Spaanschen Brabander door G.A. Bredero

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2044 woorden
  • 6 juli 2007
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 3 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1617
Pagina's
56
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Spaanschen Brabander
Shadow
Spaanschen Brabander door G.A. Bredero
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
De Spaansche Brabander:

Beschrijvingsopdracht:

Titel: De Spaansche Brabander
Schrijver: G. A. Bredero
Vertaald door: H. Adema
Plaatsnaam: Amsterdam
Jaar: 1999
Druk: onbekend

Motivatie:
Ik heb dit boek gekozen, omdat we er al een stuk uit hadden gelezen in de les en het leek me wel een leuk boek en niet te moeilijk.

Samenvatting:

Eerste bedrijf:

Jerolimo Rodrigo (de Spaanse Brabander) prijst de stad Antwerpen aan, waar hij een leuk leven met vrouwen had. Omdat zijn vele schuldeisers hem niet met rust lieten, vluchtte hij naar Amsterdam, maar daar voelt hij zich helemaal niet thuis. Hij ontmoet Robbeknol, een jonge ex-bedelaar, die op zoek is naar een baantje. Jerolimo wil hem wel in dienst nemen, maar hij vindt het jammer dat Robbeknol ‘slecht Hollands’ spreekt in plaats van de mooie Brabantse taal.
Twee straatjongens, Aart en Krelis, schelden Floris Harmensz uit voor ‘lampoot’. Floris kan de jongens niet te pakken krijgen en gaat een praatje maken met drie oude mannen, Jan Knol, Andries Pels en Thomas Treck; ze hebben het over de pest en over bankroetiers. Daarna ontmoet Floris twee jongens, Joosje en Kontant, die ruziën bij een knikkerspelletje; samen keren ze zich tegen Floris.


Tweede bedrijf:

Robbeknol is er al snel achter gekomen dat hij bij zijn meester honger en dorst zal lijden. Jerolimo is druk bezig zich op te doffen, waarbij de knecht moet helpen. Uitgedost als een prins gaat Jerolimo de stad in, terwijl hij helemaal geen geld heeft.Tijdens zijn wandeling wordt hij aangesproken door twee snollen, Trijn Jans en Bleke An, die snel in de gaten hebben dat hij ondanks zijn mooie taal maar arm is. Robbeknol is er intussen op uitgegaan om te bedelen. Als hij met een voorraad eten thuis komt is Jerolimo er al. Jerolimo zegt dat hij al gegeten heeft maar dat heeft hij niet. Even later zitten ze samen te eten.

Derde bedrijf:

Na het eten vindt Robbeknol in Jerolimo’s kleding alleen maar een lege portemonnee. Buiten praten Jan Knol, Andries Pels en Floris Harmensz over elkaar, de slechte tijden en de laatste nieuwtjes. Robbeknol komt al lezende uit de bijbel aanlopen.Dan zeggen drie spinsters, Trijn Snaps, Els Kals en Jut Jans tegen hem, dat hij in ruil voor een ‘kapiteltje’ eten mag komen halen. Jerolimo komt opgewekt thuis. Hij heeft wat geld weten te krijgen en stuurt zijn knecht naar de markt. Onderweg ziet Robbeknol een lijkstoet naderen. Hij schreeuwt het uit van angst, want hij heeft een vrouw horen zeggen dat de overledene naar het huis gebracht wordt waar ze geen eten en geen drinken hebben en dat moet hun huis zijn. Jerolimo lacht hem uit omdat dat natuurlijk niet waar is.

Vierde bedrijf:

Byateris vertelt dat ze als koppelaarster goed de kost kan verdienen. Robbeknol komt thuis met veel eten en ze beginnen meteen te eten. De huisbaas, Gierige Geeraart, houdt een monoloog en voert daarna een gesprek met Byatreris over wederzijdse kennissen. Geeraart is op weg naar een van zijn huurders, een Brabander, die niet betaald heeft. Byateris heeft ook geld van hem tegoed en samen komen ze bij Jerolimo. Robbeknol wil hen niet binnen laten en uiteindelijk scheept Jerolimo hen af met een mooi praatje. Zodra ze weg zijn, pakt Jerolimo zijn spullen en vertrekt naar Vianen..

Vijfde bedrijf:

Els en Trijn horen van Robbeknol dat Jerolimo naar Vianen vertrokken is. Jut, Geeraart en Byateris voegen zich bij hen. Als Notaris Joannes Pillorium en zijn klerk langskomen, roept Geeraart de notaris om de inboedel van Jerolimo’s huis te inventariseren. Ook de schout en twee helpers worden erbij gehaald. Er komen nog meer schuldeisers: Balich (de tinnegieter), Otje Dickmuyl (de schilder), Joost die zilveren vaatwerk op krediet heeft geleverd en Jasper, die hem tapijten en leer gegeven heeft. De schout opent het huis maar er is niets meer te vinden. De notaris en de schout eisen nu van de anderen betaling maar dit weigeren ze. De schout neemt het bed dan maar mee, dat aan Beateris toebehoorde.

Dan richten de spelers zich tot het publiek voor het applaus.

Persoonlijke reactie:
Ik vond het niet zo interessant en dat komt waarschijnlijk vooral omdat het helemaal niet herkenbaar was. Je kunt je eigen er dan niet in verplaatsen. Ik vond ook dat er vaak moeilijke woorden gebruikt werden zodat het wat moeilijker werd om te volgen. Ik denk dat het in die tijd wel een leuk toneelstuk moet zijn geweest.

Uitgewerkte persoonlijke reactie:
Onderwerp:
Het gaat vooral over schijn en bedrog van toen. Ik vind het niet zo’n leuk onderwerp, omdat het me niet zo heel veel interesseert. Daardoor wordt het ook moeilijker om me erin te verplaatsen.
Ik had vooraf geen bepaalde verwachtingen, omdat ik zo’n soort boek nog nooit had gelezen en ik dus ook echt niet wist wat ik moest verwachten.
Het onderwerp ligt helemaal niet in mijn belevingswereld, het is ook te lang geleden om me daar iets bij voor te kunnen stellen. Ik heb ook verder nooit over het onderwerp nagedacht en ben er door het boek ook niet verder over gaan nadenken.
Ik vind wel dat de schrijver het onderwerp goed uitwerkt. Het verhaal is eigenlijk een voorbeeld van wat er in die tijd veel gebeurde. Hij werkt dat voorbeeld goed uit.
Ik heb nog nooit een film gezien of een ander boek gelezen uit deze tijd en met dit onderwerp. Het boek heeft me eigenlijk ook niet echt een bepaalde visie op het onderwerp gegeven. Het geeft wel goed aan hoe het er in die tijd aan toe ging.

Gebeurtenissen:
De belangrijkste gebeurtenis komt eigenlijk op het laatst en dat is dat de schuldeisers hun geld komen halen. Daar gaat het hele toneelstuk eigenlijk om (dat Jerolimo hun allemaal heeft bedrogen). Hij werkt deze gebeurtenis goed uit.
Ik vind dat de gebeurtenissen de belangrijkste rol spelen en niet de gedachtes en de gevoelens van de persoon. Het gaat vooral om het bedrog.
Ik vind dat de gebeurtenissen niet helemaal logisch in elkaar voortvloeien. Bijvoorbeeld die knikkerende jongens hebben er verder niet zo veel mee te maken. De andere delen vertonen wel veel samenhang. Je ziet zo alle 2 de kanten van het verhaal (van Jerolimo en van de schuldeisers).
Ik vind het geen spannend verhaal. Het is wel geloofwaardig, omdat zulke dingen in die tijd echt speelden.
De gebeurtenissen bleven mij op zich wel boeien omdat het telkens over dezelfde dingen ging. Zo is het niet zo moeilijk om te volgen.
De gebeurtenissen worden niet helemaal precies uitgelegd maar het wordt verteld in monologen en dialogen. Dit is niet vervelend om te lezen.

Personages:
De hoofdpersoon in dit verhaal is geen held. Het enige wat hij doet is andere mensen bedriegen.
Ik vind dat de eigenschappen van de hoofdpersoon en van de andere personages duidelijk beschreven worden. De personages zijn wel allemaal types en geen echte karakters. Dit is helemaal niet erg want de typetjes maken het boek juist grappiger. Ik vind het wel fijn dat de eigenschappen zo duidelijk beschreven worden.
Ik vind de personages wel herkenbaar omdat er nu ook nog veel mensen zijn die elkaar zo bedriegen.
De ideeën en gedachtes van de persoon hebben mij niet beïnvloed.
Ik kan me ook niet echt in een van de personages verplaatsen. Ze denken heel anders dan de mensen nu.
Ik vind Robbeknol heel sympathiek. Hij weet dat zijn baas niet eerlijk is maar hij blijft toch telkens voor hem opkomen.
Ik keur het gedrag van de hoofdpersoon af. Hij bedriegt iedereen en dat vind ik niet kunnen. Het gedrag van de andere personages keur ik wel goed. Het enige wat zij willen is hun geld terug en dat is te begrijpen, daarom zijn hun beslissingen ook begrijpelijk.
Ik denk dat ik in dezelfde situatie denk ik hetzelfde reageren als de hoofdpersoon, want als iedereen achter je aan zit moet je wel vluchten.
Ik vind dat de personages wel voorspelbaar reageren, maar dat vind ik wel fijn bij het lezen.

Opbouw:
Het verhaal is niet ingewikkeld van opbouw. Het loopt allemaal wel goed in elkaar over. Ik vind het verhaal niet spannend, omdat het allemaal eigenlijk heel voorspelbaar is.
Er zitten geen flashbacks in het verhaal. Dat de gebeurtenissen bijna helemaal vloeiend in elkaar overlopen past wel bij het onderwerp. Als er flashbacks in hadden gezeten werd het te moeilijk om te volgen.
De gebeurtenissen zie je door de ogen van verschillende personages. Dat is wel fijn want zo weet je hoe iedereen erover denkt.
Het loopt eigenlijk toch nog goed af en zo blijf je als lezer op het laatst niet met vragen zitten. Het verhaal was eigenlijk vanaf het begin wel boeiend omdat je toch wel wilde weten wat er nou precies was gebeurd.

Taalgebruik:
Het taalgebruik in het verhaal is heel moeilijk. Dat komt omdat er woorden en uitdrukkingen worden gebruikt die nou niet meer of nauwelijks nog gebruikt worden. Toch leverde dat niet veel problemen op.
Ik vind de verhoudingen tussen dialoog en beschrijvingen heel goed. Er zijn veel dialogen, maar dat is ook fijn om te lezen.
Ik vind het taalgebruik wel passen bij de personages, omdat dat nou eenmaal de taal was die in die tijd werd gesproken.
Behalve sommige uitdrukkingen die werden gebruikt zijn mij verder geen eigenaardigheden in het taalgebruik opgevallen.

Verdiepingsopdracht:

• De relatie met politieke achtergronden.
Er zijn bijna geen relaties met politieke achtergronden. Ze hebben het nergens over de Spaanse bezetting of de hervorming. Er worden wel Brabanders bespot. Er waren zoveel Brabanders, omdat die waren gevlucht voor de Spanjaarden.

• De relatie met sociaal-economische achtergronden.
Er is een sterke relatie met de gedragscode. Bredero wil het publiek de goede normen en waarden leren. Hij doet dat door herkenbare zaken na te spelen. Zo bespot hij bijvoorbeeld het bedriegen en pronken van Jerolimo. Ook geeft hij aan wat juist wel hoort en goed is (bijvoorbeeld eerlijkheid).

• De relatie met de culturele achtergronden.
Bredero was lid van een rederijkerskamer. De Amsterdamse rederijkers kamer heette d’Eglentier. De rederijkers werden bij vele stedelijke activiteiten ingeschakeld. Ze speelden een belangrijke rol in de stad. Dat zie je ook terugkomen in het verhaal, doordat Bredero veel verteld over de stad.
De Renaissance en het humanisme waren voor de rederijkers ook belangrijk in die tijd.
Het wordt ook duidelijk dat er relaties zijn met de maatschappelijke taken van Bredero. Hij wil de lezers met het verhaal een wijze lessen geven. Utile en dulci (het nuttige en het aangename) zijn dus ook in het verhaal terug te vinden. Het boek geeft het publiek lering en vermaak.

• De relatie met literaire stromingen en genres.
De Spaansche Brabander behoort tot het genre blijspel. De kenmerken daarvan zijn hier ook in terug te vinden. De mensen komen uit lagere klassen, ze spreken geen beschaafd Nederlands en het verhaal heeft een goed einde.

• De functie van de Spaanschen Brabander voor het oorspronkelijke publiek.
Het was oorspronkelijk bedoeld voor de inwoners van Amsterdam. Het taalgebruik en de opbouw zijn niet zo moeilijk, zodat alle mensen het begrepen. Hij wilde die mensen goede normen en waarden leren.

Evaluatie:

Mijn persoonlijke reactie is na het maken van de verdiepingsopdracht niet veranderd. Ik vind het nog steeds niet zo’n heel erg interessant verhaal.
Er zijn geen elementen in de tekst die ik niet begrijp.
Ik vond het niet zo’n heel erg leuk boek en dat komt denk ik vooral omdat het zo lang geleden is en ik me niet echt in de hoofdpersoon kan verplaatsen. Dat vind ik wel jammer, want ik vind het wel belangrijk bij een boek dat je je kunt verplaatsen in de hoofdpersoon.
Ik ben tevreden over het uitvoeren van de beschrijvingsopdracht en de verdiepingsopdracht. Vooral door het maken van de verdiepingsopdracht kom je toch weer iets meer over die tijd te weten.
Ik vond het niet zo heel erg moeilijk om dit boek te lezen alleen werden er soms wel moeilijke woorden of uitdrukkingen gebruikt.
Ik vond het maken van de verdiepingsopdracht niet zo heel moeilijk, maar ik denk wel dat ik de kennis van tevoren niet helemaal voldoende bezat, want bij de verdiepingsopdracht moest ik toch nog wel veel in het boek opzoeken
Ik denk dat ik de volgende keer iets eerder begin aan het maken van mijn leesverslag. Verder zou ik niet veel anders doen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Spaanschen Brabander door G.A. Bredero"