Snikken en grimlachjes door Piet Paaltjens

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 1376 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 17 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 17 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1867
Pagina's
119
Geschikt voor
vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Snikken en grimlachjes
Shadow

Er is geen flaptekst.

Er is geen flaptekst.

Er is geen flaptekst.

Snikken en grimlachjes door Piet Paaltjens
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Zakelijke Gegevens

Snikken & Grimlachjes
Piet Paaltjens
1867 (Jaar van eerste uitgave)
1996 (Jaar van gelezen uitgave)
Uitgeverij Goossens
Piet Paaltjens is een pseudoniem van de schrijver François Haverschmidt

Titelverklaring en thematiek

De gedichten die in deze bundel gebundeld staan, zijn allen negatief te noemen. Ze hebben allemaal een negatieve wending aan het eind of op een andere plek in het gedicht. Zo is bij het gedicht “Aan Rika” (pagina 37) gelijk een negatieve wending na de eerste strofe. In de eerste strofe is hij blij de vrouw te zien, hij is namelijk niet negatief over het feit dat hij haar alleen in een flits voorbij heeft zien rijden. Echter in de tweede strofe wordt hij al wat treuriger.
“Ach! geen enkel blij

Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.”
In de derde strofe gaat hij zelfs het meisje beschuldigen dat het zo mooi is.
“Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!”
In het gedicht “Des Zangers Min” (pagina 46) begint het ook allemaal positief. Een schets van een romantische omgeving wordt gegeven.
“De morgendamp hangt over ’t veld,
En kleurt den herfstdraad wit.”
Maar als het gedicht vordert, zie je dat het gaat om een minnedichter die zich dingen voorstelt die hij niet heeft. Dit is ook negatief, want het gaat allemaal maar om een wens. Als er dan een diligence voorbij komt, vangt hij een glimp op van een Friezin, precies een vrouw als in zijn verbeeldingen. Hier gaat het weer om het zoeken naar een persoon die waarschijnlijk niet meer gevonden wordt. En dus gaat hij treuren om zijn verlies.
“Kent gij het land, waar Mina toeft?

Kent gij het wel? Daarheen!
Daarheen richtte ik zoo eeuwig graag,
Geliefde, ’t linkerbeen!”

Dit alles heeft te maken met het thema Romantiek, omdat het gaat om escapisme. Escapisme met behulp van je gedachten (de minnedichter in “des zangers min”) en door middel van dingen die niet te bereiken zijn. Door je te verzetten in deze dingen, ga je even weg uit het dagelijkse leven. Piet Paaltjens geeft in deze bundel aan dat er veel escapisme (nodig) is uit het leven, omdat in elk gedicht wel een vorm van escapisme voorkomt.

De titel “Snikken & Grimlachjes” heeft dus te maken met het negatieve in zijn gedichten. Het laat zien dat er in het leven veel vervelende elementen zitten en dat je deze het beste kunt ontwijken door te dromen of te vluchten, ofwel escapisme op verschillende manieren.

Personages

Omdat het een gedichtenbundel is, waar veel verschillende personages in voorkomen, die niets met elkaar te maken hebben, behalve dan de Romantische Stroming, behandel ik een aantal personages.

De bleeke jongling (blz 17)
Een jongen zit aan een meer en staart voor zich uit, een dag en een nacht. Hij heeft liefdesverdriet. Deze jongen is typisch een Romanticus: denken aan iets wat weg is en dus niet meer te bereiken, dromen dat het nog wel zo was.

Immortellen XXXIII (blz 27)
De ikpersoon heeft het hier over het verdrinken in de liefde, ook een vorm van escapisme, omdat je dan ‘wegstapt’ uit de wereld en je alles om de liefde laat draaien.
”O ware ik toch verdronken
In den bitterzilten vloed!
In liefdetranen, hoe brak ook,
Te smoren, is honingzoet.”

Liefdewraak (blz 42)
In dit geval gaat het om alles doen als je ergens op uit bent. Ben je verliefd, dan doe je alles voor deze liefde en als er dan toch niet geantwoord wordt, “Dan steekt zij het wraakvuur af”. De hoofdpersoon in het tweede deel van het gedicht is ook uit op liefde en heeft daar veel voor over. Als zijn geliefde niet reageert, wordt hij dan ook nijdig. Dit is typisch Romantisch, omdat je je helemaal legt op één ding, namelijk die liefde.

Piet Paaltjens

Ook kun je zeggen dat Piet Paaltjens, een pseudoniem voor Francois Haverschmidt, een bepaald karakter is in dit boek. In het begin van het boek wordt namelijk het verhaal verteld van de schrijver Piet Paaltjens. Piet Paaltjens werd voorgesteld als “een eenzame in den lande, een miskend genie dat zich aan het onrecht hem door de mensheid aangedaan, wreekt door die mensheid te negeren”. Hij was een Leidse student en altijd droefgeestig. Hij zou in 1853 op raadselachtige wijze zijn verdwenen en daarna nog een maal gezien in Friesland, zijn geboortegebied. Hij solde met zijn dierbaren en probeerde de zwaarmoedigheid te verdrijven door er mee te spotten. Het ontsnappen van deze zwaarmoedigheid, die hij altijd al in zich had, is een typisch voorbeeld van de Romantiek.

Literaire achtergrond

Het genre is in deze gedichtenbundel Romantiek. In elk gedicht wordt wel verwezen naar het ontsnappen uit verschillende situaties of juist het helemaal storten op één bepaald aspect. Ook de natuur speelt een belangrijke rol in deze bundel, wat ook verwijst naar de Romantische Stroming. Een voorbeeld hiervan is te vinden in “De bleeke jongling” (blz 17). Hier wordt heel duidelijk gebruik gemaakt van de natuurlijke elementen.
“’t Avondt. Aan den westertrans
Zinkt, in goud gehuld en glans,
Statig ’t zonlicht ter neer
In den schoot van ’t wieglend meer,
Dat, als bloosde ’t van verlangen,
Om het in zijn bed te ontvangen,
Inkarnaat voelt gloeien op zijn wangen.
(…)
’t Morgent. En een maagdlijk blond
Verft in ’t oost den horizont.
’t Blond verzilvert. ’t Zilver smelt
Tot een goudzee. Trotsch ontsnelt
’t vlammend zonvuur aan de kimmen.
Damp en nevelen verglimmen
Straks tot purper bij zijn opwaartsklimmen.”

Ook een voorbeeld van Romantiek is duidelijk te vinden in “Jan van Zutphen’s afscheidsmaal”. In de eerste vier strofes wordt verwezen naar de natuur en gaat het over escapisme.
“Droef neuriënd kust daarbuiten
De nachtwind de torentinnen.
(…)
Want, als het weer daagt in ’t oosten,
Tijgt Zutphen’s dapper heere
Met het roode kruis op den schouder
Naar het land van Overmeere.

En als het weer purpert in ’t westen,
Dan dragen hem reeds de golven”
Een voorbeeld van vastgrijpen aan een bepaald doel is te lezen in Liefdewraak (blz 42). En als het niet lukt wat je wilt bereiken, al heb je daar natuurlijk voor gewerkt, zal je boos worden en wraak willen nemen.
“Maar trots de koude en trots den nacht
Staat op de Hoogewoerd
Een jongling, vrij van oogopslag,
Het hart door min beroerd.
(…)
Maar, of hij Fransche trillers sla,
Dan of hij weene en zucht’
In ’t Duitsch, hij merkt aan liefjes raam
Geen licht op of gerucht.
(…)
En vol van wraak buigt hij zich neer,
Pakt fluks een sneeuwbal saâm
En werpt hem, paarsch van nijdigheid,
Bij ’t liefje door het raam,”

Politieke, Sociale en Culturele achtergrond

Deze gedichten werden geschreven in de periode dat er veel discussie was tussen de Romantici en de Realisten. De Romantische mens probeert zijn leven los te laten en daardoor te ontsnappen aan de dagelijkse rondslomp. Dit kan door zelf helemaal een nieuw pad te kiezen, zoals ronddwalen, en zien waar het schip strand (bijvoorbeeld in “Aus dem Leben eines Taugenichts” van Joseph von Eichendorff). Ook kon je je helemaal verdiepen in bijvoorbeeld de liefde en wegdromen bij alles wat niet mogelijk is. Escapisme uit het leven. De Realisten waren juist het tegenovergestelde. Zij wilden alles in het leven realistisch benaderen en dus juist niet de dagelijkse rompslomp ontwijken. Alles wordt bekeken vanuit het oogpunt dat alles een reden heeft en dat je dus ook alles kunt en moet oplossen. Dat je problemen niet uit de weg gaat, maar ze juist op de goede manier benaderd.

Dit werk komt uit 1867 en dat is ongeveer het begin van de Romantische Periode in Nederland. Dit was laat als je het vergelijkt met andere landen in Europa en ook is de Romantiek hier nauwelijks aangeslagen. Dit kwam doordat Nederland vooral bezig was met de politieke situatie die op dat moment in Nederland aanwezig was. Er was veel onenigheid over de monarchie die in Nederland gold en daarom waaide de Romantiek in Nederland een beetje over. “Gesprek op den Drachenfels” is eigenlijk één van de enige verhalen die aangeslagen is, vooral omdat er een bepaalde humor in zit. Ook “Snikken en Grimlachjes” is met veel humor geschreven, doordat de verhalen eigenlijk op een nuchter manier worden benaderd, maar zo nuchter dat het heel erg overdreven lijkt, dus Romantisch. Zo was de Romantiek in Nederland ook; escapisme, maar wel op de nuchtere manier.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Snikken en grimlachjes door Piet Paaltjens"