Leesverslag ‘De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’
Auteurs:
(gekopieerd uit: Prisma Uittrekselboek, Nederlandse literatuur ca. 1200-1880)
B. Wolff en A. Deken.
Elisabeth (Betje) Wolff-Bekker (1738-1804) werd geboren in Vlissingen. Haar vader, Jan Bekker, was een welvarende koopman; haar moeder Johanna Boudrie, was van Vlaamse afkomst (ze overleed in 1751). Betje Bekker groeide op in een rechtzinnig calvinistisch milieu. Ze had een zwakke gezondheid, maar ze was evengoed levendig, speels, leergierig, gevoelig en geestig. Ze ontving vaak vrienden en vriendinnen op ‘Altijd Wel’, het buitentje van haar vader in Souburg. Een van hen, de 24-jarige vaandrig Matthijs Gargon maakte haar het hof; op 25 juli 1755 liet ze zich door hem schaken. Ze bleven een nacht weg en werden daarna door de kerk onder censuur gesteld.
Vlissingen begon Betje Bekker steeds meer te benauwen. Na een kortstondige correspondentie trouwde ze in november 1759 met de 52-jarige weduwnaar Adriaan Wolff, hervormd predikant in De Beemster. Hun huwelijk (een ‘filosofisch’- of verstandshuwelijk) bleef kinderloos. Wolff-Bekker zocht compensatie in vriendschappen en in de literatuur. Ze voelde zich betrokken bij actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen, had een scherpe pen, maar kon zelf geen kritiek verdragen. In 1776 kwam ze in contact met Aagje Deken (Die haar een brief schreef in verband met een lastercampagne tegen Wolff-Bekker). Toen dominee Wolff in 1777 overleed, beëindigde Wolff-Bekker haar lidmaatschap van de Hervormde Kerk en ging ze met Aagje Deken samenwonen in De Rijp.


Agatha Deken (1741-1804) werd in Amstelveen geboren. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders (Pieter Theunisz. Deken en Geertruy Bebber) en groeide op in het weeshuis van de Collegianten in Amsterdam, ‘De Oranjeappel’. Omstreeks 1770 ging ze werken bij de familie Bosch; ze raakte bevriend met de ziekelijke dochter, Maria Bosch (die in 1773 overleed).
Betje Wolff en Aagje Deken kochten in 1781 met geld van een erfenis een buitenhuisje bij Beverwijk, ‘Lommerlust’. Ze waren patriottische en vluchtten daarom in 1787 (bij de inval van de Pruisen) naar Trevoux in Bourgondie. Met een huisgenote, Caroline Victoire Revanel, betrokken ze daar het landhuis ‘Les Corcelles’. In 1794 verspeelde hun zaakwaarnemer, de Amsterdamse koopman Christiaan Nissen, hun vermogen. Berooid keerden ze in 1797 naar Nederland (Den Haag) terug. In 1801 werd Betje Wolff ongeneeslijk ziek (ingewandscarcinoom). Vanaf 1802 woonden Wolff en Deken in bij een nicht, Jansje van Crimpen-Teerlinck. Ze overleden kort na elkaar in november 1804 en werden begraven op ‘Ter Navolging’, een particulier kerkhof in Scheveningen.
Samen hebben Betje Wolff en Aagje Deken veel boeken geschreven, maar hun bekendste werk was ‘De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’.
Titel:
De historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart, Veen, Utrecht, 1982, 405 blz. (eerste druk 1782)
Titelverklaring:
De titel is een letterlijke weergave van de inhoud van het boek: de historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. De schrijfsters hebben deze titel aan het boek gegeven omdat alles om Sara draait, zij is de hoofdpersoon.
Genre:
Brief roman
Keuze:
Ik heb gekozen voor dit boek omdat ik een presentatie over dit boek moest houden. Het leek me handig dit boek dan gelezen te hebben en dan kon ik het ook meteen gebruiken voor mijn boekverslag. Het is tevens een boek van voor 1880.
Samenvatting:
(gekopieerd uit: Prisma Uittrekselboek, Nederlandse literatuur ca. 1200-1880)


Voorrede (1782)
De schrijfsters bekritiseren onder andere het vertalen van buitenlandse literatuur en vermelden, dat hun oorspronkelijk vaderlandse roman als hoofddoel heeft aan te tonen, dat overmatige levendigheid en de daaruit voortvloeiende zucht naar vermaak de beste meisjes in gevaar kan brengen.
1e tot en met de 175e brief:
De negentienjarige wees Sara Burgerhart is na de dood van haar moeder in de kost gekomen bij haar voogdes, Suzanna Hofland, een oudere, ongetrouwde zus van haar moeder. Haar tweede voogd is de koopman Abraham Blankaart, een ongehuwde vriend van haar overleden vader. Tante Hofland is een inhalige feeks, die haar nichtje Sara uitbuit; ze behoort tot de fijnen op godsdienstig gebied en houdt ‘oefeningen’ met een stelletje kwezels, zoals de huichelachtige en gemene Cornelia Slimpslamp en de sluwe klaploper broeder Benjamin (hun ‘fijnheid’ weerhoudt hen er niet van later hun ‘zuster’ Hofland te bestelen!). Sara heeft bij tante Hofland drie jaar lang een ellendig leven; ze moet zich kleden als een ‘kwakerinnetje’ (volgelinge van de Quakers), mag geen klavier spelen, moet vervelende huishoudelijke karweitjes doen, mag geen buitenlandse schrijvers lezen, wordt zelfs een keer geslagen en krijgt amper genoeg te eten. Ze klaagt in een brief haar nood bij haar voogd Blankaart, want de opgewekte en levenslustige Sara kan zo’n leven niet volhouden. Blankaart is voor zaken in Parijs; Sara wil graag naar een ander kosthuis, maar haar voogd raadt haar aan dat alleen in uiterste nood te doen, want in een stad als Amsterdam schuilen voor jonge vrouwen allerlei gevaren. Een vroegere schoolvriendin, Aletta (Letje) Brunier, stelt Sara voor in haar kosthuis te komen wonen, bij de weduwe Spilgoed-Buigzaam, een levenswijze vrouw, die graag als een moeder voor de bij haar inwonende jongedames wil zorgen. Haar eigen leven is een waarschuwing voor hen, want ze heeft een ongelukkig huwelijk gehad met haar man, die hun hele vermogen verbraste. Op de dag dat Sara van haar voogd toestemming krijgt van Kosthuis te veranderen, loodst ze de oude meid Brecht, die behoorlijk aan de drank is, naar de kelder om een fles wijn te halen; ze doet de deur op slot en vlucht met wat linnengoed en geld naar het huis van de weduwe Spilgoed. Daar heerst een heel andere sfeer. Letje, ook een wees, heeft een vrolijk maar luchthartig karakter; haar zorgzame voogd Arnold Helmers is de tegenhanger van Blankaart. Verder wonen er nog de onbeduidende Charlotte Rien-du-Tout (Lotje) en de geëmancipeerde ‘femme savante’ Cornelia Hartog. Tante Hofland is woedend over Sara’s vertrek en eist van Blankaart het volledige jaargeld van zevenhonderd gulden totdat Sara trouwt of vijfentwintig jaar wordt. Blankaart leest haar de les.
Sara heeft het in haar nieuwe kosthuis erg naar haar zin. Ze krijgt van haar voogd duizend gulden om zich eens goed in de kleren te steken. Ze profiteert en geniet van haar vrijheid, waarover ze dikwijls schrijft aan haar beste vriendin Anna Willis. De brave Anna vermaant Sara nogal eens vanwege haar zorgeloosheid, maar die reageert daar vinnig op, waardoor aan de vriendschap bijna een einde komt. De weduwe Spilgoed houdt een oogje in het zeil en werkt aan Sara’s geestelijke vorming door met haar te musiceren en buitenlandse auteurs te lezen.
Sara ontmoet diverse jonge mannen. De klerk en handelsagent Willem Willis, de broer van Anna wordt verliefd op haar. Zijn moeder, de weduwe Sophia Willis-van Zon, ziet echter heel goed in dat Sara geen partij voor hem is; Sara zou hem overheersten en Willem heeft niet genoeg geld. Een tweede potentiële huwelijkskandidaat is Jacob Brunier, de broer van Aletta, maar hij is alleen geschikt om Sara bij gelegenheden te vergezellen en boodschappen voor haar te doen. Een kandidaat met meer kansen is de rijke en verstandige Hendrik Edeling. Hij wordt verliefd op Sara, maar zij wijst zijn aanzoek af: ze heeft haar vrijheid te lief. Bovendien eist Hendriks vader, dat zijn zoon trouwt met een Luthers meisje en Sara is gereformeerd. In zware gesprekken met Cornelia Hartog geeft Hendrik blijk van zijn intelligentie. Cornelia wordt verliefd op Hendrik en schrijft uit jaloezie een voor Sara vervelende, anonieme brief aan Blankaart. Ze wordt echter ontmaskerd en verdwijnt van het toneel.
Hendrik heeft zijn vader ingelicht over zijn liefde voor Sara, maar de oude onwrikbare Jan Edeling blijft bij zijn standpunt.
Op een dag maakt Sara kennis met de heer R., die haar aangeboden heeft zijn bibliotheek te gebruiken. Uit zijn brieven aan vriend Jan (de heer G.) komt de rijke R. naar voren las een onbetrouwbare man en vrouwenverleider. Weduwe Spilgoed heeft de losbol R. spoedig door, maar Sara is zo dom om naar R.’s buitenplaats buiten de Muiderpoort te gaan om daar in de Hortus Medicus een of ander vreemd gewas te bekijken. Hij probeert haar te gebruiken, sluit haar op, maar moet haar even alleen laten omdat zijn renpaarden in de leidsels verward geraakt zijn. Klaartje, de tuinmansdochter, helpt Sara ontsnappen en verbergt haar. Pas de volgende morgen keert Sara, helemaal over haar toeren, bij de weduwe Spilgoed terug.
Uitvoerig schrijft ze Hendrik wat haar overkomen is; ze weet nu dat ze Hendrik lierheeft en op de verkeerde weg is geweest.
Als Blankaart naar Holland terugkomt, worden veel dingen opgelost. Weduwe Spilgoed krijgt een erfenis van 90 duizend gulden, die haar later in staat stelt samen te gaan wonen met de weduwe Willis. Blankaart brengt Willem Willis en Letje Brunier bij elkaar en steunt Willem ook financieel; verder houdt hij zich bezig met de belangen van Jacob Brunier.
Weduwe spilgoed, Blankaart en Hendrik Edeling zijn overtuigd van Sara’s onschuld in de affaire met R. Sara neemt Hendriks huwelijksaanzoek aan. Na een gesprek tussen Blankaart en Hendrik’s vader en bemoeienis van dominee Everard Redelijk stemt Edeling toe in het huwelijk van zijn zoon en Sara (ze belijden immers hetzelfde ‘fundamentele stuk van enigheid’). Ze krijgen spoedig een zoon (Jan). Anna Willis trouwt met dominee Smit, Letje Brunier met Willem Willis en Adriana Nijverhart met Cornelis Edeling (de broer van Hendrik).
Narede
Sara en Hendrik hebben al tien jaar een gelukkig huwelijk en voeden hun vijf kinderen voorbeeldig op. Blankaart bezoekt vaak de dames Willis en Spilgoed op hun buitentje. Cornelia Hartog en haar vriendin freule Wilhelmina van Kwastama worden ervan verdacht afgrijselijk geleerde prullen tegen de godsdienst en het gezond verstand te schrijven. Lotje Rien-du-Tout woont bij haar oom en tante en breit onder andere ‘kinderonderkousjes’.
Personages:
De hoofdpersoon is Sara Burgerhart. Sara is een braaf maar wispelturig meisje. Nadat ze eindelijk is ontsnapt uit haar tante’s huis geniet ze in haar nieuw kosthuis erg van haar vrijheid. Ze houdt er van veel uit te gaan. Sara is ook erg slim, ze houdt er van te musiceren, ze speelt piano, en ze leest samen de weduwe Spilgoed-Buigzaam buitenlandse auteurs. Ze is gevoelig (brief 13, 63 en 93), opgewekt, ontwikkeld, geestig, belezen en vrijzinnig. Ze bekritiseert vaak anderen, maar kan zelf slecht tegen kritiek.
Sara is een voorbeeld voor jonge meisjes en gemodelleerd naar Betje Wolff.
Je kunt de overige personages in verschillende groepen indelen:
- De verdraagzamen, zoals dominee E.Redelijk
- de fijnen en de kwezels. Hiertoe behoren de gemene broeder Benjamin, Cornelia Slimpslamp, Suzanna Hofland en haar meid Brecht.
- De ‘savates’ (geleerde vrouwen) zoals Cornelia Hartog (een te ver geëmancipeerde vrouw) en freule Wilhelmina van Kwastama
- De verstandigen, zoals weduwe Spilgoed-Buigzaam. Ze is een verstandige en verlichte vrouw. Ze waarschuwt Sara voor vele gevaren, maar heeft niet genoeg gezag over haar
- De vromen zoals Stijntje Doorzicht
- De losbollen zoals de heer R. en zijn vriend de heer G.
- De zorgzamen zoals de heer Blankaart, de weduwe Willis-Van Zon en Arnold Helmers. De heer Blankaart is een koopman die voor zaken in Parijs is. Hij is verstandig maar vooral zorgzaam, hij heeft verschillende pupillen onder zijn hoede en gaat later ook Willem Willis financieel steunen. Hij is sympathiek, verdraagzaam als het om geloof gaat en erg eerlijk. Hij had ook een oogje op weduwe Willis-Van Zon, maar dat is niets geworden.
- De vrienden zoals Anna Willis, Willem Willis, Alletta Brunier, Jacob Brunier en Hendrik Edeling. Anna Willis is de beste vriendin van Sara. Ze is het type van een heel braaf en cultiveert die braafheid: ze moedert graag over Sara. Ze is gemodelleerd naar Aagje Deken en vertegenwoordigt ‘het goede voorbeeld’. Jacob Brunier is een meisjesgek, hij is heel elegant. Hendrik Edeling is braaf en verstandig, hij is een beetje de ideale man.
- De nietszeggende mensen zoals Charlotte Rien-du-Tout (huisgenote van Sara, groot kind, ongeschikt voor het huwelijk) en Pieternelletje Degelijk (de zorgzame, naïeve oude meid van de familie Burgerhart).
Schrijfstijl:
Er zijn bepaalde bijzonderheden in de stijl die mij opvallen:
- De aanhef ‘Zeer ge-eerde Vriendin!’ en afsluiting ‘Ik ben voor altijd uw vriendin en dienares ..’
- In de brieven worden wel eens gesprekken tussen de personages verteld, en dat wordt dan letterlijk geciteerd.
Ruimte:
Het verhaal speelt zich niet heel erg duidelijk in een bepaalde ruimte af. Het boek bestaat uit brieven die het verhaal vertellen. Het grootste deel van het verhaal speelt zich toch wel af in het kosthuis bij de weduwe Spilgoed-Buigzaam. Dat is in Amsterdam, op de Keizersgracht.
De heer Blankaart verblijft vaak in het buitenland.
Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld.
Vertelwijze:
Zoals al eerder gezegd bestaat het boek uit brieven. Die brieven zijn vanuit het ik-perspectief geschreven. De ikpersoon wisselt alleen bij elke brief. De ene brief is door een bepaalde persoon geschreven en de gebeurtenissen worden dus vanuit die persoon verteld. Dat betekend wel dat de brieven niet altijd even betrouwbaar zijn, want het wordt vanuit de beleveniswereld van die bepaalde persoon geschreven en is dus subjectief.
Thematiek:
Het thema van het boek is de opvoeding van jonge vrouwen en voorbereiding voor hun huwelijk.
De motieven hiervoor:
- De opvoedkundige brieven van Susanna Hofland, Abraham Blankaart en de weduwe Willis.
- Het motto van het boek:
Gestrengheid vormt toch nooit het zagte har der Jeugd;
Uw norsch gelaat doet haar voor hare pligten schrikken:
En gij, Ligtvaardigheid, die afleidt van de deugd,
Terug! Uw adem kan het zaad der Deugd verstikken.
Voor u, o Wijsheid die geduld aan liefde paart
En scherts met ernst verbindt, is deeze post bewaart.
Uit dit motto blijkt de mening van de schrijfster: namelijk dat de opvoeding van de jeugd niet door strengheid lukt.
- De deugd blijkt uit dit motto erg belangrijk.
Deugd betekent: goede eigenschappen of braafheid. Bijvoorbeeld: gehoorzaamheid aan de ouders, rechtvaardigheid, liefde en hulp ten opzichte van de medemensen, eerbied voor het huwelijk, matigheid, tolerantie op het gebied van de godsdienst, beheersing van driften en vertrouwen in de Voorzienigheid. Deugd wordt vroeg of laat beloond, ondeugd ontmaskerd en gestraft.
- Ook het woord geluk speelt een grote rol in het boek.
- Verder speelt het huwelijk een grote rol in het boek: het vinden van de juiste levenspartner met bemoeienis van de hele familie.
- Het redeneren is ook erg belangrijk.
Plaats in de literatuurgeschiedenis:
Het boek is in 1782 geschreven. Het behoort tot zowel de verlichting (18de eeuw) als de romantiek (1780-1880).
Want er zit in een roman als Sara Burgerhart een sterk opvoedkundig element (Rationalisme), maar ook een gevoelselement (Romantiek). Dat gevoelselement komt tot uiting in de beschrijving van heel warme vriendschappen, de rol van de liefde waarbij niet met het verstand maar met het gevoel een partner wordt gekozen.
Beoordeling:
Ik vond dit boek uiteindelijk, over het hele boek gezien, wel een goed boek.
Dat komt omdat ik de boodschap van het verhaal wel erg goed vind. Het boek geeft veel opvoedkundige adviezen mee, en in de brieven aan Sara wordt ze ook gewaarschuwd dat ze moet oppassen voor te veel vermaak.
Bijvoorbeeld in de 22ste brief van Anna Willis aan Sara Burgerhart:
“Ik merk, uit uw laatste, dat uw lot geheel veranderd is: uw kleding, uw verkering, uw levenswijs, alles is veranderd, uigenoemen uw goed, onschuldig hart! Vol vrees voor dat hart, schrijf ik deze. (...) Ik vrees voor een zedelijke ziekte, gij zult u overladen met vermaken...”
Hierin ben ik het eens met het standpunt van de schrijfsters: als je te veel je laat vermaken, te veel spektakel, zal het je uiteindelijk niet goed doen. Zoals een spreuk zegt: ‘Van teveel spektakel wankel je allicht’.
Het boek vond ik ook goed omdat het zeer realistisch is naar mijn idee. Het geeft heel goed de levenswijze en de normen en waarden van die tijd aan. Dat met name in de brieven aan Sara van Anna Willis. Anna schrijft wel dat ze soms schrikt wat Sara allemaal doet: ze gaat namelijk veel uit. Voor ons is dat heel normaal, maar als je nadenkt, moet dat best wel revolutionair zijn geweest.
Wat mij fascineerde waren de sterk geëmancipeerde ideeën die de schrijfsters er op na zullen moeten hebben gehouden. Het was niet normaal dat vrouwen een boek schreven. En hun karakter en gedurfdheid zie je dan ook weer terug in Sara.
Sara is namelijk een onafhankelijk, slim meisje. Later maakt ze een grote ‘fout’ door als een losbol te leven. De schrijfsters vertellen hier heel omslachtig dat het goed is om zelfstandig te zijn, maar dat je niet te overmoedig moet worden.
Ik vond het boek soms wel wat langdradig, het was soms moeilijk te volgen door de taal en er werd voor mijn idee soms even te ver doorgedramd op het gigantische respect voor elkaar.
De bijbel werd, heel irritant, vaak bij discussies bij betrokken en gebruikt hun mening te ondersteunen:
“De Apostel zegt, ‘dat wij alle omgang met zondaren niet kunnen vermijden, want dan zouden wij buiten de wereld gaan moeten.’ En schoon ik mij zo kan vinden in de woorden van die Heilige sukkelaar, gelijk broeder Benjamin Koning David wel eens noemt, zo kan vinden, zeg ik, in de woorden, daar hij zegt:’ik kome niet op den weg der zonderen,’ zo vind ik het nu in mijn weg noodzakelijk, mijn ogen naar u op te slaan, en mij als te begeven onder hen, die het teken des beestes aan hun voorhoofd dragen.”
(uit de 17de brief: Mejuffrouw Suzanna Hofland aan den Heer Abraham Blankaart)
Het thema van het boek vond ik wel goed, maar kwam soms wel wat vroom over. Het kwam soms zo over dat je braaf, en vroom moest zijn om gelukkig te worden, waar ik het niet mee eens ben.
Mijn conclusie is dat dit een goed boek is, vol met adviezen om een goed en gelukkig mens te worden en gelukkig te trouwen. Ik raad dit boek aan anderen aan omdat ik uiteindelijk wel van dit boek heb geleerd dat de oude normen en waarden nog niet eens zo gek nog niet waren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

Wat een super verslag! Ik heb er heel veel informatie uit kunnen halen, dankjewel! Vooral dat stuk waarin je de personen indeelt in groepen heb ik veel aan gehad.

6 jaar geleden

Dikke

Dikke

Kaulo goeie beokverslag kill

6 maanden geleden