1. Zakelijke gegevens
Schrijfster: Annejet van der Zijl
Titel boek: Sonny Boy
Uitgever: Nijgh & van Ditmar
Plaats en jaar van uitgave: Amsterdam, 2004
Eerste druk november 2004, zevende druk maart 2005
Genre: Literaire non-fictie
2. Eerste reactie

Ik heb het boek ‘Sonny Boy’ om meerdere redenen gekozen.
Ten eerste, omdat mijn moeder er erg enthousiast over was. Nadat ze het boek gelezen had, was ze erg onder de indruk van het aangrijpende verhaal en de mooie manier waarop het beschreven is. Ze raadde me daarom aan om dit boek te lezen.
Mijn tweede reden om dit boek te kiezen is, misschien een beetje oppervlakkig, het uiterlijk en de titel. Ik weet nooit goed welk boek ik precies moet kiezen. Er zijn zoveel boeken dat ik door de bomen het bos niet kan vinden. Daarom ga ik vaak op deze twee kenmerken af.


Bij dit boek klonk de titel mij vrolijk in de oren: hier wil ik meer van weten. Verder vond ik de foto op de kaft heel mooi. Iets wat mij erg aanspreekt. Hoe langer ik naar het jongetje op de foto keek, hoe nieuwsgieriger ik werd: ‘Wie is dit jongetje? Wat gaat er in hem om? Welke rol speelt hij in het boek?’ enzovoort.
Toen ik de achterkant van het boek las, met de lovende pers, werd ik helemaal nieuwsgierig: dit boek ga ik lezen!
Mijn verwachtingen over het boek waren vooral gebaseerd op de kaftfoto: Het verhaal zal wel over een jongetje gaan, getint van kleur. Het zal over zijn jeugd gaan, misschien was het een weeskind…
Nadat ik de korte samenvatting op de achterkant gelezen had, werd alles wat duidelijker: Het boek zal dus gaan over de geschiedenis van Paramaribo, maar ook van de tweede wereldoorlog in Nederland (en in de andere landen).
Doordat ik al zoveel over de Tweede Wereldoorlog geleerd, gezien en gehoord heb, verwachtte ik dat dit ook weer zo’n zelfde boek met dezelfde informatie over de Tweede Wereldoorlog zou zijn, maar dat bleek niet het geval.
3. Verdieping
Samenvatting:
Dit boek vertelt de waargebeurde levensverhalen van de exotische Surinaamse familie Nods en de oer-Hollandse familie van der Lans. We kijken hierbij door de ogen van de alleswetende verteller.
Het verhaal begint bij de Hollandse Rika, een zeer eigenzinnige vrouw.


Rika Hagenaar wordt op 29 september 1891 geboren in Den Haag in een katholiek gezin. Haar huwelijk met de protestantse Willem, zorgt voor schande bij de familie Hagenaar.
Rika en Willem zijn in het begin van hun huwelijk erg gelukkig met elkaar. Ze krijgen vier kinderen (Willem, Bertha, Jan en Henk), vader heeft een goede baan en hun leventje in het bruisende Brabant bevalt hun prima.
Maar, aan dit leventje komt een eind als de familie naar het minder bruisende eiland Goeree verhuizen. Het eiland Goeree benauwd Rika en de verhuizing loopt uit tot een scheiding tussen de twee. Rika loopt weg, samen met haar vier kinderen.
De Surinaamse Waldemar wordt geboren op 1 september 1908 te Paramaribo. Hij groeit op in de wereld van slavernij en rassenscheiding.
Een zo westers mogelijke levensstijl, geldt in Suriname als opmaat voor een succesvol leven en vader Koos Nods weet het voor elkaar te krijgen om met de zeventien jaar jongere Hollandse Eugenie te trouwen. Koos weet zich op te werken tot een van de rijkste mannen van de kolonie. Eugenie en Koos krijgen in totaal vier kinderen: Eugenie, Lily, Waldemar en Hilda.
Waldemar is een ijverige jongen die gemakkelijk kan studeren. Zijn droom (en tevens die van zijn moeder) is om naar Nederland te vertrekken, daar te studeren en een succesvolle carrière te krijgen. In 1927 vertrekt hij naar het verre Nederland, een land waar hij erg aan zal moeten wennen.
In de herfst van 1928 ontmoeten Waldemar en Rika elkaar voor de eerste keer. Het is een ontmoeting tussen twee werelden: hij is zwart, zij blank; hij nog geen twintig, zij al bijna veertig; hij is een student uit Suriname, zij is Hollands, getrouwd en moeder van vier kinderen.
Maar het klikt tussen de twee en Rika neemt Waldemar als kostganger in huis. Het klikt zelfs zó goed, dat Rika zwanger wordt van haar zwarte kostganger: het schandaal is niet te overzien.
Vader is laaiend als hij het verhaal hoort en de kinderen worden Rika gerechtelijk ontnomen. Een ernstig verlies voor Rika.
Ondanks alles wil Rika, koste wat kost, geen abortus plegen en trouwt uiteindelijk met Waldemar.
Ondertussen is de beurscrash in New York een feit: Rika en Waldemar hebben niet genoeg geld, geen werk en geen warme familie of vrienden om zich hen. Toch weten ze midden in deze crisistijd een voorspoedig bestaan op te bouwen met elkaar en hun zoon Waldy, hun eigen ‘Sonny Boy’.
Vader blijft hard studeren en moeder sticht het pensionnetje ‘Walda’ in Scheveningen op. Een pension waar een zeer warme en gastvrije sfeer hangt.
Als het weer wat beter gaat met de economie, breid het pension zich ook steeds meer uit. Gasten zijn erg enthousiast over de sfeer, het eten en de gezelligheid van het pension. Het zijn betere tijden voor het gezin.
Hoe vrolijk en lief Rika zich ook voor doet, het verlies van haar kinderen is een geweldige tegenvaller voor haar. Elke week stuurt ze brieven (en af en toe cadeautjes) naar haar kinderen. Maar niet elk kind doet even vriendelijk tegen haar: haar oudste kinderen negeren haar en haar jongste kind heeft haar eigenlijk nooit goed gekend. De enige die zich nog om Rika bekommert en die brieven terug blijft sturen, is Bertha.
Als de oorlog door de aanval op Pearl Harbour mondiaal wordt, is dat economisch goed te merken. Er komen minder gasten en tenslotte moet de Scheveningse boulevard worden afgesloten. Het pension wordt dan ook gesloten.
Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Terwijl Wandelmar’s grootmoeder zich ooit ontworstelde aan haar joodse slavenhouder, wagen Waldemar en Rika nu hun leven om joden te redden. Rika komt in contact met een echte verzetsman Kees Chardon uit Delft. Rika is
echter nogal onvoorzichtig. Zo staat een illegaal radiotoestel vrijwel zichtbaar in de kamer en is er ook duidelijk te zien dat er, in deze bange tijd, joods uitziende vreemden door het huis lopen.
Dit zullen ze geweten hebben: ze worden verraden en op 18 januari 1944 wordt er een inval gedaan. Waldemar, Waldy, Rika en Kees worden opgepakt, evenals de meeste onderduikers. En ook de groep joden van Kees Chardon wordt opgepakt.
De volgende ochtend bevinden Waldemar, Rika en Waldy zich op het politiebureau Javastraat. Waldy wordt weer de vrije wereld in geduwd. Besloten word dat Waldy, die bij zijn opa en oma logeert, die maandag daarop maar weer gewoon naar school moet gaan.
Rika en Waldemar worden ingesloten in de Deutsches Polizeigefängnis oftewel het Oranjehotel, waar ze voor korte periode vastzitten.
Waldemar en Kees Chardon worden op 23 februari naar Vught gebracht. Het is niet zo’n strenge gevangenis; goed uit te houden dus. Waldemar weet zich staande te houden met zijn nette gedrag. Hij schrijft veel brieven naar huis. Hij vraagt vooral veel hoe het met ‘Riek’ gaat en of het goed gaat met Waldy’s leerwerk.
Rika wordt ook naar Vught vervoerd. Haar straf is op 1 mei uitgesproken: levenslang wegens Judenhilfe. Nog één keer heeft ze Waldemar kunnen zien, voordat hij naar Neuengamme vertrekt.
Het zijn rare situaties aan het eind van de oorlog. Hitler zit ondergedoken in een bunker in Berlijn, waar hij na loop van tijd, samen met zijn minnares Eva Braun zelfmoord pleegt. Iedereen weet dat het einde in zicht is. Maar één ding is zeker: zich overgeven wil Hitler absoluut niet. Dit is de rede waarom de oorlog steeds maar langer duurt en de meest vreemde taferelen zich voor doen. De Duitsers weten van gekkigheid niet meer wat ze met al de gevangenen moeten doen.
Rika en haar medegevangenen worden maar naar Duitsland vervoerd, naar het kamp Ravensbrück. Een verschrikkelijk kamp, met mensontberende omstandigheden.
En na verloopt van tijd word hier, in dit vreselijke kamp, Rika Nods, vrouw van Waldemar, moeder van Waldy, als een vermagerd schepsel dood gevonden.
Ook in het kamp Neuengamme, waar Waldemaar zich tot nog toe staande weet te houden, worden de omstandigheden steeds verschrikkelijker. De gevangenen van het kamp worden uiteindelijk ingescheept op het luxe schip Cap Arcona. Op 3 mei 1945 wordt het schip gebombardeerd door Amerikaanse vliegtuigen. Waldemar, de goede zwemmer, weet de kust te bereiken, maar wordt door een Duitse soldaat alsnog neergeschoten.
”Bloed mengde zich met ijskoud water, maar Waldemar voelde al geen pijn meer. Hij wiegde op de golven, en de zee spoelde alle vuil en ellende van hem af. Het water was zijn vriend, zoals het dat altijd was geweest…… Hij krijgt al stervend een visioen. ……” en Waldemar zwom, hij zwom naar huis”.
Sonny Boy wordt het koekoeksjong dat nergens thuis hoort: hij krijgt een psychische trauma, wordt onhandelbaar. Hij gaat studeren en trouwen met een meisje dat hij zwanger maakt, maar beide zaken lopen op een mislukking uit. Zijn therapeuten raden hem aan zijn leven op schrift te stellen, maar het is niet mogelijk voor hem om dat voor elkaar te krijgen. Het stopt steeds bij hetzelfde beeld: zijn vader aan de vooravond van de bevrijding, staande aan de reling van het mythische, gedoemde zeepaleis dat zijn noodlot geworden was.
Verhaaltechniek:
De schrijfstijl van dit boek is vrij eenvoudig en zonder lastige woorden. In dit boek kijken we door de ogen van de alleswetende verteller. Een alleswetende verteller die het verhaal en de geschiedenis (met veel feiten) duidelijk vertelt. Het verhaal wordt ondersteund door citaten, (delen van) brieven of dagboekfragmenten van Waldemar, Rika, Waldy en Bertha. Gevoelens en gedachtes van de personages worden ook veel beschreven, wat maakt dat de lezer zich goed kan inleven in de personages.
Dit verhaal speelt zich af vanaf 1923 tot 1945. Daarna wordt er kort ingegaan op het verdere leven van Waldy Nods (‘Sonny Boy’). Het is een chronologisch verhaal, met uitzondering van de proloog en epiloog.
Het verhaal is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, waarbij de geschiedenis een grote rol speelt. Vandaar dat er vele jaartallen worden genoemd.
Dit verhaal speelt zich op meerdere plaatsen af. Te beginnen bij de familie van Rika Hagenaar- van der Lans. Zij groeit op in Den Haag, gaat met haar gezin wonen in Brabant en verhuist naar Goeree.
Het familieverhaal en de jeugd van Waldemar Nods speelt zich af in Paramabo, Suriname.
Als de twee elkaar ontmoeten, komen ze in Scheveningen te wonen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog komen Waldemar en Rika in Vught terecht en uiteindelijk beide in Duitsland.
Personages
De hoofdpersonen uit dit verhaal zijn Rika Hagenaar, Waldemar Nods en Sonny Boy; oftewel Waldy Nods.
Rika Hagenaar:
Rika is een zeer eigenzinnige en soms wat koppige vrouw. Dat is al te merken, als zij (als katholiek opgevoede) met de protestante man in het huwelijksbootje stapt: een schande voor de familie. En deze schande wordt nog erger als zij een gewaagde relatie aangaat met de zwarte Waldemar Nods.
Rika deinst voor niemand terug. Zelfs niet voor de beruchte NSB’er Kees Kapitein, die haar verhoord.
Rika is ook een zorgzame, warme en zeer liefdevolle vrouw. Ze houdt ontzettend veel van haar kinderen en het is dus een hard gelach als zij vier van hen niet meer mag zien.
Ze is erg ondernemend, gastvrij sociaal bewogen. Dit is te merken aan hoe ze het pensionnetje ‘Walda’ tot een gezellig en succesvol pension weet te maken.
Waldemar Nods:
Waldemar Nods wordt geboren in een rijk Surinaams gezin. Hierdoor heeft hij een fijne jeugd in Suriname. Het zwemmen in de mooie, woeste zee is iets wat hij maar al te graag doet. Hij is een van de weinige rijke negers in Suriname en krijgt de uitzonderlijke kans om in Nederland te gaan studeren. Het bekrompen, koude Nederland valt hem zwaar, maar terugkeren naar Suriname wil hij zijn gezin niet aandoen. Hij weet een aangenaam leventje met zijn vrouw Rika en zijn zoontje Waldy op te bouwen.
Waldemar is een uiterst rustige en beleefde man. Erg formeel en houdende aan de etiquette.
Waldy Nods/ Sonny Boy:
Waldy Nods, oftewel Sonny Boy, geboren in 1929 is het kind van Rika en Waldemar. Een echte ‘moksi-moksi’, zoals ze dat in Suriname noemen: een bruin kindje met donkere krullen en knalblauwe ogen.
Waldy is een opgewekt, avontuurlijk maar redelijk opstandige jongen. Hij kijkt erg tegen zijn vader op. Op school wordt hij gepest. Iets waar hij het erg moeilijk mee heeft.
Na de oorlog, en tevens na de dood van zijn ouders, wordt Waldy een ‘koekoeksjong’: hij wordt stil en verlegen en niemand van de familie is bereid hem op te vangen.
In zijn verdere leven zoekt Waldy een houvast die hij nooit helemaal vind. Hij draagt altijd nog de traumatische gebeurtenissen met zich mee.
De belangrijkste situaties in het boek zijn:
- De rassenscheiding, de slavernij en de verschillen tussen de zwarte en de blanke huidskleur.
- het vertrek van Waldemar naar Nederland
- de geboorte van de moksi-moksi baby Waldy Nods, oftewel Sonny Boy
- de scheiding van Rika en haar man en de scheiding van Rika met haar kinderen
- het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het noodzakelijke verhuizen
- het helpen van de joden en het verraad, waardoor ze in de gevangenis terechtkomen
- de gevangenissen en concentratiekampen, waarin Waldemar en Rika terechtkomen
- de dood van Rika en Waldemar
Thematiek
In dit verhaal komen drie thema’s voor. Twee daarvan zijn gebaseerd op bepalende gebeurtenissen in de geschiedenis:
In het begin komt de rassenscheiding en de slavernij in Suriname voornamelijk aan bod en in de rest van het verhaal de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
Het derde thema, wat als een rode draad door het verhaal loopt, zijn de schandelijke relaties van Rika Hagenaar. De eerste relatie tussen katholiek en protestants en de tweede relatie tussen zwart en blank.
‘Sonny Boy’ is de titel van het boek, vernoemd naar het jongetje Waldy Nods. Waldy werd, toen hij geboren werd, Sonny Boy genoemd, naar het sentimentele liedje van Al Jolson. Waldy is slachtoffer van de drie ingrijpende gebeurtenissen in het verhaal. Hij wordt geboren als lichtbruin kindje van een blanke moeder en een zwarte vader. Een echt ‘moksi-moksi’ kindje. Dit heeft hij te verduren door de pesterijen op school.
Broertjes, zusjes of liefdevolle familieleden (op zijn vader en moeder na) heeft hij nooit helemaal gekend in zijn jeugd. De familie wilde niets meer met het gezin te maken.
Toch heeft Waldy een gezellige jeugd gekend met zijn liefdevolle moeder en zijn vader als voorbeeld.
Maar op dertienjarige leeftijd breekt de oorlog uit, waardoor hij zijn vader en moeder kwijtraakt.
Waldy Nods heeft met alledrie de thema´s te maken gehad. Daarom is het boek naar hem vernoemd, Sonny Boy.
4. Beoordeling
Mijn moeder heeft mij het boek ´Sonny Boy´ aangeraden, omdat het zo´n prachtig boek zou zijn. Aangrijpend en zeer mooi geschreven.
En ze heeft gelijk. Het boek grijpt je, ontroert je en laat je eens diep nadenken.
Het waargebeurde verhaal laat je langs de twee meest bepalende en aangrijpende gebeurtenissen in de geschiedenis gaan, namelijk de rassenscheiding en de Tweede Wereldoorlog.
Het verhaal is verbijsterend, door de situaties waar de twee onmogelijke geliefden in verzeilt raken. Maar toch weten zij er het beste van te maken.
Het heeft mij aangegrepen, wat deze mensen hebben moeten doorstaan. Fascinerend is het feit dat het gaat over gewone mensen in een andere tijd dan de onze, maar het had ons ook kunnen overkomen.
Een erg leuke persoonlijkheid, vind ik toch wel Rika Hagenaar, de recalcitrante vrouw die haar eigen touwtjes in handen neemt. Als ik over mezelf spreek, zou ik nog wel wat van haar kunnen leren. Ze gaat tegen de regels van haar geloof in, maar hierdoor leeft zij geen saai, duf en voorbestemd leven. Nee, zij lééft haar leven zoals zij het zelf graag wil. Ze trekt zich van niemand wat aan.
En wat ik erg aan deze vrouw kan bewonderen, is haar positieve en liefdevolle kijk op het leven. Ze blijft liefdevol tegen haar kinderen (hoe hard zij haar ook negeren), ze is ontzettend gastvrij naar haar pensiongasten toe en ze blijft eerbiedig naar haar familie.
Bovendien blijft ze, in de oorlogstijd, hoop houden.
De passage die mij het meest aanspreekt is de mooie beschrijving van het onbezorgde, vrije leven in Paramaribo. Het wordt dusdanig in geuren en kleuren verteld, dat ik helemaal zin krijg om dit land met eigen ogen te bekijken. Het is mooi om te zien, hoe een kleine Waldemar vanaf kinds af aan het avontuur opzoekt in het tropische Paramaribo en hoe Waldemar zich fascineert voor de zee. Het onbezorgde van een kind, dat komt in zijn of haar latere leven nooit meer voor. Altijd zijn er wel zorgen of problemen. Het onbezorgde van een kind vind ik zoiets moois en in dit boek wordt Waldemars opgewekte, avontuurlijke en onbezorgde jeugd zo mooi omschreven:
'Waldemar was nooit bang voor de hongerige rivier, want hij kende haar als geen ander. Als kleine jongen al had hij haar urenlang vanaf de veranda van hun huis zitten bestuderen en was hij ingeslapen bij het geluid van de golven. Naarmate hij ouder werd, was hij steeds beter gaan begrijpen hoe ze voortdurend heen en weer getrokken werd door de maan en de oceaan, en hoe ze, daarbij gestoord door de wind, koppig toch haar getijden te volbrengen. Zwemmen, wist hij, deed je niet alleen met je spieren, maar met respect voor de rivier, gebruikmakend van haar nukken en grillen, wetend waar je zwom en vooral: wanneer.'
Ongelofelijk vind ik, dat het gezinnetje zich altijd staande heeft weten te houden. Zelfs wanneer Rika, Waldemar en Waldy zich in een crisistijd bevinden (wanneer de beurscrash in New York plaatsvond) weten zij voorspoedig een bestaan op te bouwen. Dit vind ik absoluut te bewonderen. Hiervoor moet je toch wel een sterke wil en flink wat lef hebben. Mede door het ondernemende, gastvrije en het sociale karakter van Rika heeft dit kunnen plaatsvinden.
Zo zie je, dat je nooit bij de pakken neer moet zitten, maar altijd optimistisch moet blijven.
Jammer vind ik, dat Waldemars gevoelens en gedachtes niet zo tot uiting komen. Het lijkt net, alsof ik weinig hoogte van hem krijg. Ik zou graag meer willen weten over hoe hij zich voelt. Het lijkt, alsof je zijn eenzaamheid voelt, maar ik zou willen weten wat er daadwerkelijk in hem omgaat.
Dit verhaal (en de thema´s ervan) heeft mij zeker geraakt. Ik vind het de meest verschrikkelijke gebeurtenissen en lees het ook met afschuw. Ik vind het lastig om mij de martelingen en mensonterende taferelen in te beelden.
Maar op de één of andere manier raakte het boek mij niet zozeer, dat de huiveringen mij op de rug liepen en dat ik er een traan om moest laten. Ik huil nogal snel om een ontroerend boek, maar bij dit boek kon ik niet huilen. Misschien omdat de gebeurtenissen zo ver van mij afstaan, dat ik me niet goed genoeg kan inleven. Of misschien dat de gebeurtenissen zo gruwelijk zijn geweest, dat het bijna onwerkelijk is.
Het leek bij, toen ik het boek pas uithad, net alsof het verhaal me niets deed. Ik liet geeneens een traantje om de dood van beide ouders.
Nu weet ik, da het boek mij welzeker iets heeft gedaan. Het heeft me erg gegrepen, ik moet er steeds maar weer aan denken (zeker omdat het waargebeurd is), maar de gebeurtenissen in het boek zijn bijna ongeloofwaardig. Er zijn zoveel afschuwelijke dingen gebeurd, dat ik het bijna niet meer kan of wil geloven.
Het taalgebruik vind ik precies goed. Het leest lekker door. Er worden niet al te lange zinnen gebruikt en het woordgebruik was niet al te ingewikkeld. Er is een goede afwisseling tussen de historische feiten en de belevenissen van de hoofdpersonen. Teveel historische feiten zou het verhaal erg saai en langdradig maken, maar de geschiedenis moet toch goed uitgelegd worden en dat heeft de schrijfster erg goed gedaan. Er wordt goed ingegaan op de gevoelens en gedachtes van de hoofdpersonen. Dit vind ik erg belangrijk, omdat ik me daarmee goed in kan leven.
Wat dit boek extra bijzonder maakt, zijn de bijgevoegde foto´s en de fragmenten uit brieven en dagboeken. Dit maakt, dat ik mij nog beter kon inleven in het verhaal en in de personages. Het is ook gewoon leuk om te zien, hoe alle beschrijvingen er nou werkelijk écht uit zien, zoals de personages en de woonplaats.
Ik vond het boek in zijn totaal erg aangrijpend. Een verhaal vol moed, hoop en doorzettingsvermogen. Ik heb er veel van geleerd. Zowel van de geschiedeniszijde (de geschiedenis van Suriname, de aanslag op het cruiseschip, maar ook gewoon hoe de mensen vroeger met elkaar omgingen) als van het karakter van Rika Hagenaar. Het verhaal neemt je mee terug in de tijd en laat je een tijd van 22 jaar verstrekken. Het verhaal zuigt je mee de tijd in en je kunt niet meer stoppen met lezen.
Ik raad dit boek zeker aan andere mensen aan. Mensen die van geschiedenis houden en mensen die zich bekommeren om het lot van een ander. Niet iedereen zal dit zo’n geweldig boek vinden. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen hier niet van houden (het kan te langdradig of te dramatisch zijn).
Het is een boek, waarvan ik kan balen dat het geen ‘Happy End’ heeft.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

jan

jan

je dikke meoder

1 jaar geleden