Inhoudsopgave.

1. zakelijke gegevens

2. samenvatting

3. begin en eind

4. perspectief

5. tijd

6. personen

7. oordeel

8. verwerkingsopdracht

A. Zakelijke gegevens.

Auteur: Simone van der Vlugt
Titel: Schijndood
Titelverklaring: In de dromen van Kris droomt hij steeds maar weer dat hij dood gaat. Maar dat komt voort uit zijn vorige leven, waarin hij gruwelijk aan zijn einde kwam. Daarom lijkt het alsof hij dood gaat, maar hij doet het niet; Schijndood.
Uitgever: Lemniscaat
Jaar en plaats van uitgave: Rotterdam, 2002.
Genre: Min of meer fantasie, maar het zijn wel allemaal dingen die wel bestaan, maar samengevoegd eigenlijk niet. Ook is het niet zeker of reïncarnatie echt bestaat, dus dat is ook min of meer fantasie.
Aantal bladzijden: 180 blz.

B. Inhoud.

1. samenvatting.

Het verhaal gaat over een jongen, Kris, die steeds dezelfde droom krijgt; in die droom gaat hij dood. Kris studeert economie in Amsterdam. Dominique is de huisgenote van Kris. Dominique heeft een tante de reïncarnatietherapeute is. Kris gelooft niet in dat soort flauwekul, maar gaat toch om Dominique een plezier te doen. Kris gaat onder de les naar de tante van Dominique, Heleen. Heleen besluit hem in contact te brengen met zijn verleden, met zijn vorige ‘ik’. Die ‘ik’ heet Olivier Moeriaans. Olivier leeft in Alkmaar, in 1655 en is de zoon van de apotheker van de stad. Olivier is in de leer bij een kunstschilder en heeft veel talent voor het vak. Olivier krijgt op een gegeven moment rare vlekken, die zijn vriendin ontdekt. De vlekken maken de doktoren en ook de vader van Olivier erg ongerust. Als hij naar een kliniek gaat constateren de doktoren een ernstige ziekte, melaatsheid. Die ziekte is in die tijd ongeneesbaar. Daarom wordt Olivier in een speciale kliniek geplaatst, de leprozerie. Zijn familie mag hem daar dan ook niet opzoeken, want de ziekte is ook erg besmettelijk. Wanneer hij de kliniek binnenkomt, ziet hij mensen die er veel erger aan toe zijn dan hij. Dan haalt Heleen hem weer uit zijn trance. Kris maakt een nieuwe afspraak met Heleen en gaat weer naar huis. Bij de volgende afspraak gaat Kris weer in trance en kruipt weer in de huid van Olivier. Olivier loopt weg uit de leprozerie en komt op een markt een kwakzalver tegen. Die kwakzalver heet Jeroom Couttenier. Olivier besluit om met Jeroom mee te reizen. Jeroom vindt het goed als Olivier zijn kar overschildert in de originele kleuren. Dat doet Olivier. Olivier heeft van zijn vader geleerd om niet in dat soort kwakzalvers te geloven, maar Olivier ziet in dat dat misschien wel zijn enige kans is om de melaatsheid te overleven. Toen ze bij stadspoort van Amsterdam kwamen, mochten ze er in de eerste instantie niet in, maar Jeroom kon de soldaten toch van zijn kunnen overtuigen en ook dat hij niet in Alkmaar was geweest, geloofden de soldaten. Even later in de stad, komen ze er ook achter waarom ze eerst niet de stad in mochten. In Alkmaar heerste namelijk de pest… Olivier besluit terug te gaan naar Alkmaar, waar hij zijn familie dood in zijn huis aantrof, hij was te laat. Maar in de bedstee hoorde hij een vage stem, het was zijn vader. Zijn vader kon hem nog enkele dingen vertellen, maar hij was te uitgeput. Olivier besloot om zijn vader de laatste dagen van zijn leven te verzorgen. Olivier helpt de overgeblevenen om de dode lichamen te begraven, in de kerk. Dan haalt Heleen hem weer uit zijn trance. Hij is weer Kris. Kris wil het bewijs dat reïncarnatie niet gewoon flauwekul is. Daarom besluit hij, samen met Dominique, om in het geboorteregister van de stad Alkmaar te kijken. Daar vindt hij niets. Dominique besluit om hem maar even alleen te laten. Kris loopt teleurgesteld door Alkmaar. Waar hij en kerk ziet, de kerk komt hem bekend voor, maar hij weet zeker dat hij nog nooit in Alkmaar is geweest. Als hij in de kerk komt, ziet hij dat ze lijken aan het opgraven zijn. Als hij een op de grafstenen kijkt, ziet hij de naam van Oliviers vader, moeder en kleine zusje staan. Maar niet de naam van Olivier. Als hij even gaat zitten, valt hij in slaap, en begint de droom uit te dromen. In die droom gaat Olivier uiteindelijk dood. Als hij wakker wordt gemaakt, gaat hij weer naar huis en probeert zijn schilderkunsten te ontwikkelen. Eindelijk weet hij waarom hij steeds hetzelfde huisje tekende, het was het huisje waarin Olivier had geleefd. Nadat Olivier in de droom gestorven was, heeft hij nooit meer een droom, van hij die dood gaat, gehad. Olivier had eindelijk de rust gevonden.

2. Begin en eind.

Het is een modern begin. Je valt midden in de gebeurtenissen binnen en je hebt geen idee wat je aan het lezen bent. Het effect van het begin van het verhaal is goed en zorgt ervoor dat je verder wilt lezen.
‘Het is dezelfde droom als altijd. Kris weet dat hij droomt, maar hij slaagt er niet in zichzelf te bevrijden van de beklemming waarin hij gevangen zit. Het is donker om hem heen. Hoge muren belemmeren het uitzicht maar vormen geen hindernis voor het gekreun en het gezucht daarachter. Hij is alleen, en toch ook niet. Door de kier van de deur vangt hij af en toe een glimp op van voorbijschuifellende gedaanten. Ze komen nooit dichterbij, maar hij voelt hun dreigende aanwezigheid. Hij wil naar buiten, weg uit die verstikkend, kleine ruimte, maar het ontbreekt hem aan moed. De deur kiert langzaam verder open. Hij kan weg. Hij staart naar de duisternis achter de deur en het zweet breekt hem uit . in die duisternis wachten verschrikkingen. Hij voelt het aan de haartjes die in zijn nek overeind staan, aan het angstzweet dat zijn lichaam klam maakt. Met een ruk draait hij zich om, weg van het duister, naar het enige venster in het vertrek. In het spiegelende glas ziet hij zichzelf staan. Zijn lichaam is mismaakt en zijn gezicht heeft niets menselijks meer. Zijn ogen kijken terug met niet te peilen verdriet en hij weet dat hij spoedig zal sterven…’
Het verhaal heeft een gesloten einde. Je weet wat er allemaal is gebeurd. Het effect is dat je weet wat er is gebeurd en je blijft zonder vragen zitten. Het heeft wel een positief effect, je weet hoe het afloopt.
‘De zon verwarmt zijn gezicht, doet het prille groen van de bomen langs de singel oplichten, verdiept
de kleuren om hem heen. Zijn schildersbloed kriebelt al om die indrukken op doek vast te leggen.
Misschien lukt het hem om naam te maken als kunstenaar, misschien niet. Hij heeft een lange leertijd
te gaan, maar wat maakt het uit. Hij heeft de tijd.’

3. Perspectief.

Het is een hij/zij perspectief, omdat het verhaal wordt beschreven door de ogen van twee personen uit het verhaal. Dat zijn Kris Blanken en Olivier Moeriaans. Eigenlijk is het dezelfde persoon, maar Olivier leeft vroeger, Kris is eigenlijk de ziel van Olivier in een ander lichaam en een andere tijd. Ook wordt de hoofdpersoon bij naam genoemd.
Citaat 1: ‘Het is allemaal heel vaag. Het enige dat duidelijk is, is die sfeer van dreiging.’
Citaat 2: ‘Ja, ze sleepten me naar de huisarts en ik kreeg allerlei homeopathische middeltjes voorgeschreven. Dat heeft nooit echt geholpen; het kwam altijd weer terug’,zei Kris en neemt een slok bier.
Citaat 3: ‘Ho ho’, valt Kris haar in de rede.’Regressietherapie, dat heeft toch iets te maken met reïncarnatie?’

Het is niet betrouwbaar, omdat het fictie is en meestal is fictie niet gebaseerd op feiten of waargebeurde verhalen. Ook is het niet waarschijnlijk dat dit verhaal echt gebeurd is, omdat het veelal theorieën zijn, want reïncarnatie is nooit echt bewezen. Ook is het waarschijnlijk niet gebaseerd op belevenissen van de schrijfster.

4. Tijd.

Het boek is niet chronologisch opgebouwd. Je begint met Kris, daarna wordt het Olivier, daarna weer Kris enzovoort. Olivier bestaat in het jaar 1655 en is een vroegere Kris. (de ziel van Kris en Olivier zijn het zelfde) Olivier woont in Alkmaar en Kris in Amsterdam. Ook zijn de flashbacks niet in chronologische volgorde. Er zijn twee tijdlagen, namelijk die van Kris en die van Olivier.
Flashback 1: Het is doodstil in het Sint-Jakobskapel van de leprozerie van Haarlem. Hij zit zo stil mogelijk op de stoeldie hem is aangewezen, maar hij kan niet voorkomen dat zijn handen en benen trillen. Hij is helemaal naakt en heeft het beurtelings warm en koud. Een chirurgijn prikt naalden in zijn lichaam en kijkt of er wit vocht of bloed uitkomt. Een dominee en een geneesheer kijken toe. Hij kijkt strak naar het gezicht van de geneesheer, die zich nu buigt over een paar haren die een collega uit zijn hoofd heeft getrokken. Hij probeert iets op te maken uit hun geleerde vaktaal, maar de onbegrijpelijke vaktermen maken zijn onzekerheid alleen maar groter...

Flashback 2: ‘Wat duurde dat lang! Waar bleef je toch?’ Olivier hoort de doorgestane ongerustheid door haar gemopper heen. ‘En wie heb je meegenomen? Wie is dat?’ Dokter Couttenier komt weer in zicht en springt opgewekt op de bok. ‘Dit is Olivier, een talentvol schilder. Hij gaat de wagen voor ons opknappen.’ De vrouw komt ook aanlopen, het kind nog steeds aan de borst. Ze bekijkt Olivier en wat ze ziet bevalt haar blijkbaar wel, want ze glimlacht. Olivier glimlacht niet terug. ‘Ik geloof dat ik u al eerder heb gezien,’ zegt hij...

Terugverwijzing 1: ‘Koningkaars,’ mompelt hij. Waarom waren ze daar in de leprozerie niet van op de hoogte? Waarom schreven ze daar alleen jeneverbesolie en hete baden voor?

Terugverwijzing 2: Zijn vader had er een prachtig boek over, met afbeeldingen van het menselijk lichaam en alle aderlaatpunten. Toen hij klein was, zaten ze er dikwijls samen in te bladeren.Hij was heel geïnteresseerd en zijn vader was blij met die interesse. Het stelde hem diep teleur toen hij aangaf dat hij schilder wilde worden. Niet dat hij Olivier daarbij in de weg stond, integendeel. Hij regelde meteen dat zijn oudste zoon in de leer kwam bij een gerespecteerd schilder en betaalde zonder te mopperen het dure leergeld.

De flashback gaan over Olivier. Kris gaat naar een reïncarnatietherapeute. Hij gaat daarheen omdat hij steeds dezelfde droom heeft, waarin hij dood gaat. Later blijkt dat dat komt omdat Olivier gestorven is aan melaatsheid. In de flashbacks beleefd hij hetzelfde verhaal opnieuw zodat hij van die akelige droom afkomt.

De vertelde tijd is langer dan de verteltijd. De verlelde tijd is in ieder geval 2 eeuwen, maar er staat niet precies in wanneer Kris leeft. Hij leeft in ieder geval ergens in het jaa 1900. Olivier leeft in 1655. De verteltijd was voor mij ongeveer twee en half uur. Er is dus ook sprake van tijdverdichting, want de schrijver stopt mininmaal twee eeuwen in twee en half uur.

6. Personen.

Kris Blanken is een jongen die in Amsterdam leeft en studeert. Hij studeert economie. ’S Nachts wordt hij geplaagd door steeds dezelfde angstdroom, waarin hij zijn eigen dreigende dood beleeft. Kris gelooft eigenlijk niet in reïncarnatie. Bovendien kan hij goed tekenen. In het boek wordt het uiterlijk van de persoon niet genoemd. De karaktereigenschappen van Kris zijn: hij is slim, want hij studeert, hij houdt van het nachtleven, want hij gaat vaak naar een café of iets dergelijks, hij vindt het niet erg om af en toe een klas over te slaan, hij staat open voor dingen waar hij niet in geloofd zoals reïncarnatie en hij gaat door waar hij mee is begonnen, zoals met de reïncarnatie.

Olivier Moeriaans is een jongen die in Alkmaar woont in het jaar 1655. Olivier zijn vader is een aphoteker. Olivier is in de leer bij een schilder. Olivier blikt aan een ongeneselijke ziekte te lijden, die de mensen melaatsheid noemen. Hij wordt verbannen uit de stad en gedwongen om in een leprozerie te gaan wonen. Olivier sterft er uiteindelijk aan. In het boek wordt over zijn uiterlijk alleen gezegd dat hij open wonden op zijn huid heeft, maar verder wordt het uiterlijk niet beschreven. Zijn karaktereigenschappen zijn: hij is niet makkelijk van zijn stokje te brengen, want terwijl hij een ongenselijke ziekte heeft, geeft hij het toch niet op, hij is een goede leugenaar, want hij kan de kwakzalver Jeroom Couttenier ervan overtuigen dat hij alleen een een of andere huidziekte heeft, en geen melaatsheid en hij is knap, want de vrouw die met Jeroom meereist, lijkt wel een beetje op hem te vallen.

Dominique is de huisgenoot van Kris. Zij weet Kris ervan te overtuigen dat hij naar een reïncarnatietherapeute te gaan. Haar uiterlijk wordt niet genoemd. Haar karaktereigenschappen zijn: ze heeft doorzettingsvermogen, want ze kan Kris ervan overtuigen dat hij naar een reïncarnatietherapeute moet gaan, ze is slim, want ze studeert ook.

Heleen is de reïncarnatietherapeute. Ze is de tante van Dominique en zorgt ervoor dat de dromen van Kris aan een einde komen. Ook over haar uiterlijk wordt niet gesproken. Haar karaktereigenschappen zijn: ze staat open voor dingen, ze is namelijk een reïncarnatietherapeute en ze kan goed overtuigen, ze weet Kris ervan te overtuigen om vaker te komen.

C. Oordeel.

De positieve aspecten van het boek waren: de spanning, meeslependheid en de manier waarop het verteld is. Doordat het een niet-alledaags thema is en er toch veel werd verteld, was de spanning van het boek goed. Ook was het boek meeslepend, omdat het op een boeiende wijze is geschreven. Het boeiende van het boek was, dat je als lezer wel veel details krijgt, maar niet zo dat het verhaal saai en langdradig wordt. Het boek is niet geschikt voor de jongere lezers, omdat er moeilijke woorden werden gebruikt. Voorbeelden van die woorden zijn melaatsheid en leprozerie. Maar later in het boek werden die woorden wel weer uitgelegd, dus dat is wel weer positief. Nog een negatief aspect van het boek was dat je niet altijd door hebt wiens verhaal het is, pas als de naam weer genoemd is begrijp je het vorige deel dat je hebt gelezen. Ook gaat het boek voor een deel over reïncarnatie, waar de meeste jongen kinderen nog niet van hebben gehoord. Ik denk dat het geschikt is vanaf ongeveer veertien jaar.

D. Verwerkingsopdracht.

8. ander perspectief

‘Het is dezelfde droom als altijd. Ik weet dat ik droom, maar ik slaag er niet in mezelf te bevrijden van de beklemming waarin ik gevangen zit. Het is donker om me heen. Hoge muren belemmeren het uitzicht maar vormen geen hindernis voor het gekreun en het gezucht daarachter. Ik ben alleen, en toch ook niet. Door de kier van de deur vang ik af en toe een glimp op van voorbijschuifelende gedaanten. Ze komen nooit dichterbij, maar ik voel hun dreigende aanwezigheid. Ik wil naar buiten, weg uit die verstikkende ruimte, maar het ontbreekt me aan moed. De deur kiert langzaam verder open. Ik kan weg. Ik staar naar de duisternis achter de deur en het zweet breekt me uit. In die duisternis wachten verschrikkingen. Ik voel het aan de haartjes die in mijn nek overeind staan, aan het angstzweet dat mijn lichaam klam maakt. Met een ruk draai ik me om, weg van het duister, naar het enige venster in het vertrek. In het spiegelende glas zie ik mezelf staan. Mijn lichaam is mismaakt en mijn gezicht heeft niets menselijks meer. Mijn ogen kijken terug met niet te peilen verdriet en ik weet dat ik spoedig zal sterven...’

Ik heb deze opdracht gekozen, omdat ik het goed bij het boek vond passen. Het paste goed bij het boek, omdat wanneer je het perspectief verandert, het verhaal toch goed doorloopt en niet opeens heel anders wordt. Ik denk dat als het boek in ik-perspectief zou zijn geschreven, dat het boek dan net zo mooi en goedlopend zou zijn als het nu is. Ik heb voor dit fragment gekozen, omdat het het begin van het boek is en dit de droom van Kris is. Ik denk dat met dit fragment het boek duidelijker wordt en de essentie van het verhaal er beter uit komt. Ook is dit een mooi voorbeeld van als je het perspectief verandert het verhaal toch nog goed is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Tietje

Tietje

Geweldig

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

Hij gaat niet naar de reïncarnatietherapeute om Dominique een plezier te doen. Hij gaat omdat hij toch wel benieuwd is. Zijn familie mag hem in de leprozerie best opzoeken alleen raadt hij het zijn familie niet aan omdat zij ook besmet kunnen raken. Later komen zijn moeder, Katherijne, en zijn zus, Hester, hem toch buiten de poort opzoeken.
Hierna wordt een groot stuk met belangrijke informatie over de trip naar Alkmaar overgeslagen en later na de tweede regressie ertussen geplakt. Echter zit deze trip tussen de eerste en de tweede regressie in. Ook word er gezegd dat hij er niks vindt maar hij vindt juist het bewijs van Olivier zijn bestaan. Kris reist niet zomaar met Jeroom mee maar zit schilderend in het veld als Jeroom langs komt. Jeroom vertelt over zijn schilderwerk die nog gedaan moet worden en Kris neemt deze taak aan. De kar moet worden overschildert met het heelal en alle tekens van de dierenriem. Hierna word nog een stuk overgeslagen over Haarlem. Als Kris thuis in Alkmaar komt hoort hij geen vage stem maar gebonk. Waarom hij het huis tekende kreeg hij na de eerste regessie al antwoord op. Er word in het boek niks gezegd over dat hij naar huis gaat.

7 jaar geleden

Antwoorden

M.

M.



deze hele samenvatting klopt niet! ik heb laatst dit boek gelezen en ik moet mijn boekbespreking hierover doen maar toen ik dit las raakte ik helemaal in de war van de dingen die niet kloppen en er zijn wel meer hoofdpersonen dan 3 of 4!!

4 jaar geleden

gast

gast

P.

P.

Slecht ik snap er niks van :(

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Volgens mij gewoon zelf bedacht aan de hand van het boek.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Hoi

Ik heb laatst het boek schijndood ook gelezen en ik vond het een mooi verhaal, daarom heb ik besloten om mijn boekverslkag over dit boek te maken. ik moest natuurlijk ook een samenvatting maken en ik heb dit genomen als voorbeeld, maar wat mij opvalt is dat je/ u sommige dingen niet in de goede volgorde hebt geschreven. het klopt gewoon niet helemaal... dit heeft mij in verwarring gebracht...

Groetjes Sander

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

O.

O.

De samenvatting klopt helemaal niet!
x

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

thanksss

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

In dit verslag staan fouten:
-Zijn familie mag hem daar dan ook niet opzoeken, want de ziekte is ook erg besmettelijk. ---Mag wel
-Bij de volgende afspraak gaat Kris weer in trance en kruipt weer in de huid van Olivier. Olivier loopt weg uit de leprozerie en komt op een markt een kwakzalver tegen. ---Er wordt een groot stuk overgeslagen
-Jeroom vindt het goed als Olivier zijn kar overschildert in de originele kleuren. ---Niet in de originele kleren, maar in in overleg gekozen kleuren
-Toen ze bij stadspoort van Amsterdam kwamen, mochten ze er in de eerste instantie niet in, maar Jeroom kon de soldaten toch van zijn kunnen overtuigen en ook dat hij niet in Alkmaar was geweest, geloofden de soldaten. Even later in de stad, komen ze er ook achter waarom ze eerst niet de stad in mochten. In Alkmaar heerste namelijk de pest-besluit hij, samen met Dominique, om in het geboorteregister van de stad Alkmaar te kijken. Daar vindt hij niets. --- Daar vindt hij juist wel de naam Olivier Moeriaans
-Als hij in de kerk komt, ziet hij dat ze lijken aan het opgraven zijn. ---Ze zijn geen lijken aan het opgraven, maar hebben dat een paar jaar geleden gedaan. Als hij in de kerk komt is er een kunsttentoonstelling
-hij is slim, want hij studeert --- Studeren betekend niet dat je ook slim bent en hij doet het ook slecht in zijn studie.
-Hij wordt verbannen uit de stad en gedwongen om in een leprozerie te gaan wonen. Olivier sterft er uiteindelijk aan. --- Hij streft niet aan Lepra, maar aan de Pest
-In het boek wordt over zijn uiterlijk alleen gezegd dat hij open wonden op zijn huid heeft, --- Hij heeft géén open wonden op zijn huid


13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

De vertelde tijd is geen twee eeuwen, omdat hij die gebeurtenissen als dromen meemaakt.

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast