zijn achtergelaten gezin hem naar Nederland. Om Nederlands te leren heeft hij onder meer een jaar Neerlandistiek gestudeerd aan de universiteit van Utrecht.

In 1993 verscheen zijn eerste boek in het Nederlands, de verhalenbundel De adelaars, en gelijk al met succes: Abdolah ontving het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut. Het boek is inmiddels vertaald in het Italiaans en het Frans.

Zijn tweede boek werd ook een verhalenbundel, De meisjes en de partizanen, en volgde in 1995. Ook deze bundel werd bekroond en wel met het Charlotte Köhler-stipendium, een aanmoedigingsprijs voor de meest veelbelovende auteur van het moment

In 1997 werd zijn eerste roman, De reis van de lege flessen gepubliceerd. Deze roman gaat over een vluchteling die een nieuw bestaan in Nederland probeert op te bouwen. Door de werkelijkheid met herinneringen uit Iran te verbinden houdt hij greep op zijn leven.



‘Mijn leven bestaat uit twee delen: wat ik meemaak nu, hier in Nederland en mijn verleden dat me vastgrijpt, mijn herinneringen aan mijn vaderland. Ik beleef het verleden heel intensief. Daarover gaan mijn verhalen. Ik ga terug van het heden naar mijn verleden in Iran.’



Er is volgens Abdolah wel verschil tussen schrijven hier in Nederland en in Iran. Hierover zegt hij het volgende:



‘Schrijvers in een dictatoriaal geregeerd land hebben een belangrijke taak. Ze moeten het verhaal van hun volk vertellen. Die verhalen gaan over angst, heimwee, verlangen, liefde, dood en de macht van het volk. Schrijvers moeten een rol vervullen in de politiek, voorop lopen, aanwezig zijn bij opstanden. Ik moet nu in Nederland andere verhalen vertellen, het verhaal van een volk op de vlucht.’



Sinds 1996 heeft Abdolah zijn eigen wekelijkse column in de Volkskrant. In 1998 zijn de columns gebundeld en uitgebracht onder de naam Mirza.

Zijn meest recente boek Spijkerschrift is uitgekomen in 2000 en in deze scriptie word daar verder uitgebreid op in gegaan.



Bibliografie

Hier een overzicht van de in Nederland verschenen boeken van Kader Abdolah:

1993 De adelaars verhalenbundel

1995 De meisjes en de partizanen verhalenbundel

1997 De reis van de lege flessen roman

1998 Mirza columns

2000 Spijkerschrift roman



 (Bron www.scholieren.com)




  1. De uitwerking van het boek was prima te doen mede dankzij de manier waarop Kader Abdolah het Nederlands heeft geleerd, dankzij ‘Jip en Janneke’ taal. Zijn taalgebruik is dus simpel e kort. Hij ge ruikt geen lange gecompliceerde zinnen, iets wat het leze vergemakkelijkt.




  1. De verwerkingsopdracht is het balansverslag deze zit apart bij het leesverslag.





  1. Wat me het meest van het boek bijgebleven is, is hoe lastig het leven van een doofstomme wel niets is. Ik heb er nooit bij stil gestaan, maar Aga kan slechts communiceren met een eigen bedachte gebarentaal. Zelf praat k heel veel en ik zou er dan ook zeker moeite mee hebben als ik alleen m’n gevoelens e.d. kan uitten via deze gebarentaal.

  2. -

  3. Ik vond het lezen van het boek goed te doen. Dit dankzij het makkelijke taalgebruik en de makkelijke zinsopbouw van Kader Abdolah.

  4. Ik heb voornamelijk van het boek ‘geleerd’ dat ik me behoorlijk mag prijzen met m’n huidige staat van gezondheid, mensen die doofstom zijn hebben echt een lastig leven vooral als je in een beetje achtergesteld gebied woont zoals daar waar Aga geboren is.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Spijkerschrift door Kader Abdolah"