ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
1. Schrijver, titel, genre
Schrijver van dit boek is Annejet van der Zijl
Titel: Sonny Boy
Uitgever: Nijgh & van Ditmar
Plaats en jaar van uitgave: Amsterdam, 2006
Druk: 14e druk
Genre: Non-fictionele roman
2. Samenvatting
Het verhaal gaat over Rika Hagenaar-van der Lans en Waldemar Nods. Het verhaal begint bij Rika Hagenaar-van der Lans. Ze is getrouwd met Willem Hagenaar. Samen hebben ze 5 kinderen, maar hun huwelijk wil niet goed slagen. Rika wil van Willem scheiden, maar deze wil dat maar niet begrijpen. Dat maakt haar in de hersft van 1928 dan ook erg verdrietig. Rika is dochter van gezin Van der Lans, een heel gelovig katholiek middenstandsgezin uit Den Haag. Ze is geboren in september 1891. Als het boek begint is ze dus ook al vijfendertig jaar oud. Vroeger, toen Rika zestien was, werd ze verliefd op de 19-jarige Willem Hagenaar. Hij was echter protestants, en haar ouders verboden haar om met hem om te gaan. Maar ze waren zo verliefd op elkaar, dat ze elkaar stiekem bleven ontmoeten. Op een dag reed Willem naar de kostschool waar Rika heen was gestuurd, en hij nam haar mee naar Den Haag. Rika was nu officieel geschaakt, ze had haar eer definitief verloren, en daardoor bleef er voor de wederzijdse ouders niet veel over dan hun toestemming voor een huwelijk te geven.
Het gezin vertrok eerst naar Apeldoorn, maar na de geboorte van hun eerste kind verhuisden ze naar Den Bosch. Daar vermaakt Rika zich prima. Tot op een dag bekend wordt dat Willem dijkgraaf is geworden van Goeree-Overflakkee. Met 4 kinderen verhuizen Rika en Willem naar Goedereede. Dat dorp is echter totaal het tegenovergestelde van het vrolijke Den Bosch. Er woonden maar weinig mensen in het dorp, en het roddelcircuit kwam al snel op gang. Rika deed dingen die in de ogen van de zeer gelovige dorpsbewoners absoluut uit den boze waren, zoals zwemmen in de zee. Het huwelijk wordt steeds minder sprookjesachtig, en Willem kan er niet tegen dat Rika gewoon doet wat ze wil. Hij begint haar te slaan en op een dag besluit Rika te vluchten naar Den Haag, maar haar ouders willen haar niet meer zien. Ze besluit in te trekken bij een van haar zussen, Jo.Maar deze kan ook niet lang voor de Rika en haar jongste kind zorgen. Rika vindt haar eigen bovenwoning. Ook haar kinderen voegen zich dan weer bij haar. Tegen die tijd meldt haar eerste kostganger zich, Waldemar Nods, die uit Suriname is gekomen om in Holland te studeren.
Waldemar is dus geboren in Suriname. Daar woonde hij aan de rivier, die als een soort vriend voor hem was. Hij kende haar heel erg goed en wist precies wanneer hij wel en niet moest gaan zwemmen. Waldemar wordt in 1908 geboren, uit een huwelijk tussen zijn zwarte vader, een avonturier met veel geld, en zijn blanke moeder, een keurig meisje. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog wordt het economisch gezien snel minder in Suriname, wat ook de vader van Waldemar veel geld kost. Na de oorlog laat Waldemars vader zijn vrouw in de steek, op zoek naar avontuur.
Aangekomen in Holland is het erg wennen voor Waldemar. Eerst woont hij bij zijn neef, Dave, en zijn vrouw Christien. Al spoedig verhuist hij naar het pension van Rika. Zij is gelijk heel aardig tegen hem, en hij is na een tijdje ook behoorlijk van haar gecharmeerd. Na een jaar blijkt Rika zwanger van hem te zijn. Rika’s echt man Willem wil ondertussen naar Nederlands-Indië vertrekken en haar oudste zoon Wim kan de relatie tussen Waldemar en zijn moeder niet accepteren en vertrekt terug naar zijn vader, naar Goedereede. Willem is woedend als hij over de relatie hoort, hij wil alle kinderen terughalen naar zijn huis. Dit gebeurt dan ook. Ondertussen wordt op 17 november 1929 de kleine Waldemar geboren; Waldy. Ze noemen hem echter vaak ‘Sonny Boy’. Het gaat met de economie steeds slechter in het land en Rika en Waldemar worden hun huis uitgezet. Ze vinden met moeite een ander onderkomen, maar ondertussen blijft Rika gewoon brieven, foto’s en andere kleine dingen sturen naar haar kinderen. Bertha is de enige die op deze brieven reageert en Rika af en toe terugschrijft. Waldemar werkt ondertussen in de boekhouding van een bedrijf. Rika sticht een pension in de Haagse binnenstad. Haar pension loopt goed en na een tijdje koopt ze een pension aan zee. Ook daar blijkt dat Rika goed een pension kan runnen. De vele gasten die er komen zijn vaak razend enthousiast. Het gastenboek staat vol lovende opmerkingen. In 1934 huren ze zelfs drie appartementen vlak bij het strand. Ook hier gaat het goed. Er komen ook veel Duitsers in het pension. Het lijkt goed te gaan met Rika, maar ze is enorm teleurgesteld dat ze geen contact mag hebben met haar kinderen. Desondanks blijft ze hen elke week dikke brieven sturen. Waldy blijft ondertussen flink doorgroeien en hij zit op een artistieke montessorischool. In 1937 trouwen Waldemar en Rika voor de wet. Hierna moet Sonny naar de veel strengere katholieke school, waar hij heel erg moet wennen. Opnieuw wordt thuis besloten om een groter huis te kopen voor het pension, omdat het zo goed gaat.
In 1938 is het een topjaar wat betreft het pension. Maar intussen heeft Hitler in Duitsland zijn theorie over de joden ontwikkeld. Rika voelt zich juist thuis tussen de joden, omdat ze vindt dat deze net als zijzelf ook zo’n wilskracht hebben. Het wordt in Europa echter steeds benauwder. Er worden soldaten in het pension ondergebracht en op 10 mei 1940 vallen de Duitsers officieel binnen. De sfeer daarna bleef echter redelijk goed. De Duitsers gedroegen zich erg fatsoenlijk. Af en toe is er nog contact tussen Rika en haar kinderen, maar vooral Wim laat het afweten. Als de oorlog door de aanval op Pearl Harbour over de hele wereld een feit is, is dat economisch goed te merken. Er komen steeds minder gasten en uiteindelijk moet het pension worden afgesloten.
Rika ziet het ondertussen als een soort taak om joodse mensen onderdak te verlenen. Ze woont inmiddels aan de Pijnboomstraat. Er is veel behoefte aan onderduikadressen, daarom helpt Rika. Ze is echter nogal onvoorzichtig, een illegaal radiotoestel staat vrijwel zichtbaar in de kamer en ze laat onderduikers te gemakkelijk de straat op gaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat op een dag de Haagse politie voor de deur staat. Ze zijn ontdekt. Met de ontdekking van de onderduikers op de Pijnboomstraat wordt ook een groter illegaal netwerk voor joodse onderduikers ontdekt, geleid door Kees Chardon. Hij is een echte verzetsman en probeert veel joden aan een goed onderduikadres te helpen. Maar Rika, Waldemar en Waldy worden opgepakt.
Waldy wordt weer vrijgelaten en gaat terug naar zijn opa en oma. Rika en Waldemar blijven echter vastzitten en hun zevende trouwdag vieren Rika en Waldemar dan ook in de gevangenis. Rika wordt steeds ondervraagd door Kees Kaptein, een van de ergste nazi-mannen, die na de oorlog zelfs de doodstraf hiervoor heeft gekregen. In ruil voor seksuele gunsten wil hij nog wel eens wat vrouwen vrijlaten, maar daar geeft Rika hem geen kans toe. Ze is niet van plan toe te geven aan de dingen die deze rare man wil.
Waldemar en Kees worden ondertussen op 23 februari naar Vught gebracht, dit is gelukkig niet zo’n heel streng gevangenkamp. Waldemar houdt het goed vol, mede door zijn nette gedrag en hij schrijft regelmatig brieven naar de zus van Rika.
Op 1 mei worden de straffen tegen Kees Chardon en Rika uitgesproken; levenslang wegens Judenhilfe. Ook Rika wordt naar Vught gebracht. Daar heeft ze Waldemar nog een keer kunnen zien. Daarna wordt hij op transport gesteld naar Neuengamme, richting noordnoordoost. Ook daar weet hij zich goed aan te passen door zijn goede manieren en zijn kennis van de Duitse taal.
Later wordt ook Rika naar Duitsland vervoerd. Ze rijdt twee dagen en nachten met de trein naar Duitsland. Ze worden naar het Duitse kamp Ravensbrück vervoerd. Omdat Vught een redelijk goed kamp was, verwachten de vrouwen in Ravensbrück ook iets redelijk normaals. Het tegendeel blijkt echter waar te zijn, het kamp is bedoeld voor 400 personen, maar inmiddels zijn er al 1200 mensen in het kamp. Er breken snel ziektes uit. Contact met Waldemar en haar familie heeft ze niet meer, omdat de brieven niet meer verstuurd worden. Na een tijdje breekt in het kamp van Rika dysenterie uit. Er werden steeds groepen zieke vrouwen uitgezocht, waarbij er telkens een twintigtal weet te overleven en weer terugmag naar het kamp. Op een dag is Rika zo ziek dat ze ook mee moet, en zij komt niet meer terug.
Waldemar weet zichzelf ondertussen wel staande te houden. Eind april slaagt hij erin om met een grote groep gevangenen weg te komen uit het kamp. Ze rijden richting de Oostzee en worden ingescheept op het luxe schip Cap Arcona. De oorlog is nu bijna voorbij, en de gevangenen weten niet wat hen overkomt met al die luxe. Ze denken dat ze gered zijn, maar niets blijkt minder waar. In de epiloog blijkt later namelijk dat het schip op 3 mei werd getorpedeerd.
Na de bevrijding op 5 mei is Waldy een koekoeksjong. De eerste tijd verblijft hij bij zijn grootouders, maar die kunnen eigenlijk niet voor hem zorgen. Daarna gaat hij naar zijn favoriete tante Jo. Zij heeft ook al die tijd nog brieven gekregen van Waldemar. Via het Rode Kruis hoort Waldy op een dag wat er met zijn moeder is gebeurd. Van zijn vader hoort hij nog steeds niks. Ook is nog niet bekend wie de onderduikers in de Pijnboomstraat verraden heeft, want dat dat laatste gebeurd is, is wel zeker. Kees Kaptein krijgt de doodstraf die ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Waldy heeft het ondertussen behoorlijk moeilijk met alles. Hij krijgt een psychisch trauma. Hij gaat studeren en trouwen met een meisje dat hij zwanger heeft gemaakt, maar beide zaken lopen op een mislukking uit. Zijn therapeut raadt hem aan om dezelfde reis te maken als zijn ouders. Als dit ook niet helpt, adviseren ze hem om alles van zich af te schrijven, maar het lukt hem niet om dat voor elkaar te krijgen. Het stopt steeds bij hetzelfde beeld: zijn vader aan de reling van het mythisch gedoemde zeepaleis dat zijn noodlot geworden was.
In de epiloog wordt beschreven wat er gebeurde met Waldemar op 3 mei 1945. Het schip waarop hij voer, werd gebombardeerd door Amerikaanse vliegtuigen. Er zijn veel slachtoffers en men moest kiezen tussen aan boord blijven van het brandende schip of het koude water inspringen. Aangezien Waldemar een goede zwemmer was koos hij voor het laatste. Hij weet inderdaad de kust te bereiken, maaar wordt hij door in paniek geraakte Duitse soldaten neergeknald. ”Bloed mengde zich met ijskoud water, maar Waldemar voelde al geen pijn meer. Hij wiegde op de golven, en de zee spoelde alle vuil en ellende van hem af. Het water was zijn vriend, zoals het dat altijd was geweest…… Hij krijgt al stervend een visioen. ……” en Waldemar zwom, hij zwom naar huis”.
3. Verhaaltechniek.
1. Ruimte
Het verhaal speelt zich op veel verschillende plekken af. Het begint in Suriname, hier groeit Waldemar op en woont hij voordat hij naar Nederland vertrekt. Vervolgens speelt het verhaal zich even af in Den Haag, daar waar Rika tot haar zestiende woont. Vervolgens gaat ze mee met Willem en verhuizen ze naar Apeldoorn en even daarna naar Den Bosch. Het verhaal begint eigenlijk pas echt als ze naar Goedereede verhuizen. Inmiddels hebben Rika en Willem vier kinderen, die hier opgroeien. Het is een zeer gelovige plaats en Rika voelt er zich totaal niet op haar gemak. Ze verhuist dan echter ook naar Den Haag, samen met alleen haar zoon Henk.
Nadat Rika en Waldemar elkaar in Den Haag ontmoetten, verhuizen ze naar Scheveningen. Het pension ligt vlak bij zee, je kan de golven horen. Vervolgens verhuizen ze nog een paar keer binnen Scheveningen, in steeds grotere pensions. Aan het begin van de oorlog moeten ze weer terugverhuizen naar Den Haag. Hier hadden ze enkele onderduikers, waardoor ze naar de gevangenis moesten. Deze gevangenis werd ook wel het ‘Oranje Hotel’ genoemd. Hierna worden Rika en Waldemar vervoerd naar enkele concentratiekampen, zoals in Vught, Neuengamme en Ravensbrück. De dood van Waldemar speelt zich af aan de Oostzee, waar hij werd neergeschoten.
2. Verhaalfiguren
Waldemar Nods = Een vrij jonge jongen. Hij heeft een zwarte vader en een blanke moeder. Hij komt oorspronkelijk uit Suriname, maar gaat naar Holland om te studeren. Hij is een van de weinige donkere mannen in Holland. Mensen kijken hem dan ook regelmatig een beetje vreemd aan.
Hij is een goede zwemmer. In Suriname zwom hij bijna iedere dag in de wilde rivier, die hij op zijn duimpje kende. De rivier voelde als een soort vriend voor hem. In Holland is het voor hem moeilijk om te wennen aan het klimaat, de houding van de mensen etc. Totdat hij bij de vriendelijke en warme Rika gaat wonen. Hij wordt verliefd op haar. Samen krijgen ze een kind, Waldy. Ze verhuizen naar zee, wat erg prettig is voor Waldemar, omdat hij hier toch een stukje thuis voelt. Waldemar is een keurige, nette jongen. Hij wil graag zijn studie afmaken, ondanks het geldtekort. Daarna gaat hij aan het werk. Hij gedraagt zich altijd erg netjes en precies volgens de regels, zoals hij dat geleerd heeft.
Rika Hagenaar – van der Lans = Een vrije, onbezonnen vrouw. Ze werd katholiek opgevoed. Ze heeft veel energie en draagt mensen een warm hart toe. Ze werd stapelverliefd op de jonge Willem Hagenaar, waar ze ook mee trouwde. Uiteindelijk liep dat huwelijk op de klippen. Dan ontmoet ze Waldemar en wordt verliefd op hem, ondanks dat hij veel jonger is dan zij. Ze krijgen dus samen een kind, Waldy.
Rika heeft ook nog vier kinderen samen met Willem. Ze is erg bezorgd om deze kinderen en wil graag contact met ze blijven houden, daarom stuurt ze ze elke week dikke brieven etc. De kinderen reageren echter niet allemaal zo enthousiast.
Rika bouwt haar eigen pension op, ze is erg enthousiast en ze komt vrolijk over op mensen. Ze kan goed koken en de mensen voelen zich altijd gelijk thuis bij Rika. Daar doet ze erg haar best voor.
Ze is niet bang voor wat andere mensen denken. Haar eerste huwelijk was eigenlijk ook verboden, maar desondanks ging ze gewoon met Willem mee. Ook haar tweede huwelijk met Waldemar was niet ‘zoals het hoort’. Maar ze trekt zich er niks van aan, ze doet gewoon wat ze zelf wil. Je kan haar daarom ook wel omschrijven als een tamelijk rebelse vrouw.
Waldy Nods = Hij is de zoon van Waldemar en Rika. “Een echte moksi-moksi, zoals ze dat in Suriname noemen: een bruin kindje met donkere krullen en knalblauwe ogen.” (blz. 60)
Hij is een redelijk opstandige jongen, hij moet vaak verhuizen en vanwege zijn huidskleur heeft hij het niet makkelijk op school. Hij bewondert zijn vader enorm en ze maken samen reizen naar Zwitserland. Hij schept vaak op over zijn vader en net als hij houdt ook Waldy erg van de zee. Als zijn ouders overlijden heeft hij het er erg moeilijk mee, al doet hij in het begin alsof hij er helemaal geen moeite mee heeft. Later blijkt dat hij er een enorm trauma aan over te hebben gehouden, er wordt hem dan ook geadviseerd om alles van zich af te schrijven. Dit past Waldy wel goed, omdat hij ook schrijver is. Desondanks lukt het hem niet om te beginnen. Waldy wordt ook wel Sonny Boy genoemd, naar een bekend liedje dat iedereen die zomer floot of zong.
Willem Hagenaar = Hij was de man van Rika. Vroeger was hij stapelverliefd op Rika. Hij vroeg haar ouders of Rika met hem mocht trouwen, en ondanks dat deze dat liever niet zagen stemden ze toch toe. Willem was protestants opgevoed, Rika katholiek. Willem werkt bij Rijkswaterstaat en heeft daarbinnen een redelijk hoge positie, in Goedereede is hij zelfs dijkgraaf. Dit bezorgt hem een behoorlijk aanzien en daar geniet hij ook van. Hij komt echter over als een onsympathieke man. Als Rika zich niet gedraagt zoals hij wil, begint hij haar te slaan. Als Rika verhuist is eist hij dat de kinderen weer bij hem komen wonen.
Willem is een man met veel trots, die hij niet snel opzij zet.
Bertha Hagenaar = Zij is de dochter van Rika en Willem. Ze wordt in het verhaal ook wel ‘Zus’ genoemd. Zij is de enige die haar moeder nog wil zien. Ze vindt het moeilijk om haar moeder te missen en probeert haar nog zoveel mogelijk te steunen, ondanks dat haar vader dat verbiedt. Ze blijft reageren op de brieven die haar moeder schrijft, en vertelt haar ook over de andere kinderen.
3. Vertelwijze
Het verhaal wordt verteld door de alwetende verteller. Maar de brieven die geschreven worden door Rika en Waldemar staan wel in het ik-perspectief.
4. Motieven
- Wereldgeschiedenis/Tweede Wereldoorlog. Je leest heel veel in dit boek over vroeger, met name de Tweede Wereldoorlog. Ook lees je over de slavenhandel en apartheid in met name Suriname.
- Onmogelijke liefde. De liefde tussen Rika en Willem was eigenlijk onmogelijk, ze waren beiden nog erg jong. Willem was overtuigd protestants (opgevoed) en Rika was overtuigd katholiek (opgevoed). Ook de liefde tussen Rika en Waldemar was niet zoals het hoorde. Als blanke vrouw in Nederland hoorde je geen zwarte man te hebben, al helemaal niet als die zoveel jaar jonger was.
De liefde tussen de ouders van Waldemar werd ook niet echt op prijs gesteld. Zijn zwarte vader was een rijke avonturier, zijn moeder een nette, blanke vrouw. Deze liefde is echter niet heel belangrijk in het verhaal.
- de dood/angst voor verlies. Beide ouders van Waldy gaan dood. Ook sterven er veel andere mensen die bevriend waren met zijn ouders, allemaal in de concentratiekampen.
- Onderduiking. Rika hielp veel joden aan een onderduikadres. Het pension van Rika fungeerde als een onderduikadres waar mensen een paar dagen bleven, of soms ook langer.
5. Thema
Ik vind het moeilijk om dit boek een thema te geven. Omdat het een non-fictionele roman is, kun je je afvragen of er wel echt een thema in zit. Ze beschrijft tenslotte gewoon het leven van vroeger, zo realistisch mogelijk. Ik denk dat de onmogelijke liefde tussen Rika en Waldemar die toch mogelijk was, een belangrijke rol speelt in het verhaal.
6. Titelverklaring
De titel ‘Sonny Boy’ komt uit een liedje van Al Johnson. ’When there are grey skies. I don’t mind the grey skies. You make them blue, Sonny Boy.’ Het was een liedje dat veel gedraaid werd in de zomer dat Waldy werd geboren. Daarom heeft Waldy als koosnaam Sonny Boy gekregen.
7. Schrijfstijl
Ik vind dat de auteur een goede schrijfstijl heeft. Ze gebruikt niet veel moeilijke woorden en als je het boek leest kun je je heel goed inleven in de personen. Soms schrijft ze wel een beetje langdradig, maar dat kan ook aan mij liggen, want ik heb niet zo’n groot concentratievermogen.
4. Plaats in de literatuurgeschiedenis
Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 2004. Dat wil zeggen dat het moderne literatuur is. Het verhaal gaat echter wel over het verleden. Het boek past goed bij de andere boeken die de auteur heeft geschreven, omdat al haar boeken reconstructies van het verleden zijn. Het boek past op zich niet heel erg in de tijd dat het geschreven is, omdat het bijvoorbeeld gaat over onderduiking van de Joden. Tegenwoordig komt dat (haast) niet meer voor. Echter, zoals al is gezegd, het is een reconstructie van het verleden. De (meeste) dingen in het boek zijn echt gebeurd. Daarom klopt het wel met de tijd waarover ze het geschreven heeft.
5. Beoordeling
Ik vond het een erg aangrijpend boek om te lezen. Ik vond het ook erg leerzaam, omdat er dingen in staan waarvan ik niet eens wist dat ze gebeurd waren. Je wordt heel erg meegenomen in de gedachten en gebeurtenissen van de hoofdpersonen. Je leest precies hoe het eraan toe gaat in de concentratiekampen, dat vind ik erg interessant om te lezen. Vroeger had ik niet zoveel interesse in geschiedenis, maar tegenwoordig wordt dat steeds meer. Ik vind het toch boeiend om te lezen hoe de mensen vroeger leefden en wat er allemaal gebeurd is.
Zoals ik al zei vind ik het een erg aangrijpend boek om te lezen. Juist omdat je weet dat het echt gebeurd is, is het nog aangrijpender en heftiger om te lezen. Je kunt niet zomaar denken ‘oh het is toch maar gewoon een verhaal’. Het is echt gebeurd, en dat maakt het een extra goed boek.
Ik heb niet een bepaalde passage die me heel erg aanspreekt. Maar de tweede helft van het boek vind ik wel een stuk interessanter dan het eerste, omdat dan de Tweede Wereldoorlog begint. Dan lees je hoe het ging met de onderduikers, de concentratiekampen en uiteindelijk de bevrijding. Dat vind ik echt interessant. Dan gebeurt er ook echt wat. In het eerste deel van het boek zijn er niet echt veel ingrijpende gebeurtenissen, dan gebeurt er niet echt veel. Rika’s kinderen worden haar natuurlijk wel ontnomen, ze ontmoet Waldemar en Waldy wordt geboren, maar dat is voor mij minder boeiend dan het tweede deel.
Het boek heeft geen ‘happy end’. Meestal heb ik er een hekel aan als er geen ‘happy end’ is, maar op de een of andere manier vind ik dat dat juist bij dit boek past. Er past geen ‘happy end’ achter dit boek. Juist omdat het zo slecht eindigt (Waldemar en Rika gaan dood), is het een mooi boek. Ik lees van veel mensen dat ze het jammer vinden dat er geen goed einde aan zit, maar ik vind het einde zó juist mooi.
Ik vind het een erg mooi boek, maar soms vind ik het wel wat langdradig geschreven. Vooral in het begin wordt uitvoerig de geschiedenis van Willem en Rika beschreven, dit duurde me een beetje te lang. Ook de geschiedenis van Waldemar wordt uitvoerig uitgelegd, dat vond ik ook een beetje saai. Ik snap dat de schrijfster het er wel in heeft gezet, maar ik vind het leuker als er écht wat gebeurd.
Omdat dit verhaal echt gebeurd is, is het moeilijk om iets over het thema te zeggen. Het is natuurlijk een herkenbare situatie, niet voor mijzelf, maar wel voor veel andere mensen. Dat is ook wel mooi. Ik denk dat veel mensen die de oorlog hebben meegemaakt, zichzelf hierin herkennen. Andere mensen zouden zich hier ook in kunnen herkennen, maar dan meer in het deel van de onmogelijke liefde die toch mogelijk is. Ik vind het mooi dat zo de geschiedenis en de liefde bij elkaar komen.
Het taalgebruik vond ik erg goed. Er stonden geen moeilijke en ingewikkelde woorden in. Wat dat betreft lees je het vlot door.
Ik zou een ander zeker aanraden dit boek te lezen, omdat je zo veel meer te weten komt over vooral de Tweede Wereldoorlog. Ik vind het echt heel interessant om te lezen hoe dat allemaal ging en hoe mensen dat ervoeren. Er zijn natuurlijk steeds minder mensen die de oorlog hebben meegemaakt, daarom moet het boek ook zeker goed bewaard blijven. Ik denk namelijk dat het boek een heel goed beeld geeft van deze periode. Ik zou het mijn kinderen later zeker laten lezen, vooral omdat de oorlog voor hen dan nog veel verder verwijderd is. Ik vind het wel belangrijk dat mensen weten hoe het in die periode was. Nu lijkt het natuurlijk een vrij rare situatie, bijvoorbeeld de Joden die moesten onderduiken, maar het is interessant om te lezen dat dat in die periode echt moest.
Kortom, dit boek moet je echt gelezen hebben! Niet zozeer omdat het leuk is om te lezen, maar wel omdat het zó interessant is om te lezen over de Tweede Wereldoorlog en over hoe mensen dat ervaren! Dus vooral als je daar geïnteresseerd in bent, moet je dit boek echt gelezen hebben!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

lara

lara

erg veel aan gehad, ik kreeg dezelfde opdracht van mijn Nederlands docent en heb hier veel hulp aangehad.

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

Ja Willem en Rika hebben inderdaad maar 4 kinderen samen

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

volgensmij heeft Rika maar 4 kinderen met willem en 1 kind met waldemar. Ook is je samenvatting in een beetje rare volgorde.

8 jaar geleden

Antwoorden

lol

lol

Ze had samen met Willem drie kinder: Jan, Bertha (zus) en Wim (de oudste)

1 jaar geleden

gast

gast