Roeland Westwout door Diet Kramer

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vmbo | 2072 woorden
  • 5 juli 2007
  • 27 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 27 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1940
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Roeland Westwout
Shadow
Roeland Westwout door Diet Kramer
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Diet kramer
Diet Kramer is vooral bekent van de karakterverhalen die ze geschreven heeft voor de oudere jeugd. Ze is in Amsterdam geboren in 1907. Ze heeft daar een lager en middelbaar onderwijs gevolgd en werk daarna enige tijd in een uitgeverij. In haar vrije tijd schrijft ze verhalen en begint ze aan haar eerste boek Stans van de Vijfjarige, dat in 1927 verschenen is. Het is een verhaal over 3 meisjes, Stans Tjadema, Nieki Caspars en Gé Melleart. Met het boek Ons Honk wint ze een prijsvraag. In 1929 verschijnt Razende Roeltje, het boek dat aan Roeland Westwout voorafgaat. In 1933 gaat Diet Kramer naar Indonesië. Zij trouwt met de rector van het lyceum in Djakarta. De ellende van de oorlogsjaren blijft het gezin (er zijn 2 kinderen geboren) niet bespaard; ze worden geïnterneerd in de Japanse concentratiekampen. Haar man komt in het kamp om het leven. In 1946 keer Diet Kramer naar Nederland terug. Enkele andere boeken van Diet Kramer zijn: Begin(1933); De Bikkel (1935) en Onrustig is ons hart (1939). Ook schrijft ze Thuisvaart; Zes en één werd zeven(1949); De grote verandering; Lodewijk de rattevanger; Lodewijk de mensenredder en Lodewijk de circushond.

Roeland Westwout
In dit boek over jonge mensen maken we dadelijk kennis met een viertal jongens: de tweeling Ab en Victor Westwout, hun neef Roeland Westwout, die uit Australië naar Nederland is gekomen om te studeren, en Timo, die uit Indië komt. Roel en Timo zijn opgenomen in het gezin van oom Albert en tante Elsa, de ouders van de tweeling. Het viertal is bevorderde tot de 4e klas van de HBS die in de stad staat en waar ze dagelijks heen fietsen. Op weg naar huis, ‘het Heidehuis’ genaamd, praten ze over de komende vakantie en de plannen om een schoolkamp te houden in de bungalow va oom Albert. Deze, een musicus, werkt graag in de stilte van de bungalow op de Veluwe. Hij heeft echter het huisje voor een paar dagen afgestaan, zodat het schoolkamp onder leiding van de Blokneus, de Statie, en de leraar Nederlands, die geen bijnaam heeft, kan doorgaan. Zeven meisjes en negen jongens nemen er aan deel. Het zijn allemaal 4e-klassers. Allerlei plannen zijn besproken en voorbereid. Als ze thuiskomen, wacht hen een verrassing. Moeder Elsa heeft het verzoek gehad van een vriendin uit Indië om de zorg voor haar 2 kinderen op zich te nemen. Victor vind het direct lollig: ‘het word hier langzamerhand een kazerne’. Maar zijn stemming slaat om als de kinderen meisjes blijken te zijn, 1 van 15 en 1 van 13. Ook de andere jongens vinden het maar zozo. Vader hakt de knoop door en zo word besloten dat Paula en Lientje van den Heuvel in het gezin zullen worden opgenomen. Na het schoolkamp zal de zolderverdieping worden omgebouwd. Enthousiast opperen de jongens allerlei ideeën voor de verbouwing.

De moeder van Paula en Lientje deelt in Indië haar dochters mee, dat ze naar Nederland zullen vertrekken. De meisjes reageren heftig: Paula is verontwaardigt dat ze niet is ingelicht, en Lientje weigert botweg. Als mevrouw van den Heuvel ernstig met haar dochters praat, worden de bezwaren weggenomen. Lientje mag haar herdershond Manfred meenemen als daarover is getelegrafeerd.
Het schoolkamp is een succes. Het weer is prachtig, er wordt veel gewandeld. Op de derde avond houden ze hun eerste kampvuur. Er wordt gezongen, Jan Leids wil steeds maar ‘moppen tappen’, maar krijgt geen kans.
Joost Toempoel leest vervolgens een zelfgemaakt gedicht voor over een soldaat, die terugkomt uit de oorlog. Naar aanleiding hiervan ontspint zich een debat over de oorlog en het antimilitarisme. Roel begrijpt op de ze avond de woorden van Mies over blinden en ongelukkige mensen beter, anders: ‘zoiets zou tante Elsa ook gezegd hebben’. Als later word gesproken over de toekomst en het kiezen van een beroep, zegt Mies dat ze graag dokter wil worden. Roel is verrast. Hij wil ook dokter worden en net als Dr. Albert Schweitzer in het oerwoud werken. In een visioen ziet hij zich met Mies samen, strijdend tegen ziekte en armoede.
Na de plezierige dagen moet er hard gewerkt worden in het Heidehuis: de hele zolderverdieping word vertimmerd. Na 3 weken is de etage volkomen veranderd: 2 slaapkamers en een gemeenschappelijke leerkamer zijn het product van vee zagen en schaven, behangen en verven. Tante Elsa plaatst er daarna meubeltjes in, waarna het echte ‘nuffenkamers’ zijn geworden, volgens de jongens.
Als ze de volgende dag uit school thuiskomen, zit Lientje in de huiskamer. Het is een tenger meisje, dat er bleek en kouwelijk uitziet. Tante Elsa stelt alle jongens aan haar voor en ook Manfred de hond, word bewonderd. Timo vind zelfs dat hij in Indie nog nooit zo’n mooie herder heeft gezien. Victor vraagt aan moeder, doelend op Lientje: ‘waar is die andere?? Is dat ook zo’n exemplaar??’. Op hetzelfde moment komt dat ‘exemplaar’, Paula, beladen met pakjes, binnenzeilen. Dat is een heel ander meisje, sportief gekleed en in het praten zeer impulsief. ‘ O, zijn ze dat nou…’, zo opent ze het gesprek, en ‘Welke is die Indische jongen?’ op een toon alsof Timo een ongevaarlijk soort huisdier is. Paula ratelt maar door.
Enkele ogenblikken duurt deze bliksembegroeting, maar dan heeft Victor zich volkomen hersteld en geeft hij Paula een sarcastisch antwoord. Tijdens het eten zijn er weer enige woordschermutselingen tussen Paula en Victor. Lientje krijgt het er ‘heet’ van, als Victor Paula toevoegd: ‘Het arme schaap krijgt geen kans om ook es te praten’. Maar Paula geeft hem een raak antwoord terug. Tijdens de bootreis is Paula nogal gefêteerd, vele jonge studenten aan boort hebben complimentjes gemaakt over haar uiterlijk en haar dansen, en nu opeens is dat allemaal over. De overgang is moeilijk voor Paula, die zo zelfbewust en eigengereid is.

Ook in Indie was ze gevierd, op school en op de tennisbaan. Hoe moeilijk heeft ze het nu vooral als ze Roel tegen Mies, die op bezoek is, hoort zeggen : ‘Ze is verwaant, door en door verwaantd! Wat je noemt: over het paard getild.’ Het komt tot een uitbarsting als Paula een brutale mond opzet tegen tante Elsa. Roel, in zijn genegenheid voor tante Elsa, slaat Paula met de vlakke hand om de oren. Deze scène brengt de nodige opschudding in huis. Moeder Elsa weet niet goed raad met de situatie, ja ‘ze verbied Roel zich te bemoeien met zaken tussen Paula en haar’, maar hij is geen jongen meer, hij is bijna volwassen.
Paula is ondertussen naar haar kamertje gevlucht en weiger beneden te komen als het etenstijd is. Ze voelt zich volkomen verlaten, iedereen is haar vijandig gezind, meent ze. Dan besluit ze het huis te verlagen. Tante Elsa merkt het echter en Roel besluit haar terug te halen: ‘Wacht maar tante, hou de boel maar even warm, over 10 minuten ben ik terug, mèt Paula’. Bij het dorp heeft hij haar ingehaald. Hij betuigdt zijn spijt voor de klap, maar zegt ook dat het haar eigen schuld was. Ze praat het met Roel helemaal uit, hij geeft haar zo goed mogelijk raad en samen keren ze naar huis terug.
Timo’s verjaardag word gevierd met een kampvuur achter het Heidehuis. Het wordt een reuzefeest, waarbij de hele 4eklas bij tegenwoordig is. Tante Elsa kijkt uit het de kamer geamuseerd toe. Als 1 van de meisjes het haar vraagt, zingt ze later op de avond enkele liederen. Oom Albert begeleid haar op de piano. Daarom raken de jongelui in een discussie over geluk.
Paula’s houding is aan het veranderen na de gebeurtenis met Roel. Soms is ze nog wel eigengereid: ze besluit niet naar een schoolavond te gaan, maar ‘Elckerlyk’ word opgevoerd, maar een fuif bij te wonen, die Bert de Bruijn van Meerkerken, de HBS-bond-voorzitter, geeft op dezelfde dag. Hij is het met de toneelopvoering niet eens en probeert zo zijn ontevredenheid te uiten. Voordat het fuifje gegeven word, moet hij z’n opwachting maken op het Heidehuis. Een kostelijke ontvangst word hem bereid en een nog kostelijker vertrek. Het gehele fuifje word voor Paula een grote teleurstelling. Thuis gekomen biecht ze al haar belevenissen op aan oom Albert, die op haar heeft zitten wachten. Het is een andere Paula: ‘een kind uit een stuk toch! ’n Dochter om trots op te zijn, al was ze moeilijk voor zichzelf en de anderen.
Ondertussen is tussen Roel en Mies een grote vriendschap onststaan. Mies heeft thuis weinig gezelligheid, omdat haar vader en moeder met elkaar kunnen opschieten. Ze vertelt het Roel tijdens een wandeling, waarna Roel bekent dat hij van haar houd. Als ze vlak bij het huis van Mies zijn, keert ze zich naar hem toe:’ik houd net zoveel van je als jij van mij. Ik houd altijd zoveel van je als je nu van mij houd.’ Dolgelukkig gaat Roel naar huis terug, waar hij zijn hart uitstort bij tante Elsa. In een ernstig gesprek wijst ze erop dat er ook droeve dingen zullen gebeuren.
Hoe wreed word hun geluk verstoort als Mies een ongeluk krijgt. Op een dag in december gaan Mies, Paula, Vic en Timo van school naar huis terug. Roel en Ab zijn thuisgehouden door een hevige verkoudheid. In het drukke verkeer in de stad draait Mies zich om naar Timo en zegt plagend iets over zijn das. Timo tikt met zijn voorwiel tegen haar achterwiel. Ongelukkigerwijs komt Mies te vallen, een zware vrachtauto sleurt haar mee en verminkt het meisje deerlijk. Paula is snel bij haar en treedt handelend op. Mies is niet dood, haar gezicht is wel gehavend en in het ziekenhuis probeert met zoveel mogelijk chirurgisch in te grijpen. Roel is ontsteld als hij het hoort. Hij belt naar het ziekenhuis: Mie sis in levensgevaar, haar ouders zijn in het ziekenhuis. Timo voelt zich schuldig aan het ongeluk, vooral omdat Roel hem in de eerste ogemblikken fel verwijt: ‘Stomme idioot die je bent, met je krankzinnige spelletjes midden in een drukke straat! Afranselen moest ik je, vlegel die je bent!! ‘. Tante Elsa weet hem wat te kalmeren en Paula en Vic verdedigen Timo tegen Roels heftige uitval. Oom Albert maakt een einde aan de gespannen situatie. Samen met Roel gaat hij naar het ziekenhuis om daar te praten met de ouders van Mies.
Angstige dagen volgen, waarin Roel in grote spannign leeft en nadenkt over het noodlot dat Mies en hem heeft getroffen. Net voor d kerstvakantie aanbreekt, treed er een lichte verbetering in. Mies is bij kennis geweest en herkent haar ouders. Op de middag voor Kerstmis is er zekerheid: ze is buiten levensgevaar. Als Roel het hoort staat hij ineens te huilen. Hij blijft alleen met tante Elsa. Een oorlogschirurg opereerd Mies en probeert de wonden zo goed mogelijk te herstellen. Als Mies zichzelf in de spiegel ziet, na weken, beseft ze pas goed wat er is gebeurd. Ze weigert elk bezoek te ontvangen, ook haar ouders. Ze antwoordt Roel niet op de brieven die hij haar schrijft. Ze durft nog niet naar huis te gaan. Ze moet zichtzelf geestelijk overwinnen, dat kost tijd. Roel blijft schrijven. Mies schrijft na weken terug: Ik houd niet meer van je, ik heb jou en mezelf bedrogen.
Twee brieven krijgt Roel: de brief dat zijn vader naar Nederland komt, en de brief van Mies. Hij gaat dezelfde avond met de dokter praten die Mies behandeld. In een ernstig gesprek wijst de dokter hem op het eerst moment van ontmoeting, die Roel met Mies wil hebben. De volgende dag bezoekt Roel Mies. Mies wijst hem weer af. Ze hebben heftige woordenwisselingen. Aan het eind van het gesprek weet Roel Mies weer moed te geven. Nu mogen ook andere klasgenoten haar komen bezoeken. Op verzoek van Mies staan ze samen voor de spiegel. Na dit bezoek gaat Mies goed vooruit. Ze wil naar huis. Maar dan volgt een inzinking, ze valt terug in de vijandigheid tegenover allen om haar heen. Roel weet niet meer wat hij moet doen. Hij gaat alleen naar het zomerhuisje van oom Albert, om over alles na te denken. In die tijd brengt Paula Mies een bezoek. Paula beschuldigd en verwijt Mies, dat ze Roel zo verwaarloosd en wreed behandeld. Mies werpt tegen dat Paula nu jaloers is. Mies word heel boos, maar Paula kalmeert haar, Mies’ verzet is gebroken. Ze schrijft Roel een brief waarin ze Roel om vergeving vraagt en hoop uitspreekt dat Roel haar wil helpen een nieuwe toekomst op te bouwen. Ze gaat ook weer naar school. Roel’s vader logeert ook in het Heidehuis. Roel stelt Mies aan hem voor.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

een hele goede samenvatting
er staan wel veel spellingfouten in =)
ik denk niet dat deze zin klopt:
Mies heeft thuis weinig gezelligheid, omdat haar vader en moeder met elkaar kunnen opschieten

8 jaar geleden