ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Siegfried, Harry Mulisch

In eerste instantie was ik van plan De ontdekking van de hemel te gebruiken voor het tweede boekverslag, maar na het zien van de opdracht leek mij dat niet zo passend. Daarom ben ik van plan dat boek voor volgend cluster te bewaren, en in dit verslag een ander, minder legendarisch maar alsnog een goed boek van Harry Mulisch te behandelen. Dat boek is Siegfried, één van de eerste boeken die ik van Mulisch las. Ik heb hem eerst van de bibliotheek geleend en later zelf aangeschaft, de druk die ik bezit is de tiende druk, uitgegeven door de Bezige Bij.  Ik weet nog, de eerste twee boeken die ik van de auteur had gelezen waren De Procedure en De Aanslag. Beide wel goede boeken, maar niet overtuigend. Met name de Procedure was op sommige punten erg langdradig. Maar na het derde boek, Siegfried, was ik verkocht. In De Tijd Zelf,  het laatst gepubliceerde boek van Mulisch met een stuk van één van de verhalen waar hij aan schreef toen hij overleed, staat een kort stukje door Marita Mathijsen over Siegfried (blz 36).

“Is het voldoende? Niet voor de lezer die gefascineerd is door het compromisloze schrijverschap van Harry Mulisch. De lezer wil weten wat er had kunnen volgen op zijn laatste voltooide boek, Siegfried, uit 2001. Siegfried is in veel opzichten een samenballing van de thematiek van Mulisch. Het voltooit in zekere zin zijn denken over wat het centrum van zijn werk is: hoe verhouden wetenschap en menselijkheid zich tot elkaar, als een mens in staat blijkt miljoenen andere mensen systematisch te vernietigen, zoals in de Tweede Wereldoorlog gebeurde. In Siegfried schrijft Mulisch aan Hitler een fictieve zoon toe, die deze opoffert aan zijn denkbeelden. Aan het eind van het boek sterft de schrijver die de hoofdpersoon is doordat Hitler hem meetrekt in de ondergang.”

Een korte samenvatting van Siegfried: het verhaal begint over de succesvolle schrijver Rudolf Herter, die duidelijk Harry Mulisch moet voorstellen (veel van Mulisch' boeken kennen een autobiografisch aspect). Hij is fysiek behoorlijk afgetakeld maar een zeer intelligente man. Hij reist met Maria (waar je niet zoveel over te weten komt in het verhaal) naar Wenen, om diverse boekpresentaties en interviews te geven over zijn pas verschenen roman: De uitvinding van de liefde. (Een verhaal gebaseerd op het middeleeuwse Tristan und Isolde, wat ook één van Wagners bekendste stukken is en ook gespeeld is op de begrafenis van Mulisch) Een bejaard, Weens echtpaar komt na een presentatie naar Herter toe met de boodschap een belangrijke bijdrage voor zijn boek te hebben. Herter spreekt met de mensen af in hun flatje en komt het ter ore. Maar die avond, in zijn hotelkamer, gebeurt er iets onwerkelijks. Herter spreekt zijn gedachtegangen op tape in. Die avond sterft hij volgens de doktoren aan een hartaanval. Het laatste wat er op de tape te horen was, was: “Hij.. hij… is hier…”

Alledaagse gebeurtenissen en fantasie zijn zo bijzonder goed met elkaar verweven in dit boek. Op het punt dat Julia en Ulrich het vertelden stond ik perplex, simpelweg omdat ik mij de eerste seconden niet realiseerde dat het fictie was. Mulisch heeft het weer voor elkaar gekregen om zelfs de meest geschifte verhalen zo te verwerken dat je het nog bijna zou geloven ook. Dat element zorgde er ook voor dat ik tobbend en geërgerd las hoe Rudolf stierf.

De filosofische vergelijkingen die Mulisch trekt vallen me bij elk boek anders. Die in DOVDH waren nochtans vrij gecompliceerd  voor een puber, terwijl ze in Siegfried juist aan de geloofwaardigheid bijdroegen. Dat verschilt wel per persoon, want als je nooit ofte nimmer van die theorieën en filosofen hebt gehoord dan is het sowieso anders, alhoewel ik me afvraag of er mensen zijn die Mulisch lezen maar nog nooit van hen gehoord hebben. Verder, het verhaal loopt buitengewoon uitstekend en leest vlot, wat zeldzaam is voor de auteur. Dit boek heb ik meerdere malen gelezen, telkens in meerdere malen opgesplitst. Over het begin heb ik resoluut langer gedaan dan het eind. Het eind las ik dan ook aan één stuk door, omdat het verhaal mij zo in zijn greep had. Niet op de manier zoals de meeste boeken dat doen: omdat het “spannend” is. Nee, omdat ik zo onder de indruk was. Vrij bizar, ik was er natuurlijk van bewust dat het allemaal verzonnen was, maar het kwam zo geloofwaardig op mij over. Zoals gewoonlijk heb ik tussen het lezen door erover gefilosofeerd over hoe het zou zijn, als zoiets echt zou plaatsvinden. Zulke vragen kunnen me altijd lang bezig houden. 

De hoofdpersoon, Herter, gaat op zoek naar de persoon Hitler. Hoe hij in elkaar stak. Er zijn natuurlijk al duizenden boeken over Hitler geschreven, maar geen van hen kan precies omschrijven hoe die man dacht. Herter is ervan overtuigd dat hij “het kwaad zelf” is. Hitler zou zogenaamd  verwekt moeten zijn op de sterfdag van Nietzsche. In plaats van dat het duidelijker wordt wat er in hem omging word het juist alleen maar benadrukt hoe onmenselijk hij is en dat het onmogelijk is om hem te vatten. Het einde maakt het zo helder als het maar kan zijn: Hitler is niet te vatten, hij is niet menselijk. Het punt wat hij al die tijd wilde maken.

Siegfried lijkt me een erg geschikt boek voor mensen om kennis te maken met Mulisch en zijn schrijfstijl. Dit is toch wel bestlopende verhaal wat ik van hem gelezen heb. Zijn ideeën zijn zo bizar geniaal en ondenkbaar. (Ik vond het dus ook erg interessant om tussen de aantekeningen die in De Tijd Zelf  stonden te neuzen) Een vernieuwend boek dat je aan het denken zet, en je anders tegen Hitler als persoon laat aankijken.

Over Harry Mulisch

Harry Kurt Victor Mulisch, geboren in Haarlem op 29 juli 1927. In 1947 kwam zijn eerste verhaal De Kamer uit. In 1952 zijn eerste roman, archibald strohalm. Zijn bekendste boeken zijn De aanslag en De ontdekking van de hemel. De ontdekking van de hemel werd in 2007 uitgeroepen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden.  Heeft zich laten inspireren door Thomas Mann en Dostojevski, verder zei hij zelf niet zo veel van lezen te houden. Zijn werk heeft veel prijzen ontvangen,  men ziet hem als één van “De Grote Drie” van de naoorlogse literatuur. Mulisch had het zelf vaak over “De Grote Eén”. Hij overleed op 30 oktober 2010,  op drieëntachtigjarige leeftijd. Nog na zijn overlijden word hij gezien als één van de belangrijkste schrijvers die de Nederlandse literatuur ooit gekend heeft. Zijn boeken zijn vertaald in o.a. het Russisch, Duits, Engels, Frans, Chinees, Pools en Spaans. Het Letterkundig Museum is van plan de werkkamer van Mulisch aan de Leidsekade in Amsterdam open te stellen voor publiek. Het zal waarschijnlijk in 2013 openen.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.