1. Motivatie voor de keuze van dit literaire werk.
Ik heb dit boek gekozen omdat het goed paste in het thema vader-zoon relatie. We moesten daar namelijk de verdiepingsopdracht over doen. Mevrouw Veltman had het boek aan me laten zien en zei dat het een goed boek was, en toen ik de achterkant had gelezen leek het me wel een leuk boek omdat het niet te moeilijk leek en het over een meisje ging die ongeveer dezelfde leeftijd als ik heeft.

2. Korte samenvatting van de inhoud van het boek.

Tijdens een hete zomer verhuizen het zeventienjarige meisje Robinson en haar moeder van de hoofdstad naar een provinciestad. Robinsons vader is kapitein op zee. De nieuwe school valt Robinson mee, al is ze op haar hoede voor de rector. Met de neef van de rector, Daniël Bierwolf, trekt Robinson veel op. Daniël is ook nieuw op school, van de vorige is hij weggestuurd. Zijn oom moet hem in de gaten houden. Daniël is een buitenbeentje. Hij praat veel met Robinson over het kwaad en de duivel. Robinson wil liever over schuld praten. Zij voelt zich schuldig, maar weet niet waarom. Op een middag moet ze bij de rector komen, die door haar moeder was gebeld omdat ze ongerust was over de vriend die Robinson scheen te hebben. De rector waarschuwt Robinson dat hij geen gedonder wil met Daniël. Huilend zwerft Robinson door de stad, maar in plaats van haar moeder te haten, richt ze haar boosheid tegen zichzelf. 's Avonds schrijft ze in gedachten een brief aan haar vader.


Toen Robinson bij de rector moest komen, zag ze de nieuwe lerares Duits, die tegen de rector schreeuwde en de deur hard dichtsloeg. Deze lerares, Johanna Freida, boeit Robinson. Ze ontdekt dat Johanna Freida onrust zaait op school door haar alternatieve pedagogische methode. Ook Daniël bewondert haar. Tijdens een opvoering vlak voor Kerstmis, die door Johanna geregisseerd wordt, zingt Daniël met valse stem een lied, waarvan de tekst zijn oom openlijk uitdaagt. Als Daniël na de pauze als vrouw verkleed nog een lied zingt, last de rector de voorstelling af. De volgende ochtend komt Daniël Robinson ophalen om samen met haar zijn verontschuldigingen aan Johanna Freida aan te bieden. Robinson is opgewonden.
Een paar dagen later komt Robinsons vader thuis. Het huwelijk van Robinsons ouders is kapot, ze blijven alleen bij elkaar uit misplaatst fatsoen. Op een dag gaan Robinson, haar vader en Daniël schaatsen. Ze komen Johanna Freida tegen. Na een schaatswedstrijd, waarbij Daniël vlak voor de eindstreep valt en tot voor de voeten van Johanna glijdt, gaan ze wat drinken. In het café probeert Robinsons vader indruk te maken op de lerares Duits. Na de vakantie vindt Robinsons moeder een bont ijsmutsje in de broekzak van haar man. Robinson doet alsof het van haar is, maar het is van Johanna Freida. Robinson probeert de betekenis ervan te verdringen. Ze gaat op in de natuurkundeles over water en ijskristallen.
Daniël komt steeds vaker bij Robinson huiswerk maken. Hij is stiller geworden na de vakantie en heeft veel last van migraine. Op een middag gaat hij met Robinson naar bed. Daarna vertelt hij snikkend dat Robinsons vader en Johanna Freida een verhouding hebben. Een week lang volgt Robinson Johanna, dan gaat ze naar haar toe om het mutsje terug te brengen. Johanna bevestigt de verhouding, en om Robinsons hart stapelen zich ijskristallen.
Het gaat steeds slechter op school met Robinson. Ze kan Daniëls onophoudelijke geklets, nu over heksen, steeds minder verdragen. Ze voelt zich steeds meer buitengesloten. Haar moeder is actief in het oudercomité. Tijdens de paasvakantie komt Robinsons vader weer thuis. Hij nodigt Robinson en Daniël uit voor een zeiltocht over het IJsselmeer. Johanna Freida is er ook. Het uitstapje wordt een mislukking als Daniël tegen Johanna gilt dat ze ontslagen is en best weet waarom.
De zomervakantie brengt Robinson door in de bibliotheek. Ze heeft twee herexamens. Daniël is blijven zitten en gaat van school af. Vlak voor hij op vakantie gaat, vertelt hij Robinson dat hij de verhouding tussen haar vader en Johanna aan haar moeder verteld heeft, en dat zij de rector op de hoogte gebracht heeft, met als gevolg dat Johanna's voorlopige aanstelling niet verlengd wordt. Robinson ziet een verhuiswagen voor de deur van Johanna Freida staan. Ze wil niet meer verder. Voortaan zal alles anders zijn dan vroeger. De herexamens zal ze niet halen. Toch gaat ze die hete zomer braaf elke dag naar de bibliotheek, waar ze staart naar een vierkantje zonlicht op een oud muurtje. Aan het eind van een middag barst er kopermuziek los op het plein. Robinson heeft het gevoel dat de vrolijke muziek wegloopt van haar, een richting uit die zij ook zo graag gegaan was.
Bron: http://www.scholieren.com/boekverslagen/11900



3. Eerste reactie op het boek.

Vergeleken met mijn vorige boek was dit boek moeilijker te lezen. Sommige stukjes snapte ik niet helemaal. Ik vond het niet een heel erg leuk boek, maar toch las ik het ook niet met heel erg veel tegenzin.
4. a. Gevoelens bij het boek (minimaal 2).
Irritatie, ik begon Daniël steeds irritanter te vinden naarmate het boek verderging. Hij bleef maar praten en praten en luisterde nooit naar Robinson.
Medelijden, ik vond het erg voor Robinson hoe ze door iedereen behandeld werd. Door haar vader alsof ze een jongen is, door haar moeder alsof alles goed ging en Daniel verkracht haar bijna.

b. Belangrijkste zin.

“Primus: een vader die verliefd wordt; secundus: een moeder in het oudercomité, en last but not least je vriendschap met mij.” (pagina 111).
Dit is eigenlijk een soort samenvatting van het boek. Daniël zegt antwoord dit als Robinson vraagt waarom de rector haar lastig vindt. Hij zegt dat dat is om alles wat ze inbrengt. Ze neemt dit namelijk allemaal met zich mee.

c. Belangrijkste woord.

“Haarzelf”. (pagina 115).
In dit boek lees je eigenlijk de tocht waarin Robinson steeds eenzamer wordt, steeds meer in zichzelf keert.

5. a. Het gedrag van de hoofdpersoon.
Ik voel vaak medelijden voor Robinson. Men behandeld haar niet goed en daarom keert ze steeds meer in zichzelf.

b. Analyse van het boek, aan de hand de verschillende begippen.

§1. Personages
De protagonist in de verhaal is Robinson, een round character, en de antagonist is in dit verhaal eigenlijk meerdere mensen maar vooral Daniël, die ook een round character is.
De personages in dit boek zijn:
- Robinson
Hoofdpersoon in dit boek. Ze is zeventien jaar oud is door een verhuizing op een nieuwe school beland. Haar vader is kapitein en haar moeder zit sinds kort in het bestuur van Robinsons school. Ze is erg eenzaam en verdrietig omdat ze thuis nergens over kan praten en op school haar enige vriend Daniël is, iemand die nooit naar haar luistert en zelf alleen maar praat.
- Robinson's moeder
Is kapiteinsvrouw en zit sinds kort in het schoolbestuur van Robinsons school. Ze weet vanbinnen al dat haar man vreemd is gegaan, maar doet alsof dat niet zo is.
- Robinson's vader
Kapitein op een schip. Hij is niet heel vaak thuis en als hij thuis is is hij vooral te vinden bij zijn minnares, Johanna Freida.
- Daniël Bierwolf
De neef van de rector en de vriend van Robinson. Hij heeft lichte ogen en ravenzwart haar. Hij praat heel erg veel en zegt dingen eerlijk. Hij praat vaak over het kwaad, de duivel en heksen. Hij is een buitenbeentje en is ook nieuw op Robinsons nieuwe school. Hij is erg lastig en wordt daarom vaak van een school afgestuurd, maar op deze school zou de rector, zijn oom, hem in de gaten houden. Dat is uiteindelijk ook niet goed gegaan want Daniël blijft zitten en wordt alsnog van de school afgestuurd.
- Johanna Freida
Lerares bij Robinson op school. Robinson is gefascineerd door haar omdat door haar komst alles op school verandert. Later gaat Robinsons vader vreemd met Johanna Freida.
- Rector Theodoor van Zanten
De oom van Daniël. Hij zou een oogje in het zeil houden zodat Daniël geen vreemde dingen zou doen, maar dat is uiteindelijk niet gelukt. Hij is aardig streng.

§2. Perspectief

Dit verhaal wordt vanuit het personaal perspectief verteld.
§3. Structuur
Dit verhaal begint 'ab ovo', dus vanaf het begin. De verteltijd van het boek is 116 bladzijden en de vertelde tijd ongeveer een jaar en er komt maar één keer een flashback, over toen ze een twee en een half jaar oud was en doodsbang werd van de boeg van een schip die voor haar opdoemde. Het eind van het boek is gesloten.

§4. Ruimte

De sfeer in dit verhaal is een beetje kil. Er is ook een tegenstelling tussen het lot van de hoofdpersoon en de ruimte: Robinson is erg eenzaam terwijl juist op een knus en gezellig pleintje loopt, met zomerse muziek en het zonnetje erbij. Ook is een belangrijke ruimte in dit verhaal op het water. Robinsons vader is kapitein op zee en ze gaan ook schaatsen en op de ijsbaan ontmoet Robinsons vader Johanna Freida.
§5. Spanning
Door de kille manier van schrijven voelde ik me niet erg betrokken tot de personages, wat de spanning verminderde. Ook het plot was niet erg spannend, het was gewoon Robinsons proces van steeds eenzamer en geïsoleerder worden.

§6. Stijl

Het verhaal is soms niet goed te volgens, ondanks dat de schrijven niet moeilijk taalgebruik heeft. De manier van schrijven is koel, waardoor je niet wordt betrokken bij het verhaal en de personages.
Beeldspraak: 'Verderop kwamen alle straten uit op een groot plein waar muziek gemaakt werd, zomerse muziek, met veel zonnen die zich in het koper spiegelden' (pagina 7)
§7. Thema, motief
Een aantal motieven:
- Water
Het komt in allerlei vormen voor: vloeibaar, ijs, kristal. Maar ook in figuurlijke zin: Robinsons hart verstijft net als het bevriezen van water. Natuurlijk is haar vader ook kapitein op het water en ontmoet haar vader Johanna Freida op het water, als ze gaan schaatsen.
- Het kwaad / duivels
Daniël praat veel over het kwaad en de duivel, maar Robinson ziet hem als het kwaad.
- Eiland
Robinsons naam betekent eigenlijk een eiland. Robinson voelt zich soms net een eiland, helemaal alleen, omringd door water. Ook gaat het bekende verhaal over Robinson Crusoë over iemand die vast zat op een eiland, helemaal alleen.
Het thema van het verhaal is Robinsons reis naar absolute eenzaamheid. Dat kun je al merken aan de flaptekst. In het boek vereenzaamt ze steeds meer, ze staat overal buiten. Het boek is als het ware een reis naar eenzaamheid.

§8. Titel, ondertitel, motto

De titel van het boek, Robinson, kan worden verklaard doordat de vader van Robinson eigenlijk een jongen wilde en dat tot realititeit wilde brengen door haar een jongensnaam te geven. Ook gaat het over het verhaal van Robinson Crusoë die in eenzaamheid vast zat op een eiland. Robinson is ook eenzaam en voelt zich een eiland.
"Een dochter in plaats van een zoon, een naam in plaats van een werkelijkheid, een eiland in plaats van een vasteland" (pagina 54).

§9. De schrijver

Op 21 oktober 1947 werd Doeschka Meijsing in Eindhoven geboren, maar al snel verhuisde ze naar Haarlem en groeide daar op. Haar gezin was erg gelovig en daarom zat Doeschka op het katholieke Santa Maria Lyceum. Op haar dertiende schreef Meijsing in haar dagboek dat ze later schrijfster wilde worden, dus eigenlijk is het al haar hele leven haar droom geweest om schrijfster te worden. Daarom schreef ze inn de vierde klas van het gymnasium haar eerste roman. Haar grote voorbeeld was Françoise Sagan, die op haar achttiende een roman schreef waarmee ze meteen wereldberoemd is geworden. Na het afronden van het gymnasium ging ze Nederlands en Algemene Literatuurwetenschappen studeren in Amsterdam. In die tijd bleef ze verhalen schrijven. In 1969 werd haar eerste korte verhaal geplaatst in het tijdschrift Podium. In 1974 verscheen haar verhalenbundel 'De hanen en andere verhalen'. Na het afstuderen aan de universiteit heeft ze een tijdje les gegeven op een middelbare school. Daarna is ze twee jaar wetenschappelijk medewerker geweest bij het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Robinson is haar eerste echteroman, die in 1976 verschenen is. Daarna volgden meer romans, zoals 'De kat achterna' en 'Tijger, tijger'. Haar werk werd meerdere malen met een prijs bekroond.
Bronnen:
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Doeschka_Meijsing
- http://www.scholieren.com/boekverslagen/11900

c. Mening over de uitwerking van het verhaal/de manier van schrijven door de schrijver.
Ik vind de manier van schrijven van dit boek te kil. Als dit wat minder was geweest, had ik me meer betrokken gevoeld tot de personages.

6. Verdiepingsopdracht.

De presentatie over onze boeken.

7. Slotevaluatie.

- Wat is me het meest opgevallen/zal me het meest bijblijven bij het lezen van het boek?
Hoe het voelt om steeds eenzamer te worden.
- Wat is me het meest opgevallen/zal me het meest bijblijven bij het verwerken van het boek?
Dat het boek heel veel te maken had met het bekende boek over Robinson Crusoë. Dat vond ik er bijzonder.
- Hoe ging het lezen van het boek (wat was moeilijk, verwarrend, aangenaam of onduidelijk?
Het taalgebruik was niet heel moeilijk, maar soms begreep ik het verhaal toch even niet.
- Wat heb ik van dit boek geleerd?
Hoe belangrijk vrienden zijn.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.