1. Beschrijvingsopdracht:



~ Een korte motivatie mijn boekkeuze:

Het boek is mij aangeraden door een vriendin, zij vindt het lezen ook helemaal niks aan en ze had dit boek gelezen en zij vond het boek leuk om te lezen. Ze heeft mij dit boek aangeraden omdat dit wel een boek was voor mij.



De titel wekte bij mij ook belangstelling op, de naam ‘Robinson’ maakte mij nieuwsgierig. Hoe wordt dat die naam in het boek uitgelegd? Daar was ik heel nieuwsgierig naar dus dat was nog een reden om het boek te gaan lezen.



De achterkanttekst van het boek maakte mij nieuwsgierig. Hoe komt het dat Robinson geïsoleerd raakt? Dat wilde ik graag weten en daarom ben ik dit boek gaan lezen.





~ Een eerste persoonlijke reactie:

Het was een interessant boek om te lezen, het gaat over een meisje van je eigen leeftijd en je herkent dingen die zij meemaakt. Het komt ook heel geloofwaardig over omdat dit verhaal iedereen kan overkomen. Het gaat over dagelijkse dingen zoals, school, familie en vrienden. Het boek heeft mij wel aan het denken gezet, de handelingen die worden verricht door Robinson, Daniël, Robinsons vader en moeder. Ik had dingen anders aan gepakt. Ik had mijn vader gelijk gevraagd of hij misschien een verhouding zou hebben met iemand anders. Zij praatte daar niet over met haar vader.



~ Een korte samenvatting van het boek:

Robinson is 17 jaar en verhuist samen met haar moeder naar Haarlem. Dat is tijdens de zomervakantie in augustus. Haar vader is er bijna nooit want hij is zeeman. Ze heeft een jongensnaam gekregen omdat haar vader het bedacht had voor de zoon die hij zou krijgen. Robinson komt op een nieuwe school in de vijfde klas. De school is met veel glas en een nadeel vindt Robinson is: je bent nooit ongezien, nooit onopgemerkt. Ze heeft een klasgenoot Daniël Bierwolf die het neefje is van rector van Zanten. Daniël doet mee aan een culturele avond op school en zingt een lied over het leven bij z’n oom en tante. Z’n oom wordt hier erg kwaad om. Ook de Duitse lerares wordt kwaad op Daniël door een ander lied dat hij zingt. Daniël wil zijn excuses aanbieden en Robinson moet mee naar Johanna Freida, de Duitse lerares. Zo leert Robinson Johanna Frieda kennen. In de kerstvakantie komt Robinsons vader thuis. Robinson gaat samen met haar vader en Daniël schaatsen, en daar ontmoeten ze Johanna Freida. Robinsons moeder vindt de ijsmuts van Johanna in de broekzak van haar man. Zo komt Robinson erachter dat haar vader iets heeft met Johanna Freida. Tijdens de paasvakantie gaan Daniël. Johanna Freida, Robinson en haar vader varen op het IJsselmeer Daar zorgt Daniël weer voor problemen. Daniël vertelt Robinsons moeder dat haar man een relatie heeft met de Duitse lerares. Robinsons moeder zit in de oudercommissie en zorgt ervoor dat Johanna Freida wordt ontslagen. Daniël blijft zitten en vertrekt naar Zwitserland. Johanna Freida verhuist. Robinson moet 2 herexamens doen maar weet zeker dat ze dit nooit zal halen. Op een dag hoort ze muziek die ze ook hoorde toen ze Daniël naar de trein bracht. Ze beseft haar eenzaamheid nu zeer strek ‘ steeds verder weg marcheerde dat plein, in een richting die ook zij zo graag was gegaan.’



2. Verdieping



Verdiepingsopdracht 1:



Bespreek de vertelsituatie, de thematiek en de ruimte.



~ De vertelsituatie:

Er is een personale vertelsituatie, dat wil zeggen:

Bij de personale vertelsituatie zien we de gebeurtenissen door de ogen van 1 personage, in dit geval door de ogen van Robinson. Het verhaal staat echter niet in de ikvorm, maar in de hij- of zijvorm. Het is net of er geen verteller is, alsof het verhaal ‘zichzelf vertelt’. Daarom noemen we deze verteller ook wel een onzichtbare of verborgen verteller. Ook spreken we wel van verhulde verborgen ikvorm. Je bent gebonden aan het perspectief van een van de personages, de personage van Robinson. Wat je meemaakt, zij je door de bril van een van de personages. Je kunt namelijk moeiteloos voor de hij- of zij- de ikvorm invullen. De personale vertelsituatie is dus even subjectief als de ik-vertelsituatie, hij lijkt objectief, maar is dat niet.



~ De thematiek:



In een jaar gebeuren er allerlei dingen die ervoor zorgen dat de hoofdpersoon in een isolement raakt. Een voorbeeld hiervan is:



Dus liep ook Robinson rustig door de toonbanken, zo nu en dan een zijdelingse blik op het vuur werpend. Het verdriet kwam onverwachts. Eerst was er de ontstellende helderheid van het weten: ik ben dood, wist Robinson, en al deze mensen zijn dood. Maar dat was nog niet eens het ergste, dat was nog overkomelijk, men ging nu eenmaal dood. Dat andere was veel erger: dat niemand wist dat ze dood was. Buiten de kring van vuur, buiten het huis liepen ze allemaal, haar vader en moeder en Daniël en Johanna Freida. Ze liepen zo rustig rond, zo vrolijk dat niemand het over zijn hart zou kunnen verkrijgen die vanzelfsprekendheid te verstoren. Robinson voelde een verstikkende liefde voor hen, zoveel liefde dat ze hen nooit treurig wilde maken, dat ze haar eigen dood verzweeg om hun vrolijkheid niet te niet te doen. Ze werd wakker en merkte dat ze huilde, zonder tranen, haar gezicht was droog, maar uit keel kwamen droge snikken. Ze hield daar onmiddellijk mee op toen ze merkte dat ze wakker was. Buiten was het al licht.



~ De titel:

De titel heet Robinson, Robinson is de hoofdpersoon in het hele verhaal, vandaar de titel.



~ Het motto:

Ah, the world! Oh, the world! Van Herman Melville. Het eerste deel duidt op verbazing en verwachting, het tweede deel duidt op teleurstelling. Dit slaat min of meer op het schooljaar van Robinson, die als nieuwe leerlinge op een middelbare school terecht komt.



~ De motieven:

Het labyrintmotief:

De school is een labyrint van glas en de kamer van de rector een aquarium. De betekenis hiervan : in een doolhof verdwaal je, je ziet de uitgang niet.



Het motief van de duivel:

Daniël praat veel over de duivel. Hij geloofde in de duivel omdat z’n oom vond dat hij er 1 was.



Het motief van het schip:

Johanna Freida’s naam lijkt op dat van een schip. Haar vader is zeeman. Haar vader en Johanna Freida krijgen een relatie en dat wordt haar goed duidelijk tijdens de zeiltocht op het IJsselmeer. De betekenis hiervan: een schip heeft een verbindende functie.



~ De ruimte:

Het verhaal speelt zich af allemaal af in 1 jaar. Er wordt aandacht besteed aan de vorm van de school, het labyrint van glas. Dit geeft de isolatie van Robinson aan op een speciale manier. Hier praten Daniël en Robinson veel. Het verhaal speelt zich ook af bij Robinsons thuis. Waar zij met Daniël naar bed gaat en zij praat met haar moeder. De ijsbaan speelt ook een rol in de ruimte, hier ontmoet Robinsons vader Johanna Freida. Het IJsselmeer speelt ook rol, hier gaan Robinson, haar vader, Johanna Freida en Daniël varen. Op het station worden alle dingen opgehelderd. Daniël wordt van school gestuurd, omdat de rector hem te lastig vond. Zijn oom, de rector vond Robinson bijna even lastig omdat ze veel onrust meenam: Ten eerste: een vader die verliefd wordt; ten tweede: een moeder in het oudercommissie, en last but not least de vriendschap met Daniël. De ruimten die worden verteld dienen altijd om het isolement aan te geven.



Verdiepingsopdracht 2:



Ga na of en in hoeverre de tekst autobiografische elementen bevat. Noteer de gebruikte secundaire literatuur nauwkeurig ( en bibliografisch juist ) in je leesdossier.



De tekst is niet autobiografische verteld. Zij heeft veel van een andere schrijver.

Vooral naar aanleiding van het begin en slot van Robinson is gewezen op Meijsings schatplichtigheid aan Vestdijk, in het bijzonder diens De koperen tuin. W.S. Huberts ziet inderdaad nogal wat overeenkomsten. De weersgesteldheid bijvoorbeeld: in beide werken is het warm zomerweer. Ook wordt in het begin van Vestdijks roman en in die van Meijsing duidelijk gemaakt dat de hoofdpersoon alleen staat, een buitenstaander is. De meest in het oog lopende overeenkomst is de plaats waar gemusiceerd wordt. Bij Vestdijk is het de tuin uit de titel van de roman en bij Meijsing een plein, maar de muziek is dezelfde: marsmuziek, waarbij in Robinson het adjectief ‘koper’ te nadrukkelijk gebruikt wordt om toevallig te zijn. Opvallend acht Huberts evenzeer de overeenkomst met betrekking tot een andere locatie. Ongeveer halverwege beide romans speelt zich een scène af op een ijsbaan. In De koperen tuin wordt beschreven hoe Nol Rieske voor de eerste keer aan Trix Cuperus probeert duidelijk te maken dat hij verliefd is; in Robinson wordt in deze scène uiteengezet hoe het contact tussen Robinsons vader en haar lerares Duits tot stand komt. In beide romans is het een cruciale scène.

Ook in de ruimere, thematische zin kan men van een zekere parallellie spreken, aldus Huberts; ‘ Stonden de hoofdpersonen in beide romans aan het begin alleen, in beide romans staan ze aan het eind ook alleen. Deze thematische overeenkomst heeft een relatie met de essentie van beide romans; de hoofdpersoon is een individualist, en in de romans wordt een kortstondig, heftig en noodlottig treffen met de buitenwereld verbeeld. Wanneer deze confrontatie voorbij is, staat de hoofdpersoon opnieuw alleen, een ervaring rijker en een illusie armer.’ Wellicht kan men het ook zo zeggen, in een door Martin Hartkamp voor Vestdijks thematiek gebezigde terminologie: de kern van Robinson weerspiegelt zich in de begrippen ‘identificatie’ en ‘’isolement’.



Er was verder veel over het boek te vinden maar niet veel over haar. Ik kon op geen manier te weten komen of het boek autobiografisch was verteld of niet. Ik heb de volgende bronnen geraadpleegd:



~ Kritisch Lexicon

~ Doeschka Meijsing

~ Recensies

>> Schoolidylle voor oudere meisjes. Groene Amsterdammer, 5-5-1976

>> Wat koop je voor sentiment. Elseviers magazine, 18-3-1978



Verdiepingsopdracht 3:



Bespreek de plaats van het boek in het hele oeuvre van de schrijver. Vergelijk daartoe de thematiek van de schrijver, zoals die blijkt uit de bestudeerde achtergrondliteratuur. Noteer de geraadpleegde secundaire literatuur in je leesdossier.



Het thema van het boek Robinson is isolement. Het thema ligt in het hele boek dan ook helemaal centraal. Het gebeurt buiten haar schuld om dat ze in een isolement raakt. De belangrijkste veroorzaker is Daniël.



Meijsings eerste korte verhaal, ‘I’ve got a bird that whistles, I’ve got a bird that sings’ werd gepubliceerd in Podium. In De Revisor werden einge tijd later twee verhalen van haar geplaatst. Uitgeverij Querido verzocht haar vervolgens een verhalenbundel samen te stellen, hetgeen resulteerde in De hanen en andere verhalen. Dit debuut bevat 7 verhalen, waarin zeer uiteenlopende hoofdfiguren voorkomen; de verhalen bevatten reeds de thema’s tijd, herinnering, wraakneming, die in het latere werk steeds zullen terugkeren. Kenmerkend in het licht van haar latere werk tevens, dat alle hoofdfiguren geïsoleerd in het leven staan. Ook de in 1977 verschenen roman De kat achterna handelt over een jonge vrouw die het gevoel heeft nergens werkelijk bij te horen. Drie jaar later publiceert Meijsing haar derde roman Tijger, tijger!, bekroond met de Multatuliprijs, waarin zij de ‘ik’, wederom een buitenstaander, de geschiedenis laat schrijven van een geslacht van glasfabrikanten. Het onderzoek naar de geschiedenis, vindt men in die roman, net als in Robinson, het travestiemotief wanneer de ik zich vergelijkt met Mowgli uit Kiplings Jungle Book. De jury van de Multatuliprijs achtte het werk ‘ een synthese in het oeuvre van Meijsing en een roman die laat zien hoe de kunst in staat is de werkelijkheid tot eeuwigheid te maken en daarmee zin te geven aan het verlangen.’



Vooral naar aanleiding van het begin en slot van Robinson is gewezen op Meijsings schatplichtigheid aan Vestdijk, in het bijzonder diens De koperen tuin. W.S. Huberts ziet inderdaad nogal wat overeenkomsten. De weersgesteldheid bijvoorbeeld: in beide werken is het warm zomerweer. Ook wordt in het begin van Vestdijks roman en in die van Meijsing duidelijk gemaakt dat de hoofdpersoon alleen staat, een buitenstaander is. De meest in het oog lopende overeenkomst is de plaats waar gemusiceerd wordt. Bij Vestdijk is het de tuin uit de titel van de roman en bij Meijsing een plein, maar de muziek is dezelfde: marsmuziek, waarbij in Robinson het adjectief ‘koper’ te nadrukkelijk gebruikt wordt om toevallig te zijn. Opvallend acht Huberts evenzeer de overeenkomst met betrekking tot een andere locatie. Ongeveer halverwege beide romans speelt zich een scène af op een ijsbaan. In De koperen tuin wordt beschreven hoe Nol Rieske voor de eerste keer aan Trix Cuperus probeert duidelijk te maken dat hij verliefd is; in Robinson wordt in deze scène uiteengezet hoe het contact tussen Robinsons vader en haar lerares Duits tot stand komt. In beide romans is het een cruciale scène.

Ook in de ruimere, thematische zin kan men van een zekere parallellie spreken, aldus Huberts; ‘ Stonden de hoofdpersonen in beide romans aan het begin alleen, in beide romans staan ze aan het eind ook alleen. Deze thematische overeenkomst heeft een relatie met de essentie van beide romans; de hoofdpersoon is een individualist, en in de romans wordt een kortstondig, heftig en noodlottig treffen met de buitenwereld verbeeld. Wanneer deze confrontatie voorbij is, staat de hoofdpersoon opnieuw alleen, een ervaring rijker en een illusie armer.’ Wellicht kan men het ook zo zeggen, in een door Martin Hartkamp voor Vestdijks thematiek gebezigde terminologie: de kern van Robinson weerspiegelt zich in de begrippen ‘identificatie’ en ‘’isolement’.



3 Evaluatie



1. Over het boek

Het was een interessant boek om te lezen, omdat het gaat over een meisje van je eigen leeftijd. Je bent benieuwd hoe haar leven eruit ziet en hoe zij met problemen om gaat. Het onderwerp van het boek, was een mooi onderwerp. het boek was niet moeilijk te lezen. Op een gegeven moment ging het heel veel natuurkunde, met als onderwerp ijs. Aangezien ik ook natuurkunde en scheikunde heb kon ik het allemaal goed begrijpen.



Ik had alleen wel gedacht dat je als lezer meer zou voelen van de eenzaamheid van Robinson. Ik vond het een prettig boek om te lezen omdat het onderwerp er voor zorgde dat ik met m’n gedachten bij bleef.



2. Over het uitvoeren van de verdiepingsopdracht

Het werken aan de verdiepingsopdracht was moeilijk, nu heb ik het over verdiepingsopdracht 2 en 3. Ik begreep eerst niet goed wat de bedoeling was, toen ik dat eenmaal wist was het niet meer zo moeilijk. Deze verdiepingsopdracht was moeilijker dan de vorige uit module 4, dat was veel makkelijker. Deze verdiepingsopdrachten gaan niet zozeer over het boek maar meer over de schrijver. In de vorige modules ging je dieper op het boek in. Ik heb geen beter inzicht gekregen door het maken van de verdiepingsopdracht, omdat deze verdiepingsopdrachten niet diep op het boek ingingen, de vorige wel. Ik heb weinig geleerd van deze verdiepingsopdrachten

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.