ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

A Zakelijk gegevens



• Naam van de auteur: Harry Müllisch

• Titel van het Boek: Siegfried

• Uitgever en jaar van verschuinen: Uitgeverij “De Bezige Bij” te Amsterdam, 2001

• ISBN-nummer: 90 234 6215 7

• Nummer v/d druk: 1e druk



B Korte uitleg waarom ik het boek gekozen heb



Het gesprek tussen mijn opa en mijn moeder, nadat zij beiden dit boek gelezen hadden wekte ook mijn interesse voor dit boek, ik was benieuwd of het boek mij net zo zou intrigeren als dat het hen gedaan had. Wat ook nog een rol heeft gespeeld bij mijn keuze is het aantal bladzijden van het boek, in dit geval rond de 200 pagina’s.



C Eerste persoonlijke reactie



Mijn eerste reactie op dit boek was een zeer positieve reactie, ik begrijp alleen niet waarom het eerste stuk van het boek (ongeveer 60 bladzijden) zo langdradig moest zijn. Naar mijn mening had dit eerste stuk gemakkelijk in 15 à 20 bladzijden beschreven kunnen worden, dit is namelijk een inleiding waarin wordt beschreven wie Rudolf Herter is.





D Samenvatting van de inhoud



Hoofdstuk 1

In dit hoofdstuk komt de 72 jarige Nederlandse schrijver Rudolf Herter met zijn goede vriendin Maria op het vliegveld van Wenen aan. Hij komt in Wenen interviews en lezingen houden over zijn magnum opus “De uitvinding van de liefde” dat recentelijk in het Duits vertaald was. Als zij bij hun hotelkamer aankomen, zetten zij hun spullen weg en maken een flinke stadswandeling maken.



Hoofdstuk 2

Rudolf Herter heeft het met degene die hem interviewt, in het ietwat ouderwets Duits van voor de WO I, over zijn verbeeldingskracht c.q. fantasie. Als Sabine (de interviewster) vraagt of hij al iets kan verraden over zijn nieuwe verhaal zegt hij: “Ja, maar dat doe ik niet.”



Hoofdstuk 3

Rudolf zit met iets, opeens schrijft hij op de welkomskaart HITLER, na een minuut schrijft hij de anagrammen HELRIT en RELHIT op. Daarna kijken Maria en Rudolf naar Rudolf’s interview. Daarna praten zij weer verder over het onderwerp fantasie (zoals in het interview).



Hoofdstuk 4

De volgende dag heeft Herter weer twee interviews, na zijn twee interviews wilde hij weg, weg naar buiten. Als hij weer binnen is in het hotel komt net de vermaarde dirigent Constant Ernst, die hij van gezicht kende, uit de lift. Ernst verteld dat hij bezig is met het stuk “Tristan und Isolde”



Hoofdstuk 5

Herter belde zijn zoontje Marnix, hij vertelde dat als hij doodging dat hij dan verbrand wilde worden en dan een asloper (een zandloper met zijn as gevuld) wilde worden, die dan bij zijn vader op zijn werkkamer moest komen te staan.



Hoofdstuk 6

’s Avonds om zes uur geeft Herter een lezing over zijn in het Duits vertaalde boek “Die Erfindung der Liebe”. Hij vertelde dat als hij in zijn werkkamer was dat hij dan leefde tussen twee werelden, hij was dan in niemandsland. Na een aantal vragen beantwoord te hebben, werd hem gevraagd of hij bereid was boeken te signeren, waarop Herter zei: “Natuurlijk, ben ik bereid te signeren”. Nadat Herter zijn vulpen had dichtgeschroefd kwamen er twee oude mensen naar hem toe, de man zei met een sterk Duits accent: “Meneer Herter, kunnen wij u heel kort maal spreken?”



Hoofdstuk 7

De twee oude mensen stelden zich voor als Ullrich en Julia Falk, hij een slanke oude man en zij, die zo dik was als hij slank, ze zagen er armelijk maar verzorgd uit. Na een kort inleidend gesprek over wat Herter had gezegd over Hitler zei Falk: “Misschien kunnen wij u helpen.” Ze spraken af in het bejaardentehuis, Eben Haëzer, want Ullrich en Julia wilde dit niet in het openbaar bespreken.



Hoofdstuk 8

Op weg naar Eber Haëzer kocht hij een bloemetje voor mevrouw Falk. Al vertellend komt Herter te weten dat Ullrich en Julia beiden bedienden van Hitler zijn geweest. Als meneer Falk over zijn verleden verder gaat vraagt hij aan Herter of hij zijn eed zou willen overnemen zolang zij beiden nog leven.



Hoofdstuk 9

Mevrouw Falk verteld over Eva Braun. Ze zegt over haar: “Juffrouw Braun was een eenzaam, ongelukkig schepsel, dat om politieke redenen verborgen gehouden moest worden. Julia en Eva konden het direct goed met elkaar vinden. Mevrouw Braun heeft voor dat Ullrich en Julia op de Berghof kwamen al twee zelfmoordpogingen gedaan, omdat Hitler té lang bij haar weg was, omdat hij het dan zo druk had.



Hoofdstuk 10

Ullrich verteld nog verder over Hitler en zegt dat hij er spijt van heeft dat hij toen, toen het nog mogelijk was hem niet vergiftigt heeft, maar dat hij het niet heeft gedaan omdat er toen nog geen rede voor was. Herter voelt aan dat Ullrich bijna zover is, hetgeen dat hij op zijn hart heeft komt er bijna uit, maar hij jaagt hem niet op door ernaar te vragen. Na de Anschluss werden Julia en Ullrich bij de Führer geroepen en hij zei: “Meneer Falk, mevrouw, ik zal u een staatsgeheim verraden: juffrouw Braun verwacht een kind.”



Hoofdstuk 11

Ullrich en Julia moesten een brief naar huis schrijven dat zij een kind verwachten. Siegfried, want zo heet het kind, word geboren. Als Hitler de vader zou zijn van dat kind zouden alle Duitse vrouwen hem als een bedrieger zien, want elke Duitse vrouw wilde wel een kind van de Führer. Dat kon dus niet vanaf toen waren Ullrich en Julia de ouders van Siegfried



Hoofdstuk 12

In dit hoofdstuk wordt veel verteld over Siggi, zijn verhoudingen met iedereen. Hij kwam altijd naar Julia als hij moest huilen en niet naar zijn eigenlijke moeder, wat juffrouw Braun erg veel verdriet deed en bij haar een groot gevoel van jalousie opwekte.



Hoofdstuk 13

Hitler en zijn top trokken steeds meer naar de schuilkelders en naar andere verblijven in het hele land, dit tot groot verdriet van Eva Braun. Bormann komt mevrouw Braun ophalen om mee te gaan naar de Wolfsschanze, want de chef had gezegd dat hij haar in deze moeilijke dagen naast hem wilde hebben. Falk werd door een adjudant van Bormann geroepen om naar zijn chalet te komen. Daar zei Bormann tegen Ullrich: “Op bevel van de Führer moet u Siegfried doden.”



Hoofdstuk 14

Citaat:

Falk haalt zijn doorgeladen 7.65 pistool te voorschijn en laat Siggi het magazijn met de kogels zien. Hij gaat wijdbeens staan, houdt het wapen met twee handen vast en lost een schot, dat de schematische gestalte aan het eind van de baan in de buik treft, waarop Siggi roept: “Mag ik ook eens, mag ik ook eens.” De wereld bestaat niet. Het is allemaal niet waar. Niets bestaat. Hij laat zich op een knie zakken en demonstreert nog eens hoe het pistool vastgehouden moet worden. Voor de grap richt hij de loop van vlakbij op Siggi's voorhoofd. Als hij begint te lachen, haalt hij de trekker over. Met bloed bespat blijft hij kijken naar het punt waar zojuist nog Siggi's lach was. Niemand heeft iets gezien of gehoord. Hij sluit zijn ogen en laat langzaam het pistool zakken, tot de loop het roerloze lichaam raakt, terwijl hij denkt: - Niet ik heb hem gedood, Hitler heeft hem gedood. Niet ik, Hitler. Ik. Hitler.



Hoofdstuk 15

Herter neemt afscheid van Ullrich en Julia Falk, neemt een exemplaar van “Die Erfindung der Liebe” en schreef daar in:

Voor Ullrich Falk,

Die in tijden van het kwaad

een onvoorstelbaar offer bracht

aan de liefde.

En voor Julia.

Rudolf Herter

Wenen, November 1999



Hoofdstuk 16

Eenmaal terug op zijn hotelkamer praat hij wat met Maria, pakt zijn dictafoontje en neemt een monoloog op over filosofie en filosoferen.



Hoofdstuk 17

Hij vervolgt zijn monoloog over de filosofie en neemt het op. Hij vergelijkt citaten van Schopenhauer en Nietzsche met elkaar. Herter wordt zelfs emotioneel als hij vertelt dat Nietzsche het eerste 'slachtoffer' van Hitler was. Hij constateert dat Nietzsche in 1888 krankzinnig werd en dat op dat zelfde moment Hitler werd verwekt. Verder vraagt hij zich af in hoeverre Hitler een mens was.



Citaat:

Plotseling voelt hij dat iets ontzettends hem bij de keel grijpt en hem meesleurt, de slaap in, door de slaap heen, verder dan slaap…



Hoofdstuk 18

Dit hoofdstuk bevat allerlei stukken uit het dagboek van Eva Braun. Hierin komt naar voren dat zij een zeer ongelukkige vrouw is, omdat haar man steeds weg is.



Hoofdstuk 19

Maria komt de hotelkamer en vreest het ergste als zij daar Rudolf bewegingsloos op de grond licht, tevergeefs belt zij de dokter. De dokter constateert dat hij is overleden aan een hartstilstand, het waarschijnlijke gevolg van een (té) grote emotie. Ze belt naar Olga in Amsterdam en spreekt het verschrikkelijke bericht in op het antwoordapparaat.

Even later pakt zij het dictafoontje en hoort dan: “…hij…hij …hij is hier…”



E Bespreking van een aantal verhaalaspecten



Dit boek is een fictief verhaal maar lijkt verdacht veel op de werkelijkheid, wat het gevoel van inleving sterk vergroot. Ik dacht namelijk zelf dat dit werkelijk gebeurd verhaal was. De schrijver heeft in dit verhaal de spanning en de open plekken uitgewerkt door in het begin te laten merken dat Falk alles wist en dat hij langzaamaan de informatie verstrekte aan meneer Herter en dus ook zo te lezen was. In dit boek zijn er veel verhoudingen, omdat je steeds teruggaat in de tijd. Rudolf Herter: Een schrijver die opvallend veel lijkt op Mulisch zelf. Dit zit hem in feiten als de leeftijd, over de zeventig, zijn twee dochters en een zoontje, maar ook in de details als dat hij schietdoof is en dat hij aan kanker geopereerd is. Rudolf is erg intensief bezig met zijn vak, hij werkt constant doordat hij bij alles denkt aan zijn onderwerp voor zijn nieuwe boek. In de loop van de tijd spitsen zijn gedachten steeds meer af op Hitler, bij alles wat hij doet denkt hij er over na. Maria: Zijn vriendin, ze maakt zich steeds zorgen over het piekeren van Herter, terecht, zo blijkt uit het laatste hoofdstuk.

Marnix: zevenjarig zoontje van Herter dat woont bij Herters eerste vrouw Olga. Hij heeft nog contact met zijn vader, in het boek via de telefoon. Hij heeft een paar typische ideeën die in het verhaal verwerkt zitten. Ullrich Falk: De nazi die bij Hitler in de huishouding werkt. Hij moet zich als vader van Siegfried voordoen. Hij is getrouwd met Julia. Hij heeft Siegfried moeten vermoorden, waar hij nog steeds mee zit. Als hij zijn levensverhaal verteld heeft, is hij opgelucht. Julia Falk: Vrouw van Ullrich, ze werkt ook op Berghof bij de nazi’s. Ze krijgt een vertrouwelijke band met Eva Braun. Ze wil niet weten hoe ‘haar’ Siggi is vermoord, omdat ze het daar later nog erg moeilijk mee heeft. Adolf Hitler: de vader van Siegfried, de leider van toenmalig Duitsland en de oorlog. Het is een kille man, die zijn idealen voor alles laat gaan.

Eva Braun: De vriendin/ vrouw van Hitler. Ze is de moeder van Siegfried maar kan dit tot haar frustratie niet zo laten lijken voor de buitenwereld. Ze houdt veel van Hitler, maar heeft het soms moeilijk met de omstandigheden waarin zij verkeert.

Albert Speer: de man waar Hitler volgens Eva ontzag voor had, ze vormden een ‘drie-eenheid’.

Verder zijn er nog de mensen die Herter ontmoet in Wenen; Thérèse Roëll, Sabine, Constant Ersnt, de Schimmelpennincks, mevrouw Brandstätter. Evenals als de vele mensen die in de flashback van de Falks voorkomen of in het dagboek van Eva worden genoemd uit de tijd van de oorlog; hofmaarschalk Brückner en zijn opvolger Schaub, Borrmann, opperofficier Herman Fegelein die was getrouwd met Gretl: de zus van Julia, Goebbels, Göring, Rudolf Hess, Heydrich, lijffotograaf Hoffmann, Himmler, Jodl, veldmaarschalk Keitel, mevrouw Köppe, adjudant Krause en zijn opvolger Linge, officier Mittlstrasser, de lijfartsen dr. Morell en dr. Krüger, , mevrouw Podlech, Rauter, Ribbentrop, Röhm, Seyss-Inquart, graaf Stauffenberg, hondenverzorger Feldwebel Tornow en andere (naamloze) personeelsleden.

Het thema van dit verhaal is: De schrijver Rudolf Herter probeert Hitler te vangen in de fictieve wereld; die van het boek. Hij probeert er achter te komen wie Hitler was en waarom hij zo was. De motieven kunnen zijn: dood, macht, oorlog, het onaantastbare.



Het verhaal speelt zich af in Wenen, waar Herter verblijft, vooral in het hotel en bij de Falks in huis. De flashbacks spelen zich af in het buitenverblijf Berghof in Duitsland. Het dagboek van Eva Braun speelt zich af in het ondergrondse verblijf van Hitler.



F Grondige beschrijving van mijn leeservaringen



A. Onderwerp

Het onderwerp van dit boek vind ik heel interessant, dit komt omdat ik in het algemeen de WO II en alles daaromheen erg interessant vind. Ik kijk en lees vaak dingen van de WO II, omdat ik denk dat ik daar iets van kan leren. Van dit boek bijvoorbeeld heb ik geleerd dat sommige dingen in de wereld vroeg aangepakt zouden moeten worden, want ik denk dat als “de wereld” hetzelfde hadden gedaan bij Hitler als nu bij Saddam Hoessein, was Hitler niet zover gekomen. Ik had in dit boek niet gedacht dat het zo zou aflopen, ik had namelijk gedacht dat Siegfried niet vermoord zou worden. Wat ik alleen jammer vond is dat er in dit boek minder aandacht is besteed aan de gebeurtenissen in en om Europa, zoals de massavernietiging van de joden.



B. Gebeurtenissen

Ik vind dat dit verhaal genoeg gebeurtenissen heeft om het boeiend te houden, dit heeft, vind ik, ook met de opbouw van het verhaal te maken. Het verhaal is zodanig opgebouwd dat er steeds op het juiste moment een (spannende) gebeurtenis voorkomt. Ze komen dan ook altijd in een logische volgorde aan bod. Ik vind de meeste gebeurtenissen boeiend, omdat het onderwerp zelf al boeiend is en daarom heen komen nog meer verrassende gebeurtenissen, zoals de geboorte van Siegfried, en de dood van hem. De gebeurtenis die op mij de meeste indruk heeft gemaakt is, misschien logischerwijs, de “moord” op Siggi, omdat ik niet had verwacht dat hij vermoord zou worden, zeker omdat Hitler zijn kind toch had afgestaan.



C. Personages

De hoofdpersoon Rudolf Herter is totaal geen held, omdat hij niets van alle gebeurtenissen heeft meegemaakt, maar alles hoort van Ullrich en Julia Falk. Ik vind de



D. Opbouw


Ik vind dat in dit verhaal de gebeurtenissen erg goed samenhangen, dit maakt het ook zeker spannender, omdat de inleving veel makkelijker gaat en ook beter is. Dat dit verhaal boeiend is komt niet door de opbouw, maar door het onderwerp. Ik vind de bouw van dit verhaal niet te moeilijk, maar juist prettig om te lezen, wat het boek ook interessanter maakt. Dit is de beste manier om zo’n soort verhaal te vertellen, omdat het zo het duidelijkste is. Dit komt omdat het verhaal aan elkaar hangt van terugblikken en herinneringen. Wat ik alleen jammer vind is dat je bij het einde van het verhaal niet weet wie “hij” is.



E. Taalgebruik

Ook het taalgebruik van dit boek vind ik erg goed en fijn om te lezen. Wat ik alleen jammer vind is dat je aan het taalgebruik van de mensen niet kunt merken wie het is.



G Informatie over de schrijver



• Korte levensbeschrijving:



Harry Kurt Victor Mulisch wordt op 29 juli 1927 in Haarlem geboren als eerste (en enige) zoon van Karl Victor Kurt Mulisch (geboren 1892 in Gablonz, Oostenrijk-Hongarije, thans Jablonec, Tsjechië) en Alice Schwarz (geboren 1908 in Antwerpen).

Zijn grootouders van moederszijde waren voor de oorlogsgebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gevlucht; zijn grootvader was bankdirecteur in Amsterdam geworden. Via hem krijgt Harry’s vader (in de Eerste Wereldoorlog commandant; daarna naar Nederland geëmigreerd) een betrekking. In het ouderlijk huis zorgt Frieda Falk (geboren in Polen) voor de huishouding. Hoewel thuis Duits gesproken wordt, krijgt Harry een opvoeding in het Nederlands. Hij bezoekt de lagere school (van 1933 tot 1939) en het Christelijk Lyceum (van 1940 tot 1944) in Haarlem. In 1936 scheiden zijn ouders; zijn moeder vestigt zich in Amsterdam, Harry blijft bij zijn vader en Frieda. In de oorlogsjaren is Harry’s vader directeur bij Lippmann-Rosenthal & Co, het bankiershuis dat verplicht ingeleverde joodse bezittingen ‘beheerde’. In die functie kan hij zijn joodse ex-echtgenote en zijn zoon uit Duitse handen houden. Na de oorlog wordt hij gearresteerd en verblijft hij drie jaar lang in een interneringskamp; hij overlijdt in 1957. Harry’s moeder emigreert in 1951 naar San Fransisco en verkrijgt de Amerikaanse nationaliteit.

Harry Mulisch debuteert met een kort verhaal, ‘De kamer’, in Elsevier Weekblad (1947). Na enkele baantjes wijdt hij zich vanaf 1949 aan ‘de schrijverij’.

Twee jaar (1949-1951) werkt hij aan de roman Archibald Strohalm, die bekroond wordt met de toen nog gezaghebbende Reina Prinse Geerligsprijs (1951). In 1955 verlaat hij het huis van zijn vader; sedert 1958 woont hij in Amsterdam. Uit zijn huwelijk met Sjoerdje Woudenberg (in 1971) worden twee dochters geboren, Anna en Frieda. In 1992 maakt Mulisch bekend dat hij op 65-jarige leeftijd vader is geworden van een zoon, genaamd Menzo, geboren uit zijn verhouding met een nieuwe vriendin.

Van 1958 tot 1962 is Mulisch redacteur van Podium, van 1961 tot 1969 eveneens van Randstad en van 1965 tot 1990 van De gids. Sedert 1962 is hij bestuurslid van De Bezige Bij.

Zijn werk is veelvuldig bekroond met belangrijke literaire prijzen. Behalve de Reina Prinsen Geerligsprijs voor zijn debuutroman Archibald Strohalm (1952) ontving hij de Bijenkorf Literatuurprijs (1957, voor Het zwarte licht), de Anne Frankprijs (1957), de visser Neerlandiaprijs (1961, voor zijn oeuvre), de Vijverbergprijs (1963, voor De zaak 40/61), de Constantijn Huygensprijs van de Jan Camperstichting (1977, voor zijn oeuvre), en in 1978 de Nederlandse staatsprijs voor letterkunde, de P.C. Hooftprijs 1977. Voor de bestseller De aanslag (1982) krijgt hij in 1986 de Diepzee-prijs voor de mest gewaardeerde auteur onder middelbare scholieren. De ontdekking van de hemel wordt bekroond met de Multatuli-prijs 1993 (van de Gemeente Amsterdam) en de Mekka-prijs 1993 namens literaire critici in Nederland en Vlaanderen. Ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag richt het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (’s Gravenhage) een tentoonstelling over zijn leven en werk in. Bij de uitreiking van het eerste exemplaar van De ontdekking van de hemel wordt hij bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau; tevens krijgt hij de zilveren eremedaille van de Gemeente Amsterdam.

Werk van Mulisch is ook verfilmd. In 1977 het korte verhaal ‘De grens’ (regie Bobby Eerhart), in 1981 met een internationale rolbezetting de roman Twee vrouwen (1975) (regie George Sluizer). Fons Rademakers’ film van De aanslag wordt in 1986 bekroond met de Golden Globe én een Oscar. In 1994 is Hoogste tijd (1985) verfilmd, onder regie van Franz Weisz.



• Wat voor soort boeken schrijft de auteur vooral:



• Waar gaan zijn boeken vaak over?



• Wat vinden de boekbesprekers in het algemeen van zijn boeken?



• Welke andere boeken heeft deze auteur geschreven?



Poëzie

- Woorden, woorden, woorden, 1952

- De vogels,1974

- Tegenlicht, 1975

- Kind en Kraai, 1975

- De wijn is drinkbaar dank zij het glas, 1976

- Wat poëzie is, 1978

- De taal is een ei, 1979

- Opus Gran, 1982

- Egyptisch, 1983

- De gedichten 1974-1983, 1987



Romans

- Archiblad strohalm, 1952

- De diamant, 1954

- Het zwarte licht, 1956

- Het stenen bruidsbed, 1959

- De verteller, 1970

- Twee vrouwen, 1975

- De Aanslag, 1982

- Hoogst tijd, 1985

- De pupil, 1987

- De elementen, 1988

- De ontdekking van de hemel, 1992

- De Procedure, 1999



Verhalen

- De kamer, 1947

- Tussen hamer en aanbeeld, 1952

- Chantage op het leven, 1953

- De sprong der paarden en de zoete zee, 1955

- Het mirakel, 1955

- De versierde mens, 1957

- Paralipomena Orphica, 1970

- De grens, 1976

- Oude lucht, 1977

- De verhalen 1947-1977, 1977

- De gezochte spiegel, 1983

- Het beeld en de klok, 1989

- Voorval, 1989

- Vijf fabels, 1995

- Het theater, de brief en de waarheid, 2000



Theater

- Tancht elijn, 1960

- De knop, 1960

- Reconstructie, 1969

- Oidipous Oidipous, 1972

- Bezoekuur, 1974

- Volk en vaderliefde, 1975

- Axel, 1977

- Theater 1960-1977, 1988



Studie, tijdsgeschiedenis, autobiografie, etc:

- Manifesten, 1958

- Voer voor psychologen, 1961

- De zaak 40/61, 1962

- Bericht aan de rattenkoning, 1966

- Wenken voor de Jongste Dag, 1967

- Het woord bij de daad, 1968

- Over de affaire Padilla, 1971

- De Verteller verteld, 1971

- Soep lepelen met een vork, 1972

- De toekomst van gisteren, 1972

- Het seksuele bolwerk, 1973

- Mijn getijdenboek, 1975

- Het ironische van de ironie, 1976

- Paniek der onschuld, 1979

- De compositie van de wereld, 1980

- De mythische formule, 1981

- Het boek, 1984

- Wij uiten wat wij voelen, niet wat past, 1984

- Het Ene, 1984

- Aan het woord, 1986

- Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap, 1987

- Het licht, 1988

- De zuilen van Hercules, 1990

- Op de drempel van de geschiedenis, 1992

- Een spookgeschiedenis, 1993

- Twee opgravingen, 1994

- Bij gelegenheid, 1995

- Zeilespiegel, 1997

- Het zevende land, 1998


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

super goed

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Jow je bent wat vergeten bij personages

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast