Piet van Aken Slapende honden

Over de schrijver


Piet van Aken werd geboren te Terhagen op 15 februari 1920. Zijn werk situeert zich in zijn geboortestreek aan de rivier de Rupel en heeft meestal als achtergrond het harde leven in de steenbakkerijen.. Bij Van Aken zijn de hoofdfiguren echter door hun instinct gedreven krachtmensen, gekenmerkt door hun menselijke haat en een bijna dierlijke begeerte. Hij verstaat de kunst om passionele en sociale problematieken op een subtiele wijze te verweven tot een boeiend geheel. De schrijver plaatst zich aan de zijde van de sociaal uitgestotenen. Zijn inzicht in de complexiteit van de menselijke gedrevenheid weerhoudt hem echter van tendentieuze oppervlakkigheid en stellingnames. De roman Slapende honden werd in 1966 bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs en hij kreeg voor deze roman ook de onderscheiding van het Referendum Vlaamse Letterkundigen. Van Aken stierf op 3 mei 1984 in Antwerpen.

Andere romans

Piet van Aken schreef o.a.: De falende God (1942) Het hart en de klok (1944)

De duivel vaart in ons (1944) Het begeren (1952) Klinkaart (1954) , De wilde jaren (1958)

De nikkers (1959) De jager, niet de prooi (1964)

Gebruikte editie

De eerste druk van de roman is verschenen in 1965. De roman werd geschreven in oktober -november van 1964 en werd opgedragen aan Jan Walravens. Gebruikt is de derde druk die verschenen is bij de uitgeverij Manteau in Antwerpen. De roman telt 199 kleine bladzijden en is verdeeld in 8 getitelde hoofdstukken. Alle 8 hoofdstukken dragen de naam van een personage, die in de oorlog tot dezelfde verzetsgroep hebben behoord.

Motto

Van Aken geeft de roman een motto mee van Leo Vroman: “Er zijn twee hachelijke partijen: een strevende dat is die der levenden en een naar gezag: dat is die der doden.” Mensen proberen soms het onmogelijke uit het verleden te achterhalen, het lijkt niet erg verstandig dat te doen. Maak maar liever geen slapende honden wakker.

Genre

Slapende honden kan het beste worden getypeerd als een verzetsroman. De hoofdpersoon gaat zeventien jaar na de oorlog de leden van zijn verzetsgroep bezoeken om erachter te komen wie de verrader van de groep is geweest. Een verzetsactie leidde namelijk tot de arrestatie van de hoofdfiguur Absilis en de dood van de jonge dichter Claude Morrens. De hoofdfiguur maakt een tocht naar het verleden en komt tot een schrikbarende ontdekking.

Titelverklaring

Aan de titel van de roman ligt het gezegde “Je moet geen slapende honden wakker maken”. ten grondslag. Als je een slapende hond wakker maakt, loop je de kans gebeten te worden.

Op blz. 117 van de roman vraagt een verhaalfiguur Roef aan de hoofdfiguur : “Waar zit je achteraan, Jean? Ga je slapende honden wakker maken?” Later wanneer Jean Absilis achter de waarheid is gekomen zegt hij op blz. 195 “Hij had de slapende honden wakker gemaakt en een ervan had hem gebeten, zoals Roef voorspeld had, hard en diep , zo diep dat de wonde nu pas begon pijn te doen.” Ook op de laatste pagina wordt nog een keer naar de titel verwezen: zie hieronder in de samenvatting.

Decor

De roman speelt zich af zeventien jaar, nadat in de oorlog een verzetgroep een mislukte illegale actie heeft gepleegd. Het meest waarschijnlijke jaartal is (1944 + 17) 1961. De ruimte waarin de hoofdfiguur woont, is Brussel. De tweetaligheid van de stad komt ook in het taalgebruik van Absilis terug:hij vertelt regelmatig in Franse zinnen , wat het lezen niet eenvoudiger maakt voor de Nederlandse lezer. De hoofdfiguur is schrijver, maar werkt ook als vertegenwoordiger voor een uitgeverij, waarvoor hij het land doorreist. Zo komt hij weer in aanraking met de mensen van het verleden.

Perspectief

Het verhaal wordt verteld vanuit het gezichtspunt van Jean Absilis, die in de oorlog slachtoffer is geworden van een mislukte illegale actie van de verzetsgroep, in de roman steeds De Groep genoemd. Hij probeert het verleden te achterhalen. In zeven hoofdstukken ontmoet hij steeds een lid van de groep en in het achtste hoofdstuk dat Absilis getiteld is, komt hij achter de waarheid. Het perspectief van de roman is dus personaal vanuit het standpunt van Jean Absilis.

Vertelwijze

De vertelde tijd is slechts drie dagen.. Het verhaal wordt vrijwel chronologisch verteld met wat flash backs in de herinnering van Absilis. Deze gaan voornamelijk terug naar de avond van de mislukte actie en de relaties tussen de leden van De Groep..

Thematiek

Het thema van de roman is erachter te komen wat er zich in de oorlog heeft afgespeeld. “Achterhaald verleden” (zie hierboven) zou het thema genoemd kunnen worden. Eigenlijk is de boodschap van de schrijver : laat het verleden rusten: het wakker schudden van de slapende honden, levert eigenlijk alleen maar kennis op die je niet vrolijk maakt. Enkele hierbij gebruikte motieven zijn : de Tweede Wereldoorlog, verraad, (whodunit-motief) jaloezie, bedrog , seks.

Samenvatting van de inhoud

I Laporte


In dit eerste hoofdstuk ontmoet Jean Absilis (schrijver en vertegenwoordiger bij een uitgeverij) bij toeval een van de leden van zijn verzetsgroep uit de Tweede Wereldoorlog. Deze Laporte is hem niet sympathiek. Ook nu is hij weer vergezeld van een mooie vrouw, zoals hij zich ook in de oorlog steeds liet omringen door vrouwen. Laporte rakelt het verleden van zeventien jaar geleden weer op. Hij stond erg onder invloed van zijn moeder , die er na de oorlog voor heeft gezorgd dat de leden van De Groep geeerd werden met een lintje van de koning. Laporte vertelt over de indruk die de arrestatie van Absilis en de jonge dichter Claude Morrens op de leden van de groep heeft gemaakt. Claude Morrens was namelijk nooit meer teruggekomen. Ook Laporte was aanwezig toen de Duitsers de actie ontdekten en hij vraagt zich af of er sprake was van verraad. Hij vertelt dat Kennes een lid van de groep (Servaes) enkele dagen voor de actie uit het kantoor van de Gestapo had zien komen. De onrust is nu bij Absilis gewekt. Laporte vraagt hem nog eens langs te komen bij zijn moeder. Dat zou ze zeer op prijs stellen.

II Mady

Absilis rijdt naar huis , waar zijn lieve vrouw Mady wacht. Hij ziet dat ze weer in de gedichtenbundel van Claude heeft gelezen. De bundel heet “Ispahan-express of Lof op de vroege dood” Ze was ook lid van de verzetsgroep en was verliefd op de dichter Claude Morrens. Maar die is bij de actie omgekomen en , zoals ze later hadden vernomen, onthoofd. De zeer aantrekkelijke Mady is na de oorlog getrouwd met Absilis, maar ze wil eigenlijk liever niet meer over het verleden praten. Absilis vertelt dat hij Laporte heeft ontmoet en Mady antwoordt dat die nooit heeft gedeugd. In een korte gedachteflits beschrijft Absilis hoe hij voor de eerste keer met Mady vrijde. Daarna komen ze weer terug op Claude . In de opdracht van de bundel schreef die voor haar : “Aan Mady van Claude , con amore , ships that pass in the night and greet each other in passing, only a signal shown and a distant voice in the darkness .” Ze herleest die opdracht nog vaak. Mady beweert verder dat Laporte altijd alleen maar voor zichzelf heeft gezorgd. Absilis neemt zich voor Kennes te gaan opzoeken.

III Kennes

Absilis gaat de volgende dag langs Kennes. Deze heeft de kapperszaak van zijn vader overgenomen.. Daar ontmoet hij hem. Kennes heeft een oudere , jaloerse vrouw. Ze was zijn stiefmoeder , die in de oorlog naarmate zijn vader steeds meer aftakelde, haar amoureuze pijlen richtte op de zoon. Na een seksavontuur betrapt de vader zijn zoon met zijn stiefmoeder. Aan Kennes vraagt Absilis of het waar is dat hij Servaes uit het kantoor van de Gestapo heeft zien komen. Deze weet het zeker. Hij vertelt bovendien over een ander lid van De Groep, Roef die een vermaard zakenman geworden is en een meisje uit de groep, Mimi Kruyen, als zijn secretaresse heeft genomen.

IV Mimi

Absilis vervolgt zijn tocht naar het verleden en zoekt de fabriek van Roef op. Hij ontmoet Mimi, die na de oorlog de secretaresse van Roef is geworden. Eigenlijk heeft die haar op weg geholpen. In de oorlog was ze een onaantrekkelijk meisje dat het moest afleggen tegen Mady Renson die eigenlijk door iedereen werd begeerd, maar de geliefde was van Claude Morrens. Ze ziet er nu heel wat beter uit, vindt Jean. In dit hoofdstuk wordt verteld over de eenvoudige komaf van Mimi. Ze heeft een andere kijk op de mannen die deel uitmaakten van de groep.

V Roef

Direct daarop ontmoet Absilis Maurice Roef., succesvol zakenman en gelukkig getrouwd. Ze lunchen bij hem thuis en er ontwikkelt zich een gesprek over het nut van het achterhalen van het verleden. Roef vindt dat je geen slapende honden moeten wakker maken, omdat je er mogelijkerwijs door gebeten kan worden. Absilis vindt dat hij een soort morele schuld moet inlossen ten opzichte van Claude, omdat die omgekomen is en hijzelf door toeval ongedeerd teruggekeerd is. Roef vertelt nog dat Servaes onbetrouwbaar was : hij raakte zogezegd voedselbonnen kwijt die hij later verkocht zou kunnen hebben, maar daarmee hoefde hij nog geen verrader te zijn. Servaes ging na de oorlog in de politiek en wil bij de komende verkiezingen graag burgemeester van het stadje worden waar hij nu woont. Bovendien geeft Maurice aan dat er ook heel andere drijfveren kunnen zijn om mensen te vermoorden : jaloezie bijvoorbeeld. Was Mini niet jaloers op de knappe Mady, die immers op Claude verliefd was? Laat het verleden rusten , is het advies van Roef.

VI Servaes

Na een nachtje piekeren besluit Jean Absilis toch Servaes te bezoeken. In het stadje hangen overal affiches waarop de kop van Servaes te zien is : hij wil burgemeester worden. In het stadhuis is hij nog niet: hij is in het partijlokaal . Hier ontmoet Absilis een oude en door Servaes afgedankt partijlid, dat de nieuwe burgemeester niet kan uitstaan. Ook de mensen die hij om zich heeft verzameld, zijn allemaal hielenlikkers. Hier kan Piet van Aken zijn maatschappijkritiek nog eens loslaten: als rasechte socialist heeft hij het niet voorzien op baantjesjagers als Servaes. Als de vergadering afgelopen is, ontmoet hij Servaes die overigens een vriendelijke indruk maakt. Recht op de man af vraagt Absilis aan Servaes wat hij in het kantoor van de Gestapo te zoeken had. Maar de verklaring die Servaes geeft, is heel plausibel. Hij was door de Gestapo opgeroepen omdat hij enkele arbeiders geholpen had. Hun werkgever was naar de Duitsers gelopen. Hij had het nooit durven opbiechten, omdat hij bang was ervan verdacht te worden verraad te hebben gepleegd. Het verrassende is echter dat hij vertelt dat de oude Roef juist heeft geprofiteerd van de oorlog door met de Duitsers samen te werken. Hij werpt ook nog eens een ander licht op Laporte en zegt tegen Absilis dat hij Paulke maar eens moet vragen hoe de vork in de steel zit. Deze Paulke is na de oorlog lang onzichtbaar gebleven, maar hij woont nu in hetzelfde stadje als Servaes.

VII Paulke

Absilis wil meteen Paulke opzoeken, maar die is eerst nog verkiezingsposters opplakken voor Servaes' verkiezing tot burgemeester. Hij is een trouwe volgeling van Servaes en dat komt omdat Servaes zich na de oorlog over hem heeft ontfermd. Paulke was namelijk in een psychiatrische inrichting opgenomen, maar hij verschrikkelijk moest afzien. Zo moest hij bijvoorbeeld naakte mannen en vrouwen tekenen. Servaes haalde hem uit de inrichting en bezorgde hem later zelfs nog de onderscheiding die hij in eerste instantie had gemist. Paulke is dan ook heel lovend over zijn beschermheer . “Toch” zegt Paulke “heb ik een naakte vrouw gezien.” Laporte had hem in de oorlogsdagen eens naar een kamertje gestuurd waar hij een naakte man en naakte vrouw aantrof. De man was Claude en de vrouw had lang blond haar. “Blond?”, vraagt Absilis, “Mady was toch zwart?.” “Het was Mady niet”, zegt Paulke, “het was Mimi Kruysen.”

VIII Absilis

Jean rijdt naar de hoofdstad terug. Hij is helemaal beduusd van wat hij gehoord heeft. De hond die sliep, is nu wakker geworden. Hij besluit nog eens langs Mimi te gaan. Hij confronteert haar met wat hij van Paulke heeft gehoord. Mimi geeft toe dat ze de minnares van Claude was. Ze laat een medaillon zien waarin ze een foto van Claude met zich meedraagt. De dichter hield niet echt van Mady , maar van haar. Laporte had in de oorlog ook Mady op de hoogte gebracht en ook Mady had hen bij de vrijpartij betrapt. Mady was furieus geworden : ze begreep dat ze slechts een “schip in de nacht dat voorbijvoer” voor Claude was. Ze had daarna de opdracht in diens gedichtenbundel des te beter begrepen. Ze wenste hem dood en twee weken later was hij dood. Mimi denkt dat Mady haar ex-geliefde heeft verraden. Absilis moet erin berusten. Mensen worden op heel verschillende manieren volwassen : Laporte zou het nooit worden, Kennes was het te vroeg geworden, Mimi had in haar lot berust, Servaes had het met handigheid tot politicus kunnen brengen, Mady had haar groeiproces gestagneerd door de haat. De enige die het proces naar volwassenheid goed had afgelegd, is Maurice Roef. Diens goede raad had hij eigenlijk moeten opvolgen. Absilis besluit het verleden te laten rusten. Hij begrijpt de problematiek van Mady die zich verslagen zag door een veel mindere tegenstandster. Hij zou het opgebiechte verhaal voor haar verzwijgen. (“….proberend de onzekerheid rondom haar schuld tot een bewijs van onschuld om te smeden, luisterend naar de door hem gewekte honden, die almaar zwakker en zwakker zouden grommen , tot ze eindelijk weer in slaap zouden vallen.”) Iedereen in de Groep had zijn bestemming gevonden, behalve hijzelf, tenzij de zijne in de onbestemdheid lag.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.