ADVERTENTIE
Proefstuderen vanuit huis? Wil je vóór dat je een studie kiest, zeker weten of het qua inhoud is wat je ervan verwacht? Dat kan! Volg één van de vijf online proefstudies en ontdek hoe het is om aan de universiteit van Wageningen te studeren. Je volgt videocolleges en maakt opdrachten, gewoon vanuit je slaapkamer. Je wordt begeleid door studenten, die je vragen kunt stellen over de inhoud van de proefstudie of gewoon over het studentenleven! Alles is vrijblijvend, je zit nergens aan vast.

Meld je aan!
Algemene gegevens

Titel: Red ons, Maria Montanelli
Auteur: Herman Koch
Jaar van eerste uitgave: 1989
Druk, jaar van uitgave: 6e druk, 1997
Uitgeverij en plaats van uitgave: Muntinga Uitgeverij, Amsterdam

Samenvatting
Het boek is in de ik-vorm geschreven door een jongen van rond de zestien. Hij zit op een montessori-school, het Montanelli Lyceum en woont in een buurt waar hij een ongelooflijke hekel aan heeft. Zijn moeder, een huisvrouw, komt aan het begin van het boek te overlijden. Zijn vader, een arts, heeft voor de dood van zijn moeder al een andere vriendin, bij wie hij na zijn vrouw haar dood intrekt. De verteller komt alleen te wonen in het huis en krijgt honderd gulden per week van zijn vader om van te leven.
Op een dag krijgt de ik-persoon een nieuwe jongen in de klas, Jan Wildschut. Hij noemt hem een ‘zwakbegaafde jongen’. De verteller heeft eerst nog niet zo’n hekel aan de jongen, maar later merkt hij dat deze ontzettend wordt voorgetrokken door de leraren, waar de verteller en zijn twee vrienden, Erik en Gerard, zich aan ergeren.
De ik-persoon vertelt over de buurt, dat hij ervan droomt dat het luchtalarm afgaat en vliegtuigen de hele buurt platbombarderen (wat ook in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd), en over zijn school, met het totaal eigen systeem. Veel was hetzelfde als alle andere scholen, maar had zijn school overal andere namen voor bedacht. Een rapport heette bijvoorbeeld een verslag, een schoolreisje heette een werkweek en je kreeg geen cijfers, maar beoordelingen. Dat hield in dat je in plaats van een zes een voldoende kreeg, in plaats van een acht een goed, enzovoorts.
Op een dag krijgt de verteller te horen dat ze op werkweek gaan, en dat ze kunnen kiezen uit drie dingen. Hij en zijn vrienden kiezen voor een fietstocht door de provincie. Ook Jan kiest voor de fietstocht. Wanneer de verteller en zijn vrienden vooruit zijn gefietst en bij een brug over een rivier zijn gestopt, klimmen ze voor de lol op de brugleuning. Dan komt Jan aanfietsen. Ook hij klimt op de leuning. Als net de rest van de groep is gearriveerd laat Jan zich in het water vallen. Niemand doet wat, zelfs de gymleraar, de man met de beste conditie, doet niets meer dan aanwijzingen geven.
Zo komt de zwakbegaafde jongen aan zijn einde. De verteller en zijn vrienden worden als hoofdschuldigen gezien en worden met de kerst van school gestuurd.

Hoofdpersoon
De hoofdpersoon is de verteller van het boek, een intelligente jongen van zestien jaar. Hij vertelt dat hij in wezen een verlegen persoon is, maar halverwege de basisschool besloot daar iets aan te veranderen. ‘Ik wilde gewoon niet de rest van mijn leven onverstaanbaar blijven mompelen en niemand aan durven kijken wanneer ze je iets vragen.” (pag. 63) Van de ene op de andere dag was hij een totaal ander persoon geworden.
Het kost de hoofdpersoon weinig moeite iemand aan het lachen te maken. Hij kwam erachter dat grappig zijn een goed wapen is tegen het verlegen zijn. Daarom was het voor hem niet zo’n hele grote stap.
Hij vertelt dat hij sinds zijn ‘verandering’ brutaal is (waar hij trots op is) en altijd op alles een direct woord terug heeft te zeggen, waar ze op de basisschool last van hebben gehad. “Die onderwijzers en onderwijzeressen op de lagere school zijn er doodziek van geworden, ik krijg echt met ze te doen als ik er nu aan terug denk, want het was geen kleinigheid, zo’n wijsneus in de klas, die overal iets op terug weet te zeggen.” (pag. 63/64)
De verteller ergert zich aan (bijna) alles, zijn school in het bijzonder. Ook de rijke buurt waar hij in woont heeft hij een hekel aan. Vooral aan de mensen ergert hij zich. “Laatst nog stond ik bij de slager weer naast zo’n trut met veel te veel bont om haar stuitende lijf, en met veel te dikke lagen pancake op haar een en al face-lift gezicht…” (blz.15) Aan het eind van het verhaal lijkt hij meer vrede te krijgen met zijn omgeving, in tegenstelling tot het begin van het verhaal.
Over zijn uiterlijk wordt weinig gezegd, behalve dan dat hij dun is, maar daar is hij niet bepaald trots op.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast

M.

M.

Nee prenk ben niet je moeder maar je zus, ik bedoel je oom, ik bedoel je vader, ik bedoel memp- vis de haai

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Goed gedaan, ik had het boek uit de bibliotheek geleend, maar een maand daarna was het boekverslag. Toen was het boek toch al lang terug. Met deze info kon ik het aantal bladzijden en de andere algemene gegevens opschrijven, ik ga er wel van uit dat het goed is natuurlijk :).

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast